De volgende morgen hielp Lisa Margreet met het dagelijkse werk in het pension en ging daarna snel naar het huisje waar Jacqueline zou gaan wonen. Gisteravond had ze een soort huurcontract uitgeprint. Ze rekende, in overleg met Sjaak, een vast bedrag voor water en energie en het gebruik van de voorraad, en daarnaast een huurbedrag dat feitelijk een schijntje was. Sjaak en Lisa wilden niet verdienen aan het opvanghuis, alleen de gemaakte bouwkosten in de loop van jaren in elk geval voor een deel terug ontvangen.
Lisa liep zowel in de grote woonkamer als in het huisje alles langs om nog één keer te controleren of alles in orde was. Ze had de indruk dat ze nu alles op voorraad had, maar ze zou Jacqueline straks ook vragen om even heel goed met haar mee te kijken en te bedenken of ze nog iets miste.
Ze hoorde een auto aankomen en zag even later de auto van Ellen naar de parkeerplaats rijden. Samen met een jonge, tengere vrouw stapte ze uit. Lisa deed de voordeur open en liep hen tegemoet.
“Hallo, fijn dat jullie er zijn!” Lisa stak haar hand naar de jonge vrouw uit. “Ik hoorde van Ellen dat je Jacqueline heet. Ik ben Lisa. Welkom hier, kom maar mee naar binnen!”
Terwijl Ellen twee koffers uit de kofferbak van haar auto tilde en er één aan Jacqueline gaf, ging Lisa hen voor naar het huis.
Lisa bood aan om koffie te zetten en voegde de daad bij het woord. Terwijl het koffieapparaat zachtjes begon te pruttelen, liepen de vrouwen rustig samen door het huis. Ellen gaf Lisa een knipoog en stak voor Jacqueline onzichtbaar haar duim omhoog. Het duurde even voordat Lisa voor het eerst Jacqueline’s stem hoorde: “Wat is het hier mooi, en veel groter dan ik had gedacht. Is alles nieuw? Ben ik hier echt de eerste?”
Lisa knikte: “Ja, we hebben het werk net gisteren afgerond, en toen belde Ellen met de vraag of ze jou mocht brengen. Ik ben blij dat je het mooi vindt. Ik zou het fijn vinden als je in de kasten wilt kijken, om te zien of je nog iets nodig hebt wat ik misschien vergeten ben te kopen. Dan kan ik het straks nog wel even halen.”
Jacqueline knikte, terwijl ze de kast in haar slaapkamer open deed. Ze zag de stapeltjes handdoeken en washandjes en ging er met haar hand strelend overheen. Ernaast lag een stapel beddengoed.
“Waar kan ik de was doen?” vroeg ze verlegen.
“Hiernaast, in je badkamer,” wees Lisa.
“Een eigen wasmachine? Of komen de andere vrouwen die ook hier gebruiken?”
“Nee hoor, deze hoort hier, en in elk huis is een eigen wasmachine.”
Lisa legde uit hoe het huizencomplex in elkaar zat, dat iedere vrouw haar eigen huis had, en dat ze allemaal via een gang naar een centrale woonkamer konden gaan. “Maar niemand kan ongevraagd in jouw huis komen. Ikzelf heb wel een loper van de huizen, maar een andere bewoonster kan niet bij jou binnendringen of zo. Kom maar mee, dan zal ik het je laten zien.”
Lisa opende de deur naar de gang en wees naar de deur ernaast. “Deze deur hier is de buitendeur waardoor we net binnen kwamen. En die deur aan het eind van de gang komt uit op de gezamenlijke woonkamer. Omdat deze gang bij jouw huis hoort, omdat je hier je jas op kunt hangen, je schoenen neer kunt zetten, wat je maar wilt, hebben we besloten om die toegangsdeur naar de gezamenlijke woonkamer eenzelfde slot te geven als jouw voordeur. Ik raad je aan, om die allebei consequent op slot te doen. Ik begreep dat er straks ook een beveiligingsteam komt. Ik zal hen een loper van de huizen geven, zodat ze je in geval van nood kunnen bereiken. Boven je nachtkastje, in de badkamer en in de woonkamer zit trouwens een knop, waarmee je de beveiligers kunt waarschuwen als er wat aan de hand is. We hebben er voor gekozen die knoppen niet rood te maken, dat zou veel te opvallend zijn. Ze zijn van dezelfde kleur als de gordijnen.”
Jacqueline knikte en merkte iets totaal anders op: “Je hebt zelfs voor een paraplu gezorgd…”
“Ja, je weet maar nooit wanneer het regent. Zolang je beveiliging hebt, kun je niet naar buiten, maar ik hoop voor je dat dat niet al te lang zal duren.”
Jacqueline en Ellen liepen achter Lisa aan naar de grote woonkamer. Ze keken hun ogen uit, vooral naar de prachtige muurschildering. Langzaam liep Jacqueline er naar toe, wees naar de golven: “Golven, mijn golven zijn nu nog metershoog,” fluisterde ze, “maar nu ik hier ben, geloof ik dat de storm zal gaan liggen, dat het water gaat kabbelen zoals hier op de muur. Dan zal ik de zon weer echt kunnen zien. Zo voelt dit schilderij. Zou het ooit echt zover komen?”
Toen ze zich naar Lisa omdraaide, stroomden de tranen over haar wangen. Lisa spreidde haar armen uitnodigend, en zei: “Kijk maar naar mij…” Jacqueline keek, en wierp zich snikkend in Lisa’s armen.
Even later maakte ze zich weer los. “Sorry, ik liet me zomaar gaan, het ging vanzelf, het spijt me, echt, het spijt me!”
Lisa veegde voorzichtig een paar tranen van haar wangen. “Daar hoef je helemaal geen spijt van te hebben, het was goed. Je bent hier veilig, en ik wil er graag voor je zijn. Ellen heeft je vast al verteld dat ik zo ongeveer in hetzelfde schuitje heb gezeten als jij. Ik ben die weg ook gegaan, en heb daar zoveel geld aan overgehouden dat ik dit voor jou en andere vrouwen heb kunnen laten bouwen en inrichten. En ik kan je zeggen dat het een klus was, maar dat we er ook heel veel plezier in gehad hebben. Laten we één ding samen afspreken: wat er ook maar is, wat je ook maar wilt vragen of nodig hebt, laat het me weten! In jouw keukentje en ook hier, hangt een kaartje waar onder andere mijn telefoonnummer op staat. Oh kijk, daar komt Sjaak net aan. Hij is mijn man, en de tuinman van dit landgoed.”
Lisa liet Sjaak binnen, zodat hij met Jacqueline kennis kon maken. Sjaak voelde haar pijn, herkende wat hij destijds ook bij Lisa had gevoeld. Hij zag ook dat ze schuchter naar hem keek.
“Als ik het goed begrepen heb, heb je geen goeie ervaringen met mannen achter de rug. Ik herken het in hoe je kijkt, ik voel je pijn. Diezelfde pijn heb ik ook bij Lisa gezien en gevoeld. Ik zal er voor je zijn voor hand-en-spandiensten, en als het voor jou nodig is Lisa of een andere vrouw van hier meenemen. En als het maar even kan zullen Lisa en ik samen met je mee gaan naar de rechtbank als je daarheen moet. Klopt dat trouwens wel, dat er een rechtszaak komt?”
Ellen bevestigde dat. “Johan is het al aan het voorbereiden. En er komt ook beveiliging. Ik verwacht Marieke zo met haar beide teams.”
“Zullen we nog even verder gaan?” stelde Lisa voor. Ze opende de grote voorraadkast. “Alles wat je nodig hebt, kun je hier vinden. Als ik tenminste niets vergeten ben! En als je iets mist, laat het me dan alsjeblieft weten! Ik kom vooral in het begin elke dag even langs in deze kamer. Als je nou iets mist, schrijf het dan hier maar op dit blokje.”
Huib had aan de zijkant van de kast een knop gemonteerd, waaraan Lisa een schrijfblokje en een pen had gehangen. “Nieuwe pennen en schrijfblokjes liggen ook in die lage wandkast. Wat je maar nodig hebt, haal het maar hier uit de kast of uit die lage kast. Ook hier in de keukenkastjes kun je wel het één en ander vinden.
“Kijk maar…” Lisa trok alle deurtjes open om het te laten zien. Jacqueline schoot in de lach om haar snelle actie. “Koken voor jezelf kun je in je eigen keukentje, als je dat wilt, maar hier kun je bijvoorbeeld ook een blik soep opwarmen, of in het oventje een snack warm maken. Ook voor de beveiligers die hier ’s nachts zijn wel prettig.”
Vervolgens opende ze de koelkast.
“Meer vriesruimte dan koelruimte, omdat de meeste van jullie vrijwel zeker niet zelf boodschappen kunnen gaan doen. Als je vers wilt koken, kun je het op het boodschappenlijstje zetten. Zullen we nu terug gaan naar je huis?”
Terwijl ze door de gang liepen, vroeg Jacqueline: “Is er ook een tandenborstel en tandpasta? Die heb ik zelf niet bij me.”
“Da’s een goeie, die ben ik dus vergeten!” Lisa pakte haar mobiel en maakte een aantekening. “Ik ga er straks achteraan, dan leggen we daar ook een voorraadje van in die lage kast, bij de andere dingen van persoonlijke verzorging. Ik zal ook flossdraad en stokertjes meenemen, voor wie dat nodig heeft.”
In gedachten besloot ze er een mandje bij te kopen, waar ze alle spullen voor tandverzorgingsspullen in kon bewaren.
Jacqueline keek rond in haar woonkamer. Haar ogen bleven steken bij het wandkleed. Ze liep er naartoe en bekeek het van dichtbij. “Wat is dit mooi, lapjes, draden, parelkralen. Het lijkt zo eenvoudig, maar het voelt zo heel speciaal.” Opnieuw begonnen haar tranen te stromen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb