
Hoofdstuk 61.
Een nieuwe ontdekker
Ondanks dat Rosalie genoten had van de verschillenden halve dagen bij Ineke en Ilse thuis, van haar bezoekjes aan Gloria en vreselijk hard had gewerkt aan verschillende lange verhalen, was ze blij dat ontdekkingscentrum ‘Ik ontdekt mezelf !’ weer open ging. Ze had in de derde vakantieweek van Patrick gehoord, dat er een nieuwe ontdekker zou komen, en daar was ze natuurlijk al die weken nieuwsgierig naar geweest.
Op de eerste ochtend stond ze al om acht uur voor de voordeur van het centrum te popelen tot Patrick de voordeur van het slot zou halen. Gisteren waren ze hier ook samen geweest om alle ramen een poosje open te zetten en te kijken of er nog dingen schoongemaakt moesten worden. Dat viel wel mee, alleen de koelkast en de wc’s hadden ze samen nog een keer schoongemaakt.
Patrick was trots op haar geweest: “Weet je nog, Rosalie, toen je voor de eerste keer ging meehelpen om de wc’s schoon te maken?”
Rosalie had gegrinnikt: “O ja, dat weet ik nog heel goed. Ik vond het zo’n vies werkje. Maar eigenlijk viel het best mee, beetje klieren met die borstel in de pot!”
Patrick had een uitval naar haar gedaan, net gedaan alsof hij met de andere wc-borstel haar nat wilde spetteren.
“Patrick, dát is pas echt vies! Bah, vies ventje!”
Ze had geschaterd van het lachen toen hij haar, gelukkig zonder wc-borstel, achterna gekomen was.
Vandaag zouden ze weer beginnen, en terwijl Patrick de goeie sleutel zocht, grinnikte Rosalie over het wc-verhaal.
“Wat sta jij te lachen?” vroeg Patrick. “Mag ik meelachen?”
“Ja hoor, doe maar!” lachte Rosalie nu voluit.
“Malle meid, waarover moest je lachen dan?”
“Om gisteren, met die wc-borstels, en dat je me achterna kwam.”
“O ja,” grinnikte Patrick, “soms lijken we wel een beetje gek!”
Rosalie grijnsde naar hem. Daarna liep ze achter hem aan naar binnen.
“Komt de nieuwe ontdekker vandaag al?”
“Ja, vandaag meteen al. Hij komt nog niet meteen de hele week, hij wil even ontdekken hoe hij het hier vindt, of hij wel vaker wil komen.”
Ze hoorden geluid bij de voordeur en draaiden zich om.
“Ha, daar is Jan, wat leuk dat je er al bent!” begroette Patrick hem, en zei tegen zijn ouders: “Hey Bert, Annelies, als jullie nog een uurtje willen blijven, is dat voor ons geen probleem.”
Jan knikte naar zijn ouders, hij wilde wel graag dat ze bleven.
Rosalie stapte naar hem toe, legde haar hand op zijn schouder.
“Hoi, ik ben Rosalie, en ik vind het heel leuk dat je ook komt. Eindelijk nog een ontdekker!”
“Noem je een kind hier ontdekker?” vroeg Jan verbaasd.
“Ja, we zijn geen leerlingen, en ook geen kleine ukkepukken, we doen het hier samen. Nou ja, ik zie ook wel dat wij kleiner zijn dan Patrick, maar hij doet niet kinderachtig tegen ons, echt niet, daar heeft hij een hekel aan. We gaan straks vergaderen, samen praten over wat we belangrijk vinden. O ja, we moeten nog even opschrijven hoe laat we gekomen zijn. Patrick, wij waren hier om acht uur toch?”
Patrick knikte: “Precies om acht uur, en Jan, een minuutje later? Of zullen we ook maar acht uur voor jou opschrijven.”
“Kun jij al schrijven?” vroeg Rosalie.
Jan schudde zijn hoofd.
“Vind je het leuk om het samen op te schrijven, dat ik je hand vasthoud?”
Jan schudde weer zijn hoofd.
“Ik hou daar niet van, ik wil liever buiten spelen.”
“En wat wil jij dan ontdekken?”
Jan trok een onzeker gezicht.
“Dat weet ik niet, ik weet niet, ik wil gewoon graag buiten spelen, maar dat mocht van de juf niet, ik moest aan mijn tafeltje zitten en dan luisteren naar haar verhaal. Maar haar verhaal vond ik niet leuk. Ik hou van andere verhalen.”
“Ik hou ook van verhalen! Welke verhalen vind jij dan leuk?” vroeg Rosalie.
“Over dieren, echte dieren, dat vind ik leuk! En ik denk dat ik boer wil worden, met een grote moestuin.”
“We hebben hier nog geen moestuin, Patrick…”
“Klopt! Weet je wat, kom hier allemaal maar lekker zitten, dan gaan we daar meteen maar eens over praten. Zal ik opschrijven wat we allemaal besluiten?”
Jan keek hem met grote ogen aan, begreep er niets van, maar ging naast Rosalie zitten. Hij vond dat meisje wel een wijsneusje, maar ze leek ook wel aardig.
“Ik zal even beginnen, en als jullie vragen hebben, wil ik graag dat je je vragen stelt. Onze vergadering is gewoon een gesprek. We praten samen over dingen die we belangrijk vinden voor ons leven hier in het ontdekkingscentrum.”
Jan stak zijn vinger op. Patrick knikte naar hem.
Jan vroeg: “Hoe heet het hier ook alweer?”
“Ik ontdek mezelf !” antwoordde Rosalie. “Je mag hier alles ontdekken, zelf leren, hulp vragen of zelf doen.”
“Klopt,” vulde Patrick aan, “het is hier echt anders dan op school. Wij gaan jou niet vertellen wat jij moet doen. Je mag hier rondkijken, vragen stellen, en vooral proberen te ontdekken wat jij leuk vindt. Nou, één ding weet je al, je houdt van buiten spelen, buiten bezig zijn en je had het net over een moestuin. Nou is het allang zomer, en ik heb niet heel veel verstand van moestuinen, dus ik weet niet wat er nog gezaaid of geplant kan worden, maar… ik kan ook nog steeds dingen ontdekken. En Rosalie en jij ook, en Bea en Ineke, dat zijn net als ik begeleiders, die komen wat later, die kunnen ook nog dingen ontdekken. Dus als jij denkt dat je graag een moestuin wilt maken, dan gaan we gewoon uitzoeken hoe we dat kunnen doen.”
“Patrick, ik denk dat Sjaak dat wel weet,” dacht Rosalie.
“Dat denk ik ook wel, we kunnen het aan hem vragen, of we kunnen het op de computer opzoeken. Jan, denk je dat je dat wil proberen, een kleine moestuin maken?”
“Mag dat? Mag dat echt?” vroeg hij verbaasd.
“Jazeker, we proberen er hier achter te komen wat we echt leuk vinden, wat we heel graag willen leren. En als jij nu graag wilt ontdekken hoe je een moestuin moet maken en verzorgen, dan willen we je daar met plezier bij helpen.”
Jan was even helemaal van slag, hij legde zijn gezicht bij zijn moeder op schoot en begon te snikken. Patrick knikte zijn moeder toe en stak zijn duim op om haar te laten weten, dat het geen probleem was.
Jan keek op, toen hij geluid bij de voordeur hoorde. Bea en Ineke kwamen binnen met boodschappentassen, overzagen direct dat Jan een beetje van slag was, en gingen eerst naar zijn ouders om hen te begroeten.
“En Jan, ik zie dat je even gehuild hebt. Was je verdrietig?” vroeg Bea.
Totaal onverwacht verscheen er een stralende lach op zijn gezicht toen Bea dat vroeg. Hij schudde heftig zijn hoofd: “Nee, ik ben zo blij, het is hier echt fijn! Ik mag een moestuin maken van die meneer!”
“Van Patrick? Patrick is de beste, die moet maar hier blijven, vind je niet?”
Jan lachte nu voluit: “Ja, hij moet hier blijven, en hij gaat me helpen met de moestuin.”
“Gaat Patrick je helpen met de moestuin?” vroeg Bea, met opzet heel verbaasd. “Maar Patrick, daar weer jij toch helemaal niets van?”
Patrick keek haar met een guitig gezicht aan: “Klopt, ik weet alleen maar dat je iets in de grond moet stoppen, zaadjes of een klein plantje of zo, verder heb ik er geen verstand van. Maar ik ga dat ontdekken, samen met Jan, goed Jan?”
Jan knikte enthousiast en Rosalie klapte in haar handen. “Gaaf Jan, zet ‘m op Patrick!”
“Jan, ik denk dat wij straks even naar het pension hiernaast lopen om Sjaak te zoeken. Sjaak is een geweldige kerel die heel veel van tuinen weet. Hij vindt het vast leuk om ons te helpen! Dan heb ik nog een vergaderpunt omdat Jan hier nieuw is en we een nieuw jaar beginnen, dan kunnen wij zelf ook even ons geheugen opfrissen. Het gaat over de dingen die we hier elke dag doen.
-
Bea en Ineke hebben net boodschappen gedaan. Dat kunnen ze goed, maar als iemand anders een keer mee wil, mag je dat altijd vragen. Het is prima als je een keer mee gaat om boodschappen te doen.
-
Als we hier binnen komen en als we naar huis gaan, schrijven we de tijd op. Zolang je dat nog niet zelf kunt, helpen we je daarbij, geen probleem!
-
Zo tegen 10 uur krijg ik zin in koffie, die ga ik dan met die mooie automaat daar zetten. En het is leuk, want dat apparaat maakt best wat herrie als hij de koffiebonen maalt. Daardoor weet iedereen dat het tijd is om even bij elkaar te komen en wat te drinken. Datzelfde gebeurt rond 12 uur als we gaan lunchen en ’s middags om ongeveer half 3. We zorgen hier altijd dat er wat keuze is uit drinken, dus je hoeft dat niet zelf mee te nemen. En voor de lunch smeren we hier zelf onze broodjes. En om beurten doen we daarna de afwas!
-
De wc’s zijn daar om de hoek. Er zijn grote en kleine wc’s, kies zelf maar welke het beste bij jou past. Wc’s moeten schoon gehouden worden, dat doen we aan het eind van de dag. Eén van de begeleiders doet dat samen met Rosalie en over een poosje mag Jan het ook gaan leren. Rosalie vond het in het begin een vies klusje, maar het viel best mee, he Rosa?
-
Als er problemen zijn, lossen we die samen op. We hebben niet heel veel regels, maar als iemand zich niet aan een regel houdt, mag je dat tegen hem zeggen, ook als het een begeleider is. Wij als begeleiders zijn namelijk niet beter dan jullie als ontdekkers, we staan naast elkaar, en we helpen elkaar herinneren.
Dat zijn denk ik voorlopig de belangrijkste dingen die we moeten weten. Hebben jullie nog vragen?”
Iedereen schudde zijn hoofd.
“Rosalie, weet jij al wat je gaat doen vanmorgen?”
Rosalie knikte enthousiast: “Ja, een nieuw verhaal schrijven!”
“Schrijf jij verhalen?” vroeg Jan. “Echte verhalen?”
“Ja, echte, ik wil later boeken schrijven.”
Annelies mengde zich in het gesprek, schrok even van zichzelf, maar kreeg van Patrick een bemoedigend knikje. Ze vroeg aan Rosalie: “Heb je al een paar verhalen klaar?”
“Ja, ik heb een heleboel kleintjes, en in de vakantie heb ik drie grote lange verhalen geschreven. Ze zijn wel 50 bladzijden of meer.”
“Mag ik ze lezen? Of zou je dat vervelend vinden?”
Rosalie dacht even na: “Ineke, jij zei dat ik ze kan uitprinten, wil je me daar straks mee helpen? Dan kan Jan ze vanmiddag mee naar huis nemen. Misschien vindt Annelies het wel leuk om ze voor Jan voor te lezen.”
“Waar gaan ze dan over?” vroeg Jan, die het niet zag zitten om zich maar alles voor te laten lezen.
“Ik denk dat je ze wel leuk vindt. De eerste gaat over een eekhoorn, de tweede over een ree, en de derde over een worm. En straks ga ik schrijven over… nee, dat zeg ik nog niet, dat is een verrassing!”
“Oh, dat is denk ik wel leuk ja!”
Patrick kwam tussenbeide: “Wat denk je Jan, zullen wij eerst maar eens hulp gaan vragen aan Sjaak?”
Jan knikte, stond tegelijk met Patrick op en liep achter hem aan. Hij was zo blij, dat hij daardoor zijn vader en moeder helemaal vergat. In de hal zei Patrick tegen hem: “Zwaai je nog even naar je vader en moeder?”
Jan draaide zich om, zwaaide stralend, terwijl Patrick boven hem zijn duim opstak. Samen liepen ze naar buiten, op zoek naar Sjaak.
.
Binnen ging Rosalie met Ineke aan de slag om haar verhalen uit te printen. Ineke had in de vakantie al aan Rosalie laten zien hoe ze haar laptop zo kon instellen, dat de nummers van de bladzijden vanzelf bovenaan in het hoekje verschenen. Daar hoefden ze dus niets meer aan te doen!
Ineke nam een grote multomap uit de voorraadkast en deed daar een paar tabbladen in. Rosalie vroeg haar met welk snoer ze haar laptop aan de printer moest verbinden.
“Dat hoeft bij deze printer niet, het kan zonder snoer, draadloos heet dat.” zei ze. “Voordat je gaat printen, moet je even kijken of er genoeg papier in de printer zit, anders werkt het niet.”
Er zat nog wel wat papier in, maar niet genoeg. Ineke wees haar in het kastje eronder, waar er meer papier lag.
“Wow, zoveel pakken?”
“Ja zeg, als jij achter elkaar verhalen zit te schrijven, hebben we een hoop papier nodig!”
Rosalie grinnikte, begreep best dat het niet alleen voor haarzelf was. Ze pakte uit een open pak een stapeltje papier en legde dat in het vak bij het andere papier.
“Is het zo genoeg?”
“Voorlopig wel, ik denk dat we tussendoor nog een keer moeten bijvullen.
Omdat Rosalie haar laptop al had opgestart en de printer aan stond, wees Ineke haar waar ze op moest klikken en hielp haar de eerste keer door alles heen. Ze spraken tussendoor af dat ze dubbelzijdig zouden printen, dan leek het net een echt boek en kostte het ook minder papier.
“Ik begrijp niet hoe dat werkt.”
“Ik ook niet,” vertelde Ineke eerlijk, “Ik begrijp niet hoe die printer weet wat hij moet doen, maar ik weet wel dát hij het weet, hij krijgt het voor elkaar! Nou, starten maar!”
Direct begon de printer te zoemen en schoven papieren vanaf de la het apparaat in, en kwamen er aan de zijkant weer uit. Met open mond volgde Rosalie het proces.
“Deze doet het heel anders dan onze printer thuis! Dan komt het papier er hier bovenop uit!” verklaarde ze verbaasd.
“Ja, dat kan, dat gebeurt vaak, maar dit merk doet het blijkbaar anders…” antwoordde Ineke.
“Mag ik al kijken of het mooi geworden is?”
“Je mag er geen bladen uit trekken, anders weet de printer niet meer hoe hij straks de achterkant moet printen, maar we kunnen wel even zo kijken.”
Ineke duwde een hoek van de geprinte papieren iets omhoog, zodat Rosalie er onder kon kijken.
“Ik zie het, ik zie een stukje van het verhaal, wat grappig!”
De printer stopte.
“Waarom stopt hij nou? Hij moet de andere kant nog doen!”
“Ja, dat klopt, maar dan moeten wij deze geprinte stapel eerst ergens anders neer leggen.”
Ineke liet haar stap voor stap zien waar ze op moest letten, deed het de eerste keer allemaal voor.
“Kijk, je laptop wacht ook tot jij het teken geeft dat de printer verder mag. Je mag dat nu aanklikken.”
Een poosje later was het eerste verhaal helemaal geprint.
“Nou moeten we nog gaatjes in de papieren maken, zodat we ze in de multomap kunnen doen.”
Rosalie keek haar fronsend aan: “Hoe doen we dat? Is daar ook een apparaat voor?”
Ineke glimlachte en wees naar de kast: “Daar staat een apparaat in dat gaatjes kan maken, een perforator. Probeer maar te ontdekken welke het is.”
Rosalie deed de kast open. Ze zag een apparaat met een groot mes, die zou het niet zijn. Daarnaast stond een apparaat met allemaal kleine paaltjes en een groot, lang handvat. Ze dacht dat dat hem ook niet kon zijn, maar voelde ineens de drang om heel voorzichtig dat handvat te bewegen en te kijken wat er gebeurde. Ze deed hem omhoog en zag dat de kleine paaltjes ook omhoog gingen.
“Is dit het goeie apparaat? Kunnen die kleine paaltjes gaatjes maken?” vroeg ze zichzelf fluisterend af. Ze voelde voorzichtig aan de onderkant van een paaltje. Dat voelde apart, niet als een scherp mesje, maar wel een beetje scherp, en de vorm aan de onderkant was apart. “Ja, ik denk dat deze het wel kan,” zei ze tegen zichzelf, deed het handvat weer naar beneden en trok aan het apparaat.
“Zo zeg, wat ben jij een zwaar kreng! Ineke, wil je even helpen? Oh wacht, het lukt al…”
Terwijl Rosalie voorzichtig de perforator uit de kast trok, stond Ineke met haar handen klaar om toe te schieten als het nodig zou zijn. Met het puntje van haar tong uit haar mond, droeg Rosalie het zware dingen naar de tafel en liet hem voorzichtig op één hoek leunen, naast de lege multomap. Daarna liet ze de rest van het apparaat zakken totdat hij goed op de tafel stond.
“Waarom is dat ding zo verschrikkelijk zwaar? Dat is toch onhandig?”
“Ja, het is onhandig als je hem uit de kast wilt pakken of hem daarin terug wilt zetten, maar bij het werken is het wel nodig. Want anders gaat hij kiepen als je gaatjes maakt. Kijk zo…”
Ineke liet haar zien wat er zou gebeuren als de voet van de perforator niet zo zwaar zou zijn. Rosalie knikte, ze begreep dat het beter was dat de bodem zwaar was.
“En nu?” Ze pakte het hele stapeltje tegelijk en vroeg zich af hoe ze dat ertussen moest krijgen.
“Er mogen maar een paar blaadjes tegelijk in. Zullen we bij het begin van je verhaal beginnen?”
Rosalie telde steeds vijf papieren, nam ze in beide handen en tikte ze af op de tafel, zodat ze netjes tegen elkaar aan lagen. Zoals Ineke haar de eerste keer had laten zien, schoof ze het stapeltje onder de paaltjes, tegen het hoekje aan, tikte ze naar beide kanten goed aan, en bewoog het handvat naar beneden. Elke keer weer fascineerde het haar, hoe de kromme zijkantjes van de paaltjes een sneetje maakten in haar papieren, dan verder gingen en er gewoon rondjes uit drukten. Ineke had verteld dat die rondjes in de onderkant van de perforator terecht kwamen, en dat ze die bak straks moesten leeg maken.
Rustig werkten ze door, totdat ze de koffiemachine koffiebonen hoorden malen. Ze keken elkaar verrast aan. “Is het al zo laat?” vroeg Rosalie verbaasd.
“Zo te horen wel,” antwoordde Ineke, “maar we hebben eerst vergadering gehad, en daarna hebben we al twee verhalen geprint en geperforeerd. En nu ben je met de derde bezig. Dus voor de lunch ben je daar wel mee klaar. Zullen we eens gaan horen hoe Jan het gehad heeft?”
Nou, daar hoefden ze niet naar te vragen. Zodra hij Rosalie zag, begon hij enthousiast te vertellen, dat hij bij Sjaak geweest was, en dat hij heel aardig was. Hij was met hen meegegaan naar het tuincentrum en daar hadden ze samen gekeken wat ze nodig hadden.
“We hebben aarde gekocht, tuinaarde heet dat toch, Patrick?”
Patrick knikte glimlachend.
“En we gaan uien poten, en tuinkers zaaien, en twee soorten sla, even denken… veldsla, die smaakt een beetje naar nootjes, zei Sjaak… en die andere heeft een rotnaam, uhm sorry, een moeilijke naam… met een rrrr… hoe was het ook alweer?”
Jan keerde zich naar Patrick: “Je hebt gelijk Jan, het is een moeilijke naam, en een rotnaam vind ik zelf niet echt een heel akelig woord hoor, je scheldt die sla er niet mee uit. Die sla heet rucolasla. Sjaak zei dat hij kruidig smaakt. En hoe nou verder Jan?”
“Nou, we hebben met een schep de aarde al een beetje omgegooid en losgemaakt met een… een hark. En daar hebben we tuinaarde overheen gegooid, wel vier zakken! En straks gaan we zaaien. Sjaak denkt dat de tuinkers volgende week al best goed gegroeid is, dat we het dan al bijna kunnen eten. Eigenlijk… eigenlijk wil ik elke dag wel naar deze school komen, nee, niet een school, een… ontdekkingscentrum. Waarom doe je je vinger voor je mond?” vroeg hij aan Bea.
“Omdat ik zag dat Rosalie je wilde voorzeggen. Ik vind het leuker voor jou als je het woord zelf terugvindt. En dat is je gelukt!”
“Ik vind het leuk dat je zoveel plezier gehad hebt, Jan,” zei Rosalie. “Wil je echt elke dag komen? Ik zou het wel gezellig vinden!”
“Kan dat?” vroeg Jan aan Patrick.
“Wat mij betreft kan het, maar ik denk dat we het moeten overleggen met Bert en Annelies. Komen ze je vanmiddag samen ophalen?”
“Weet ik niet, Annelies in elk geval wel, misschien komt Bert mee. Maar als Annelies alleen komt, kunnen we het ook aan haar vertellen en dan kunnen ze er thuis samen over praten en dan jou opbellen. Mag dat ook?” Jan was eigenlijk best trots op zijn plan.
“Ik vind het helemaal prima,” antwoordde Patrick, “dat heb je goed bedacht. En Rosalie, wat heb jij vanmorgen gedaan, al weer een eind getypt?”
“Nee, we zijn begonnen met mijn eerste verhalen uitprinten. En ik heb dat zware ding uit de kast getild. Jan, dat ding heeft ook een rotnaam, een per-for-rat-en-een-tor hahahaha, zo onthoud ik het, het heet een perforator, toch Ineke?”
Ineke knikte lachend. “Dat klopt, leuk ezelsbruggetje Rosalie, net wat voor jou om er dierennamen bij te gebruiken!”
Rosalie glimlachte: “Ineke heeft me stap voor stap verteld hoe de printer werkte, ik heb zelf twee keer papier erbij gedaan. En bij het tweede en het derde verhaal mocht ik de stapel geprinte papieren omdraaien en in die gleuf van de printer leggen, omdat hij aan twee kanten moest printen. Hoe heet dat ook alweer, iets met dubbel? Dubbelkantig, zoiets, maar het is anders…”
“Dubbelzijdig. Het woordje ‘zijde’ betekent ongeveer hetzelfde als ‘kant’. Dus je hebt eigenlijk best een mooi nieuw woord bedacht. De printer moest aan beide zijden, aan beide kanten printen.”
“Dat wordt mijn nieuwe hobby, nieuwe woorden bedenken,” grinnikte Rosalie.
“En Rosalie heeft zelf ontdekt welk apparaat ze nodig had voor het maken van gaatjes in de papieren, zodat ze in de multomap konden. En ze werkt er ook zelf mee. Ik blijf alleen in de buurt voor het geval ze hulp nodig heeft.”
“We zijn al bezig met het derde verhaal, we zijn net begonnen met de gaatjes, dus de printer is al klaar. Oh, die moeten we nog uitzetten!”
Ze wilde al opspringen, maar Ineke hield haar tegen: “Dat komt straks wel, we waren het inderdaad vergeten, maar dat is niet echt een probleem. We doen het straks meteen voordat we weer gaan perforeren.”
“O ja, zo heet dat perforeren… perforeren, opereren… ja, dat is het, we opereren de papieren, maken er gaatjes in.” Ze lachte nog meer om het verbaasde gezicht van Jan, dan om het grapje dat ze maakte.
“Ik vind het leuk om grapjes met woorden te maken, gekke dingen te zeggen, dingen die niet echt zijn. Snap je?” vroeg ze hem.
“Oh, ik dacht al dat het een beetje raar was!” antwoordde Jan.
“Dat was het ook… papier opereren, dat is gewoon raar!” glimlachte Rosalie. “Ga je zo zaaien?”
Jans gezicht klaarde op: “Ja, in elk geval de tuinkers. En misschien nog wel meer. Ik weet niet hoe snel het allemaal gaat.”
Er kwam iemand binnen door de voordeur. Even later keek Sjaak om de hoek.
“Ik kom even kijken hoe het met mijn collega-tuinman gaat? Is het een beetje gelukt, Jan?”
“Ja, maar we zijn nog lang niet klaar hoor!”
“Zullen we onze bekers opruimen en met Sjaak mee naar buiten gaan?” vroeg Patrick, “dan zullen we eens kijken hoe ver we vandaag komen.”
Ze brachten hun bekers in de keuken, waar Patrick een schaaltje uit de kast pakte.
“Waar is dat voor?” vroeg Jan.
“Daar kunnen we de zaadjes in doen, dan kunnen we ze wat makkelijker pakken.”
“Handig!” Jan huppelde langs de anderen die nog even waren blijven zitten. Hij zwaaide en riep vrolijk: “Tot straks!”
“Geweldig, dat joch leeft helemaal op!” zei Bea, “Hij was zo down door de school waar hij geweest was. Moet je hem nu zien, hij is nog maar een paar uur hier…”
“Bea, waarom stuur je zijn moeder niet een berichtje, dan wordt zij ook blij!” opperde Rosalie.
Bea knikte en pakte haar mobiel. “Waarom stuur jij haar niet een berichtje? Wil je dat?”
Rosalie nam de mobiel gretig aan, tikte op ‘Berichten’ en zocht naar Annelies.
“Ik zal de andere berichtjes niet lezen hoor,” beloofde ze en begon te typen. Voordat ze haar berichtje verzond, las ze het voor:
“ ‘Jan is met Patrick en Sjaak de tuinman van Bloemenhof naar de tuinwinkel geweest. Hij heeft aarde en zaadjes gekocht en gaat nu zaaien. Hij is helemaal blij! Groetjes van Rosalie. En ik heb mijn verhalen geprint, je kan ze straks meenemen.’
Zal ik het zo versturen?” vroeg ze.
“Lijkt me prima, je hebt het mooi omschreven!” vond Bea.
Rosalie verzond het bericht, gaf de mobiel terug aan Bea en keek Ineke aan.
“Zullen we verder gaan?”
“Doen we!”
Naar hoofdstuk 62. Een tuinman
Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb