Hoofdstuk 229.

Gewoon samen leven,

maar hoe?

De maand februari begon met heerlijke temperaturen. Het leek wel lente!

Hoewel Sjaak heel goed wist dat het nog kon gaan vriezen, besloot hij deze dagen te gebruiken om in de tuinen rond hun eigen huis en bij het huis van Huib en Margreet aan de slag te gaan.

Doordat het nog niet veel gevroren had, was de grond goed te bewerken. Hij begon met omspitten, maakte de grond goed rul. Hij strooide er mest en compost overheen en besproeide het een paar dagen achter elkaar.

Op een avond overlegde hij tijdens de koffie met Lisa, Huib en Margreet welke planten ze erin zouden zetten. De beide dames hadden zin in een stel vruchtenstruiken. In gedachten proefden ze de bramen, aalbessen en frambozen al en deelden hun ervaringen met elkaar.

De mannen knipoogden naar elkaar. “Onze vrouwen weten wat lekker is!” zei Huib lachend tegen Sjaak.

Nu was het de beurt van Margreet en Lisa om naar elkaar te knipogen.

“Natuurlijk weten wij wat lekker is!” vond Lisa. “Maar weet je wat me vooral zo geweldig lijkt? Dat je naar buiten kunt lopen en gewoon wat van een struik kunt snoepen. Oh, laten we de aardbeien niet vergeten! Weet je wat me leuk lijkt? Een soort heuveltje met aardbeienstruiken, naast die grotere struiken.”

Met een grijns op zijn gezicht zat Sjaak een schets te maken en liet hen dat zien: “Zoiets?”

Van puur enthousiasme klapte Margreet in haar handen, als een kind zo blij: “Oh ja, dat wordt fantastisch! En verder… gewoon wat verschillende struiken die een tijdje bloeien, hortensia, azalea, sering, ook winterseringen, rozen. De tuin is zo groot, ik zou het echt leuk vinden als er allerlei verschillende bloemen zichtbaar worden, net als op mijn wandkleed.”

Sjaak had de namen die ze noemde opgeschreven en keek hen even indringend aan: “Kennen jullie ook de klimhortensia? Huib en ik zouden een pergola kunnen maken om daar een klimhortensia overheen te hangen. Kleine vogels als mussen en mezen vinden het heerlijk om daar in te spelen.”

Margreet en Lisa vonden het een prachtig idee: “Je zou het kunnen gebruiken als een soort afscheiding tussen onze tuin en het landgoed,” opperde Lisa.

Annerieke, die tot nu toe alleen maar geluisterd en gekeken had, schoot in de lach: “Lisa, lieverd, er is helemaal geen scheiding! We hebben nooit een lijn getrokken voor de grootte van het gebied waar jullie mogen wonen. Het mag gewoon in elkaar overlopen, dat is juist mooi!”

Ze zag dat er allerlei gedachten door Lisa’s hoofd gingen. Haar ogen bewogen onrustig.

“Ik heb me nog niet bezig gehouden met hoe dat hier in elkaar zit, maar ik weet eigenlijk niet beter dan dat mensen altijd een afgebakend stuk grond hebben. Hier is dat dus anders, het is een gezamenlijk gebied, zoiets…”

Lisa voelde hoe de tranen in haar ogen springen en slikte haar emoties een beetje weg om nog goed te kunnen praten: “Dit is zo mooi, zo speciaal. Natuurlijk is het alleen al mooi als het één geheel is, maar het idee er achter is gewoon wonderlijk mooi! Het past helemaal met hoe we hier leven, maar blijkbaar heb ik er nog geen idee van hoe dat werkelijk alles omvat, werkelijk alles.”

“Zoiets dacht ik laatst ook, Lisa,” viel Margreet in, “over onze baby. Als zij straks geboren is, is zij onze dochter, van Huib en mij. Ik besefte toen ineens dat ze niet ons bezit is, maar dat ze van zichzelf is. Maar dat ze tegelijk ook wel bij ons allemaal hoort, deel zal uitmaken van onze familie hier.

Toen die twee lieve tienermeisjes hier in de kerstvakantie logeerden, leken leeftijden helemaal weg te vallen. Dat heeft me aan het denken gezet. Onze dochter zal de jongste zijn, dat zal zichtbaar zijn, maar jullie, Simon en Annerieke, zullen gewoon haar naasten zijn. Het heet misschien nog wel steeds opa en oma, maar ik heb het gevoel dat ook dat iets is wat niet klopt. Ik bedoel, een opa en oma horen bepaalde connecties met hun kleinkind te hebben, en die connecties gaan gepaard met… verdorie, ik weet niet hoe ik het uit moet leggen!”

Huib viel haar bij: “Er is zoveel in vast gelegd, in al die ideeën over hoe vaders en moeders, en opa’s en oma’s moeten zijn en moeten doen ten opzichte van het kind. Grappig, ik heb daar de laatste weken ook veel over na lopen denken. We hebben het over opvoeden als het over vaders en moeders gaat, en voor opa’s en oma’s over genieten en verwennen. Alleen al dat verschil! Je zou bijna denken dat ouders niet van hun kind mogen genieten en het nooit mogen verwennen.

Weet je wat ik hoop, Margreet? Ik hoop echt, dat we allemaal, zoals we hier zitten, ons kleine meidje gewoon mee mogen laten leven. Gewoon onderdeel zijn van onze familie. Haar zelf laten ontdekken wat ze zelf kan ontdekken, en haar helpen waar ze dat nodig heeft. Ik verlang gewoon naar een natuurlijk samenleven, waarin we allemaal proberen te ontdekken wat goed voor haar is, en wat daarin ook bij ons past.

Zoiets als dit… Wat bij Annerieke past, heeft niets te maken met haar leeftijd of met een soort positie van oma ten opzicht van haar kleinkind. Wat bij Annerieke past, is gewoon bakken en koken, en omgaan met mensen. En aangezien onze dochter ook een mensje is, zal ze met haar omgaan. En als ze idee heeft dat koken en bakken ook bij onze dochter passen, zal ze haar daarin stimuleren om mee laten doen. Niet als oma, maar als mens. Hoe voelt dat voor jou mams?”

Annerieke grinnikte: “Het klinkt geweldig, het voelt goed, het klikt met mijn binnenste, alleen… je past het zelf naar mij nog niet toe, je noemt me nog ‘mams’!”

Ze schoten allemaal in de lach.

“Is het een idee om alleen onze namen te gebruiken?” bedacht Annerieke. “Om jullie dochter te leren ons ook Simon en Annerieke te laten noemen?”

Het was even stil, terwijl iedereen zich afvroeg hoe dat zou zijn.

Margreet antwoordde als eerste: “Ik denk dat het prima is om elkaar bij de namen te noemen, ook voor een klein kind. Ik heb me er wel eens over verbaasd hoe ouders tegen hun baby steeds weer aandringen dat die kleine papa of mama moet leren zeggen. Dat zit er gewoon in, en het heeft voor mij nooit prettig gevoeld. Ook in het algemeen, met allerlei andere woorden: waarom moeten we een klein kind keer op keer woordjes voorzeggen? Steeds als we het kind met een pop zien, moet het woord ‘pop’ benadrukt worden. Als je er gewoon over praat, zou het kind het dan niet begrijpen? Zou het kind niet leren praten? Opvoeden voelt zo onnatuurlijk, alsof de volwassenen de kinderen meteen al in een bepaalde richting willen duwen.”

Simon keek haar ernstig aan: “Het is niet ‘alsof’, Margreet. Dit is gewoon wat er gebeurt. Veel ouders zullen dat onbewust doen, anderen doen het bewust om van hun kind een voorbeeldig kind te maken. Ze lijken niet te beseffen dat ze hun kind daarmee vast zetten in een patroon en dat ze daarmee het leven uit hun kind persen. Ze maken hun kind tot een marionettenpop die precies doet wat zij willen. Het kind kan zichzelf daardoor niet ontwikkelen tot wie het ten diepste is. En ik vermoed dat het beruchte peutergedrag en het nog beruchtere pubergedrag daardoor veroorzaakt worden. Een kind gaat zich verzetten, wil niet steeds weer in een patroon gedrukt worden!

Als we de kinderen toestaan om zichzelf te zijn, met ons samen te leven, hebben ze de ruimte en de vrijheid om zichzelf en de wereld om hen heen te ontdekken. En dat zal er volgens mij voor zorgen, dat ze door alle jaren van hun jonge leven heen gaan zonder periodes van verzet. Er is dan namelijk niets waartegen ze zich zouden hoeven te verzetten!

Sinds ik weet dat jij zwanger bent, Margreet, zijn deze gedachten regelmatig bij me langs gekomen. Ik ben nog maar amper ‘vader’, en wordt straks al ‘opa’. Ik heb me in die korte tijd vaak afgevraagd hoe ik me zou moeten gedragen, als vader, en als opa. Hoe werkt dat? Wat moet ik doen? Waar moet ik rekening mee houden? Wat is mijn taak? Wat wordt er van mij verwacht? Al dat soort gedachten.

En nu we het er over hebben, valt ook bij mij het kwartje: we hoeven alleen maar samen te leven. En dat kleine meiske zal zien en horen en ervaren hoe wij leven. Ze zal ontdekken hoe zij zelf wil leven. Ik heb zo het gevoel, dat dat het enige is wat ze nodig heeft.”

Annerieke legde haar armen om Simon heen, trok hem naar zich toe en zei met tranen in haar ogen: “Dank je wel lieverd, het is zo goed dat je dit met ons deelt, en dat we hier samen over praten. Ik denk dat het dingen zijn die voor ons allemaal nieuw zijn, anders zijn dan wat we uit ons eigen leven gewend zijn en anders dan we om ons heen in andere gezinnen gezien hebben.”

Huib onderbrak haar: “Dat klopt wat je zegt, maar niet helemaal. Ik heb echt ervaren dat Erik en jij mij ook heel veel zelf hebben laten ontdekken. Natuurlijk heb ook ik wel gevoeld dat er vaste patronen waren, zeker buiten ons gezin, op school, maar ik heb het nooit als een gevangenis ervaren.”

“Jij hebt je ook nooit tegen ons verzet,” reageerde Annerieke. “Wel tegen school, daar was je duidelijk niet op je plek, daar kon je niet jezelf zijn. Maar bij Erik leerde je zoveel, ontwikkelde je je spontaan. Ik heb daar van genoten, terwijl ik alleen maar naar jullie keek en luisterde. Hij heeft je veel geleerd over het werken met hout, maar je nooit iets opgedrongen. Hij heeft het in jou gezien, dat je een houtkunstenaar was, als klein kind al. Zelf was hij ook handig met hout en met bouwen zoals jij doet, Simon, maar het kunstenaarswerk, dat fijne werk wat jij wel in je hebt, had hij niet. Maar dat weerhield hem er niet van om jou de kant die bij jou paste op te leiden.”

Huib knikte, herkende wat ze zei: “Dat klopt, hij stuurde, hij leidde… door samen te werken, door mij dingen te laten doen waarvan hij wist dat ze bij mij pasten.

Ik weet nog goed, dat ik nog maar een peuter of een kleuter was, maar dat ik al bezig was met het kleine werk. Ik herinner me, dat ik met een priem in hout zat te krassen, heel fijntjes, zoals je met een potlood op papier schetst. Erik leerde me toen om met een gutsje te werken. Ik hield ervan om met dat kleine gutsje bezig te zijn, voorzichtig op het handvat tikkend. Ik heb hem er een keer op betrapt dat de tranen over zijn wangen liepen. Hij zei dat hij niet verdrietig was, maar dat het hem ontroerde dat ik zo met dat gutsje bezig was. Hij vertelde, dat hij daar van gedroomd had en dat ik dat toen, als klein kind, al deed. Later liet hij me kennis maken met andere gereedschappen, andere technieken. Ik mocht gewoon uitproberen hoe het werkte, hoe het voelde. Ik kon bij hem ontdekken wat ik leuk vond.”

“Dat is het dus gewoon, weten en voelen wat bij het kind past, en daar hooguit wat in sturen. En verder alleen maar samen leven! Het klinkt allemaal heel simpel, maar ik ben benieuwd hoe het in de praktijk zal gaan.”

Margreets gezicht stond ontspannen. Ze had er zin in!

Naar hoofdstuk 230. Tuinieren

Of naar de Inhoudsopgave