Hoofdstuk 17.

Elly zoekt

Elly zat thuis, met een glas thee op de bank. Ze staarde voor zich uit met een frons op haar gezicht. Ze dacht terug aan de muurschildering die ze gemaakt had voor het kamertje van Gloria. Het was zo mooi geweest, zo’n heerlijk gevoel van tot leven komen. Ze had haar oude hobby weer ontdekt, schilderen, schilderen in een combinatie van realiteit en fantasie. En ze was ervan overtuigd geweest dat het juist die muurschilderingen waren, dat immens grote, wat zo bij haar paste, wat haar hart had. Ze had hetzelfde gedaan voor de baby die Lisa en Sjaak verwachten. Ook voor die muur had ze de juiste indrukken gekregen. En de muur in het pand van Huib, waar hij nu zijn houtwerk ten toon stelde… daar had ze planten en bloemen op de muren geschilderd. Iedereen, vooral zijzelf, was enthousiast geweest, over het werk en over het resultaat.

Daarna was het mis gegaan, tenminste, zo voelde het. Een vriendin had haar gevraagd om een muurschildering bij haar te maken. Ze waren allebei enthousiast geweest, Elly was op zoek gegaan naar informatie over de diepzeewereld, omdat haar vriendin dat als onderwerp aangedragen had. Ze had het prachtig gevonden, de foto’s op internet, en het fantaseren over dieren en planten in de diepte van de zee, hoe zij ze zou kunnen veranderen. Herkenbaar en toch anders, als een knipoog naar de natuur. Alles had fantastisch geleken: Elly leefde haar leven, deed wat bij haar paste.

Maar haar vriendin woonde niet in de buurt. Dat betekende dat ze of op en neer zou moeten reizen, anderhalf uur heen en anderhalf uur terug, minstens… of ze zou bij haar moeten gaan logeren. Ze had, op aanraden van Martin voor logeren gekozen. En dat was moeilijk geweest. De vriendschap was niet zo sterk geweest als ze gedacht had. Elly had zich teveel gevoeld, en had tot overmaat van ramp Martin zo gemist. Martin, met we ze samen bewust gekozen had voor het proces van innerlijke genezing, ook voor hun relatie. Hun band was in korte tijd sterker geworden, zelfs in de dalen waar ze persoonlijk of samen doorheen gingen. Nee, als ze terugdacht aan die vier dagen dat ze bij haar vriendin geweest was, kon ze daar niet blij van worden. De muurschildering was prachtig geworden, zonder twijfel, maar de sfeer er omheen en het dagenlang bij Martin weg zijn, hadden haar aan het denken gezet.

Ze zuchtte diep, zette haar lege glas op het onderzettertje op tafel en staarde weer naar buiten. Hoe kon het, dat ze in dat kamertje van Gloria zo overtuigd was, dat dit het werk was wat ze altijd zou willen doen? Hoe kon het, dat ze zo blij geweest was, maar dat ze er nu totaal geen zin meer in had? Lag dat aan haar vriendin, aan hun vriendschap, die niet zo goed bleek te zijn als ze gedacht had? Of aan de dagen die ze van huis was weggeweest? Had ze zich vergist of moest ze zich over dit soort relationele situaties heen leren zetten? Waar, in vredesnaam… waar zat het probleem?

Ze dwaalde in gedachten terug naar die eerste keer, het schilderen voor Gloria. Al die vogels en vlinders. Ze grinnikte toen ze die reiger voor zich zag, die reiger die ze veel blauwer had gemaakt dan ze hem ooit in werkelijkheid had gezien. Die reiger met dat goudvisje in zijn snavel. Wat een prachtig mooi plaatje was dat.

Ze realiseerde zich, dat alleen dat onderdeeltje van het grote geheel zich aan haar opdrong. Ze fronste haar voorhoofd weer, terwijl er een gedachte bij haar opkwam die ze best lastig vond. Ze had op die dag tegen Margreet gezegd, dat ze er niets aan vond om schilderijtjes op een doek te maken. Ze had haar verteld, dat ze bij de Action een keer het grootste doek dat ze daar hadden, had gekocht en daarop geschilderd had, maar dat dat lang niet zo leuk was als een hele muur te mogen schilderen. De vraag die zich nu aan haar opdrong, was of dat wel geklopt had? Had ze er echt niets mee, om kleinere schilderijtjes te maken? Eigenlijk bestond die muurschildering uit een heleboel kleine schilderijtjes. Een vogel hier, een vlinder daar, een bloem erbij…

Met een diepe zucht ontspande ze haar schouders die zich al piekerend verstrakt hadden. Wat was de oorzaak, de oorzaak van het idee dat het helemaal haar ding was om een muur te schilderen, terwijl ze nu alleen die reiger met dat visje voor zich zag. Ze voelde een emotionele bal in haar buik ontstaan, en ze wist dat ze weer eens ergens doorheen ging. Eigenlijk zat ze daar niet op te wachten, ze wilde iets leuks gaan doen. Tegelijk wist ze met zekerheid, dat ze hier eerst doorheen moest, om iets te kunnen gaan doen wat ze echt leuk vond. Ze wist, dat de shit die ze nu voelde groeien in haar buik, te maken had met het probleem waarover ze had zitten denken, de vraag of muurschilderingen wel echt bij haar pasten, en als dat niet zo was, waarom dan niet? En waarom had ze dat dan wel steeds gedacht?

Er schoten allerlei gedachten en herinneringen door haar heen. Plaatjes uit haar kindertijd, waarin ze aandacht vroeg van haar ouders, van de juf, de meester, maar geen aandacht of alleen negatieve aandacht kreeg. ‘Zit niet zo te zeuren’, hoe vaak hadden ze dat niet naar haar hoofd geslingerd?

Elly begreep er even helemaal niets van. Wat hadden dat soort herinneringen met haar schilderen te maken? Er leek geen verband tussen te bestaan…

Ze besloot door de pijn van de herinneringen heen te gaan, in rust af te wachten tot die emotionele bal weer oploste.

Het duurde meer dan een half uur… toen stond ze op, strekte zich strijdbaar uit en schreeuwde door de woonkamer: “Ik wil dat jullie me zien! Ik wil eindelijk wel eens gezien worden!”

Ze liet zich weer op de bank vallen en begon te huilen met gierende uithalen. Ze jammerde steeds opnieuw: “Ik wil dat jullie me zien!” “Ik ben er ook nog!”

Langzaam maar zeker kwam het besef, dat daar haar probleem gezeten had. Ze had zich van jongs af genegeerd gevoeld, niet gezien, onbelangrijk. O ja, Martin had haar gezien, maar hij had de gapende wond niet kunnen genezen. Hij hield van haar, ze wist het, twijfelde er niet aan. En zij hield van hem, dus het was goed. Maar die gapende wond in haar ziel, die hunkering om echt gezien te worden, die hadden ze allebei niet herkend, en er dus ook niets mee kunnen doen.

En nu, nu gebeurde het spontaan, vanuit haar binnenste, wist ze van Annerieke en Huib. Annerieke, haar trouwe vriendin, die altijd een echte vriendin voor haar geweest was, met wie ze een veel hechtere band gehad had dan met die andere vriendin, maar van wie ze zichzelf had losgeweekt omdat ze de bijzondere relatie die Annerieke met Erik had, en die zij in haar eigen huwelijk niet herkende, niet langer kon aanzien. Ze was oprecht blij, dat die vriendschap nu hersteld was. Het was goed tussen Annerieke en haarzelf.

Elly glimlachte bij de herinnering aan de dag dat ze weer bij elkaar kwamen. Het was zo goed, Annerieke begreep haar volkomen, maar spoorde haar ook aan om de diepte van het proces in te gaan.

De gedachte kwam naar boven, dat de gapende wond van het niet gezien worden, ook niet door Annerieke opgelost werd, dat Annerieke dat ook niet zou kunnen oplossen. ‘Ik moet hier zelf doorheen,’ besefte Elly, ‘en daar heb ik net een begin mee gemaakt.’

De vraag hoe het nou zat met schilderen, wat haar hart had, kleine schilderijtjes of muurschilderingen, leek niet meer zo belangrijk. Ergens kwam er een vaag besef, dat ze voor muurschilderingen had gekozen, onbewust, omdat ze gezien wilde worden. Eigenlijk had ze geprobeerd om het door de grootte van een muurschildering uit te schreeuwen: ‘Kijk mij nou, ik ben er ook, ik kan dit, ik druk mijn stempel ergens op, ik ben belangrijk, ik ook! Ja, ik ook!’ Het vermoeden werd sterker, dat ze daarom voor supergroot gekozen had, terwijl het kleine, alleen zo’n reiger met een goudvisje, net zo bijzonder was.

Elly stond op, strekte zich eens goed uit en liep naar de badkamer.

“Ik word er niet mooier op als ik zo vreselijk gehuild heb…” mompelde ze tegen haar spiegelbeeld. Ze pakte een washand en liet er koud water overheen stromen. Ze koelde haar gezicht, een paar keer achter elkaar, droogde zich af en keek opnieuw in de spiegel.

“Hmm, mijn ogen moeten nog een beetje bijtrekken, maar verder gaat het wel.”

Ze haalde een borstel door haar haren en wreef met haar handen zachtjes over haar gezicht. Het voelde goed, ze realiseerde zich, dat ze zichtbaar was door wie ze was. Daar had ze haar werk of haar hobby niet voor nodig. Ze glimlachte tegen haar spiegelbeeld. “Ik word steeds meer wie ik ben, en ik begin mezelf te zien…” Ze was verrast door de laatste woorden die ze uitsprak en herhaalde ze: “Ik begin mezelf te zien…. Ja, ik begin mezelf te zien! Wow, dat is een goeie! Dat is waar het om gaat! Ik begin mezelf te zien!”

Elly liep naar de kamer waar ze haar schilderspullen had opgeruimd. In een open kast had ze al haar potten verf neergezet, kleur bij kleur, zodat ze makkelijk kon vinden wat ze nodig had. Tegen de zijkant van de kast stonden de kratten die ze voor vervoer gebruikt had. Ze pakte een krat, nam hem mee, legde hem in haar auto en stapte achter het stuur. Bij de Action parkeerde ze en nam haar krat uitgevouwen mee naar binnen. Ze nam een mandje op wielen en plaatste haar krat er bovenop. Ze liep naar het pad waar ze schildersspullen kon vinden. Ze zag een mooi assortiment schildersdoeken, die ze altijd voorbij gelopen was sinds die ene keer dat ze op een groot doek gewerkt had. Ze pakte een doek waarvan ze zeker was dat daar een reiger met een goudvis op paste. Een paar kleinere, vierkante doeken… Elly probeerde te bedenken en te voelen wat ze nodig had, wat ze wilde. Uiteindelijk had ze haar krat bijna vol. Ze keek nog even verder tussen de schildersspullen, maar wist dat ze niet echt iets nodig had. Bij de penselen bleef ze echter staan. Ze had prima penselen, en toch besloot ze ineens dat ze deze mee wilde nemen. Dat voelde een beetje als een nieuwe begin met nieuwe penselen. Ze had geen idee of de kwaliteit goed was, maar dat zou snel genoeg blijken.

Ze had op haar gemak verder door de winkel willen dwalen, maar ze voelde een verlangen opkomen om straks, voordat ze zou gaan koken, nog aan een schilderijtje te beginnen. Daarom liep ze naar de kassa, sloot aan in de rij. De klant voor haar, een jongeman, draaide zich om: “Zo, u houdt vast van schilderen!” En toen Elly knikte: “Wat schildert u?”

“Bijna altijd dieren en planten, maar meestal net anders dan in werkelijkheid. Ik heb een keer een reiger geschilderd in helderblauwe tinten, en met een goudvisje in zijn snavel. Een mix van realiteit en fantasie. Ik vind het leuk om daar een beetje mee te spelen. Wacht, ik heb er een foto van op mijn mobiel…”

Elly haalde haar mobiel tevoorschijn en zocht de website die ze met Huib en Margreet deelde op, vond de foto en zoomde een beetje in op de reiger. “Kijk maar, deze.”

“Oh, wat grappig! Weet je, toen je het net zei, vroeg ik me af of de natuur dan niet mooi genoeg was, maar dit is gewoon echt leuk. Maar dit lijkt geen gewoon schilderijtje.”

“Nee, dit is onderdeel van een muurschildering,” zei Elly, terwijl ze hem de complete foto liet zien.

“Dat is echt prachtig geworden, maar je gaat nu kleiner werken?”

“Ja…” zuchtte Elly, “dat is een heel verhaal!”

“Je maakt me nieuwsgierig, wil je het vertellen? Of liever niet?”

“Jawel, maar je bent bijna aan de beurt. Als je het graag wilt horen, wil ik het je buiten wel even vertellen.”
“Goed, doen we, ik wacht daar wel op je,” antwoorde de jongeman.

En inderdaad, toen Elly met haar volle krat buiten kwam, stond hij daar op haar te wachten.

“Ik ben Herman trouwens, en ik hou ook van schilderen, maar dan vooral het grove werk, houtwerk van huizen schilderen en zo.”

“Dat moet ook gebeuren, Herman, daar knappen huizen meestal goed van op. Ik heet Elly en mijn verhaal…”

Elly vertelde hem over haar muurschilderingen, haar idee dat het helemaal bij haar paste, en waar ze uiteindelijk tegenaan gelopen was. Ze beschreef globaal waar ze die ochtend doorheen gegaan was en dat ze nu wilde uitproberen wat het met haar zou doen als ze kleine schilderijtjes zou gaan maken.

Herman was een goede luisteraar. “Ik denk dat ik je proces wel begrijp, ik heb iets soortgelijks meegemaakt. Ik werkte bij een schildersbedrijf, maar voelde me daar opgejaagd en in een stramien gedrukt. Ik ben daar uit gestapt en ben voor mezelf begonnen. Dat bevalt me prima! En jij, als je een rij schilderijtjes klaar hebt, waar ga je ze dan neer zetten?”

“Ik heb een kamer met een paar open kasten. Daar staan mijn potten verf in, maar een groot gedeelte is nog leeg. Dus ik denk dat ik ze daarin ga zetten. Voorlopig heb ik ruimte genoeg!”

“Ontzettend leuk Elly, ik hoop dat we elkaar nog een keer tegenkomen, en dat ik dan enthousiaste verhalen van je hoor!”

“Dat zou leuk zijn ja! Bedankt voor dit gesprek, ik vond het fijn Herman!”

“Ik ook, fijne dag verder!”

Een fijne dag, ja, dat was het eigenlijk al, door waar ze doorheen gegaan was en door de nieuwe plannen die ze had. Hermans vraag, waar ze ze neer ging zitten, hield haar onderweg nog wel bezig. Als dit haar nieuwe hobby zou worden, zou de kast vol raken, en dan? Van deze schilderijtjes ook foto’s op de website zetten? Ze besloot zich daar nog niet druk over te maken. Eerst zou ze maar eens aan de slag gaan, uitproberen, en voelen wat het met haar deed.

Naar hoofdstuk 18. Ineke ontmoet Rosalie

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb