Martin legde diezelfde dag nog contact met Maurice en ervaarde dat ze met z’n vieren meer dan welkom waren om een paar dagen bij Maurice en Jacqueline te komen logeren.
De volgende ochtend al vertrokken ze zodra de spits voorbij was. Ze hadden bedacht, dat als ze geen noemenswaardig oponthoud zouden hebben, ze bij Maurice en Jacqueline zouden kunnen lunchen. Helaas hadden ze wel oponthoud en kwamen ze pas om twee uur aan.
Het welkom was hartelijk, bijzonder hartelijk. Jacqueline nodigde hen aan tafel, waarbij ze heel duidelijk liet merken dat het voor henzelf geen enkel probleem was geweest om op hen te wachten.
“Eigenlijk hebben we zelden meer een hongergevoel. Om eerlijk te zijn, lunchen we normaal gesproken nauwelijks. Maar we vinden het gezellig om jullie aan tafel te leren kennen, dus ga lekker zitten en tast toe. Ik zal nog even koffie halen voor de liefhebbers.”
Ze keek het kringetje rond en zag dat iedereen zin in koffie had.
Nadat ze de koffie rondgedeeld had, keek ze Martin aan op de manier die voor Maurice al zo herkenbaar geworden was.
“Martin, jij bent opgegroeid met de bijbel, met het christelijk geloof of je bent op een andere manier in de strikken van zondeverhalen en dergelijke terecht gekomen. En dat heeft je enorm vastgezet. Ik prijs je moed om te doen wat je denkt dat goed is, om los te breken uit die gevangenis, en ik ben oprecht blij dat het je al zover gelukt is. Waar je echter nog mee kampt zijn schuldgevoelens, schaamte en gevoelens van minderwaardigheid. En ja, je hebt in het verleden dingen gedaan die je achteraf liever niet had gedaan. Dat hebben we allemaal, we hebben allemaal van die dingen waarvan we denken: ‘had ik dat maar anders gedaan!’ Maar weet je, alle verhalen over zonden, schuldig zijn en al zulk soort meer, zijn als een gif in je bloed gaan zitten, waardoor je het gevoel blijft houden dat je niet meer rein bent, dat je schuldig bent, dat je feitelijk verkeerd bent. En er lijkt geen weg te zijn om ooit rein en goed te worden. Dat gif, dat jou blijft veroordelen en dat jou veel meer krachteloos maakt dan je zou willen, dat gif stroomt je bloed uit, het stroomt weg. Ik zie dat je buikpijn krijgt…”
Jacqueline ging staan en wees naar zijn buik. “Ik focus op die pijn, die gaat weg, klopt dat?”
Martin knikte verbaasd.
“Die pijn werd veroorzaakt doordat al dat gif daar samenstroomt. En de pijn is nu weg, doordat ik er op focuste. Die pijn was vooral emotioneel van oorsprong, maar dat neemt niet weg dat het kan zijn dat je straks dunne ontlasting hebt. Dat heeft niets te maken met een virus, dat is hooguit een manier van je lichaam om het gif kwijt te raken. Weet je, lieve mensen, alles wat geestelijk en emotioneel is, en dan bedoel ik nu even in negatieve zin, alles wat je vastgezet heeft, alles wat je verwond heeft, geeft ook problemen in je lichaam. Rugpijn, hoofdpijn, schouderpijn, noem maar op, dat zijn vrijwel altijd gevolgen van emotionele problemen. Door de jaren heen hebben we allemaal meer last gekregen van emotionele verwondingen, overtuigingen en allerlei andere dingen waardoor we vast kwamen te zitten. De laatste jaren is er echter een proces van innerlijke genezing in gang gezet, wereldwijd. Dat betekent dat we nu op de weg terug zijn. Waar we eerst bergafwaarts gingen, gaan we nu bergopwaarts. Waar we echter tegenaan lopen, zijn de verschijnselen van het bergafwaarts gaan. Zoals die spanningspijnen die we in het verleden gehad hebben, die komen terug! Hoe kan dat? Nou, als je je dat vastzetten voorstelt als tentakels, als haken, niet alleen in je ziel, maar ook in je lichaam, dan kun je je denk ik wel voorstellen, dat als de kracht van je ziel zulke tentakels gaat losmaken, het op diezelfde plekken pijn gaat doen. Dingen die vastzaten in je ziel en in je lichaam, komen los. Wat we om ons heen ervaren, is dat mensen meestal kortere tijd daar last van hebben, dat het in de meeste gevallen best snel overgaat. Maar soms duurt het weken, maanden, vooral als het om rugklachten gaat. De last die je op je rug hebt liggen, ja toch Marcel? Jij kent dat, die last op je rug. De wereld die je op je schouders genomen hebt… En het verlangen om de wereld te redden, of op z’n minst te helpen, is een mooi verlangen, alleen kunnen we het vaak niet zoals we willen en dan wordt ons verlangen een last. Die last moet eerst van je rug af, om zelf innerlijk verder te kunnen genezen. Die last komt nu los van je rug, en glijdt van je rug af, en je zult merken dat dat je rugspieren in verwarring lijkt te brengen. Dat komt doordat ze hun originele plaats weer moeten gaan innemen, weer aan hun originele werk moeten gaan wennen. Dat kan je een wiebelig gevoel geven. Probeer maar eens uit, ga maar voorzichtig staan, je zult voelen dat het lijkt alsof je rug het niet aan kan.”
Ze keken allemaal toe hoe Marcel ging staan en in de lach schoot. “Het lijkt wel of ik een beetje dronken ben. Collega, kun je me even een blaastest afnemen?” Ze lachten met hem mee, vooral ook blij, omdat ze merkten dat hij verlichting ervaarde. “Die last is echt weg, het voelt echt heel anders.”
“Dat geeft je ziel nu veel meer ruimte om jou krachtiger te genezen en ook krachtiger naar je omgeving te worden. Maurice, wil jij nu even uitleggen waarom je onze gasten voor een paar dagen uitgenodigd hebt, terwijl dit per persoon maar een paar minuten duurt?”
“O ja hoor, dat wil ik graag! Hoe het precies bij de dames gesteld is, weet ik nog niet, daar zal Jacqueline waarschijnlijk nog wel indrukken over krijgen, maar ik weet wel, dat toen ik jou, Martin, aan de telefoon kreeg, en je verhaal hoorde, over jullie werk bij de politie, dat ik de zwaarte van jullie problemen voelde en wist dat we iets meer tijd met jullie mochten doorbrengen. Wat net gebeurd is, is een goeie start, Marcel voelde dat al. Met jou lijkt het ook al beter te gaan, toch Martin?”
Martin knikte: “De buikpijn is in elk geval weg, hoe het met al die schuldgevoelens gaat, dat weet ik niet, dat zal de tijd nog wel leren, als ik tegen dingen aanloop, denk ik.”
Maurice grinnikte: “En dat is nou precies de reden voor die paar dagen. We zitten op elkaars lip, met z’n zessen. En we zullen praten over jullie werk, jullie mogen hier kwijt wat je officieel kwijt kunt, al je frustraties en wat nog maar meer naar boven komt. En ook over jullie privéleven, jullie relaties met jullie vrouwen, met mensen om je heen. Het maakt niet uit. Alles mag op tafel komen, waar jullie maar over willen praten. Niets tegen jullie wil in, laat dat duidelijk zijn. Hoogstwaarschijnlijk gaan Jacqueline en ik wel in pijnpunten prikken, dan weet je dat vast. Dat doen we niet om te pesten, dat doen we in veel gevallen niet eens bewust, niet opzettelijk. Het is mij regelmatig overkomen, dat Jacqueline iets tegen me zei, iets dat rechtstreeks vanuit haar ziel kwam, en waar ze op dat moment ook geen seconde aan twijfelde, iets dat bij mij in verwondingen prikte, iets dat overtuigingen los trok. Vaak pijnlijk, frustrerend, maar broodnodig! Op het moment dat ik dan overhoop ging, was zij naast me en begon ze zich regelmatig af te vragen wat ze gezegd had, en dan pas kreeg ze door, dat ze een ‘waarheid’ gesproken had die ik op dat moment nodig had. Een ‘waarheid’ die misschien wel op een soort leugen gebaseerd was. Weet je, we zijn gewend om te geloven in vaste waarheden. Iets is waar en kan niet een poosje later niet waar zijn. Absolute waarheden, zoals je die vooral in religies veel terugvindt. Daarom zijn religies ook zo gevaarlijk. Maar goed, de waarheid van je ziel, is niet zo constant, zeker niet absoluut! De waarheid van je ziel, dat is dat wat jouw ziel jou op dat moment vertelt, dat wat jij op dat moment nodig hebt. Dat kan zijn om weer een stukje te genezen, maar het kan ook zijn dat het om een stukje leiding gaat, om iets wat je op dat moment moet doen, om welke reden ook. Soms wordt dat heel duidelijk, soms totaal niet. Wij hebben het meegemaakt dat onze ziel ons vertelde om op een bepaald tijdstip naar een bepaalde plaats te gaan. Klip en klaar, als een commando van hogerhand! Geen idee waarom het dan zo moest, maar… als we daar dan kwamen, bleek onze aanwezigheid, door de kracht van onze ziel, dingen te voorkomen, oplossingen te geven, genezing te brengen. Zoals Jacqueline net naar jouw buik wees, Martin, zo is dat regelmatig gebeurd, dat mensen vreselijk pijn hadden, en we, ogenschijnlijk als een stel domme ramptoeristen, naar die mensen wezen en ze overeind kwamen, of hun hoofd loslieten, en dat de pijn weg bleek te zijn. Missie volbracht! Waarschijnlijk hebben zulke mensen dan op zo’n moment ook een flink stuk hulp gekregen bij hun emotionele genezing, maar dat hebben we ze natuurlijk niet gevraagd. Voor deze dagen dat jullie hier zijn, kun je dus verwachten dat je getriggerd gaat worden. Wij hebben nu nog geen idee hoe, en waarin, maar dat het gaat gebeuren, daar mag je zeker van zijn. Dit gaan dagen worden die vol zullen zitten van kracht, licht en echte liefde, dus geen lief gedoe zoals de wereld ons voorschrijft. Wij hebben het beste met jullie voor, echt het beste, dat durf ik zonder overdreven gedoe te zeggen. Het beste is namelijk dat jullie een flink stuk verder zullen zijn in jullie innerlijke genezing als je terug naar huis gaat. We verwachten, dat als jullie over een paar dagen weer met jullie collega’s op pad gaan, beste mannen, dat jullie zullen ervaren dat jullie veel krachtiger geworden zijn. En jullie, dames, werken jullie ook buitenshuis?”
Elly en Janny keken elkaar aan. Janny knikte, om aan te geven dat Elly mocht beginnen.
“Ik werk twee dagen per week in een kringloopwinkel. Voorheen werkte ik daar bijna fulltime, maar ik heb inmiddels mijn oude hobby, schilderen, herontdekt en opgepikt, en daarom werk ik nu minder in de winkel, zodat ik meer bezig kan zijn met waar ik werkelijk van geniet. Ik weet niet, het voelt raar om te zeggen, maar ergens ervaar ik dat het hier normaal is om het zo te zeggen. Ik voel me gedreven, gedrongen om te schilderen, alsof er iets in mij is, dat eruit moet!”
“Oh yeah! Dat is de kracht van je ziel, Elly!” reageerde Jacqueline. “Die stroomt door de kanalen naar buiten, naar je lichaam. Ik noem je lichaam even jouw buiten. Het stroomt in jouw geval naar je handen. Klopt het dat het alleen naar je handen stroomt, of schilder je ook met grote bewegingen, met je armen, misschien zelfs wel bijna dansend met je hele lichaam?”
Elly keek haar verbaasd aan. “Nee, nooit, ik heb in het verleden wel muurschilderingen gemaakt, en daarbij ontdekt dat ik met de zachte kant van een schuursponsje grotere stukken kon schilderen, achtergronden. Bijvoorbeeld op een muur waarop ik diepzeeleven schilderde, heb ik de muur eerst helemaal op die manier in blauwtinten geschilderd, of eigenlijk geveegd, met zo’n schuursponsje. En daarna heb ik er met penselen meer nuances in aangebracht, voordat ik planten en dieren ging schilderen, het fijnere werk. Maar ik ben op een gegeven moment door een stuk proces heen gegaan, waarin ik ontdekte dat ik eigenlijk helemaal niet op muren wilde schilderen, maar gewoon op doeken die ik bij de Action koop. Dat proces had ook te maken met het feit dat ik niet bij vreemden wil logeren, een paar dagen weg van huis en zo…”
Jacqueline knikte: “Dat begrijp ik heel goed. Maar er zijn ook andere manieren. Schildersdoeken die je kant en klaar kunt kopen, zijn fijn voor kleinere schilderijen. Maar je kunt ook je eigen schildersdoeken maken, en dat is wat ik nu voor me zie. Dat je iets van hardboard of zo koopt, op maat gezaagd, een grote maat, en dat zelf behangt met het type behang waar je voorheen op schilderde. Of dat je een groot frame in elkaar zet, canvas koopt en dat er overheen spant.”
Jacqueline stopte, merkte dat Elly het voor zich zag.
“Dus als ik zo’n soort allemachtig groot schildersdoek maak… Martin, dan heb ik eigenlijk een kamer beneden nodig, want zo’n doek krijg ik niet naar boven!”
Martin lachte. “Ik zou niet weten hoe we een kamer kunnen aanbouwen, maar we kunnen wel de boel omwisselen. De eethoek naar boven en op de plek die dan vrij komt een ruimte maken waar jij je gang kunt gaan.”
“Kom op man, dat ziet er niet uit!” protesteerde Elly.
“Wat is er belangrijker, Elly, dat jij tot je doel komt, of dat de kamer er uitziet zoals men vindt dat het er uit moet zien?” vroeg Maurice.
Ze keek hem nadenkend aan. “Ik voel dat je gelijk hebt, maar het voelt alsof ik dan alle ruimte inneem…”
“En daar zit de verstopping die ervoor zorgt dat je nog niet volledig tot je doel komt,” reageerde Jacqueline. “Mag jij ruimte innemen? Mag jij een flink stuk ruimte innemen? Ik zeg jou, jij moet ruimte innemen! Het is goed als jij veel ruimte gaat innemen! Dat heeft alles te maken met wie jij bent! Dat gevoel dat jij al snel te veel ruimte inneemt, maakt dat je gas terugneemt, dat je jouw waarde eigenlijk niet echt goed kunt zien, niet goed kunt ervaren. Die blinde vlek gaat nu verdwijnen, zodat je voluit kunt ademen en zien, vrijuit kunt bewegen en kunt zijn wie je werkelijk bent. Ik daag jullie uit om een zo groot mogelijk stuk van de woonkamer voor jouw schilderwerk klaar te maken. Of anders, dat je een ander huis gaat zoeken waarin je beneden een kamer hebt, die je voor schilderen kunt gebruiken. En ga samen kijken waar je die immens grote doeken kunt bewaren als ze klaar zijn. Je hebt een schone ruimte nodig, waar je je schilderijen neer kunt zetten.”
“Ik denk dat we Karel eens moeten polsen…” begon Martin.
“Goed plan,” zei Maurice, “mail hem meteen maar. Leg hem uit wat de bedoeling is… Trouwens, ik denk dat je met die doeken wel rekening moet houden met de deurhoogte waar die doeken doorheen moeten, zowel in je eigen huis als bij eventuele kopers.”
Elly keek wazig voor zich uit. “Ik moet denken aan de digitale galerie. Daar staan mijn foto’s op. Ik weet dat er visie is voor een echte galerie, een gebouw dus. Als ik in zo’n gebouw zou kunnen werken, terplekke… Nee, dat is het ook niet. Dan nog zit je met de situatie dat het niet verhuisd zou kunnen worden naar andere gebouwen of huizen.”
“Toch denk ik dat je het in je achterhoofd moet houden,” zei Jacqueline. “Laat je maar leiden, bij elk schilderij opnieuw. Bedenk dat er mensen die werkelijk van zulke grote huizen en gebouwen hebben… En bedenk dat jouw ziel heel goed weet voor wie jouw volgende schilderij bedoeld is. Maar voor nu, ga op zoek naar mogelijkheden. Misschien kun je gewoon blijven wonen waar je nu woont, maar heb je een grotere ruimte nodig waar je kunt werken. Dan ben je weliswaar niet thuis, maar wel in je eigen ruimte.”
Maurice stond op, haalde uit de keuken een rolmaat tevoorschijn en mat de maat van de deur. “Rechtop kan hier een doek van twee meter breed doorheen. De vraag is dan alleen hoe het zit met de lengte van het doek, want je moet in vrijwel alle huizen ook bochten kunnen maken.”
“Als die twee meter nou de lengte is, in plaats van de breedte…” bedacht Elly. En dan een breedte van een meter of zo, dat moet in bijna alle huizen wel kunnen. En daarnaast mag ik er inderdaad op gaan vertrouwen dat mijn ziel me wel aan zal geven als ik een absurd groot schildersdoek moet maken.”
“En zo heb je in elk geval een goed begin!”
Martin kwam er tussendoor: “Ik heb Karel gemaild, uitgelegd wat Elly gaat doen, en gevraagd of hij daar een plek voor weet. Of een heel huis, zodat we dus gaan verhuizen, of een werkruimte in de buurt. Oh, ik lijk al iets terug te krijgen. Ja, warempel, die zoon van jullie is een snelle rakker! In een dorp verderop wonen twee vrouwen, die een heel groot huis hebben. Ze hebben beneden twee forse kamers over, en zouden het prima vinden als daar een soul-kunstenaar komt.”
Maurice schoot in de lach: “Mail hem eens terug, vraag of hij het huis van Katja en Maureen bedoelt.”
“Katja en Maureen? Van die glasscherven en… uhm kaarsvetbeeldjes?” vroeg Elly.
“Ja, de beschrijving lijkt die richting in te wijzen,” zei Maurice. “We zijn bij hen geweest, kijk maar, die hebben we van Maureen gekocht, die bruidsjurk.”
Maurice wees naar de zithoek, waar de bruidsjurk op een plankje tegen de muur stond.
Elly knikte: “Prachtig, die bruidsjurk… Maar nog even naar die schildersdoeken… Ik zit te denken he, zou ik die plakkaten van twee bij pakweg één meter niet gewoon de trap op kunnen krijgen, zodat ik thuis kan werken? En als ik niet genoeg ruimte over heb om schilderijen die klaar zijn, op te slaan, dan zouden we het logeerbed naar de zolder kunnen verhuizen en de logeerkamer tot opslagruimte bombarderen.”
“Zo, dat is het!” riep Jacqueline uit. “Dat is de eerste verandering die ik nu al bij je proef, ruimte maken voor jezelf. Natuurlijk is het leuk als mensen kunnen komen logeren, maar geef ze inderdaad die zolder maar. Jij woont er, anderen komen hooguit een paar dagen! Martin, kun jij er wat mee?”
“Thuiswerken en de logeerkamer leeghalen zodat je daar je grote werken neer kunt zetten? Dat lijkt me een super plan. Je zou zelfs kunnen kijken hoe de lichtval is, of je liever in die logeerkamer werkt en je spullen in je huidige hobbykamer opslaat. Maar het idee dat je die twee kamers ervoor gaat gebruiken daar zeg ik volmondig ‘doen’ op!”
“En die mail naar Karel dan?”
“Hij mailde net terug dat het inderdaad die woning van Katja en Maureen is. Ik mail hem wel terug dat je ineens op een ander idee kwam, waardoor je toch thuis kunt werken,” zei Martin.
“Doe hem de groeten van ons,” zei Jacqueline.
Martin grijnsde: “Zal ik doen!”
Even later ging de telefoon van Maurice. “Hey pa, met Karel. Hebben jullie bezoek vanuit hier?”
“Ja jongen, rasechte Limburgers, twee echtparen, door Huib hierheen verwezen. Ze blijven een paar dagen logeren! We zijn nog even bezig op het moment, dus ik ga weer ophangen. Spreek je later!”
“Zo, kort maar krachtig!” reageerde Janny.
“Ja joh, dat kan, als de relatie goed en open is,” glimlachte Maurice.
“En als we het dan toch over relaties hebben,” ging Jacqueline daarop door, “dat is echt een dingetje bij jou, Janny. Jullie hebben het goed samen, maar om iemand echt heel dichtbij te laten komen… dat is lastig he? Na alles wat je van jongs af hebt meegemaakt, ogenschijnlijk geen ernstige dingen, maar toch dingen die je verwond hebben, heb je automatisch een onzichtbaar schild voor je hart gezet. Je verlangen is, dat Marcel dichtbij komt, dat je echt één met hem bent, maar ergens voel je nog steeds dat er iets tussen zit. En dat kan nu weg, zodat jullie elkaar nog dichter kunnen naderen, echt kunnen samensmelten. En dan heb ik het over soulniveau, soulconnectie, volledige eenheid.”
Janny trok een vies gezicht. “Ik voel ‘m gaan, alsof er een plaat hier wegschuift.” Ze bewoog met haar handen vanaf haar hart naar haar zij en zuchtte opgelucht. “Zo, dat akelige gevoel is weg! Zou dat echt helpen, denk je?”
“Dat mag jij ons de komende tijd vertellen. Ik verwacht van wel, maar ik ben geen waarzegger!” zei Jacqueline met een vrolijke lach. “Hebben jullie genoeg gegeten? Dan ruim ik even af! Ja hoor, je mag gerust helpen,” zei ze tegen Martin, toen ze hem zag gebaren. Martin stond op en begon de borden te stapelen en het bestek er bovenop te verzamelen.
Even later zaten ze in de zithoek, waar ze nog een mooi kunstwerk ontdekten: een eenvoudige pop met een prachtige paarse jurk van een stof die fluweelachtig aandeed. Janny ging er op haar hurken bij zitten om het van dichtbij te bekijken.
“Dus jullie hebben hem gekocht,” glimlachte ze. “Elly liet hem laatst op de galerie-website zien.”
“Ja, die heeft Bianca gemaakt. Zij is de partner, de soulmate van Karel, onze zoon. Misschien kennen jullie haar wel, ze heeft het laatste jaar gewerkt op Bloemenhof, huishoudelijk werk.”
“Nee, ik ken haar niet. In de tijd dat ik daar wel eens op het landgoed geweest ben, werkten Margreet en Lisa volgens mij nog in de huishouding,” zei Janny.
“Ik heb haar wel eens gezien,” vertelde Elly. “Annerieke is mijn vriendin, dus ik kom er nog wel eens. En zodoende heb ik Bianca een keer gezien. Ze hebben een zoontje he, of… dat jongetje heeft een andere vader… toch?”
“Ja, biologisch gezien wel ja, maar Karel heeft hen als een dubbelpakket van vreugde ontvangen!”
“Gaaf…” verzuchtte Elly.
“Nou, echt wel!” reageerde Janny. “En dit jurkje, dat is werkelijk een kunstwerkje. Ik naai zelf ook, maar dan kleding van mijn eigen maat. Ik werkte net als Elly eerst bijna fulltime in een winkel, in een kledingwinkel, maar een tijdje geleden heeft mijn vriendin Hannie twee dagen van me overgenomen. En op onze vrije dagen naaien we heel veel. Grotendeels met de machine, maar de kleinere dingen, details en zo, met de hand.”
“En dat kan ze goed! Ik heb ze gezien, ze zijn echt prachtig, ook kunstwerken,” prees Elly.
“Ja, komende week gaan Hannie en ik foto’s van onze kleding maken en waarschijnlijk ook van elkaar in die kleding, en dan die foto’s opsturen naar de website, die van de galerie.”
“Welkom thuis, Janny, wij zijn er kortgeleden ook toegevoegd, en dat voelt gewoon goed. Allemaal mensen die vanuit hun ziel creatief bezig zijn, prachtig!” zei Jacqueline.
“Ja, echt wel, Huib en Margreet zijn er samen met mij mee begonnen, toen ik die muurschilderingen nog deed. En in eigenlijk best wel korte tijd zijn er steeds meer mensen bij gekomen,” vertelde Elly. “Oh wacht eens, laatst gingen er berichten rond dat de site zoveel krachtiger was geworden. Dat hadden jullie dus op je geweten, hahaha, geweldig!”
“Ja, we voelen er ons elke dag schuldig over,” grinnikte Maurice.
“Dat geloof ik graag!” lachte Elly.
“Hoe hebben jullie dat dan gedaan?” vroeg Janny.
Maurice legde uit, dat de kracht en het licht die in je ziel zijn, steeds meer naar buiten stralen als je geneest, waardoor je de mensen om je heen helpt in hun genezing en hen krachtiger maakt. “En we hebben op een avond gewoon alle foto’s van alle kunstenaars zitten bekijken. Dan bekrachtig je met wat er uit je ziel straalt de kunstenaars die het gemaakt hebben, en de kunstwerken zelf, en ook de site op zich, de webbeheerder. Alles, iedereen die erbij hoort!”
“Wat bijzonder, ik heb er via de Bloemenhof-familie wel eens iets over gehoord, maar dat het zo sterk zou kunnen werken…”
“En dat wordt steeds sterker. Dus hoe meer jij geneest, hoe meer kracht er ook via jouw zelfgemaakte kleding, via de foto’s op de site en via de verkoop, verspreid zal worden. Daardoor wordt de wereld steeds lichter. Bloemenhof is een sterk basispunt van genezing, en dankzij hen is die galerie bezig een enorme vuurbal te worden!”
Janny glimlachte, begreep nog niet helemaal hoe het werkte, maar ze voelde dat er iets moois aan het groeien was, iets dat de hele wereld beïnvloedde.
.
Gedurende de logeerpartij gebeurde het inderdaad regelmatig dat de gasten getriggerd werden, dat er in hun verwondingen geprikt werd. Ze merkten dat Maurice en Jacqueline dat niet met opzet deden, maar dat dingen gewoon met kracht vanuit hun ziel boven kwamen. Elke keer opnieuw was het een poosje lastig, soms maar een paar seconden, soms wel een half uur of nog langer, maar toen ze afscheid namen om weer naar huis te gaan, konden ze allemaal concluderen dat ze zich na deze intensieve dagen veel vrijer en krachtiger voelden.
Het afscheid was hartelijk, vrolijk en vol blijdschap om de vernieuwing. Maurice en Jacqueline, omarmd voor hun huis staand, zwaaiden hen na.
“Dat was een goeie tijd, Jackie,” zei Maurice. “En weet je waar ik nu naar verlang?”
“Nou?”
“Naar jou!”
.
Twee weken na hun logeerpartij namen Martin contact op met Marcel.
“Hoe gaat het bij jou?” vroeg Martin.
“Met mijzelf wel goed, maar op het werk… ik vind het lastig man, ik zie wel resultaat, maar ik merk ook dat collega’s me bijna angstig aankijken, doordat ik veel krachtiger dan voorheen uit de hoek kom. En andere reageren agressief, alsof ze door een bij gestoken werden. En bij jou dan?”
“Met mij en op het werk precies eender. Ik heb het er net met Elly over gehad, en zij opperde het idee om contact op te nemen met Maurice en Jacqueline. Misschien willen ze een keer langs komen om het hele corps te bestoken.”
Marcel lachte. “Klinkt wel goed, maar zou dat werken?”
“Ik weet het niet. Ik heb een paar keer een collega een indruk doorgegeven, iets wat zomaar op kwam zetten. Ik voelde me er niet echt comfortabel bij. Eigenlijk zou ik wel eens van hen allemaal persoonlijk willen weten hoe ze er over denken, wat ze erbij voelen. Ik denk dat ik er gewoon een mailtje naar Noord-Holland aan ga wagen.”
“Goed, Martin, ik vind het spannend, maar ik sta achter je. Laat maar weten wat Maurice en Jacqueline ervan vinden!”
“Doe ik!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb