Nadat het gebouw klaar, het houtwerk boven de ramen afgewerkt was, en Simon het gebouw had opgeleverd, werden de muren geschilderd en behangen in roomwit en de meest lichte vorm van beige, werd linoleum met het patroon van houten latten gelegd en werden de eerste meubels, voor een gezellige zithoek, door de kringloopwinkel bezorgd.
Het kwartet, bestaande uit Patrick, Bea, Rosalie en Ineke, had hulp gekregen van mensen van Bloemenhof, zowel hulp in het centrum zelf, als uitnodigingen om ’s avonds bij Huib en Margreet te komen eten.
In het begin hadden ze samen een artikel samengesteld voor de plaatselijke en regionale kranten, had de link van de website via verschillende accounts op Facebook en Twitter zijn weg gevonden en waren de eerste mailtjes en telefoontjes al binnengekomen. Dat had nog geen aanmeldingen opgeleverd, maar vooreerst waren ze blij dat ze bekendheid kregen. De rest zou wel komen!
De medewerkers van de kringloopwinkel waren dankzij het artikel in de krant enthousiast, dachten mee, hielden spullen voor hen apart die ze misschien nodig zouden kunnen hebben. Ze dachten daarbij niet alleen aan meubels, maar ook aan speelgoed en zelfs laptops. Als er weer wat binnen kwam, gaven ze een seintje, zodat iemand van het kwartet even langs kon gaan om te kijken of ze de spullen wilden overnemen.
Voorlopig bestond het centrum uit vier kamers, een toiletgroep, een badkamer en een keuken. Een kleine kamer zou dienst doen als kantoor voor administratief werk. Vergaderen of iets dergelijks zou prima in de grote kamer met de gezellige zithoek kunnen.
Alle kamers hadden weliswaar een deur, maar ze hadden besloten die in principe open te laten, zodat het centrum één geheel zou zijn. Mocht iemand behoefte hebben aan afzondering, dan waren daar mogelijkheden genoeg voor. Ze waren eerst van plan geweest om verrijdbare schermen te kopen, maar ze hadden samen besloten om dat nog niet te doen, omdat er nog geen mensen waren die daar behoefte aan hadden.
Om ergens mee te kunnen beginnen, hadden ze wel een paar laptops, een stapel schriften, pennen en potloden gekocht. En leesboeken, voorleesboeken, plakboeken en allerlei knutselspullen.
In het begin hadden ze moeite gehad om te bepalen wat ze zouden kopen. Wat zouden ze nodig hebben? Wat er ook in hun gedachten was gekomen om aan te schaffen, hadden ze eerst binnen het kwartet overlegd. Samen probeerden ze aan te voelen of ze tot kopen moesten overgaan.
Ineke was met de vraag gekomen of er binnen ook planten moesten komen, waarop Rosalie met een wedervraag kwam: “Vind jij het leuk om planten te verzorgen? Heb je zin om dat te gaan doen?”
Ineke had diep nagedacht en geantwoord: “Soms wel, maar niet als een ‘taak’, zo van elke week moet het.”
“Patrick en Bea houden er ook niet van en ik ook niet, dus moeten we ze denk ik voorlopig niet kopen. Misschien later, een paar, als er iemand komt die het helemaal geweldig vindt.”
En zo waren ze bezig geweest met alles wat wel of niet gekocht moest worden. Zolang er nog geen aanmeldingen waren, zouden ze prima de gelegenheid hebben om tussendoor er iets bij te gaan kopen.
.
Ze waren druk bezig met inrichten, toen Huib naar het centrum kwam met een aanhangwagen achter zich aan.
“Hey Huib!” begroette Rosalie hem blij, “die kar hoort achter een auto hoor!”
“Dat zeggen ze ja, maar zo kan het ook, het is toch dichtbij! Het leek me makkelijker, ik kan zo overal makkelijk bij komen. Ik kom het hout voor de veranda brengen. Wat denk je, Rosalie, kan ik daar al mee aan de slag, of loop ik dan in de weg?”
“Dat kan makkelijk! Je bent er buiten mee bezig en wij binnen, dus doe maar gewoon!”
“Moet ik het niet eerst aan Patrick en Bea of aan Ineke vragen?” vroeg Huib.
“Nee hoor, ik mag ook besluiten maken, en ik weet dat ik dit kan beslissen, omdat wij er toch geen last van gaan hebben. Ik vind het fijn als je die veranda gaat maken, dan wordt het buiten ook steeds echter. Het je gezien dat er achter het centrum al een schommel is? En een speelrek, een klimrek? En bankjes, picknicktafels, het is echt gezellig.”
“Hierachter? Nee, heb ik nog niet gezien, ik ga even kijken, loop je mee?”
Samen liepen ze vrolijk pratend naar de achterkant van het centrum.
“Mooi, twee schommels zelfs, van verschillende hoogte. En die ringen, dat was het enige dat ik vroeger op school leuk vond, heerlijk zwieren!”
Huib pakte de ringen vast, verstelde ze tot zijn hoogte en probeerde het eens uit of hij het nog kon. Rosalie stond stralend toe te kijken: “Hoger Huib! Je kunt het nog steeds!”
Hij verraste haar door op een hoogtepunt om te draaien en aan de andere kant terug te draaien. Daarna sleepte hij op de grote mat die er onder lag en sprong er op het laatst vanaf. Hij verstelde de ringen weer naar de lagere stand, zodat Rosalie er ook bij zou kunnen.
Ze schudde haar hoofd: “Heb ik geen zin in, misschien een andere keer.”
Bea kwam de hoek om met een dienblad met mokken en een koffiepot. “Hey Huib, drink je even wat met ons mee? Patrick en Ineke komen ook zo.”
Rosalie pakte een groot glas water van het blad af. “Wat krijgen we nou, drink je geen koffie meer?” vroeg Huib verbaasd.
“Nee, ik was het ineens zat.”
Huib keek haar grijnzend aan: “Kan gebeuren jongedame! Ik heb er wel zin in, bedankt Bea. Hey Patrick, Ineke! Zeg, komt het jullie ook uit, als ik met de veranda aan de slag ga?”
“O jawel, wij zijn toch binnen bezig, ga je gang maar!” antwoordde Patrick.
Rosalie stootte Huib aan en keek hem met een schuin hoofd en opgetrokken wenkbrauwen aan, alsof ze wilde zeggen: ‘dat had ik toch al gezegd?!’
“Sorry Rosa, ben je nou boos?” vroeg Huib gespeeld deemoedig.
“Nee hoor, valt wel mee, jij moet ook nog dingen leren, komt wel goed met je!”
Huib schoot in de lach: “Dat hoop ik ook!”
.
Na de koffie ging Huib vrolijk aan het werk. Hij sloeg een paar palen de grond in en begon van daaraf horizontale balken te plaatsen die hij als basis zou gebruiken om de vloer van de veranda te plaatsen. Tegen het eind van de middag was de vloer klaar en had hij vanaf de voordeur een loopplank en een trappetje dat hij in zijn werkschuur al klaar gemaakt had, bevestigd, zodat zelfs rolstoelgebruikers eenvoudig naar de voordeur konden.
Huib vond het genoeg voor vandaag, en ging even naar binnen om de anderen te zeggen dat hij naar huis ging. “Morgen kom ik de balustrade-latten bevestigen. Ik heb ze allemaal al klaarliggen, dus dat is een kwestie van vast zetten.”
“Even kijken hoe het geworden is,” zei Ineke, en met haar liepen ook de anderen mee naar de voordeur.
“Prachtig joh, wat heerlijk breed!”
“Daarom heb ik hieronder ook wat kleinere van deze balken in de grond gestampt en daar overheen ook zulke horizontale balken gelegd als extra ondersteuning. We willen niet dat er iemand door de planken heen zakt, toch?”
“Goed doordacht Huib, en die loopplank met die trap al net zo, echt handig en mooi! Ik ben benieuwd naar de balustrade. Worden dat gladde latjes of…?”
“Nee, dat zijn speciale latjes, vertel ik nog even niets over, dat zien jullie morgen wel!”
“Goed joh, tot zover bedankt! En tot morgen!”
Huib pakte de aanhangwagen, stak zijn hand op als groet en ging naar huis.
.
De volgende ochtend na het ontbijt laadde hij keurig alle latjes in de aanhangwagen. Hij had ze versierd door er letters, cijfers, muzieknoten, gereedschap en nog veel meer dingen uit te zagen. Het zag er vrolijk en afwisselend uit.
Hij was nauwelijks op pad toen Sjaak hem tegemoetkwam.
“Ga je naar het ontdekkingscentrum? Goed als ik even meeloop? Ik wil het daar wel eens even zien, kijken of ik nog wat aan de tuin mag doen.”
“Ik vermoed van niet, ik heb het idee, dat ze daarmee wachten tot er een nieuweling bij komt die het tuinieren een beetje wil ontdekken. Ik heb begrepen dat ze dat zo met bijna alles doen, al hebben ze al wel een picknicktafel en wat speeltoestellen neergezet.”
“Ik kom gewoon even mee, en dan zien we wel!”
Het bleek rond het aanleggen van de tuin zo te zijn zoals Huib geopperd had.
“Geen probleem,” zei Sjaak, “als je mijn hulp een keer nodig hebt, geef je maar een seintje.”
Hij liep met Ineke mee naar binnen om te kijken hoe het vorderde.
“Prachtig, eenvoudig, maar echt mooi. Wanneer gaan jullie starten?”
“Zodra we klaar zijn. Dan gaan we hier gewoon de dagen doorbrengen en zien wat er voor onszelf te doen en te ontdekken valt. Rosalie kan dan gewoon verder met waar ze mee bezig is, en Patrick, Bea en ik kunnen rustig aan verder uitbreiden. Ik vermoed dat dat komende week al gaat gebeuren. Er hoeft niet veel meer voorbereid te worden.”
Patrick kwam met Rosalie binnen en ving Inekes laatste woorden op. “Wat mij betreft beginnen we morgen al. En eigenlijk zijn we al begonnen, we leven hier samen, zoeken naar wat nodig is. Ik zou het alleen fijn vinden als er nog een paar kinderen bij komen. Hoeft niet meteen massaal, maar rustig aan wat uitbreiden. Er hebben al ouders geïnformeerd, maar nog geen aanmeldingsgesprek aangevraagd. Wat denk je Ineke, zullen we nog een keer een artikel met wat foto’s maken?”
“Lijkt me een goed idee, zal ik vast wat foto’s van binnen en buiten maken?”
“Mag ik dat eens proberen? Foto’s maken?” vroeg Rosalie.
“Ja hoor, doe maar,” antwoordde Ineke. Ze grinnikte: “Dat is voor mij ook weer iets nieuws, mijn mobiel zomaar uit handen geven en iemand anders de foto’s laten maken.”
Rosalie grinnikte nadat ze een paar foto’s gemaakt had: “Ik vind het best leuk, er zit alleen een gekke vlek op de foto’s.”
Ineke beet zichzelf bijna op de tong om niet meteen een antwoord te geven. Ze keek toe hoe Rosalie de mobiel omdraaide en het kleine oogje van de camera ontdekte. “Is dit het glaasje waardoor je een foto maakt?”
Ineke knikte: “Ja, dat is de lens. Bijzonder he, zo’n klein glaasje en dan krijg je toch een hele foto.”
Rosalie knikte: “En die vlek, die was vast van mijn vinger, ik denk dat die er een beetje voor gezeten heeft. Nog een keer proberen…”
Ze zorgde ervoor, dat ze nu geen vinger voor de lens hield en merkte dat het daardoor beter ging. Ze liep met de mobiel van kamer naar kamer, maakte van allerlei hoeken foto’s en ging er daarna buiten mee door. Ze ontdekte dat Huib al een deel van de balustrade-latjes vastgemaakt had en maakte daar ook foto’s van.
Ineke liep haar rustig achterna, en keek verrast naar de latjes die Huib vast getimmerd had. “Wat zijn ze leuk, die latjes, je hebt er allerlei dingen die met ontdekken en leren te maken hebben, uit gezaagd! Geniaal, zo toepasselijk!”
Terwijl ze zich samen met Huib over de latjes boog, maakte Rosalie een foto van hen en wandelde door naar de speeltoestellen. Werkelijk alle hoeken zette ze op de foto. Daarna zette ze de mobiel uit, zoals ze haar ouders al zo vaak had zien doen, klapte het hoesje dicht en gaf het terug aan Ineke.
“Ik denk dat alles er op staat. Zullen we de foto’s op een laptop bekijken?”
Ineke knipoogde naar Huib en ging met Rosalie naar binnen. Met de laptop die gebruikt werd voor de zakelijke dingen van het centrum, gingen ze samen op de bank zitten. Ineke sloot met een kabeltje haar mobiel aan en zocht de foto’s.
“Wow, wat heb je er veel gemaakt!”
“We hoeven ze niet allemaal te gebruiken hoor, gewoon de leukste, en de rest misschien voor de lol bewaren. Dan kunnen we later zien hoe het in het begin was…”
“Slim bedacht…” zei Ineke en ging rustig van foto naar foto. “Ha, daar heb je Huib en mij bij de balustrade! En Patrick en Bea! Echt leuk, Rosalie! En nu, hoe gaan we verder?”
“Nou, die met die vlekken van mijn vinger erop, die kunnen alvast wel weg.”
Rosalie keek hoe Ineke dat deed.
“Moet je dat niet met een muis doen?” vroeg ze.
“Het moet niet, maar eerlijk gezegd vind ik het wel handiger. Eigenlijk hebben we een soort plank nodig voor op schoot om daar de laptop op te zetten en de muis erbij te gebruiken.”
“Nee joh, dan kiept de hele zooi van je schoot af!” lachte Rosalie.
“Weet je wat, we gaan gewoon even aan tafel zitten, dan pak ik er een muis bij.”
Even later gingen ze foto voor foto langs, kozen de mooiste uit en kopieerden die naar een aparte map door ze daar simpelweg naar toe te schuiven.
“Mag ik dat eens proberen?” vroeg Rosalie.
Ineke schoof de laptop en de muis haar kant op. “Natuurlijk!”
“En als ik het nou per ongeluk verkeerd doe? Als ik een foto verwijder?”
“Alle foto’s staan nog op mijn mobiel, dus we hebben alles nog.”
“Oké,” zei Rosalie, “wat vind jij van deze foto? Zullen we die er ook bij zetten?”
Ineke knikte: “Dat is een leuke, ja.”
“We hebben er straks nog veel te veel,” dacht Rosalie, “ik denk dat we in dat mapje voor het artikel nog wel wat foto’s weg moeten doen. Anders worden ze gek bij de krant!”
Ineke grinnikte: “Ik denk dat we straks zoveel weg moeten doen, dat er nog twee of drie overblijven. En dan moeten we er nog wat tekst bij typen. Er hoeft niet veel tekst bij, misschien kunnen we het meeste wel met foto’s vertellen, dan kunnen we misschien wel drie of vier foto’s kiezen.”
Rosalie knikte en scrolde verder langs de foto’s.
“Die foto van de speeltoestellen en op de achtergrond die picknicktafel, dat heb je slim gedaan. Dan heb je de hele buitenhoek in één keer.”
“Die is best leuk om erbij te doen, en eigenlijk wil ik er ook één van de veranda, maar die was nog niet af. Ik zit te denken aan een foto van de ingang, met het trappetje en de loopplank, en een stuk van de balustrade. Zal ik kijken of Huib daar de balustrade al klaar heeft?”
Ineke knikte, genoot van de manier waarop ze dit samen met Rosalie kon doen. De visie, zoals ze die op de website beschreven hadden, kwam tot leven. Ze leefden samen, namen elkaar serieus als gelijkwaardige mensen, probeerden dingen uit, bespraken de dingen waar ze tegenaan liepen. Ze dacht terug aan haar stages op de basisscholen, hoe ze moeite had gehad met het systeem. Wat was ze blij geweest, dat ze mee zou mogen gaan doen met dit ontdekkingscentrum, maar ze had werkelijk geen idee gehad dat het zo bijzonder zou zijn, zo echt samen leven, zonder naar de leeftijd van Rosalie te kijken. Ze was benieuwd hoe dat met nieuwelingen zou gaan.
“Zeg Rosalie, ik zit even met een vraag. Patrick, Bea en ik zijn hier ‘begeleiders’ en jij bent een ‘ontdekker’. Meestal noemen we mensen van jouw leeftijd kinderen, kleuters, leerlingen. Hoe voelt dat voor jou?”
Rosalie haalde nonchalant haar schouders op. “Hou het maar op ‘ontdekkers’, leerling vind ik echt gewoon een raar woord?”
Ineke schoot in de lach: “Dat ben ik helemaal met je eens. Zullen we straks ook gewoon het woord ‘ontdekkers’ gebruiken voor het artikel?”
“Goed plan Ineke, alleen klopt er één ding niet. Volgens mij blijven mensen altijd ontdekkers, niet alleen van 4 tot 18 jaar, hier op het ontdekkingscentrum.”
“Dat klopt ja, maar op de één of andere manier, om het aan andere mensen die dit niet kennen, duidelijk te maken, moeten we denk ik wel twee verschillende woorden gebruiken. Voor de volwassenen, het personeel, ‘begeleiders’, en voor wat ze op school de leerlingen noemen, ‘ontdekkers’. Voelt dat voor jou ook goed?”
Rosalie liet het even tot zich doordringen. “Ja, wat je zegt klopt, er moet voor de mensen om ons heen wel verschil zijn, en we kunnen elkaar hier binnen ook wel zo noemen. Laten we die twee woorden maar gebruiken, dan snapt iedereen het. En dat is ook belangrijk!”
“Oké, doen we dat! Hoe is je nieuwe foto geworden?”
Rosalie had de mobiel al via een snoertje aan de laptop bevestigd en de nieuwe foto overgebracht. Ze klikte hem aan om te vergroten. “Huib heeft het echt leuk gedaan he, met al die figuurtjes die hij erin gezaagd heeft. Grappig, hij heeft ze er niet uit gezaagd, hij heeft er omheen gezaagd, zodat ze buiten het latje een beetje uitsteken.”
“Wel zo stevig,” vond Ineke, “als hij al die figuurtjes er echt uit gezaagd had, waren het gaten geworden in de latjes, en dan zouden de latjes misschien niet stevig genoeg meer zijn. Je foto is trouwens ook mooi gelukt. Hé, hij heeft het naambord ook al naast de deur vastgezet! Die wil ik even in het echt zien! Ik ben zo terug!”
Rosalie ging achter haar aan: “Ik had het net bij het maken van de foto niet eens gezien! Wat is dat bord mooi geworden, ‘Ik ontdek mezelf !’. Die golven…”
Ineke streelde er met haar vingers overheen… “Het zijn echt golf-figuren! Zo mooi!”
“Kunstenaar, die Huib! Zullen we verder gaan?”
Ze gingen terug naar de laptop, besloten dat de foto van de ingang met het prachtige naambord in elk geval in de krant moest.
“Eigenlijk moeten we ook een foto van ons vieren hebben. Om te laten zien dat wij gaan beginnen, of eigenlijk al begonnen zijn!” bedacht Ineke.
Ze liepen naar een kamer ernaast om Patrick en Bea erbij te vragen en gingen samen naar Huib. Ze besloten de groepsfoto binnen te maken, een relaxte sessie op de twee banken in één van de kamers.
“Bedankt Huib, die gaan we in de krant zetten!” meldde Rosalie, verbond de mobiel weer met de laptop en schoof de nieuwe foto in één beweging naar de map waarin ze de foto’s die ze misschien voor het artikel zouden gebruiken, bewaarden.
“Zo, dat doe je handig!” vond Huib. “Heb je dat van Ineke geleerd?”
“Van Ineke afgekeken, het is makkelijk,” vond Rosalie.
“Maak er maar wat moois van samen, voor de krant,” bemoedigde Huib, “ik ga nog even verder met de veranda.”
Nadat Rosalie en Ineke vier foto’s voor de krant geselecteerd hadden, opende Rosalie een nieuw bestand in Word, en begon te typen:
.
Ontdekkingscentrum ‘Ik ontdek mezelf !’ is bijna klaar.
Morgen gaan we beginnen. We zijn nu nog met vier mensen.
Patrick, Bea en Ineke zijn begeleiders. Zij ontdekken zelf ook graag nieuwe dingen.
Kom jij ook bij ons, om te ontdekken wie je bent en wat jij graag wilt?
Kom jij ook ontdekken wat je nodig hebt in deze wereld?
Ik weet al wat ik wil, boeken schrijven! Echt super leuk!
Groetjes van de begeleiders en ontdekker Rosalie
.
Glunderend keek ze op. “Ik heb het zomaar even geprobeerd. Vind jij het leuk voor de krant?” vroeg Rosalie aan Ineke.
“Leuk? Ja, gewoon zo echt, alsof je tegen de mensen praat. En ook zo duidelijk, ontdekken wie je bent, wat je wilt en wat je nodig hebt in deze wereld… Je bent echt een schrijver, jongedame! Weet je wat, we laten het straks even aan Patrick en Bea zien, en als zij het ook goed vinden, sturen we het gewoon naar de dorpskrant en de regiokrant, goed?”
Rosalie knikte, en sloeg het bestand op. Even ging het mis, het kwam niet in het mapje voor het artikel terecht, maar in Verkenner. Ze knipte het Word-bestandje eruit, en plakte het alsnog in de map van het artikel.
“Eigenlijk zouden we dat mapje een andere naam moeten geven, ook met de datum,” bedacht Ineke. “Later zullen er nog wel meer artikelen komen, dan kunnen we de mapjes mooi onder elkaar bewaren.”
“Dat mag jij even doen,” zei Rosalie, “want ik weet niet zo goed wat ik dan moet typen.”
“Zal ik het je voorzeggen?”
“Nee, doe jij het maar, ik denk dat ik even genoeg gedaan heb.”
Ineke schoot in de lach: “Dat heb je ook, je hebt bijna alles voor het artikel zelf gedaan. Ik vond het leuk om te zien hoe je het deed!”
Ineke nam de laptop over, en veranderde de naam van het mapje. Ze maakte een nieuwe map, die ze ‘krant’ noemde, en schoof het andere mapje daar in.
“Waarom doe je dat nou?” vroeg Rosalie zich af.
“Als we over een poos nog een artikel willen maken, maken we in de map ‘krant’ en nieuw mapje, doen daar onze tekst en foto’s in, en zetten de datum in de naam van dat nieuwe mapje.”
“Oh ja, dan krijgen we in de map ‘krant’ alle artikelen die we maken. Ik snap het! Handige begeleider ben jij!” grapte ze tegen Ineke. “Kom, dan zoeken we die andere twee begeleiders op.”
Patrick en Bea waren het helemaal eens met de keuze van hun foto’s en waren blij met het stuk tekst dat Rosalie geschreven had.
“Eén dingetje nog,” opperde Patrick, “zal ik met het programma voor fotobewerking onze namen even in die foto waar wij op staan zetten?”
“Dat kan, maar we kunnen dat ook gewoon bij de foto zetten, eronder. Volgens mij doen ze dat altijd zo. Ik kan het erbij schrijven in dat bestandje, dat ze dat bij die foto moeten zetten.” Rosalie keek hem vragend aan.
“Dat is ook een goeie oplossing, doe dat maar. En als het klaar is, verzenden jullie het dan naar de beide kranten?”
Ineke knikte: “Doen we! En nog wat, openingstijden, moet dat er niet bij?”
“Hoeft denk ik niet in de krant, het staat op de website en bij aanmelding kunnen we het ook vertellen. Misschien is het wel handig om de website er nog een keer bij te zetten. Maken jullie het artikel maar verder af, dan krijgen ze het vast nog wel voor elkaar om het overmorgen in de krant te hebben!”
.
Twee dagen later vielen de beide kranten op de deurmat, zowel thuis als bij ‘Ik ontdek mezelf’. De foto’s stonden er mooi geordend in, met de namen onder de groepsfoto en de tekst van Rosalie in het midden.
In het ontdekkingscentrum knipte Rosalie in overleg met Bea het artikel ruim uit, schreef de naam en de datum van de krant in de rand en plakte het in een plakboek. Ze pakte een vouwblaadje van een net wat lichtere tint dan de voorkant van het plakboek en schreef daarop:
.
‘Ik ontdek mezelf !’
Artikelen in de kranten
.
Ze plakte het blaadje op het plakboek, met opzet schuin, omdat ze dacht dat ze het vast niet netjes recht erop zou kunnen krijgen. Bea reageerde enthousiast, vond het een leuk idee om zo alle artikelen te verzamelen.
“We hebben nog een artikel, van een poosje geleden. Ik zoek hem even op, dan kun je die aan de binnenkant van de kaft plakken.”
Bea vond de krant en liet Rosalie er lekker mee aan de slag gaan. Ook nu schreef ze de naam van de krant en de datum erbij en plakte het op de plaats die Bea genoemd had. Zo, nou stond het toch op volgorde!
Maak jouw eigen website met JouwWeb