Anton schrok op van een roffelend geluid op de trap en een schreeuw van Joke. Hij rende er naar toe, en zag tot zijn schrik, dat Joke van de trap gevallen was. Hij zag direct dat haar onderbeen er vreemd bij lag.
Hij pakte haar hand. “Je been is gebroken, Joke, heb je ergens anders nog pijn?”
“Nee,” kreunde ze, “alleen mijn been. Goed begin van het nieuwe jaar…”
“Zeg dat wel… Ik bel even een ambulance, blijf stil liggen, lieverd.”
Terwijl hij belde, hield hij met zijn vrije hand Jokes hand vast, streelde de binnenkant van haar hand met zijn duim, omdat hij wist dat dat simpele strelen daar haar meestal aardig kalmeerde. Dit keer was de pijn echter te heftig, waardoor ze bleef kreunen.
.
De broeder en zuster van de ambulance fixeerden haar beide benen aan elkaar, zodat ze bij het optillen zo weinig mogelijk last zou hebben. Toch gaf Joke even een schreeuw op het moment dat ze haar optilden. Ze verontschuldigde zich, maar de ambulancezuster stelde haar gerust. “Als het pijn doet, moet je een schreeuw geven, zo simpel is dat!”
Ze draaide zich om naar Anton: “Wilt u wat spullen voor Joke opzoeken, ondergoed, pyjama’s, tandenborstel en dat soort dingen, en haar pasje van het ziekenhuis, als ze dat heeft. Ik neem tenminste aan dat u zo ook naar het ziekenhuis rijdt?”
“Ja, ja, dat zal ik doen,” knikte Anton, “Joke heeft alleen geen pasje, ze is altijd kerngezond geweest.”
“Een ander identiteitsbewijs dan, dan kunnen we in het ziekenhuis een pasje maken,” zei de broeder.
Anton knikte, en riep naar Joke: “Ik kom zo bij je in het ziekenhuis Joke, en in gedachten reis ik sowieso met je mee!”
Ze glimlachte moeizaam en stak haar hand op. Hij wierp haar een handkus toe, terwijl de medewerkers van de ambulance haar op de brancard naar binnen schoven.
Anton draaide zich om, had het gevoel dat zijn leven op z’n kop stond, en voelde nog iets anders, iets wat op een bepaalde manier ook dreigend overkwam. Hij kreeg niet helder waar het over ging.
Zo snel hij kon, begon hij wat spullen voor Joke bij elkaar te graaien en in een tas te stoppen. Het boek dat op haar nachtkastje lag, nam hij ook mee, zodat ze wat te lezen had als ze daar behoefte aan zou krijgen. Haar laptop liet hij nu nog thuis, daarover zou hij eerst met haar overleggen. Vandaag zou ze daar toch vast nog geen puf voor hebben.
.
Op het moment dat Anton zich in het ziekenhuis bij de balie meldde, vertelde dat zijn vrouw, Joke Veth, met de ambulance gebracht was met een beenbreuk, was de patiënt in kwestie al onderweg naar de operatiekamer. Ze voelde zich alleen. Ze begreep wel dat Anton er niet bij kon zijn, maar het voelde alsof ze van hem afgescheurd werd.
Ze dacht terug aan de broeder en zuster van de ambulance, aan hun zorg voor haar, de voorzichtigheid waarmee ze haar behandelden. In het ziekenhuis aangekomen kon ze niet op de brancard blijven liggen. Dit keer hadden ze haar op de één of andere manier naar een soort bed overgeheveld zonder dat het haar extra pijn gedaan had. Ze had hen er vriendelijk voor bedankt. Ze hadden haar een kneepje in haar hand gegeven, en een schouderklopje. “Sterkte Joke, we dragen je nu over aan het personeel hier.” Ze had dapper geglimlacht. Met een knipoog waren ze vertrokken.
Een personeelslid van het ziekenhuis was naar haar toegekomen, een verpleger van ongeveer haar eigen leeftijd. Hij had zich voorgesteld als Jonathan en had zijn hand even op haar hand gelegd. Hij had haar gevraagd waar ze pijn had, of er meer pijnlijke plekken waren dan alleen haar been. Terwijl hij dat vroeg, had hij heel voorzichtig zijn hand op het gebroken been gelegd. Tot haar verbazing was de pijn een heel stuk minder geworden.
“Tegen niemand zeggen hoor, dat ik dat gedaan heb.” Hij had haar een knipoog gegeven. “Iemands pijn verminderen vanuit je ziel, dat mag niet, dat is wetenschappelijk niet verklaarbaar, en wordt dus medisch onverantwoord verklaard. Maar ik vind het fijn als mensen niet zo’n vreselijke pijn hebben, als ik iets tegen hun pijn kan doen.”
Terwijl hij sprak, had hij haar aangekeken, en Joke had iets gevoeld, iets dat zo intens was, dat ze er verward van raakte. Ze schreef het toe aan alle commotie van die ochtend.
Jonathan was met haar door een lijst van vragen heen gegaan, had alvast met een camera een foto voor haar ziekenhuispasje gemaakt. Hij was zichtbaar blij voor haar geweest dat ze haar bloedgroep met zekerheid wist: “Anders had ik je nog door een laborant moeten laten pesten, maar dat kunnen we nu overslaan.”
Opnieuw voelde ze die intensiteit die ze niet kon verklaren. Had die man een vreemde macht over haar? Wat was dit?
Ze kreeg niet veel gelegenheid om er verder over na te denken, want ze werd al opgeroepen om naar de operatiekamer te gaan. Jonathan reed haar daar naar toe, zwierde haar bed voorzichtig door de bochten. Ze merkte dat er op zulke momenten wel iets meer druk op het gebroken bot kwam, maar het deed haar niet echt veel meer pijn. Hij had gezegd dat hij haar pijn verminderd had vanuit zijn ziel. Ze wist door haar samenleven met Anton, hun contact met Bloemenhof, de Soul-Drukkerij en het ontdekkingscentrum wel een heleboel over emotionele genezing, wat ook vanuit je ziel gebeurde, maar dit…
Ze stak haar hand even op en keek Jonathan aan. “Wacht even, heel even… werken vanuit je ziel, ik ken het, voor innerlijke genezing, maar is dat hetzelfde wat jij net deed?”
Hij knikte: “Precies hetzelfde, die kracht geneest emotionele verwonding, dat is denk ik het belangrijkste, maar het vermindert ook pijn, neemt het vaak zelfs helemaal weg. Het is niets anders, puur de kracht vanuit mijn ziel. Er zit geen religieus of occult gedoe achter, wees maar gerust!” glimlachte hij, en zette het bed weer in beweging.
“Oké, bedankt!” zei ze glimlachend. En weer ervaarde ze iets wat ze niet kon verklaren, wat ze niet begreep. Misschien later, misschien ook niet…
Bij de operatiekamer nam het personeel daar de zorg over haar over. Jonathan zwaaide nog even naar haar, en met een “tot straks op de uitslaapkamer” verdween hij.
.
Wat Joke niet wist, was dat Jonathan hetzelfde gevoeld had. Hij had het er moeilijk mee, want hij besefte dat hij nu op een heel lastig punt terecht gekomen was. Als jongeman had hij al besloten dat hij niet achter meisjes of vrouwen aan zou gaan. Als hij ooit zou trouwen, zou dat zijn met de vrouw met wie hij zich op zielsniveau verbonden voelde. Hij had meer dan genoeg relaties gezien, waarbij er weinig of geen connectie tussen de partners was. Zo wilde hij zijn leven niet vergooien. Daarom had hij zich op zijn werk geconcentreerd en had hij in zijn vrije uren gewandeld, muziek geluisterd, boeken gelezen.
Boeken lezen… Hij had een tijdje geleden een site gevonden van een soort galerie. Hij had altijd gedacht dat een galerie schilderijen en beelden omvatte, maar deze galerie bevatte werkelijk de meest uiteenlopende kunstuitingen. Hij was geraakt door de naam van de galerie, ‘Kunst, de uiting van onze ziel’ en had daardoor, en door het lezen van hun visie, begrepen dat deze kunstenaars ook vanuit hun binnenste werkten. Zoals hij vanuit zijn binnenste patiënten benaderde, zo deden zij dat met hun hobby, hun werk. Hij had ontdekt dat er ook twee kunstenaars waren geweest die boeken schreven. Hij had van hen beide hun eerste boek gekocht, gewoon omdat hij van lezen hield en omdat hij nieuwsgierig was hoe dat voor die schrijvers uitgewerkt had, schrijven vanuit je ziel. Hij had gezien dat het ene boek een roman was, en dat het andere boek over een eekhoorn ging. Dat had zijn aandacht gehad, hij had zich afgevraagd wat een vrouw over een eekhoorn zou kunnen schrijven. Zo was hij begonnen in ‘Eekje’, het eerste boek van Rosalie. Hij had hem verbaasd hoe een schrijfster in staat was geweest zo’n verhaal te bedenken. Het leek alsof ze een connectie met een eekhoorn had gehad, alsof ze in zijn huid, zijn vacht gekropen was. Het had hem ook verbaasd, dat ze alleen haar voornaam had opgegeven. Zou het een pseudoniem zijn? Zijn nieuwsgierigheid was zo groot geweest, dat hij de drukkerij gebeld had, en navraag gedaan had. Hij had een medewerkster, Annelies, gesproken, die duidelijk had laten blijken dat ze zijn reactie op het boek erg leuk vond, en die hem vertelde dat Rosalie een meisje van bijna zes jaar was. Ze hadden even doorgepraat over de kracht van de ziel, ook in het ontdekken van wat je levensdoel is, je passie, over het ontdekken van wat je wilt leren. Ze had hem verteld over een ontdekkingscentrum, waar haar zoontje ook naar toe ging. En omdat Jonathan zich altijd een vreemdeling gevoeld had, doordat hij niemand kende die net als hij zo vanuit zijn ziel leefde, was hij ontzettend blij geweest met haar verhalen. Hij had haar hartelijk bedankt, toen ze zich verontschuldigde dat ze zo stond te ratelen, gezegd dat ze hem juist vreselijk blij gemaakt had, omdat hij nu wist dat hij niet de enige was die zo leefde!
Terwijl hij door de gangen van het ziekenhuis liep, gingen zijn gedachten hiernaar terug. Het andere boek was een roman, waarvan de inhoud hem nog dieper geraakt had. De schrijfster, Joke Veth… het ging als een schok door hem heen. De patiënte die hij net weggebracht had, heette ook Joke Veth. En elke keer als hij haar in haar ogen had gekeken, had hij die intense verbinding gevoeld. Hij kon het niet goed omschrijven, maar diep van binnen wist hij, dat dit zo’n diepe soulconnectie was, zo’n soulconnectie waar hij zijn leven lang al op gewacht had. Alleen… uit Jokes gegevens wist hij, dat ze getrouwd was… En dat simpele feit voelde als een enorme klap in zijn gezicht!
.
Een uurtje later kreeg Jonathan bericht van de uitslaapkamer, dat mevrouw Veth wakker was, dat het goed met haar ging, en dat hij haar op kon komen halen. Hij stond met een zucht op, liep in gedachten de gang in, en botste daar bijna tegen een man op die hem aanklampte.
“Meneer, kunt u me helpen? Ik zoek mijn vrouw, ze is hier met een beenbreuk heen gebracht, en ik ben hierheen gestuurd. Waar kan ik haar vinden?”
Jonathan moest even slikken: “Is Joke Veth uw vrouw?”
Anton knikte.
“Als u hier even wilt gaan zitten, ik ga haar net ophalen van de uitslaapkamer. Ze is al geopereerd, ze is wakker, en het lijkt goed met haar te gaan. Ik kom zo hier terug, met uw vrouw.”
Anton knikte weer en ging zitten in de kleine wachtruimte.
Jonathan liep door, voelde een diep verdriet. Eindelijk had hij zijn soulmate ontmoet, maar ze was onbereikbaar, ze was al getrouwd. Toch zou hij voor haar zorgen, dat was simpelweg zijn taak. Maar het voelde dit keer anders, alsof hij haar wat extra’s zou geven. Dwaas natuurlijk, hij gaf zichzelf altijd al aan zijn patiënten, dus hij begreep zijn gevoel, zijn indruk op dit moment totaal niet.
Hij liep de uitslaapkamer op, keek vluchtig rond en zag Joke direct al liggen, met haar been opgetild in een standaard, met een gewicht eraan. Hij draaide zich om, voordat zij hem kon ontdekken, en ging naar de plaats waar hij haar status kon vinden. Ja hoor, ze zou dagenlang met dat gewicht moeten liggen. En hij was één van degenen die haar moest verzorgen. Normaal had hij er geen moeite mee om vrouwen te helpen. Het deed hem gewoon niets. Maar met Joke had hij die speciale klik, die soulconnectie, en hij merkte dat hij er tegenop zag om haar te gaan verzorgen. Het leek niet bij elkaar te passen, alsof het een soort verraad was…
‘Jonathan, hou je kop erbij,’ schold hij in gedachten tegen zichzelf, ‘doe gewoon je werk!’
Hij liep met haar status naar haar toe, toverde een glimlach op zijn gezicht, die ze direct, spontaan, beantwoordde. Ja, dat spontane was er bij hemzelf even af, hij voelde zich verward en gedroeg zich gekunsteld, als een verliefde puber die zijn meisje niet durfde te laten weten dat hij gek op haar was.
Hij besloot direct ter zake te komen, de verpleger te zijn. “Ha Joke, is het je een beetje meegevallen tot nu toe?”
Ze knikte. “Het is me alles meegevallen, ik ben niet misselijk geweest, ik heb geen pijn, ik werd gewoon wakker, keek om me heen, zag m’n been aan een kapstok hangen, en herinnerde me wat er gebeurd was. Net een verhaal uit een boek!”
Jonathan kon er niets aan doen, zonder nadenken ging hij op haar woorden in: “Dan heb je meteen een mooi thema voor een nieuw boek, Joke, je kunt straks meteen aan de slag! Schrijf je altijd op een laptop?”
Joke keek hem verbaasd aan, terwijl hij haar bed in beweging bracht. “Hoe weet jij dat ik schrijf?”
Hij grinnikte: “Ik heb je eerste boek bijna in één ruk uitgelezen. Het heeft me geraakt, het was prachtig!”
“Nou moe… leuk om te horen trouwens! En ja, ik schrijf altijd op een laptop. Ik ben bezig met een boek over… waanzinnig gewoon, echt niet te geloven… een boek over de zorg, over hoe ik voel dat het zou moeten zijn. En nou lig ik hier, kan geen kant op, en wordt gereden door een verpleger die werkt op een manier zoals ik het tijdens het schrijven gevoeld heb! Nog wat geks… jij heet Jonathan he? Die verpleger in mijn boek heet Nathan. Dat klinkt als toeval in het kwadraat!”
“Zeg dat wel, dat is echt bizar! Ik ben benieuwd naar je verhaal, of ik me herken in die Nathan…”
“Geen idee, de manier waarop je werkt, wat ik er tot nu toe van ervaren heb, klopt in elk geval. In zijn vrije tijd houdt Nathan van muziek luisteren en lezen. En hij heeft besloten alleen te blijven totdat hij zijn soulmate tegenkomt. Ik ben nog niet zo heel ver met dit boek, doordat ik een enorme weerstand ervaar, elke keer weer als ik begin te schrijven, alsof ik door allerlei barrières heen moet breken. Dus het schiet niet erg op, maar dat komt vast goed, zeker nu ik hier ben en kan ervaren hoe de werkelijkheid is.”
“Denk je dat je ziel een gevecht levert met de zorg?”
Joke keek hem verrast aan: “Dat is het, ja, dat is het, een schot in de roos! En niet alleen met de zorg in het algemeen, maar via die Nathan ook… ik weet het niet goed, het verwart me even.”
“Geeft niet, het wordt vast nog wel helder,” antwoordde Jonathan. “Ik heb trouwens goed nieuws voor je, je man zit al met smart op je te wachten. Hij klampte me net aan, toen ik op weg ging om je op te halen.”
Joke glimlachte. “Anton… Grappig, ik heb wat met letters, ik zie meteen dat de letters van zijn naam ook in jouw naam zitten. Anton is een fijne man, hij heeft zijn focus altijd op mij, heeft vanaf het begin van onze relatie gezegd dat het zijn verlangen was dat ik volledig tot bloei zou komen. En bij de jaarwisseling vroeg ik hem, of hij dacht dat dat inmiddels gelukt was. Hij antwoordde dat ik nog wel door wat dingen heen zou moeten, maar ja, dat ik inderdaad mezelf gevonden had, deed wat mijn hart had en emotioneel grotendeels genezen was. Hij zag mij als een bloem die in volle bloei stond. Mooi he?”
“Ja, echt wel… En ervaar je dat zelf ook zo?”
“Ja, ik geniet van het leven, ik geniet van mijn schrijfwerk, ook al is het de laatste tijd zo pittig. En jij, heb jij ook het gevoel dat je tot je hartsdoel gekomen bent?”
“Wat mijn werk betreft… ja, absoluut. Dit is waar mijn hart ligt, ik geniet er elke dag van! Wat mijn privéleven betreft… ik houd net als jouw Nathan van muziek luisteren en lezen… daar geniet ik echt van. En ik heb hetzelfde besluit genomen over het wachten op mijn soulmate. Ik voel me nooit eenzaam, doordat ik mezelf gevonden heb, denk ik, maar ik merk wel regelmatig dat ik er naar verlang om mijn soulmate te vinden.”
Joke knikte: “Dat kan ik me best voorstellen…” Opnieuw verwarde het haar, leken personen door elkaar heen te dwarrelen, Anton, Nathan, Jonathan…
Ze was blij dat Anton ineens naast haar bed opdook. Ze lachte naar hem en stak haar hand uit. “Kom maar mee, Jonathan brengt ons naar mijn logeerplek!”
Anton grinnikte: “Hebben ze je te veel lachgas gegeven? Je bent zo ongelofelijk monter!”
“Ja joh, ik heb gewoon geen pijn. Ik zal je straks wel verklappen hoe dat komt. Wees maar niet bang, Jonathan, Anton zal dat begrijpen en er geen klacht over indienen.”
“Nou maak je me wel heel nieuwsgierig,” zei Anton verbaasd.
Jonathan draaide haar bed een zaal in, waar nog alleen een andere vrouw lag.
Joke stak haar hand op en riep haar toe: “Hey, ik ben Joke, mag ik je een poosje gezelschap houden?”
“Van mij wel, alleen hoop ik morgen al weer naar huis te gaan… Ik heet trouwens Marja.”
“Fijn voor je, dat je weer naar huis kunt!”
Jonathan zette haar bed op de rem en nam samen met Joke en Anton even door wat er op haar status stond. Het kwam eigenlijk hier op neer, dat ze rustig aan weer wat mocht gaan drinken en dat het personeel het zou opvoeren tot lichte maaltijden en, als alles goed bleef gaan, naar gewone maaltijden.
“Het enige dat lastig voor je is, is dat je continue in deze houding moet blijven liggen. Daarom hebben ze ook een speciaal kussentje onder je zitvlak gelegd. Daarnaast zul je niet naar de wc kunnen en zullen we je daar dus mee moeten helpen. Bel maar gewoon als je merkt dat je hulp nodig hebt. En douchen zit er nog even niet in, dus we komen je op bed wassen.”
Hij zag direct een frons in haar voorhoofd verschijnen. “Vind je het lastig, dat je de kans loopt dat je door een man gewassen gaat worden?”
“Nou, dat vroeg ik me dus inderdaad af. In het verleden zou ik dat bevestigd hebben, maar ik lijk er geen last meer van te hebben. Nou ja, we zien wel als het zover is, misschien gil ik dan wel moord en brand!” zei ze lachend.
Jonathan schoot in de lach. “Als je dat doet, zal ik direct een vrouwelijke collega erbij roepen! Gillende vrouwen… daar heb ik niets mee! Hebben jullie nog vragen?”
Joke en Anton schudden hun hoofd. “Bedankt tot zover,” zei Joke.
Jonathan knikte naar haar. “Graag gedaan, ik ga weer verder!”
.
Anton pakte de tas die hij had meegenomen. Hij legde wat ze direct nodig kon hebben, in het kastje naast haar bed. Het boek legde hij op haar nachtkastje.
“Dank je wel, lieverd, wil je morgen mijn laptop en oplaadsnoer en zo meenemen? Dan ga ik morgen weer verder. Vandaag red ik het wel hoor, met mijn boek. En misschien ga ik straks nog wel een middagdutje doen. Die narcose zal toch best wat gedaan hebben, denk je niet?”
“Vast wel, al moet ik zeggen dat je zo helder bent, dat ik me afvraag of er wel wat met je gebeurd is. Wat heeft die Jonathan gedaan?”
“Oh Anton, ik had zo’n pijn. Hij moest mijn gegevens opschrijven, maar zag dat ik zo’n pijn had. Hij legde heel even zijn hand op die plek, en de pijn zakte direct weg. We hebben er onderweg naar de operatiekamer even over gepraat. Hij vertelde dat hij dat vanuit zijn ziel deed, dat ik er niet over mocht praten, want het is wetenschappelijk niet bewezen en dus taboe in de medische wereld. Weet je wat we net trouwens ontdekten, net toen we naar deze kamer gingen? Hij kende mijn naam, doordat hij mijn eerste boek gelezen heeft. Weet je nog dat ik dacht dat mijn boeken niet goed genoeg waren om uit te geven? Dat allereerste boek… het heeft hem geraakt. En ik heb hem verteld over het boek waar ik nu mee bezig ben, een verhaal over de zorg, over hoe ik van binnenuit voel hoe de zorg zou moeten zijn. Ik herkende hem daarin, en hij herkende wat van mijn verhaal in zichzelf. En weet je wat hij dacht? Hij dacht dat ik zo tegen barrières opliep in het schrijven, doordat ik aan het strijden was tegen wat niet goed is in de zorg, zoiets. Zou dat kunnen, denk je?”
“Ik had er niet eerder zo over gedacht,” zei Anton, “maar nu je dit zo zegt… dat komt me niet vreemd over, sterker nog, ik heb er een klik mee.”
“Anton, is er wat? Zit je iets dwars?” vroeg Joke bezorgd. “Je lijkt jezelf niet te zijn. Is er wat gebeurd?”
Hij keek haar verbaasd aan. “Ja, er is wat gebeurd. Mijn lieverd is van de trap gedonderd!”
Joke schoot in de lach. “Je wilt me toch niet vertellen dat je daar nu nog van ondersteboven bent? Ik ken je toch, ik voel het, alsof je ergens mee worstelt…”
“Dat is ook zo, Joke,” fluisterde Anton. “Ik heb iets gezien, iets gevoeld. En ik wist dat het kon gebeuren, ik hield er altijd rekening mee, maar nu het gebeurt, doet het pijn. En nee, ik ga je niet vertellen waar het over gaat. Ik weet zeker dat je het zelf gaat ontdekken, en als je dat doet, weet dan dat je er altijd met mij over mag praten. Het is namelijk iets wat wel moeilijk is, maar wat ook beslist goed is.”
Een verzorgster kwam binnen met een karretje met een maaltijd voor Marja, en wat bouillon voor Joke.
“Meneer, mag ik u verzoeken naar huis te gaan? Mevrouw gaat straks een poosje rusten. Als u zo even langs de balie loopt om een folder te vragen waar de bezoektijden en dergelijke op staan, dan weet u precies waar u rekening mee moet houden.”
Anton knikte naar haar: “Goed, zal ik doen. Nou Joke, geniet van je bouillon en rust lekker uit. Ik zal zo even die folder halen, dan zie je met het volgende bezoekuur wel weer verschijnen.”
Hij legde zijn hoofd even tegen haar hoofd, wang tegen wang. Met een kus nam hij afscheid, draaide zich bij de deur nog een keer om en zwaaide. Snel liep hij langs de balie, vroeg om het foldertje en ging naar buiten. Pas in de auto stond hij zichzelf toe om zich te laten gaan. Hij huilde in stilte, huilde om de vrouw van wie hij hield en die hij binnenkort los zou moeten laten…
.
Jonathan zat thuis in zijn luie stoel, en luisterde naar muziek. Of eigenlijk, hij had muziek aangezet, maar hoorde er niet veel van. Zijn gedachten gingen naar Joke. Ze was een aardige vrouw om te zien, maar hij wist drommels goed dat dat niet de reden was van de klik die hij zo sterk ervaren had. De connectie die hij ervaren had, zelfs zonder dat ze elkaar noemenswaardig gesproken hadden, was niet te ontkennen, was niet van tafel te vegen.
Zijn gedachten cirkelden rond wat hij gevoeld had aan connectie, rond het verlangen dat daardoor in hem aangewakkerd was, en rond het zeker weten dat het onmogelijk was om de rest van zijn leven met haar te delen, omdat ze al getrouwd was. Hij was niet het type dat een huwelijk zou willen verwoesten om te kunnen krijgen wat hij hebben wilde. Hij was niet van plan achter Joke aan te gaan lopen, in de hoop dat ze ooit zou ontdekken wie hij was, dat hij haar soulmate was. Nee, hij moest haar vergeten, er zat niets anders op. Hij zou die paar dagen dat ze in het ziekenhuis was, gewoon voor haar zorgen zoals hij ook voor andere patiënten zorgde, en verder niets. Vriendelijk blijven, maar verder niets. Nee, hij zou niets doen om haar ‘wakker’ te maken, om haar te laten weten wat hij wist.
Hij pakte haar boek, haar primeur. Ze was een geniale schrijfster. En nu schreef ze over de zorg, over hoe het zou moeten zijn, zoals zij het vanuit haar ziel ervaarde. En ze schreef over Nathan, die sprekend op hem leek. Toeval in het kwadraat, had ze het gekscherend genoemd. Ze had nog niet door dat hij inderdaad Nathan was, niet alleen haar boekfiguur, maar ook haar soulmate. Ze had het niet door…
Met een zucht legde hij Jokes boek aan de kant, ging achter de computer zitten en deed iets wat hij eigenlijk nooit deed. Hij ging domweg zitten surfen op internet. Zijn gedachten gingen naar Annelies, de vrouw van Soul-Drukkerij Bakker. Ze had het over een ontdekkingscentrum gehad. Hij vond de website van ‘Ik ontdekt mezelf !’ en bekeek hun visie, de foto’s van hun gebouw en omgeving. Het bezorgde hem even een heerlijke afleiding. Stel je toch voor dat je kinderen zou hebben, dan zou dit toch een perfecte plek voor hen zijn om zich te ontwikkelen, om dingen te ontdekken, te leren?
Hij sloot de computer af, besloot zich klaar te maken voor de nacht. Onder de douche dacht hij aan Anton, de man die er alles aan gedaan had om Joke tot bloei te laten komen. Hij besefte opnieuw, met pijn in zijn hart, dat het niets kon worden tussen Joke en hemzelf. Hij zou het Anton niet aan kunnen doen, die man die zichzelf zo aan Joke gegeven had…
Jonathan sliep die nacht onrustig, droomde over Joke, zag haar rennend over een grasveld naar zich toe komen, met een stralend gezicht. Het wakker worden uit die droom was als een klap in zijn gezicht. Hij moest haar eerst maar eens helpen om weer op de been te komen… en haar dan loslaten, uit zijn gedachten bannen.
.
Na een paar dagen bracht Jonathan Joke naar radiologie. Röntgenfoto’s zouden moeten laten zien of haar been al in ’t gips kon. Een poosje later kwam de arts die Joke behandelde, Patricia Vermaas bij haar langs met de uitslag van de röntgenfoto’s toen de bezoektijd net begonnen was en Anton al naast haar bed zat. Hij knikte naar de arts en stelde zich voor. Even hield ze zijn blik vast. Hij zag verwondering, verbijstering zelfs, maar begreep niet waarom. Anton keek terug naar Joke, waarop Patricia zich ook tot haar keerde en haar vertelde dat ze de volgende dag gewoon gips zou krijgen.
“Dan hoeft je been niet meer in de beugel te hangen, kun je ook weer eens op je zij slapen, al zal dat niet altijd makkelijk liggen met zo’n gipsbeen. Maar je krijgt in elk geval meer bewegingsruimte. Je mag er nog niet op lopen, dus je zult met krukken moeten leren lopen. Dat valt de meeste mensen wel mee hoor, het is alleen even wennen. Hoe heb je de laatste dagen trouwens ervaren? Ik zag op je status dat je nauwelijks pijn had…”
“Klopt, ik heb alleen voor de operatie flink pijn gehad, maar daarna niet meer,” antwoordde Joke, op haar hoede, omdat ze niet wilde vertellen wat Jonathan gedaan had.
Patricia glimlachte: “Zeg maar niks, ik weet wie jouw vaste verpleger is.”
Joke keek haar vragend aan, deed net alsof ze niet begreep wat Patricia bedoelde.
“Vraag maar aan Jonathan,” zei ze. “Ik ga weer verder, Jonathan zal je morgen wel naar de gipskamer brengen. Tenminste, dat denk ik wel, volgens mij heeft hij dienst. En anders een collega. Fijne dag verder, fijne tijd samen!”
Patricia knikte naar Joke, naar Anton, en liep snel de zaal af, rechtstreeks naar de personeelstoiletten. Er was gelukkig niemand, niemand die kon zien hoe ze even stoom moest afblazen. Ze keek in de spiegel en vroeg zich af wat er net gebeurd was. Die Anton, Jokes partner… Wat ze vermoed had tussen Joke en Jonathan, ervaarde zijzelf nu met Jokes man. Het moest toch niet gekker worden!
Ze vermande zichzelf, deed haar haren even goed, en ging de afdeling weer op. Ze had meer te doen dan zichzelf door een getrouwde man overhoop laten halen! ‘Alsof hij daar ook maar één poging toe gedaan had…’ dacht ze bij zichzelf.
.
De volgende morgen kwam Jonathan direct na het ontbijt de zaal op. Joke keek hem stralend aan: “Gaan we naar de gipskamer?”
“Goeiemorgen, stralende dame, ja, we gaan naar de gipskamer! Eens even kijken in welke versnelling we jouw bed kunnen krijgen…”
Joke lachte: “Doe maar rustig aan, ik ben niet zo’n race-type.”
“Ik ook niet, het was maar een geintje.”
Onderweg vroeg Joke hem naar Patricia. “Ik heb verteld, dat ik nauwelijks pijn heb, en ze zei zoiets van dat ik er niets over hoefde te zeggen, dat ze wist wie mijn vaste verpleger was. Hoe bedoelde ze dat?”
“Ze bedoelde dat ze weet wat ik doe. Ze doet het zelf ook, en ervaart ook meestal van die mooie resultaten. We vermoeden dat wij de enigen zijn, in elk geval op onze afdeling. Als ik onze collega’s hoor spreken over behandelmethoden, kijk ik haar soms aan, dan zuchten we maar eens diep… Het is niet makkelijk, we lopen keer op keer het risico dat we in een val trappen en eruit gegooid worden. Het past niet in de protocollen, vandaar. Dat we ooit beloofd hebben alles te doen om een patiënt te genezen, dat zijn we kwijtgeraakt in onze medische zorg. Zo ervaren ze het niet hoor, de meesten lijken het idee te hebben dat ze er alles aan doen en dat het de enige juiste manier is zoals zij het doen, en dat het gewoon goed is. Als wij er over zouden praten, zouden we niet alleen ontslag over onszelf uitroepen, maar ook onze collega’s enorm kwetsen. Er zijn er zoveel die oprecht denken dat ze het goede doen…”
“Lastig lijkt me dat, maar Jonathan, geef niet op hoor, wat jullie doen is zo krachtig, zowel voor innerlijke genezing als lichamelijke genezing. Ik heb het zelf ervaren, ja toch?”
Hij knikte haar glimlachend toe, reed het bed door de laatste klapdeuren heen en gaf haar tijdelijk over aan zijn collega’s van de gipskamer.
“Ik kom je zo weer halen!” zei hij. Hij draaide zich om en liep de gipskamer uit.
Joke bleef vertwijfeld achter. Jonathan leek zichzelf niet, en ze merkte dat haar dat wat deed. Ze vroeg zich af wat er aan de hand was, of hij nou alleen bezorgd was dat zijn werkwijze ontdekt zou worden, of dat er nog wat anders was… Ze had zelf het gevoel dat het vooral dat laatste was. Hij was gewoon anders, een beetje down. Ze kwam er niet uit, kon er niet achter komen wat er aan de hand was. ‘Nee, natuurlijk niet, wat ken ik hem nou helemaal, dus hoe zou ik moeten weten wat er aan de hand is’, mopperde ze in gedachten tegen zichzelf. ‘Misschien heeft hij wel de bons gehad…’
Op dat moment herinnerde ze zich de intensiteit die ze een paar keer had gevoeld. En de rest van de tijd tolden haar gedachten daar omheen en kwam ze langzaam tot de ontdekking, dat er een connectie tussen Jonathan en haar was, die haar danig in de war bracht. Jonathan en de hoofdpersoon uit het boek waarmee ze bezig was, Nathan. Ze waren gewoon dezelfde persoon! Ze was de laatste dagen met haar boek verder gegaan, en was verrast geweest door de draai in haar boek. Nathan, die ervaarde dat hij soulmate was van één van zijn patiënten!
‘Oh nee he,’ dacht ze, ‘het zal toch niet zo wezen, dat Jonathan denkt dat ik zijn soulmate ben? Dan zou hij inderdaad het gevoel moeten hebben dat hij de bons gekregen had, want als ik zijn soulmate zou zijn, dan loopt er iets spaak, want ik ben getrouwd met Anton.’
Het was niet eenvoudig haar gedachten tot rust te krijgen, maar tegen de tijd dat haar gipsbeen klaar was en ze hoorde dat Jonathan opgeroepen werd om haar te komen halen, had ze haar conclusie klaar: ‘Ik hoor bij Anton, ik ben met hem getrouwd en ik hou van hem! Punt uit!’
Jonathan kwam de gipskamer binnen, keek haar kort aan, keek naar haar been en stak zijn duim omhoog. “Dat is het betere werk, Joke, je bent weer een stap verder! Straks gaan we oefenen met de krukken.”
“Ja, lijkt me leuk!” deed Joke opgewekt, terwijl ze hem even strak aankeek. Tot haar verbijstering kreeg ze een schok. Ze knipperde even met haar ogen en keek naar haar gipsbeen. Ze was niet in staat om verder te praten, liet Jonathan in stilte haar bed terug rijden naar de zaal. Ze wist het nu zeker: die intensiteit die ze al een paar keer gevoeld had, was een soulmate-connectie!
Jonathan had gezien en gevoeld hoe ze die schok kreeg, zag aan haar gezicht dat ze er van in de war was. Zijn verlangen ging er naar uit om haar tegen zich aan te trekken, haar te troosten, te zeggen dat het oké was, dat ze gewoon met Anton verder moest gaan, en zich niet druk hoefde te maken over hem. Totaal onverwacht herkende hij in zichzelf het verlangen dat ze aan Anton had toegeschreven, het verlangen om alles te doen wat goed voor háár was.
Pas later, na zijn diensttijd, in zijn veilige luie stoel, kwam de vraag in hem op, of dat werkelijk het beste voor haar was, dat ze bij Anton bleef, die absoluut goed voor haar was, of dat ze haar leven verder met hemzelf zou delen, met hem, degene die die soulmate-connectie met haar had. Het bezorgde hem weer een avond vol gedachtenkronkels en worstelingen. Ja, hij wilde echt het beste voor haar, en dat wilde Anton ook. Maar zou Anton beseffen, dat het voor Joke het beste zou zijn om bij haar soulmate te zijn? Hij kon dat niet van die man verlangen, hij voelde haarfijn aan dat Anton weliswaar niet Jokes soulmate was, maar wel oprecht van haar hield.
Jonathan was Anton gaan respecteren, zelfs van Anton gaan houden, als een broer, een goeie vriend. Niet dat hij dat tegen hem gezegd had, maar hij voelde het zo. Hij ervaarde Anton als oprecht, liefdevol, vaderlijk. Apart was dat, vaderlijk… Kon het zijn dat Anton meer als een liefdevolle vader voor Joke was geweest? Meer een vader dan een partner? Dat zou kunnen, en wat dan nog? Als Joke bij hem gelukkig was, wie was hij dan om dat kapot te maken? Nee, hij mocht hopen dat ze zo snel mogelijk uit het ziekenhuis ontslagen zou worden, dan kon hij het hele gebeuren van zich afzetten.
.
Joke had zich vanaf haar tijd bij de gipskamer verward gevoeld. Ze hield van Anton, maar wat ze bij Jonathan gevoeld had, herkende ze niet bij Anton. Hoe ze er ook over nadacht, hoe ze ook haar best deed een weg te vinden door de wirwar van gedachten en gevoelens, ze kwam er niet uit.
’s Middags was Patricia nog even langs geweest.
“Ik heb het Jonathan gevraagd, over die pijn, je weet wel,” zei Joke tegen haar. “Hij vertelde dat jij hetzelfde deed, en nee, ik zal jou ook niet verraden, integendeel, ik moedig je liever aan om hiermee door te gaan. Het is geweldig dat je die kracht hebt, blijf ‘m gebruiken!”
“Dank je wel, Joke, dat is een enorme bemoediging voor me! En hoe ging het met jou vandaag? Ik kan je status wel lezen natuurlijk, maar ik hoor het liever eerst van jou,” legde Patricia uit.
Joke glimlachte: “Het ging goed in de gipskamer. Het lopen met de krukken was inderdaad even wennen, zoals je al verteld had, maar het gaat al best aardig. Ik ben al een keer zonder hulp naar de wc geweest.”
Patricia lachte: “Dat moet een opluchting geweest zijn!”
“Ja, echt wel, het verplegend personeel heeft me keurig behandeld hoor, schoon gemaakt en zo, maar het is toch wel zo fijn als je weer zelf naar de wc kunt!”
“Dat klopt, dat is het ook. Maar even wat anders… ik weet niet zo goed hoe ik het zeggen moet, maar ik heb de indruk dat je wat onrustig bent. Is er iets dat je dwars zit?”
Joke zuchtte diep. “Ja, er is iets wat me heel erg dwars zit, maar waar je me denk ik niet bij kunt helpen. Ik heb het gevoel dat ik een onmogelijke keuze moet maken.”
Patricia glimlachte: “Volg je hart Joke, voel goed wat je werkelijk voelt, en laat je niet gek maken door allerlei gedachten die je gevoel proberen te kleineren.”
Joke keek haar vragend aan, maar zei niets.
Patricia boog zich iets naar haar toe en fluisterde: “Mijn ziel is niet alleen krachtig, maar ook ernstig gevoelig… en verder zeg ik daar niets over! Fijne dag verder, Joke!”
Met een glimlach op haar gezicht liep ze de kamer uit. Stel je nou eens voor, als Joke haar hart zou volgen, met Anton zou breken en verder zou gaan met Jonathan, dan was de weg voor haar open, de weg naar Anton.
Ze gaf zichzelf een figuurlijke schop onder haar achterste, en verwenste haar eigen gedachtengang.
.
Tot aan de bezoektijd ’s avonds had Joke nog volop tijd om na te denken over de woorden van Patricia. “Goed voelen wat je werkelijk voelt…”
Ze merkte dat Patricia die waarschuwing over haar gedachten niet voor niets had uitgesproken. Gedachten als ‘Anton is er altijd voor je geweest’, ‘Anton houdt van jou’, ‘hou jij dan niet meer van Anton?’ kwamen af en aan.
Ze kwam er niet uit. Ze had het gevoel, als ze echt goed voelde, dat ze meer bij Jonathan hoorde, paste, dan bij Anton. Maar aan de andere kant was Anton degene die alles had gedaan om haar voluit tot leven te brengen.
Totaal onverwacht kwam er een heel nieuw aspect om de hoek, het seksuele. Ze had het altijd heerlijk gevonden om met Anton te knuffelen, zich door hem te laten liefkozen. Het samenkomen, het lichamelijk één worden, was goed geweest, maar het drong ineens tot haar door, dat ze het vuur, de passie waarover ze in haar boeken schreef, nooit zelf ervaren had. Het was goed geweest, maar niet op die manier. En gek genoeg wist ze dat dat met Jonathan wel zo zou zijn, doordat er met hem een connectie was, die ze met Anton niet had.
Maar Anton… was zijn liefde voor haar dan niet echt? Of andersom, was haar liefde voor hem niet goed genoeg?
Ze zat nog volop in die gedachtenworsteling toen Anton binnen kwam. Hij zag direct aan haar gezicht dat ze van slag was. Hij probeerde er luchtig op te reageren en vroeg hoe het haar beviel dat ze die beugel kwijt was.
Tot zijn verbazing reageerde ze verward, alsof ze nu pas voor het eerst ontdekte dat die beugel weg was. Er moest dus iets anders zijn wat haar dwars zat.
Hij probeerde het nog een poosje op een luchtige manier, maar kwam niet echt bij haar binnen, alsof ze zich voor hem afgesloten had. Diep van binnen wist hij het, ze had het gevoeld, ze had het ervaren, en was daardoor van slag.
“Joke? Joke, kijk me eens aan… Gaat het over Jonathan?”
Hij zag de paniek in haar ogen groeien. Hij pakte haar hand en fluisterde: “Vertel het me maar, meiske, vertel het me maar.”
Joke schudde haar hoofd: “Ik kan het niet, Anton, ik kan het niet. Ik ben compleet in de war.”
“Ja, dat zie ik, en dat vind ik naar voor je, echt heel naar. Maar… weet je nog dat je toen je hier net lag, dat je voelde dat ik ergens mee worstelde, en dat ik zei dat ik iets gezien had. Ik zei dat ik wist dat het kon gebeuren, dat ik er altijd al rekening mee hield. Dat het moeilijk en pijnlijk was, maar dat het echt goed was. Weet je dat nog?”
Joke knikte langzaam, terwijl tranen over haar wangen stroomden. “Ja, nu je het zegt, herinner ik me dat weer. Ik begreep het toen niet, maar nu wel, denk ik. Het voelt zo afschuwelijk Anton, het voelt als verraad.”
Anton stopte haar even: “Wacht even Joke, begin even bij het begin. Wat heb je ervaren?”
Ze dacht terug aan de eerste dag in het ziekenhuis, dat ze iets bij Jonathan had gevoeld wat best heel intens was, en dat ze niet geweten had wat het was. Ze vertelde wat er vanmorgen ineens tot haar doorgedrongen was, en over haar worsteling de rest van de dag. Ze vertelde zelfs wat Patricia tegen haar gezegd had, over echt voelen wat je voelt.
“Patricia, dat is die arts toch? Had zij in de gaten wat er aan de hand was?”
“Ja, ze vertelde dat haar ziel niet alleen krachtig was, maar ook heel goed kon voelen, dus nee, ze zei niet ronduit wat ze gevoeld had, maar ik kon het er eigenlijk wel uit opmaken.”
“En heb je haar advies opgevolgd? Heb je goed kunnen voelen wat je werkelijk voelt?”
“Ja, ik heb het gevoeld, maar daarna komt er steeds een leger van gedachten over me heen. En echt, als ik aan Jonathan denk, dan voelt dat als verraad naar jou. Al die vragen die langskomen. Hou je dan niet echt van Anton? Jawel, zeker weten van wel! Houd Anton dan niet genoeg van jou? Ja, dat doe jij wel! Is hij dan niet goed genoeg voor je? Hé, dat is een nieuwe vraag, die heb ik nog niet eerder gehad… ben jij niet goed genoeg voor mij? Verdorie, dat klinkt zo negatief. Je bent altijd goed voor mij geweest, je hebt alles gedaan om mij tot bloei te laten komen. Ik heb het grotendeels aan jou te danken dat ik nu leef, echt leef! Maar wat is dan het probleem?"
Anton boog even zijn hoofd, keek haar toen weer aan: "Het probleem, lieve Joke, het probleem is geen probleem, maar het voelt wel zo. Jij en ik, we houden zeker weten van elkaar, maar we hebben niet die vurige soulconnectie. Mag ik even heel eerlijk met je zijn?”
Hij zag dat ze vertwijfeld knikte. “Toen wij elkaar leerden kennen, was er niet direct liefde, of verliefdheid. O ja, ik vond je aardig, ik vond je leuk om te zien, ik vond het fijn om bij je te zijn. Maar, zoals ik al zei, die soul-klik was er niet. Maar diep van binnen kreeg ik een indruk, een dringend verzoek om voor jou te kiezen, en om jou lief te hebben en je te helpen in je proces, je te helpen jezelf te ontdekken en te worden wie je ten diepste bent. Dat is een poosje een worsteling geweest, maar op het moment dat ik tegen mezelf ja op die indruk zei, ervaarde ik een enorme liefde voor jou. Het kwam zo rechtstreeks uit mijn ziel naar boven spuiten. En vanaf dat moment was het niet moeilijk meer om van jou te houden, dat ging gewoon vanzelf. En het verlangen om er op die manier voor jou te zijn, is er steeds geweest. Maar er is tussendoor ook steeds de vraag geweest, wat ik zou doen als jij je echte soulmate tegen zou komen. Zou ik je los kunnen laten? Weet je Joke, ik ben elke keer als die vraag boven kwam, tot dezelfde conclusie gekomen: als ik jou mocht brengen tot waar je nu bent, dan hoort deze stap daar ook bij. Dan laat ik jou los zodat jij kunt zijn bij de man die jouw soulmate is. Is dat dan niet pijnlijk voor mij? Ja, dat is het, liefde kan soms pijnlijk zijn, heb ik wel eens gehoord. En dat heb ik de afgelopen dagen ervaren, dat het pijnlijk kan zijn. Maar ik weet ook dat het goed is, dat het voor jou het beste is, dat je Jonathan niet loslaat na je ontslag uit het ziekenhuis, maar dat je contact houdt, wetend dat het echt goed is. Ik ben blij dat ik je zover heb mogen brengen… echt Joke, in het diepst van mijn ziel weet ik dat het goed is, dat ik je loslaat zodat je naar hem kunt gaan.”
“Het klinkt… zoals ze zeggen dat ouders hun kinderen los moeten laten… ook moeilijk, maar zo goed. Ik weet dat jij een vaderlijk type bent, als een vader voor je werknemers, als een vader voor Huib en Margreet, voor Sjaak en Lisa… hoe heb je je dan altijd naar mij gevoeld?”
“Oeps, dat is een vraag die ik even niet aan zag komen!” Anton probeerde te glimlachen, maar het werd meer een pijnlijke grijns. “Ik heb me naar jou nooit zo gevoeld, ik heb me altijd gevoeld als jouw partner. Ik denk maar gewoon even hardop. Ik ben altijd eerlijk en open naar je geweest, dat wil ik nu ook zijn. Als ik nu op onze jaren terugkijk, dan kan ik alleen maar zeggen, dat ik niet weet hoe het is om partner te zijn van een soulmate. Ik kan daardoor ook niet zeggen dat ik misschien meer vader dan partner voor je geweest ben. Ik weet het eigenlijk gewoon niet. Ik zal er nog eens verder over nadenken, en als ik het weet, als ik het ontdek, dan zal ik het je zeker laten weten! Maar los daarvan, wil ik er nog een keer op aandringen, dat je Jonathan niet moet laten schieten. Hou contact met hem, blijf voelen wat je voelt. Neem de tijd om tot je eigen conclusie te komen, om je besluit te nemen. En weet dat ik het je geen seconde kwalijk zou nemen, als je ervaart dat je voor hem wilt kiezen. Het is niet makkelijk voor me, maar ik weet dat het goed is. Dus ga, als je wilt gaan…”
Anton stond op, legde zijn handen langs haar gezicht en kuste haar. “Ik ga wat eerder weg, dan kun je er rustig over nadenken. En ik ook… het is best verwarrend allemaal.”
Anton liep al richting de deur.
“Anton? Dank je wel… voor alles… en voor nu, dat je me de keuze laat, dat je me vrij laat… ik begrijp wat het met je doet, en toch geef je me die vrijheid. Dank je wel.”
Met tranen in zijn ogen gaf hij haar een handkusje op afstand en liep de kamer uit. In de gang botste hij bijna tegen Jonathan op, niet in uniform maar in een spijkerbroek en een eenvoudige sweater. Anton keek hem aan, legde even zijn hand op zijn schouder en zei: “Jonathan, het is goed… je weet wel, denk ik… vraag het anders maar aan Joke…”
Anton liep door, terwijl Jonathan hem nakeek. Dat was dus de reden dat zijn innerlijk hem gedrongen had naar het ziekenhuis te gaan, naar zijn eigen afdeling. Hij zuchtte diep en liep door, naar de kamer waar Joke op dit moment alleen lag. Hij zag dat ze haar ogen dicht had, bleef even stil staan. Nee, ze sliep niet, ze huilde. Het verlangen dat al een paar dagen in zijn binnenste brandde, zocht een weg, een weg naar Joke. Zacht noemde hij haar naam, waardoor ze hem aankeek met vochtige ogen. Ze fronste haar wenkbrauwen, en vroeg: “Jij hier? Heb je er een late dienst bij?”
Hij schudde glimlachend zijn hoofd. “Nee Joke, ik zat thuis, met worstelende gedachten, zoals ik dat elke avond heb sinds jij in het ziekenhuis ligt. En ineens kwam er een enorme drang om hierheen te gaan, naar jou. Ik vond het een heel lastig idee, want… ja, ik zou Anton hier treffen. Wat moest ik? Maar de indruk was zo sterk, dat ik vrijwel direct op pad gegaan ben. En net, in de gang, botste Anton bijna tegen me op. Ik zag dat hij tranen in zijn ogen had. Hij legde een hand op mijn schouder en zei: “Jonathan, het is goed… je weet wel, denk ik… vraag het anders maar aan Joke…” Zo zei hij het letterlijk, en liep door. Hij zag er verslagen en verdrietig uit, maar ik voelde dat hij het meende. En daarom durfde ik door te lopen naar jou. En nu vraag ik het aan jou Joke, wat is er goed?”
Er verscheen een waterige glimlach op Jokes gezicht. “Ik heb het vanmiddag ontdekt Jonathan, dat wat ik op de eerste dag ervaren heb toen je me een paar keer aankeek, dat dat alles te maken had met een soulconnectie. Ik heb er de hele dag over liggen tobben. Het voelt zo oneerlijk naar Anton. Maar hij heeft het me uitgelegd, hoe hij het vanaf het begin van onze relatie ervaren had, en dat hij altijd geweten had dat wij geen soulmates waren en dat er een dag kon komen dat ik mijn soulmate tegen zou komen… Hij vindt het moeilijk, pijnlijk, maar hij zegt dat hij weet dat het goed is. Het komt nu zo in me op, dat hij me hier klaar voor gemaakt heeft.”
“Dat zou maar zo kunnen… en wat bij mij opkwam, was dat ik jou niet alleen nodig heb als partner, om elkaar lief te hebben, maar ook voor mijn werk. Soulmate-kracht maakt een mens zoveel sterker…”
Joke knikte, en vertelde hoe ze dat ervaren had bij de rechtszaken van Lisa.
Ze spraken nog een poosje door, tot het bezoekuur bijna afgelopen was.
“Ik moet gaan, Joke, morgen zie je me weer als verpleger verschijnen, en waarschijnlijk mag je dan naar huis.”
Hij pakte zijn mobiel en typte haar gegevens in. Joke deed andersom hetzelfde. Zo spraken ze af, dat ze contact zouden houden, om naar elkaar toe te kunnen groeien en de juiste beslissing te kunnen nemen. En ja, natuurlijk hoopte Jonathan dat Joke naar hem zou verhuizen, maar als ze bij Anton zou blijven… ach, dan moest hij dat ook accepteren, maar wat zou hij dat moeilijk vinden!
Net als Anton even daarvoor gedaan had, legde hij zijn handen langs haar gezicht, kwam langzaam dichterbij terwijl hij haar bleef aankijken.
“Joke… ik verlang naar je, ik hou van je. Ongelofelijk hoe snel dat kan groeien!”
“Echte soulconnectie, Jonathan, echte soulconnectie… dan krijg je dat,” fluisterde ze terug, en ontving en beantwoorde zijn strelende kussen.
.
Een paar dagen later was het voor Joke overduidelijk, dat ze voor Jonathan wilde kiezen. Anton had zich inmiddels voor een groot deel door zijn verdriet heen geworsteld en was in staat haar te helpen met het inpakken van haar spullen. Samen brachten ze alles naar Jonathans huis, waar hij al ruimte gemaakt had.
Jonathan was in het ziekenhuis aan het werk, maar had Joke een sleutelbos van de verschillende deuren gegeven. Op het moment dat hij thuis kwam, waren al Jokes spullen al binnen, en zag hij dat Joke afscheid nam van Anton. Het deed hem pijn voor Anton, dwars door zijn vreugde over Jokes komst heen. Hij liep naar binnen, liep naar hen beide toe.
“Anton, ik heb je al bedankt voor alles wat je voor Joke, en dus ook voor mij gedaan hebt. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik vanaf de eerste dag bewondering voor je gehad heb, en van je ben gaan houden als een broer, een vriend. Als jij het wilt, als jullie het allebei willen, weet dan dat je hier altijd welkom bent!”
Anton knikte en glimlachte. “Dank je wel. Op dit moment trek ik dat nog niet, maar zodra ik het aankan, zal ik het jullie zeker laten weten. Ik ga nu, het ga jullie goed!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb