Hoofdstuk 198.

Opnieuw ontdekt

Na de koffie hadden ze nog heerlijk gesmuld van Marieke’s zelfgemaakte stracciatella ijs. Ze hadden hun gesprekken op wat neutraler gebied gehouden, hadden serieuze zaken, zoals de situatie van Lisa, besproken, maar ook vreselijk gelachen om malle ingevingen die nergens op sloegen, maar die gewoon boven kwamen.

Tegen negen uur stond Ellen op: “Jongelui, ik moet er vandoor. Ik hoop een lange nacht te kunnen maken, omdat ik morgen een drukke dag heb. Weet je wat mijn wens is? Dat we elkaar niet meer uit het oog verliezen! Het was een heerlijke avond, dit moeten we echt vaker doen!”

“Ja he, voor herhaling vatbaar! Dat ben ik helemaal met je eens. Jammer dat je zo vroeg al naar huis gaat,” zei Johan, terwijl hij in zijn hart dacht, dat het niet alleen jammer was, maar dat hij het vooral geweldig vond dat hij daardoor nog even met Marieke samen kon zijn.

Diep van binnen verdacht hij Ellen van opzet. Marieke was eerlijk geweest, en Ellen had zijn gevoelens waarschijnlijk ook allang door. Ze was niet gek! Echt, het zou hem niet verbazen als ze al weg ging om hen nog wat tijd samen te geven. Hoe dan ook was hij haar dankbaar!

Ze namen met een vriendschappelijke omhelzing afscheid en beloofden elkaar om contact te houden, en niet alleen nu vanwege hun gezamenlijke werk. Samen zwaaiden ze Ellen uit.

Marieke voelde zich ongemakkelijk. Aan de ene kant had ze hier naar verlangd, Johan te ontmoeten, hem weer te zien en te ervaren dat haar hart nog steeds oversloeg in zijn aanwezigheid, bij het horen van zijn stem. Aan de andere kant vond ze het lastig dat ze aan tafel zo onverwacht haar gevoelens van destijds eruit gegooid had. En dat dat lastig was, kwam vooral doordat haar gevoelens van toen nu eerder sterk dan minder geworden waren… Hoe nu verder?

Terwijl Johan op de bank ging zitten, bleef Marieke staan, onzeker. “Wil jij nog een kop koffie? Of iets anders te drinken?” vroeg ze om op neutraal gebied te blijven.

Johan schudde zijn hoofd: “Nee Marieke, ik hoef op dit moment niets meer dan jou alleen. Jouw woorden aan tafel hebben heel wat los gemaakt. Weet je, ik heb een enorme kracht gevoeld in die tijd van onze vriendschap, een aantrekkingskracht die veel sterker was dan verliefdheid. En toen jij een andere studie ging volgen en daarvoor verhuisde, heb ik het heel zwaar gehad. Ik heb je zo enorm gemist, maar heb nooit het lef gehad om je te bellen of naar je toe te gaan. Je wilt niet weten hoe vaak ik mezelf daarvoor voor m’n kop geslagen heb! Oké, niet letterlijk, maar ik heb mezelf wel flink uitgescholden.

Weet je wat ik denk, Marieke? Het feit dat ik jou kwijt was, heeft een grote rol gespeeld in mijn werk. Ik heb me niet alleen laten inpakken door het gedrag van mijn collega’s, ik ben me zo saai gaan gedragen doordat ik een deel van mezelf kwijt was geraakt sinds we elkaar uit het oog verloren. Kom toch even zitten, Marieke,” zei hij terwijl hij met zijn hand naast zich op de bank klopte om haar aan te geven dat hij haar naast zich verlangde.

Verlegen ging ze zitten, een eindje van hem af, maar wel half naar hem toe gedraaid.

“Riekje, lieve vlinder, dankzij jouw flapuit aan tafel heb ik nu wel het lef, om je te zeggen dat mijn hart op hol sloeg toen Ellen me vertelde, dat jij mijn naam had genoemd om als rechter op te treden voor Lisa. Jij, hoe zou het met jou zijn? Je had je eigen achternaam nog. Zou je niet getrouwd zijn? Zou je nog vrij zijn? Zou die klik, die intense klik die ik toen ervaren had, er nog steeds zijn? En zou jij die ooit ervaren hebben of nu ervaren? Zoveel vragen, dat ik werkelijk moeite had om mijn hoofd bij mijn werk te houden!

En toen Ellen vanmorgen voorstelde om elkaar opnieuw te ontmoeten, heeft dat mijn hele dag overhoop gegooid. Het verlangen naar jou was nu nog sterker dan in het verleden, en ik heb me vandaag zo afgevraagd of dat een soort nostalgie was, of dat het een echt verlangen was. En ik vroeg me natuurlijk ook af hoe jij nu zou zijn, nu, jaren later.

Toen ik je zag, had ik je het liefst in mijn armen genomen. Ik had grote moeite om dat niet te doen. Ik dacht dat het niet het juiste moment was. Ellen was erbij, en ik had geen idee of jij iets voor mij voelde.”

Dit was het moment dat Marieke hem met een diepe zucht en een bijzonder intense blik in haar ogen onderbrak: “O ja, ik voel heel veel voor jou. Dat was jaren geleden al zo. Toen ik van studierichting veranderde en ook niet dapper genoeg was om contact met je te houden, ben ik door een rouwproces gegaan. Ik weet dat het overdreven klinkt, daarom heb ik het ook nooit tegen iemand durven vertellen, maar het was echt zo. Ik heb er zo’n pijn en verdriet om gehad, ik voelde me zo verscheurd. Het waren vreselijke maanden! Door mijn studie en mijn werk kon ik verder. Ik had er plezier in en dacht dat ik leefde. En in zekere zin was dat ook wel zo, maar nu achteraf denk ik dat ik meer een vlinder was die een scheurtje in haar vleugels had, zoiets. Ik kon nog wel vliegen, maar niet meer voluit. Ik was niet meer die dartele vlinder.

En toen ik je vanavond weer zag, voelde ik mijn hart opspringen zoals me nog nooit overkomen was, nog veel sterker dan tijdens onze studietijd. En dan die bloemen en die prachtige vlinder… Ik kreeg weer hoop, een heel zekere hoop. Op de één of andere manier wist ik dat het goed zou komen tussen ons, maar ik vond het nog wel reuze spannend.

Die bloemen die je me gaf… Je had niet zomaar een bosje bloemen gehaald, maar precies een boeket dat zo bij mij paste. En die vlinder, dat was dan wel het idee van die verkoopster, maar ik denk dat zij op de één of andere manier aangevoeld heeft hoe jij mij zag.” Terwijl ze sprak, stak ze haar hand naar hem uit. Hij greep hem en schoof wat dichter naar haar toe.

“Samen verder, mooie vlinder, ik wil zo graag samen met jou verder. Wil jij dat ook?” Johan keek haar diep in haar ogen.

Marieke begon te stralen: “O ja, niets liever, samen met jou, mijn malloot!”

Zonder nog een moment te twijfelen schoof Johan zijn ene arm onder haar benen door en zijn andere onder haar arm en terwijl Marieke een verrast kreetje slaakte, tilde hij haar op zijn schoot.

“Samen verder, dat is wat we doen. Ik hou van jou, Marieke. Dat had je al wel door, maar ik moet het gewoon even hardop zeggen: ik – hou - van - jou!”

Marieke nam zijn gezicht tussen haar handen, en zei met een stralende glimlach: “Dat komt dan goed uit, want ik houd ook van jou, ik houd zo ontzettend veel van jou! Ik ben zo blij dat we elkaar weer gevonden hebben!”

Ze liet haar handen naar achteren gaan en verstrengelde haar vingers in zijn haren. “Zo leuk, dat je je haren gelaten hebt zoals ze waren. Ik heb je haar altijd bewonderd, die mooie dikke krullen, en lekker een beetje lang. Dat past gewoon bij jou, niet dat korte, en ook niet heel lang, maar gewoon zoals het nu is.”

“Ben je uitgekletst, Vlindertje?”

Marieke trok verbaasd haar wenkbrauwen omhoog, maar voor ze van die verbazing bekomen was, kwam hij dichterbij en kuste hij haar, vlinderlicht, zoals bij een vlinder paste.

“Lief dartel ding,” fluisterde hij tussen de kussen door, “Lieve dartele vlinder, je zult weer vliegen, als een tere vlinder, een sterke, tere vlinder.” Hij keek haar even aan: “Vlinders zijn teer, maar in hun teerheid ook sterk, denk je ook niet?”

“Hmm,” knikte Marieke, “als ze op mijn hand zitten, voel ik dat ze zich met hun pootjes aan mijn huid vast zuigen, daar lijkt het op. Best sterk voor zo’n teer diertje. En hoe ze vliegen, zo dwarrelig, daar kan ik gewoon jaloers op zijn!”

“Ze zijn net als jij, of jij bent net als zij. Jij vliegt niet letterlijk, maar bent wel net zo lekker dwarrelig!” Johan trok haar stevig tegen zich aan, en kuste haar opnieuw, maar nu vol passie, vol verlangen.

Marieke beantwoordde zijn kussen, al even vurig. Sidderingen gingen door haar lichaam, terwijl ze zichzelf tegen hem aandrukte.

Ineens hield Johan haar een beetje op afstand. Hij keek haar aan en zag een donkere dromerige blik in haar ogen. Hij vroeg: “Dit huis, is dit voor jou je thuis?”

Marieke keek hem verrast aan. “Tot nu toe wel ja, maar nu… volgens mij ben ik alleen bij jou echt thuis.”

Johan grinnikte: “Dat ben ik helemaal met je eens, ik ook bij jou. En daarom, zeg maar eerlijk wat je ervan vindt, zou ik dolgraag bij jou willen komen wonen. Ik bedoel, we willen allebei graag samen verder. Ik wil je nooit meer uit het oog verliezen, eigenlijk niet eens voor een etmaal. Het is dat ik naar mijn werk moet, maar anders…”

Marieke schaterde: “Dan zouden we dag en nacht zo blijven zitten!”

“Dat denk ik niet, dan zou ik liever bij je in bed kruipen. En vooral altijd in je aanwezigheid zijn. Ja, dat het liefst, thuis komen na mijn werk en bij jou zijn. Ik weet dat het wel heel snel is, maar…”

“Snel? Snel? We hebben er jaren over gedaan! In dat opzicht hebben we jaren verloren laten gaan. En als ik eerlijk ben, wil ik geen dag meer verliezen, wil ik ook geen dag meer zonder jou. Blijf je hier, vannacht? Als je nog niet in mijn bed wilt slapen… ik heb ook een logeerbed. Hahaha, dan kruip ik als jij slaapt wel bij jou in bed! Daar heb ik zo vaak over gedroomd, en gemijmerd, dat ik op bed tegen jou aan lag, met jouw arm om me heen. Arme jij, je kon vast niet slapen. Ik heb niet eens over seks gedroomd, maar wel over dicht bij jou zijn, tegen jou aan liggen. Ik verlangde zo naar jou, naar jouw aanwezigheid.”

Johan lachte blij: “Ik had net even de neiging om te zeggen dat ik even naar huis wilde rijden om wat spullen op te halen, maar ik zou wel gek zijn als ik je een uur onnodig alleen liet. Zullen we naar boven gaan? Het lijkt me heerlijk om tegen jou aan te liggen en mijn neus in jouw haren te laten dwalen.”

Marieke sprong op, greep zijn hand: “Kom mee, het is volgens mij echt kinderbedtijd!” Met een gemompeld “even de deuren op slot doen” liet ze hem meteen weer los en liep met sprongetjes naar de voordeur en even later naar de achterdeur. Ze zette de thermostaat laag en ging voor hem uit naar boven.

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb