Hoofdstuk 57.

‘Omarming’ en ‘Vulkaan’

Via internet had Katja rode en blauwe stof gekocht, stof met een fluweelachtige uitstraling, en dun breigaren van dezelfde kleuren, en die bestelling was gisteren laat in de middag bezorgd. Omdat ze gisteren erg moe was geweest, had ze er nog niets me gedaan.

Vanmorgen zouden Angelique en Rosanne hun ‘Vulkaan’ en ‘Omarming’ komen ophalen. Katja besloot voor die tijd aan de slag te gaan met haar stof, zodat de beide vrouwen het effect ervan konden zien.

Ze mat per kastvak de maten op, en knipte de stof bewust wat langer, omdat ze de uithoeken ervan wilde gebruiken om ze met het breigaren te vormen tot puntjes en de stof daarmee aan de kast vast te zetten.

De eerste lap legde ze op de plank waar ze hem hebben wilde. De lap moest niet alleen op de plank liggen, maar aan de achterkant naar boven lopen en daar vast gezet worden. De lap zou zijn als een rugleuning en een zitting van een stoel. Ze zag dat de lap groot genoeg was om bovenaan de hoekjes in puntjes te draaien. Ze had vooraf al vier draden van dezelfde kleur ruim op lengte geknipt. Ze knoopte de eerste om zo’n puntje en maakte hem vast aan de kast.

“Handig met deze kast, er zijn overal spijltjes waar ik ze aan vast kan knopen!”

Ze deed hetzelfde met het andere puntje aan de bovenkant.

“Zo, de achterkant hangt…”

Ze kreeg ineens een idee. Om te voorkomen dat de stof naar voren zou schuiven, knipte ze een wat langere draad af en bond die voor de overgang van ‘rugleuning’ naar ‘zitting’ langs vast. Ook vooraan maakte ze puntjes van de hoeken en gebruikte ze weer de het breigaren om de hoekjes vast te zetten.

“Het eerste vak is klaar!”

Met een glimlach keek ze ernaar, wilde het glaswerk ‘Omarming’ erin gaan zetten, maar ze verstarde, haar glimlach verdween en ze was in gedachten, in haar hele beleving in een andere ruimte, een ruimte waar een stoel stond van dezelfde rode kleur. Het was de rode stoel, een leren fauteuil, waarin ze dagelijks naakt aan enkels en polsen vastgebonden werd, waarna meestal meerdere mannen binnen kwamen om haar naaktheid zogenaamd te bewonderen en haar tot extreme hoogten te brengen door samen haar gevoelige plekken te stimuleren en te mishandelen. Ze was er standaard huilend doorheen gegaan, en standaard heftig klaargekomen, waarna de mannen haar om beurten verkrachtten. Vooral als ze in een groepje waren, hadden ze er een hatelijk plezier in, jutten ze elkaar op, om steeds gekker te doen, haar keer op keer te stimuleren zodat de volgende er nog meer plezier aan beleefde. Satanisch gestoord, had ze hen in gedachten genoemd.

Terwijl Katja staarde naar de rode stof in haar kast, beleefde ze zo’n sessie opnieuw. Ze liet zich huilend op de grond vallen, schopte in het wilde weg.

Maureen, die net koffie wilde maken, hoorde haar en ging stilletjes haar werkkamer in. Ze schrok van de heftige herbeleving, herkende dat niet van zichzelf. Zijzelf versteende meestal, maar Katja leek de kerels die in haar beleving zich weer aan haar opdrongen, te willen wegschoppen.

Maureen besefte, dat Katja er doorheen moest, dat het moeilijk was, maar dat het haar uiteindelijk een stukje genezing zou brengen. Toch kon ze het op een gegeven moment niet langer aanzien, kroop naar Katja toe en legde haar hand op haar schouder, terwijl ze zacht haar naam noemde: “Katja, Katja, ik ben het, Maureen, je bent veilig Katja, het is niet echt, het is een herinnering die boven komt. Kom er alsjeblieft uit, kom, kom maar tot rust.”

Ze bleef zacht tegen haar praten en na verloop merkte ze, dat het schoppen minder werd en dat Katja’s ogen begonnen te bewegen, alsof ze zocht naar de daders, nog steeds bang dat ze haar opnieuw te grazen zouden nemen.

Haar ogen vonden Maureen. Ze keek haar strak aan, terwijl ze keer op keer diep ademhaalde. Ze bleef Maureen aankijken, en allebei zagen en ervaarden ze iets waar ze nog geen woorden aan konden geven.

.

De bel ging. “Dat zullen Rosanne en Angelique zijn. Ga jij je maar even wat opfrissen in de keuken of boven, even je gezicht wassen. Ik ga wel naar de voordeur.”

Ze stonden op, Katja ging naar boven om op haar slaapkamer haar gezicht te koelen met water en er wat crème op te doen. Ze zag in de antieke spiegel dat haar ogen nog te rood waren, maar ze wist op dit moment even niet wat ze daaraan zou kunnen doen. Ze was te verward door wat er net gebeurd was, en wilde ook niet te lang weg blijven.

Rustig liep ze naar beneden, probeerde zo goed en zo kwaad als het maar ging te glimlachen en Rosanne en Angelique te begroeten. Angelique hield haar hand iets langer vast en keek haar aan: “Ontspan maar Katja, je mag bij ons jezelf zijn, wat er ook aan de hand is.”

Katja keek verschrikt naar Maureen, zich afvragend wat zij hen verteld had.

Angelique stelde haar opnieuw gerust: “Maureen heeft niets verteld, we hebben geen idee wat er aan de hand is, en dat hoeft ook niet, maar ik zie dat je gespannen bent, dat je gehuild hebt en krampachtig probeert je anders te gedragen dan je je voelt. En ik wilde net alleen maar aangeven, dat dat niet nodig is.”

Katja knikte, en ontspande een beetje. Haar glimlach verdween en haar hele gezicht had een trieste uitdrukking. Ze zag dat Maureen de ‘Vulkaan’ al op de eettafel had gezet.

“Ik zal de ‘Omarming’ ook even pakken. Ik had hem in de kast willen zetten, maar ben zover niet gekomen. Kom maar mee, dan zal ik het alsnog doen en kun je zien of je het effect mooi vindt.”

De vrouwen volgden haar naar haar werkkamer, waar Katja de ‘Omarming’ van haar bureau pakte. “Ik had hem hier op die rode stof willen zetten, omdat ik dacht dat dat het dan nog mooier uit zou komen. Maar er kwam even wat tussen.”

Ze plaatste haar glaswerk op de rode stof en was zelf verrast door het effect. “Het is net of hij nog meer begint te glinsteren…” verzuchtte ze.

“Dat is precies wat we nodig hebben,” zei Angelique tegen Rosanne, “rode stof eronder en erachter.”

“Heb je een idee van de maten?” vroeg Katja.

Angelique schudde haar hoofd, maar Rosanne zei: “Ik weet dat allebei de plankjes veertig centimeter breed en dertig centimeter diep zijn.”

Katja dacht na, en berekende hardop: “Dan heb je dus een lapje nodig van veertig breed, en een lengte van dertig centimeter plus de hoogte, ruim de hoogte van de ‘Omarming’. Kunnen jullie de stof bovenaan aan de muur vast maken?”

“Jawel, aan de bovenkant kunnen we er spelden doorheen prikken, schuin achter het behang steken. Waar de plank aan de muur zit, kunnen we zoiets doen als jij hier gedaan hebt, of nee, als de lap iets breder zou zijn, kunnen we hem tegen de muur met spelden vast maken, en aan de zijkant van het de plank met dunne spijkertjes erin vast tikken.”

“En aan de voorkant er losjes een klein stukje overheen laten hangen?” vroeg Katja.

De vrouwen keken elkaar aan en knikten.

“Zal ik een stuk van ruim veertig centimeter afknippen, met een lengte van een meter?”

Rosanne en Angelique keken naar de enorme rol die op Katja’s werktafel lag.

Katja grinnikte: “Je hoeft er niet voor te betalen hoor, ik vind het fijn als mijn werk een prachtige plek krijgt.”

De dames schoten in de lach. “Dat is nog eens een leuke oplossing!” zei Rosanne. “Ik zeg er geen nee tegen!”

“Is het andere plankje van dezelfde maat?” vroeg Maureen.

Angelique knikte.

“Ik heb van dezelfde stof grijs en zwart gekocht. Omdat de berg van de ‘Vulkaan’ veel zwart heeft, zou ik zelf voor de grijze stof gaan. Wat denken jullie daarvan?”

“Tjonge, wat een verwennerij,” reageerde Angelique, “echt gaaf! Ik denk ook dat de grijze inderdaad het beste is.”

Rosanne knikte, waarop Maureen met een “Dan ga ik die even knippen!” zich omdraaide en naar haar werkkamer liep.

“Hadden jullie dat zo afgesproken?” vroeg Rosanne aan Katja.

“Nee, we hebben wel samen die stoffen uitgezocht en gekocht, maar verder niet. Blijkbaar vindt Maureen het ook een goed plan. Eerlijk gezegd kwam het ook net pas in me op, ik had die niet van tevoren bedacht. Ik was zo verrast door het effect…”

Ze pakte de ‘Omarming’ en zette hem in een ander deel van de kast.

“Moet je het verschil zien, die stof maakt dat het glas zoveel mooier uitkomt! Ik zet hem meteen weer terug hoor, hij hoort gewoon op zo’n plek. Ik heb trouwens ook korenblauwe stof, zelfde soort stof.” Katja wees naar de andere rol die in de kast lag.

“Hebben jullie voorkeur voor rood of blauw?”

“Rood, dat past ook het beste naast die grijze waar de vulkaan op komt. Er zitten roodtinten in die vulkaan. Wat denk jij Rosanne?”

“Helemaal mee eens! Wij zijn als dat spreekwoord, twee zielen één gedachte. Eigenlijk klopt dat niet, we zijn wel twee zielen, maar onze zielen zijn samen zo één, dat er amper meer sprake is van twee zielen. Maar dat terzijde! Ik vind de rode dus ook de beste optie!”

Katja glimlachte en legde de rol stof zo neer, dat ze goed recht kon knippen. Ze had er een meetlat van een halve meter bij, die ze gebruikte om de breedte van de stof overal gelijk te kunnen houden. Om het laatste, de breedte, af te kunnen knippen, legde ze de rol evenwijdig aan de tafelrand, en knipte langs de tafelrand, zodat ook dat recht zou zijn.

“Dat doe je handig! Vaker gedaan?” vroeg Angelique.

“Nee, nooit, net voor mijn eigen lapje voor het eerst. Ik zag het gewoon voor me op het moment dat ik me afvroeg hoe ik het beste recht zou kunnen knippen. En het werkt!” lachte ze.

Rosanne glimlachte blij. “En hoe is het inmiddels met de panter in jou?”

Katja hield haar hoofd scheef terwijl ze nadacht. “Ik denk dat die panter steeds meer om de hoek begint te komen. Net, dat plan om voor jullie een stuk stof te knippen, dat was een panter-ideetje. Voorheen zou ik het eerst met Maureen overlegd hebben, omdat ik het moeilijk vond om zelf beslissingen te nemen. Maar dit gebeurde vanzelf, ik besloot het zelf. Goh, best gaaf, ik was me er niet van bewust, dus bedankt dat je naar de panter vroeg! Ik heb hem trouwens voorlopig in de vensterbank hier gezet, maar ik wil nog een plankje daar aan de muur zoeken, van dezelfde stijl als de kast. Dan doe ik daar ook stof overheen en zet ik hem daarop.”

“Goed idee! Wij komen veel op veilingen. Als we een keer zoiets tegenkomen, zal ik je er een foto van sturen, dan kun je kijken of je het wilt hebben voor de prijs die ze ervoor vragen. Niet alles wordt geveild namelijk, heel veel heeft gewoon een vaste prijs. Ze pikken op de veilingen waar wij graag komen, er altijd een paar spullen uit die ze veilen, en de rest kun je kopen voor de vastgestelde prijs. Ik verwacht, dat als we zo’n plankje of zo’n rekje tegenkomen, dat het een vast prijs zal hebben, denk je ook niet?”

Angelique knikte: “Je weet het nooit met die gasten, maar ik verwacht dat je gelijk hebt.”

“Nou, dat zou ik fijn vinden! En ondertussen zoek ik zelf ook verder, ook naar meer van zulke kasten. Maureen en ik hebben allebei twee werkkamers, zij aan de andere kant van het huis, ik hier. En we willen de wanden van beide kamers bijna vol zetten met zulke kasten. Hooguit een kleine ruimte ertussen, zodat de kasten zelf ook tot hun recht komen.”

“Goed om te weten, we zullen het in de gaten houden. Jullie kunnen altijd nog nee zeggen, toch?”

Katja straalde: “Ik vind dit zo gaaf, dat we contact gekregen hebben en elkaar zo een beetje verder kunnen helpen.”

“Het zou me niet verbazen als ons contact zich nog gaat verdiepen en we elkaar op allerlei vlakken verder kunnen helpen. Niets verplicht hoor, maar ik hoop dat jullie je vrij zullen voelen om ons om hulp te vragen, ook bij emotionele dingen. We zijn al door veel heen gegaan, misschien kunnen we jullie daarbij helpen. Kijk maar, als je dat een keer wilt, weet je ons te vinden.”

Rosanne keek verrast naar Angelique, vroeg zich af wat er door haar heen ging, maar besloot er niets over te zeggen. Dat zou ze straks op de terugweg wel doen.

Maureen kwam binnen met een grijze lap stof. “Viel nog best tegen om dat netjes af te knippen. Hoe doe jij dat Katja?”

“Handig, ze doet het handig!” lachte Rosanne.

Katja grinnikte en liet Maureen zien hoe ze het gedaan had.

“Verdorie, zo simpel! Het is me wel gelukt hoor, kijk maar, keurig recht, maar ik heb er behoorlijk mee staan worstelen, meten, meten en nog eens meten!”

Ze namen de lappen en de ‘Omarming’ mee naar de woonkamer, pakten de beide kunstwerken voorzichtig in in de stof en lieten ze in de beide tassen die Rosanne en Angelique bij zich hadden, zakken.

“Achterin de auto staat een krat klaar, daar gaan we de tassen in zetten. Dat moet wel goed komen toch?”

“Lijkt me wel,” zei Maureen.

Ze liepen mee naar de auto, zagen hoe de vrouwen hun schatten voorzichtig in de krat lieten zakken. Groeten roepend en zwaaiend stapten ze in de auto en reden weg, nagezwaaid door Maureen en Katja.

“Hoe kwam je op het idee om hen hulp aan te bieden voor emotionele dingen?” vroeg Rosanne.

Angelique keek haar grijnzend aan: “Die twee zijn soulmates, maar door hun verwondingen hebben ze het nog niet door! Als ze zover zijn dat ze het gaan beseffen, staat hen waarschijnlijk net zo’n gezellige weg vol afwijzing te wachten als wij achter de rug hebben. Bij ons kunnen ze zichzelf zijn, gewoon geliefden, zonder veroordeeld te worden. Laten we maar afwachten, ze zijn er nog niet aan toe, nog niet, maar dat duurt niet lang meer…”

Rosanne glimlachte. Ze herkende dit soort uitspraken, ze had ze zelf ook steeds vaker. Soms kwamen gedachten op, die ze volgens de wereld niet konden weten, maar die vanuit het binnenste van hun ziel naar boven borrelden, of soms zelfs omhoog spoten als een fontein. En vooral bij dat laatste… konden ze het eigenlijk niet tegenhouden, dan spraken ze gewoon uit wat hun ziel aangaf.

Naar hoofdstuk 58. Soul-connectie

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb