Hoofdstuk 93.

De journalist

Marianne zat in haar werkkamer en had behoorlijk moeite om op gang te komen. Ze stond op en ging nog een kop koffie pakken. Dat was zo leuk met Johan, op het moment dat de rechtbank besloten had dat ze Johans persoonlijke secretaresse en correspondente zou worden, had hij een koffiemachine gekocht om dat te vieren. Hij had hem hier in haar werkkamer laten zetten, met de mededeling, dat hij het fijn zou vinden als ze zo nu en dan een kop koffie kwam brengen. Zo niet, dan kwam hij het wel halen. Nee, ze hadden er geen afspraken over gemaakt. Als hij zin in koffie had, kwam hij gewoon. En als zij zin had hem ermee te verrassen, deed ze dat gewoon.

Met de koffiemok in haar handen ijsbeerde ze door de kamer. Vandaag zou Johan niet op de rechtbank verschijnen, en morgen ook niet. Hij zou deze twee dagen besteden aan zijn vrouw en dochter.

Marianne glimlachte bij de herinnering. Gisteren stond ze op het punt naar haar werk te gaan, toen ze van binnenuit zeker wist dat ze langs Johan en Marieke moest gaan. Tot haar verrassing was Ellen daar vlak voor haar aangekomen. Johan en Marieke zaten nog beneden, maar het zou niet lang meer duren voor ze naar boven zouden gaan. Marieke had duidelijk weeën en die kwamen rustig aan sneller op elkaar. Terwijl Marianne en Ellen Marieke wat afleiding gaven, ging Johan alles klaarzetten voor de bevalling. Het had haar verbaasd, dat hij zo rustig was. Hij leek alles te overzien, hij leek jaren ervaring te hebben!

Tijdens de bevalling was Marianne met Ellen beneden gebleven. Ze hadden rustig wat gepraat, geluisterd naar de geluiden boven en op hun mobieltjes zitten scrollen. Allebei waren ze opgesprongen toe ze net na het middaguur het huilen van een baby hoorden. Ruim een half uur later verscheen Johan in de woonkamer.

“Dames, mag ik jullie uitnodigen om onze lieve Vlinder te komen bewonderen?”

“Ja graag! Hebben jullie haar echt Vlinder genoemd?”

“Jazeker, ze is een Vlinder, zal een Vlinder zijn en daarom heet ze ook Vlinder!”

Ze stommelden zo snel ze konden naar boven, naar de slaapkamer, waar Marieke hen stralend opwachtte.

“Kijk nou toch eens, wat een schatje!” fluisterde ze.

Marianne en Ellen verdrongen zich naast het bed om goed te kunnen kijken.

“Ja, iets anders kun je niet over haar zeggen. Ongelofelijk dat ze een uurtje geleden nog klem zat…” verzuchtte Ellen.

“Nou, en dat ze de laatste weken opgekruld steeds meer klem was komen te zitten. Ze zeggen dat baby’s na de geboorte lelijk zijn. Dan hebben ze Vlinder nog niet gezien,” vond Marianne.

“Huh, laat ze maar wegblijven, ze hoeven onze Vlinder niet te zien voor hun wetenschappelijke onderzoeken en journalistiek! Ik heb zo’n hekel aan wetenschap en journalistiek. Het lijkt wel of die mensen allemaal een bord voor hun kop hebben!”

Marianne knikte, zij kon er ook niets mee, het waren twee werelden die bol stonden van leugens. Tenminste, zo ervaarde zij het.

“Maar wat anders,” zei Marianne, “hoe gaat het met jou? En hoe is de bevalling gegaan?”

“Appeltje eitje! Nee, dat is niet waar, het was best heftig, heel heftig op het laatst, maar het was met Johans steun goed te doen. Achteraf gezien… ik denk dat het geen bevalling volgens het boekje was, maar beter dan in dat boekje staat!”

“Dat denk ik ook,” zei Johan, die op de andere kant van het bed was gaan zitten. “Het heeft me verbaasd hoe je er relatief vlot en behoorlijk ontspannen doorheen ging. Wat niet wegneemt dat ik ook gezien heb wat een gemene weeën ertussen gezeten hebben. Meisje, meisje, wat had ik het met je te doen! Ik ben blij dat dat voorbij is. Hebben jullie zin in koffie of thee? Dan haal ik dat even voordat ik de boel in de badkamer ga opruimen.”

Ze hadden er een gezellig half uurtje van gemaakt. Toen merkten ze wel dat Marieke behoefte had aan een paar uurtjes rust, en gingen ze allebei naar huis. Buiten, bij hun auto’s hadden Marianne en Ellen elkaar omhelsd.

“Gefeliciteerd met onze vriendschapsdochter!” had Ellen gelachen.

“Mooi woord,” had Marianne gezegd, “die zetten we volgend jaar in het woordenboek!”

Lachend hadden ze afscheid genomen.

.

De telefoon riep Marianne tot de orde. Ze zette haar nog halfvolle mok op tafel, ging zitten en nam de telefoon op. Voor ze zich goed en wel voorgesteld had, hoorde ze een enthousiaste stem aan de andere kant: “Hey Marianne, met Jeroen Terlouw! Een jaartje geleden ben ik bij jullie geweest om Johan te interviewen. Ik heb begrepen dat jij daarna gebombardeerd bent met een berg correspondentie. Kun je me nog herinneren?”

“Ja, terwijl je sprak, kwamen de herinneringen boven. Je naam was vaag bekend, maar ik zag er eerst geen gezicht bij. Nu volgens mij wel, blond haar in kleine krulletjes tot op je schouders, groene ogen, spitse neus… herken je daarin je spiegelbeeld?” reageerde Marianne ad rem.

“Mijn spiegelbeeld?”

“Ja, je spiegelbeeld, of ben jij in staat om jezelf rechtstreeks te zien? Ik kan dat niet hoor, ik ken mijn uiterlijk alleen van mijn spiegelbeeld, en hoe mijn huid voelt door er met mijn vingertoppen overheen te strelen. Een andere manier om mijn gezicht te leren kennen, heb ik nooit geweten.”

Oh, wat zeg ik allemaal, dacht Marianne. Zo ken ik mezelf helemaal niet! Waarom doe ik dit, tegen een journalist nog wel. Gisteren was ze het nog zo met Marieke eens, zij moest ook niets hebben van wetenschappers en journalisten. En deze Jeroen was... journalist! Zo’n pennenkluiver, of nee, tegenwoordig een typemiep natuurlijk, een mannelijke typemiep in dit geval. Haar gedachten gingen met haar op de loop terwijl Jeroen verder sprak, en na een poosje het gevoel kreeg, dat hij niet echt gehoord werd.

“Zeg, Marianne, heb je het druk vandaag? Ik ben in de buurt en zou jou graag wat vragen komen stellen over de golf van correspondentie die op gang gekomen is sinds mijn interview met Johan. Komt het uit als ik… pakweg over een kwartier bij je kom?”

Marianne was opgeschrokken toen ze haar naam hoorde, luisterde verward verder… een interview met haar? Ze had nog steeds zo haar reserves als het ging om mannen, maar ineens kwam er een herinnering boven, een herinnering aan het bezoek van Maurice en Jacqueline. Ze was haar schild kwijt, ze mocht op haar indrukken afgaan.

Langzaam begon ze te spreken, terwijl ze ondertussen probeerde te voelen of ze er goed aan zou doen om samen met die journalist in haar werkkamer te zitten.

“Even denken… ik heb nog wel een stapel correspondentie te beantwoorden… maar ja, die mensen weten ook niet wanneer hun bericht aan de beurt is, dus ja, kom maar langs, dan spreken we je vragen even door!”

“Super! Ik heb er zin in, ik kijk er naar uit om je weer te zien! Tot zo!” sloot Jeroen het gesprek af.

Verdwaasd keek Marianne naar de telefoon.

“Hij kijkt er naar uit om me weer te zien?” vroeg ze zich verbaasd af. “Nou ja, stoere kletsmajoor…”

Ze dronk het laatste beetje koffie op, pakte haar schoudertasje en ging naar het toilet. Ze keek in de spiegel, pakte haar borstel en haalde die door haar haren. Ze had zelf ook krullen, maar anders dan Jeroen. Haar krullen waren grover, en bruin van kleur. De lengte van haar haren was ongeveer gelijk aan het zijne, tot op haar schouders. Ze keek in haar bruine ogen en glimlachte. De kuiltjes die ze al verwachtte, verschenen in haar wangen.

Ze deed haar borstel terug in haar tas, en liep terug naar haar kantoor. Ze was bijna bij de deur, toen ze hem hoorde.

“Marianne!” Zijn voetstappen kwamen snel dichterbij. Tot haar schrik sprong haar hart op en begon ze sneller te ademen.

Toen ze zich omdraaide, was hij al bijna naast haar. Hij gaf haar een hand, en legde zijn andere hand op haar schouder. “Je ziet er nog net zo prachtig uit als vorig jaar! Vertel eens, waar heb je je werkruimte? Die deur daar waar je recht op af liep?”

Ze knikte, letterlijk en figuurlijk sprakeloos, en ging hem voor naar haar werkkamer.

Ze herstelde zich en vroeg: “Zin in koffie?”

“Echte koffie? Wow, je hebt zo’n mooie machine! Ja, lekker, dan heb ik wel zin in koffie. Je wilt niet weten hoe vaak ik bagger te drinken krijg. Ik moet wel een super sterke maag hebben dat hij dat allemaal kan verdragen!”

Hij stond inmiddels naast de koffiemachine, terwijl ze de machine bediende. Ze voelde hoe hij naar haar keek, keek hem even schichtig aan. Zie je wel, hij stond haar ongegeneerd op te nemen, met een glimlach op zijn gezicht. Een lieve glimlach, dat wel… Hij zag er goed uit, niet alleen lichamelijk, maar ook zijn uitstraling.

Ze schrok op toen hij met zijn vingertoppen langs haar wang streek, keek hem met grote ogen aan.

“Je hoeft niet bang te zijn Marianne, ik zou jou nooit kwaad doen, op geen enkele manier. Maar weet je, je beschreef het zo mooi door de telefoon, over je spiegelbeeld, en over met je vingertoppen over je huid te strelen, dat je zo je eigen gezicht had leren kennen.”

De mok die hij net van haar had aangenomen, zette hij neer naast de koffiemachine en plaatste de vingertoppen van zijn andere hand op haar andere wang, streelde haar huid met de vingertoppen van beide handen, over haar wangen, langs haar kaak, terug naar boven, naar haar voorhoofd, langs haar haargrens.

Ze merkte dat haar ogen de neiging hadden om dicht te vallen. Ze probeerde ze open te houden, om hem in de gaten te houden, maar merkte weer, dat ze haar schild echt had afgegeven. Ze gaf toe aan het heerlijke, intens prikkelende gevoel dat hij veroorzaakte en slaakte een diepe zucht toen hij met beide handen haar hoofd voorzichtig vast pakte en een strelende kus op haar voorhoofd gaf.

Een diepe zucht ontsnapte uit haar mond, haar ogen gingen traag open. Ze keek hem aan, zag dat hij met een liefdevolle blik naar haar keek. En ineens waren er die andere woorden van Jacqueline. ‘Wees niet ongerust als je soulmate komt. Wees niet bang hem binnen te laten in je hart. Jullie gaan een enorm sterk team vormen!’

Marianne wist met grote zekerheid dat hij het was, Jeroen Terlouw. En bij die ontdekking glimlachte ze.

“Kom, laten we daar in die gezellige hoek gaan zitten,” nodigde ze hem uit.

Hij liep achter haar aan naar het knusse zitje, terwijl hij haar hele verschijning in zich opnam, in zich opzoog! Zij, Marianne Aalbers… hij had het vorige keer al geweten, maar had intuïtief ook geweten dat de tijd nog niet rijp was.

Ze gingen zitten, waarop hij het woord nam. “Ongeveer een jaar heb ik het moeten doen met een herinnering aan jou, aan jouw uiterlijk, jouw stem. Vorig jaar, toen ik je zag, wist ik het, dat jij ooit de mijne zou zijn, niet als mijn bezit, maar als mijn geliefde, de vrouw die ik zou koesteren en liefhebben, die ik zou helpen als ze dat nodig had, en… och alles, ik wilde toen al alles voor je doen, als jij maar tot volle bloei zou komen. En een paar dagen geleden kwam er ineens zo’n diepe zekerheid dat nu de tijd gekomen was om je op te zoeken, om je te vertellen wat ik vorig jaar al gevoeld heb. Marianne, mag ik je hart veroveren?”

Marianne probeerde met man en macht haar onderlip te laten stoppen met trillen, maar kreeg het niet voor elkaar. En met een onzeker stemgeluid zei ze: “Ja, ongelofelijk dat ik het zeg, maar… ja, jij mag mijn hart proberen te veroveren!”

“Proberen? Ik was niet van plan het te proberen, maar om het te doen! Ja, ik ben een beetje erg zelfverzekerd hierover. Wat ik vorig jaar voelde toen ik je zag, voelde ik nu nog veel sterker. Zo’n magnetische connectie heb ik nog met geen enkel ander mens gehad. Dus… afgesproken, ik ga op oorlogspad, met jouw hart als doel.”

Marianne schaterde, waardoor alle spanning van haar afgleed.

“Je bent me een mooie! Zal ik je eens wat opbiechten? Johan en Marieke zijn gisteren ouders geworden van een prachtig meisje, Vlinder. Ik was bij hen in huis, samen met Ellen, onze vaste advocate. We mochten na de bevalling bijna meteen bij Marieke komen kijken, zo’n mooi meisje joh, die Vlinder, echt een schatje! Maar goed, daar gaat mijn biecht niet over. Marieke zei iets over wetenschappers en journalisten, dat ze er zo’n hekel aan had, omdat die lui allemaal een bord voor hun kop leken te hebben. En ik was het zo met haar eens, ik kan niets met wetenschappers en journalisten. Ik heb zoveel gelezen en gehoord, en die twee werelden lijken zo bol te staan van de leugens… Tot zover mijn biecht, goed begin van je oorlog! Wat denk je daaraan te gaan doen?”

Marianne verbaasde zich over zichzelf, dat ze zo openlijk tegen een journalist had gesproken. Het was bepaald niet vleiend wat ze gezegd had.

Ze zag dat Jeroen haar met een grote grijns aankeek, haar verhaal wel vermakelijk leek te vinden. Hij kwam op het puntje van zijn stoel zitten en boog zich naar haar over. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes, en Marianne realiseerde zich dat ze zich in het verleden schrap gezet zou hebben voor wat er zou kunnen komen, maar dat ze nu zowaar plezier had in deze malle confrontatie.

Jeroen keek haar strak aan met zijn half dichtgeknepen ogen en zei: “Zal ik jou eens wat zeggen, lieve wijsneus? Je hebt helemaal gelijk!”

Hij ging weer ontspannen achterover zitten en lachte voluit. “Wat jij benoemde, een wereld die bol staat van de leugens… dat was nou precies de reden waarom ik kort nadat ik Johan geïnterviewd had een hekel aan mijn beroep begon te krijgen. Dat was me een procesje! Ik heb me serieus afgevraagd of ik er nog wel mee door wilde! En toen kwam het in mijn herinnering, dat ik dit werk gekozen had met de bedoeling om de lezers en luisteraars de waarheid te vertellen. O ja, ik had er ook last van dat ik meegesleept werd in die wereld van bedrog, van omkoperij, van leugenachtige berichten. Ik zou het liefst al mijn eigen artikelen en verslagen van interviews waarin ik de woorden van de ander verdraaide, vernietigen! Maar het zou niets uithalen, want ze zijn opgeslagen bij mijn werkgever… Maar wat ik wel kan, en waartoe ik vast besloten ben, is de waarheid over ons leven hier in Nederland en verder weg, te achterhalen en daar eerlijke verslagen van te maken. Dus ja, ik ben het helemaal met je eens. Die wereld heb ik achter me gelaten.”

“Maar hoe denk je dat te kunnen doen bij je huidige werkgever? Ik neem aan dat die dat niet accepteert, toch?” vroeg Marianne, met haar hele hart betrokken.

“Klopt, die voelde al nattigheid en riep me een paar maanden geleden op het matje. Ik heb een paar dagen strijd gehad, vanwege de inkomsten die ik zou missen als ik zelfstandig verder zou gaan. Ik heb contact gehad met een fotograaf die zo’n zelfde stap genomen had, ook op zichzelf verder gegaan was. En we hebben ervaren dat we een zielsconnectie hebben, vooral op het gebied van ons werk, onze visie. En nu zijn we al een tijd een soort zakelijke partners. Geweldig om met die kerel samen te werken! Eric Schouten, heet hij. Heb je wel eens foto’s van hem gezien?”

Marianne schudde nadenkend haar hoofd. “Zijn naam komt me vaag bekend voor, maar ik kan me geen foto’s van hem herinneren. Heb je er wat op je mobiel staan? Of kan ik ze op internet vinden?”

Jeroen had zijn mobiel er al bij, kwam bij haar op de stoelleuning zitten en liet haar een paar foto’s zien. Er waren er een paar bij die ze herkende, en verschillende waarvan ze direct doorhad dat ze iets lieten zien wat je bij de meeste andere foto’s in de media niet tegen zou komen. Bij elke foto vertelde ze wat ze voelde, wat ze dacht, wat ze herkende, wat haar opviel.

“Je boft met zo’n collega, je zit goed bij hem, overduidelijk!” besloot ze na een flinke serie foto’s.

Ze voelde iets in haar haren en keek op, waardoor haar gezicht ineens wel heel dichtbij het gezicht van Jeroen was.

“Je ruikt lekker, een frisse geur,” zei hij, terwijl hij zich nog iets verder naar haar toe boog. Heel zacht, heel voorzichtig raakten zijn lippen de hare. Hij bleef haar ondertussen aankijken en zag dat het haar verraste, maar zo te zien niet op een akelige manier.

“Ik heb deze week vrij, zal misschien hooguit op mijn laptop wat dingen bijhouden of eens een telefoontje krijgen. Johan is er niet vandaag…”

“… en morgen ook niet,” vulde Marianne aan.

Hij glimlachte ondeugend. “Zullen we er samen twee dagen tussenuit piepen, zodat we kunnen kijken hoe snel ik je hart kan veroveren?”

“Dat klinkt wel heel aanlokkelijk, maar… wat wil je gaan doen?”

“Doen? Jou betoveren,” zei hij met een guitig gezicht.

Marianne kon een schaterlach niet tegenhouden, gaf zich er zelfs helemaal aan over.

“Ja hoor, betoveren! Heb je je magische koffer meegenomen?”

“Ja, in de achterbak van de auto. Welnee, malle meid, mijn ziel heeft alle toverkracht die ik nodig heb. Ga je mee?”

“Ja maar…” Ineens sprong ze op. “Goed idee, als het er dan toch van moet komen, dan liever nu, dan heeft Johan er ook geen last van dat ik er niet ben. Ik stuur hem wel even een berichtje, zodat hij weet dat we er overmorgen driedubbel hard tegenaan moeten!”

Jeroen lachte: “Dan moet ik er deze twee dagen alles aan doen om jou flink op te laden, anders ga je het niet redden!”

“En hoe wilde je dat dan wel doen?” vroeg ze, uitdagend haar kin omhoogstekend.

“Ik verzeker je, als het mij lukt om jouw hart te veroveren voordat de zon ondergaat, dat jij overmorgen meer dan voldoende opgeladen ben. Het enige dat je dan nog dwars kan zitten in je werk, is dat je gedachten de hele dag naar mij gaan, in plaats van naar al die correspondentie…”

Marianne lachte, pakte haar tas, plukte haar jas van de kapstok en gooide die over haar arm. “Even praktisch, ben jij ook met de auto?” vroeg ze.

“Ja, zullen we mijn auto pakken en eerst rustig wat rondtoeren?” vroeg hij.

“Oké, wil je iets bezichtigen, of…”

“Nee lieverd, behalve jou hoef ik niet speciaal iets te bezichtigen. Ik ken deze streek op m’n duimpje, omdat ik er ben opgegroeid en ook nu nog steeds woon. Ik denk meer aan lekker toeren, met het dak een stukje open, ergens gaan zitten en vooral heerlijk veel met je babbelen. Je bent veranderd, Marianne. Vorig jaar hield je me heel erg op afstand, en terecht, want ik ben levensgevaarlijk, maar het verbaast me hoe spontaan en open je nu bent. Hoe komt dat?”

Terwijl hij sprak, nam hij haar mee naar zijn auto, een Volkswagen Beetle Cabrio. Marianne slaakte een verraste kreet. “Is dit jouw auto? Geweldig! Ik heb die Volkswagen Kevers altijd zo leuk gevonden, en deze Beetle was daar voor mijn gevoel een ontzettend mooie vernieuwde versie van! En dan een cabrio…”

Jeroen genoot volop van haar enthousiasme. Hij deed de deur aan de bijrijderskant voor haar open en nodigde haar uit om in te stappen. Ze grijnsde ondeugend, en op het moment dat hij dacht dat ze zou instappen, boog ze zich snel naar hem toe om hem een kus te geven. “Er is niet veel meer nodig, meneer de hartenveroveraar!”

“Door die auto?” vroeg hij, ogenschijnlijk teleurgesteld.

“Nee, door jouzelf, hoe je vertelt, hoe je doet… en die klik die jij gevoeld hebt, heb ik ook gevoeld, magnetisch, ja zoiets. Maar, voor ik het vergeet, even heel iets anders. Door de telefoon gaf je aan dat je mij wilde interviewen over die golf van correspondentie…”

Jeroen was omgelopen, ging achter het stuur zitten en keek haar ondeugend aan. “Dat interview was even iets om je over te halen. En ja, ik wil je vragen stellen, niet over die correspondentie maar over jezelf, want ik wil je van haver tot gort leren kennen!”
Hij startte de motor en reed rustig de parkeerplaats af. Ondertussen liet hij het dak een beetje opengaan. “Als je het te fris vindt, geef het dan maar aan, dan stop ik even zodat je je jas aan kunt doen.”

“Misschien is dat sowieso wel handig. Ik heb het nog niet koud, maar ik voel wel dat de wind fris is,” antwoordde ze.

Jeroen zocht een plek waar hij de auto even aan de kant zette. Ze stapten allebei uit om hun jas aan te trekken en gingen weer in de auto zitten. Hij reed weg, het stadje uit, de heuvels in. Terwijl ze over van alles met elkaar spraken, voelde Marianne zich steeds meer op haar gemak bij Jeroen. Ze herinnerde zich zijn vraag waardoor ze zo veranderd was en kwam daarop terug. Ze vertelde over haar terughoudendheid, dat ze voorzichtig was geweest met relaties omdat ze zoveel jaren de zogenaamde relatie van haar ouders had moeten meemaken, de ruzies, de harde woorden. Ze vertelde over het schild, dat ze bij Jacqueline had ingeleverd. Ze deelde wat het met haar gedaan had, hoe ze meer op haar innerlijk kon vertrouwen en daardoor met hem mee kon gaan, hem in haar hart kon toelaten. Jeroen gooide zijn auto aan de kant en stond voluit op de rem.

“Zeg dat nog eens, Marianne…” zei hij ademloos.

“Doordat ik mezelf niet meer bescherm met een verhard schild, maar mijn innerlijk volg, kan ik je nu in mijn hart toelaten. Vorig jaar niet, nu wel.”

“Bedoel je daarmee…” aarzelde hij.

“Dat het je al gelukt is, dat je mijn hart veroverd hebt,” glimlachte ze, terwijl ze haar hand uitstak en met zijn krullen speelde. “Ik heb nooit kunnen denken dat dit mogelijk zou kunnen zijn, ik was er voor mezelf helemaal zeker van dat ik altijd alleen zou blijven. Niet dat ik dat wilde, maar doordat ik niemand dichtbij durfde laten komen.”

“Wow… Ik heb zin om uit te stappen en heerlijk samen met jou daar in het gras te gaan liggen, genieten van elkaars aanwezigheid, praten, praten, praten. Daar zijn we volgens mij allebei goed in,” glimlachte hij. “Zullen we?”

Marianne knikte, met een stralend gezicht. Jeroen deed het autodak weer dicht, en met een “laat je tasje gerust in de auto liggen, ik doe de auto op slot” stapte hij uit, en hield even later de deur voor haar open. Marianne stapte uit en keek hem aan, werd overweldigd door de liefde die er uit zijn ogen straalde.

“Nog even, en mijn hart begeeft het,” fluisterde ze.

Jeroen legde zijn hand tussen haar hals en haar borsten, en voelde hoe haar hart snel en hard tekeerging.

“Jij kunt er wat van, wat een razende roeltje, dat hart van jou! Kom…”

Hij pakte haar hand, deed de auto op slot en nam haar mee naar het weiland.

“Moet je zien, in de verste verte geen mens en geen koe te bekennen. Samen zijn we alleen op de wereld, zo voelt het. Hoe voelt dat voor jou?”

Marianne glimlachte: “Dat voelt als ‘beter kan het niet!’ “

“Geen angst of onzekerheid meer?”

“Nee, ik ben van jou, ik hoor bij jou, en ik kies er voor je te vertrouwen omdat ik diep van binnen voel dat dat kan.”

De tranen sprongen in zijn ogen, terwijl hij haar bij haar schouders pakte. “Zo’n overgave… dat had ik niet van je verwacht, niet durven hopen, dat vooral.”

Terwijl hij haar diep in haar ogen bleef kijken, legde hij zijn handen achter haar nek en trok haar langzaam naar zich toe. Hij kuste haar, vlinderlicht, en zij streelde zijn lippen met haar lippen, liet het puntje van haar tong langs zijn lippen gaan. Hij opende zijn mond op een kier, liet haar tong toe om binnen te komen en zijn mond te verkennen. Haar tong speelde met de zijne, cirkelde er omheen en trok zich terug. Ze nam een beetje afstand, keek hem aan. Ze zag wat ze voelde, een intense liefde. Ze voelde zich overweldigd, kon het even niet bevatten. Ze sloeg haar armen om zijn middel en drukte haar lichaam tegen hem aan, terwijl ze haar hoofd tegen zijn schouder legde.

“Meiske, mijn lieve meiske…” fluisterde Jeroen. “Ik wist dat liefde bestond, maar wat ik wist stelt niets voor bij wat ik nu ervaar. Zo’n diepe liefde voor jou, dat het pijn doet in mijn ribbenkast. Hij kuste haar gepassioneerd in haar haren, haar nek. Ze liet haar hoofd een beetje naar achteren vallen toen zijn mond al kussend naar haar hals ging. Hij kuste haar hals, haar gezicht, knabbelde zachtjes aan haar kaak, en ging terug naar haar hals. Hij merkte dat ze slap werd, bijna vol op hem leunde. Hij legde haar liefdevol in het gras, waar hij verder ging haar te kussen, haar hals, haar V-hals in tot bijna tussen haar borsten. Ze legde een hand onderaan haar V-hals en keek hem aan.

“Ik ga niet verder hoor, hier buiten houden we onze kleren aan,” stelde hij haar gerust. “Ik wil je overal liefkozen, maar jou niet tentoonstellen aan mogelijke voorbijgangers. Daar ben je me veel te kostbaar en te dierbaar voor.” Hij verzegelde zijn woorden met een lange kus.

Omdat ze allebei merkten dat deze liefkozingen een verlangen in hen deden opgloeien, gingen ze zonder iets af te spreken op een andere toer. Ze plaagden elkaar, kietelden, daagden elkaar uit met woorden, en het duurde niet lang voor ze door het gras rolden als een stel jonge honden en het uitgierden van de pret.

.

Marianne genoot volop van Jeroens aanwezigheid, van het innige en het grappige, het serieuze en het liefdevolle. Alles aan hem voelde zo vertrouwd, dat ze zonder probleem hem in haar huis uitnodigde, ook om de nacht bij haar te blijven.

Ze liefkoosden en verkenden elkaar, in de woonkamer, in de slaapkamer, onder de douche, en vielen die nacht pas ver na middernacht in slaap.

.

Marianne werd als eerste wakker. Het eerste wat ze zag, waren de prachtige krullen van Jeroen. Het eerste wat ze hoorde, was zijn zware ademhaling.

Ze liet het afgelopen etmaal door haar gedachten gaan en besefte dat alles wat er gebeurd was, ongelofelijk veel meer en mooier was dan ze ooit had durven dromen. Ze sloop uit bed, kleedde zich in de badkamer aan en ging naar de keuken om koffie te zetten. Terwijl de machine de koffiebonen maalde, voelde ze zonder hem te zien of te horen, dat Jeroen er aan kwam, achter haar kwam staan. Hij verstopte zijn neus in haar haren en legde zijn armen om haar middel.

“Ik had me erop verheugd om wakker te worden en jou naast me aan te treffen. Maar jouw kant was leeg… meisje toch…”

Marianne grinnikte. “Ik was in één keer klaarwakker, zag jouw mooie krullen en hoorde zo’n diepe ademhaling. Ik wilde je niet wakker maken, snap je?”

“Je bent een lieverd,” zei hij, terwijl hij zijn hand onder haar shirt liet verdwijnen en over haar borst heen legde. “Mijn lieverd,” fluisterde hij, terwijl hij haar tepel plaagde.

“Oh Jeroen…” kreunde Marianne. Ze probeerde zich om te draaien, maar hij hield haar tegen. In plaats van te stoppen met plagen, begon hij ook haar andere tepel zachtjes te knijpen en te strelen. Het duurde niet lang, voordat Marianne in zijn armen kronkelde.

“Ik wil niet op de grond de liefde met je bedrijven, veel te hard. Kun je de trap nog opkomen?”

Hij kreeg een onverstaanbaar kreuntje als antwoord, draaide haar naar zich toe en legde haar over zijn schouder. “Pakketpost!” zei hij grinnikend en liep met haar de trap op. Boven legde hij haar op bed, waar ze opnieuw, keer op keer de liefde met elkaar bedreven.

.

Ook de volgende nacht besloot Jeroen bij haar te blijven. Terwijl ze op de bank hun laatste bak koffie voor de nacht zaten te drinken, vroeg hij: “Dit huis, is dit jouw thuis, voelt het als jouw thuis?”

Ze keek hem knikkend aan.

“Daar ben ik blij mee, want mijn appartement past totaal niet bij jou en eerlijk gezegd ook niet bij mij.”

“Verhuis morgen dan maar hierheen manneke. Waarom zou je daar nog blijven? Dit is jouw thuis,” antwoordde Marianne. “Thuis in mijn huis, thuis bij mij.”

Hij glimlachte verliefd. “Ik had het niet beter kunnen verwoorden!”

.

De volgende dag ging Jeroen met haar mee naar de rechtbank, omdat hij verschillende dingen met Johan wilde delen, de veranderingen in zijn werk, en de nog grotere veranderingen in zijn liefdesleven.

Johan was na het bericht dat hij eergisteren van Marianne gekregen had, een mededeling dat ze twee dagen vrij had genomen om met Jeroen Terlouw op te trekken, niet verbaasd dat hij hen samen de hal van de rechtbank in zag komen. Zodra hij haar bericht had gelezen, had hij geweten dat Jeroen de ware voor haar was. De soulmate, waar Jacqueline al even naar gerefereerd had.

Hij lachte Jeroen en Marianne toe, toen ze dichterbij kwamen.

“Goeiemorgen samen, en van harte gefeliciteerd! Ik heb Marianne in allerlei emotionele staten meegemaakt, maar zo stralend? Nee, dat is voor het eerst. Ik ben blij voor jullie! En jullie moeten allebei de groeten hebben van Marieke. We voelden na jouw berichtje allebei aan dat het goed was, jullie samen. En ze is nu dus razend benieuwd… Ze vroeg me om jullie voor vanavond uit te nodigen voor het eten. Het zal een eenvoudige maaltijd zijn, want Marieke doet voorlopig rustig aan. En al komt Ellen elke dag, ook voor haar eigen afleiding, we willen haar niet echt aan het werk zetten. Hoe lang ben jij nog vrij, Jeroen?”

“De hele week, en die heb ik ook nodig om te verhuizen.”

“Ha, dat is de ware soulmate-liefde!” lachte Johan.

Ze waren al pratend naar Mariannes werkkamer gelopen, waar hij de koffiemachine aan het werk zette.

“Dus als ik het goed begrijp, verhuis jij naar Marianne, en niet andersom?”

“Oh nee, niet andersom! Mijn appartement past absoluut niet bij mij, heeft nooit als mijn thuis gevoeld. En wij allebei ervaren het huis van Marianne wel als ons thuis. De keuze voor haar huis was dus simpel!”

Terwijl ze samen aan de koffie zaten, vertelde Jeroen over het afgelopen jaar, hoe hij juist door zijn interview met Johan tot een soort inkeer gekomen was, ontdekt had dat hij binnen zijn vakgebied afgegleden was, weggegleden van de waarheid, en mee was gaan modderen met leugens die van hogerhand werden ingegeven.

“Ik werk nu samen met Eric Schouten, een fotograaf die er zijn missie van gemaakt heeft om met behulp van zijn foto’s de waarheid aan de burgers te laten zien. En ik doe hetzelfde, maar dan met woorden, meestal geschreven woorden, maar ook steeds meer met video’s, zodat mensen rechtstreeks kunnen horen hoe de ander spreekt, wat de ander spreekt. Zo’n video zou ik met jou ook graag willen opnemen, misschien zelfs met jullie samen. Hoe lijkt je dat?”

“Gaaf dat je dat vraagt. Het is namelijk al eens in mijn gedachten gekomen, maar ik heb er tot nu toe nooit wat mee gedaan. Ja, ik wil daar graag aan mee doen. Maakt Eric dan de opnames?”

“Ja, hij is ook goed met video. En jij Marianne, zou jij ook mee willen doen?”

“Is er ook publiek bij?”

Jeroen schudde zijn hoofd: “Nee, als je meedoet, zijn alleen wij drieën aan tafel in gesprek en is Eric erbij om het geheel op te nemen. Als je het nog niet zeker weet, kun je er gerust een paar dagen de tijd voor nemen om erover na te denken.”
“Nee, dat is niet nodig. Als er geen publiek bij is, wil ik het graag doen.”

Jeroen wierp haar een kushand toe en bedankte hen allebei. Hij stond op.

“Lieve mensen, dan ga ik de verhuizing maar eens op gang brengen. Gelukkig hoef ik alleen de meubels van mijn werkruimte mee te nemen. De rest ga ik proberen te verkopen. En als dat niet lukt voor het eind van deze maand, dan mag de bus van de kringloopwinkel het op komen halen.”

Marianne stond ook op, sloeg haar armen om zijn nek en gaf hem een kus. “Succes stoere vent! Ik ben benieuwd hoe ik mijn huis vanmiddag aantref…”

Hij lachte: “Ik zal proberen de boel heel te houden. Hoe laat zal ik je ophalen?”

“Meestal ronden we ongeveer half vijf af.”

“Dan zie je me rond die tijd wel verschijnen. Dag lieve schat, ik hou van je!”

Na een kus liep hij met een armzwaai de kamer uit.

Johan keek zijn collega-vriendin glimlachend aan. “Ik ben echt blij voor je Marianne, dit is gewoon zo ontzettend mooi!”

Naar hoofdstuk 94. Rond het interview

Of naar de Inhoudsopgave