Hoofdstuk 82.

Jacqueline en Maurice

Mulder

Terwijl Julian in de box speelde en Karel en Bianca samen een eenvoudige maaltijd klaar maakten, een salade met macaroni, gemengde peulvruchten en geraspte kaas, kreeg Karel een berichtje van zijn moeder. ‘We zijn al onderweg, de wegen zijn rustig tot nu toe. Als het zo blijft gaan, zijn we rond vijf uur bij je’

“Rond vijf uur? Dat is al over een kwartier! Meestal sluit ik rond vijf uur mijn kantoor… nou ja, we zijn thuis, dus laat ze maar komen!”

Terwijl Bianca de geraspte kaas over de salade verdeelde, de salade die ze in een grote, ondiepe schaal hadden verdeeld, sloeg Karel van achteraf zijn armen om haar heen en kuste haar in haar nek.

“Mijn lieverd, mijn alles, mijn leven… dat ben jij!” fluisterde hij tussen de kusjes door. Hij ging weer naast haar staan, pakte haar bij haar kin en draaide haar gezicht naar zich toe. Hij keek haar indringend aan: “Dat ben jij, mijn lieverd, mijn alles, mijn leven!”

Op dat moment ging de bel. “Ga jij maar open doen, ik moet nog even mijn handen wassen,” zei Bianca met een stem waarin de spanning hoorbaar was.

Karel gaf haar nog een snelle kus en liep naar de voordeur, nagekeken door Julian, die te verbaasd was om commentaar te geven.

Karel was blij zijn ouders weer te zien, en het was overduidelijk dat dat wederzijds was. De vrolijke begroetingen klonken zelfs door tot in de keuken, waar Bianca aarzelde, nog niet tevoorschijn durfde komen.

Ze hoorde hoe zijn vader als eerste de kamer binnen kwam, en Julian ontdekte.

“Kijk nou dan! Je hebt al visite van een mooie jongeman! Hey kerel, hoe heet jij?”

“Juja,” antwoordde Julian, even verbaasd, maar toen hij Karels stem hoorde die hem Julian noemde, begon hij op zijn eigen manier een heel verhaal tegen Karels vader af te steken, terwijl hij hem stralend aankeek. Even onderbrak hij zichzelf, toen hij Karels moeder ontdekte.

“Juja uit!” riep hij, terwijl hij zijn armen naar de onbekende vrouw uitstrekte. Ze stak haar armen al naar de kleine jongen uit en pakte hem uit de box.

“Julian? Dus jij heet Julian… en ben jij bij Karel op visite?”

“Kade ja!” reageerde hij blij. “Kade lief! Banka lief!” vulde hij aan.

“Kade? Karel? En wie is Banka dan?”

“Banka da!” wees Julian richting de keuken, waar Bianca aarzelend tevoorschijn kwam. Karel liep met grote stappen naar haar toe, sloeg zijn arm om haar heen.

“Dit is Bianca, de liefde van mijn leven. En nee Jacqueline, ik heb niet naar haar gezocht, en ja, ze was dichtbij, aan de rand van het dorp. Ik kwam haar tegen bij vrienden van het pension daar, en ik wist dat ik haar al eeuwen kende… Bianca, mag ik je aan mijn ouders voorstellen, Jacqueline en Maurice!”

Jacqueline, met Julian op de arm liep naar haar toe, legde een hand op haar schouder en zei met tranen in haar ogen: “Dank je wel, Bianca, dat jij onze zoon zo gelukkig maakt!”

Bianca keek haar verbaasd aan, zo’n welkom had ze zeker niet verwacht.

“Mijn moeder voelt dingen aan, weet je nog?” zei Karel vlak naast haar.

“O ja, zeker weten,” reageerde Jacqueline, “en ik voel nu zonder twijfel dat jij degene bent van wie ik wist dat je ergens in de buurt van dit huis zou zijn, en dat Karel je tegen zou komen. Mijn ziel bedriegt me niet, dat blijkt wel weer.”

Bianca glimlachte: “Dank je wel, ik begrijp dat je het meent, ik geloof je echt, maar…”

“… je voelt je er nog mateloos onzeker over,” vulde Jacqueline aan. “Dat is niet zo vreemd na wat je achter de rug hebt. Nee, ik ben niet helderziende, ik weet niet wat er gebeurd is, maar ik voel wel dat iemand je een flinke knauw gegeven heeft. Waarschijnlijk wel meerdere mensen… Je bent in goede handen bij Karel, hij voelt dingen bijna net zo goed aan als ik en zal vast en zeker rekening met je gevoelens houden. Ja toch Karel?” vroeg ze hem nadrukkelijk.
Karel grijnsde: “Zo doet ze nou altijd, als ze me even de juiste richting wil wijzen,” zei hij tegen Bianca, en tegen zijn moeder: “Niet nodig, je hebt me goed opgevoed, dus ik weet dat ik niet over de grenzen van deze lieverd heen moet walsen. Dan zou ik haar alleen maar meer kapot maken, en ik verlang er juist zo naar dat ze helemaal geneest van alle shit, en volledig tot bloei komt!”

“Zo mag ik het horen,” kwam de lage stem van Maurice. “En nou ben ik even aan de beurt, Bianca.” Hij gaf haar een kus op beide wangen. “Welkom in onze familie, en bedankt voor deze prachtige aanwinst, wat een mooi kereltje! Ja jij, Julian!”

Bianca was niet in staat iets te zeggen. Deze reactie was zo tegenovergesteld aan de reactie van haar eigen ouders… Blijdschap om haar zoontje!

Karel zag hoe ze het nauwelijks voor elkaar kreeg om haar tranen binnen te houden en trok haar tegen zich aan, legde haar hoofd tegen zijn schouder en streelde haar haren. Juist daardoor braken de dammen, en stroomden de tranen over haar gezicht. Boven haar hoofd knipoogde Karel met een glimlach naar zijn ouders, knikte richting de tuin.

“Ga je mee Julian? Dan gaan we vast in de tuin zitten,” zei Jacqueline.

“Banka huije…” zei Julian een beetje beteuterd, toen ze hem buiten op schoot nam.

“Ja, Bianca moet huilen, maar dat geeft niet, dat is goed voor haar. Tranen spoelen je schoon van binnen.”

“Does?” vroeg hij verbaasd.

“Ja,” glimlachte Jacqueline, terwijl haar hele gezicht begon te stralen, “ja, als een douche!”

Julian keek even later naar de tuindeur, waar hij Bianca naar buiten zag komen. “Banka does!”

Jacqueline schoot in de lach en legde haar uit hoe hij op het idee kwam dat ze gedoucht had. Bianca lachte een beetje en verontschuldigde zich dat ze niet normaal op hen had kunnen reageren. Jacqueline klopte met haar hand op de lege plek naast haar: “Kom jij eens hier zitten. Ik wil je even één ding zeggen, namelijk dat je reageerde op de meest normale manier die op dat moment voor jou mogelijk was. Dat je het misschien anders had gewild, netjes, braaf, aardig en zo, prima, maar zo zitten wij niet in elkaar, Bianca. Ik vermoed dat je je innerlijke douche al veel te lang had dichtgedraaid.”

Bianca knikte: “Ja, dat klopt wel, huilen is falen, huilen is zwak…”

“En zodoende heb je nooit de kracht van je tranen kunnen ontdekken. Hoe voel je je nu?”

“Ik weet niet precies hoe ik het moet beschrijven, maar in elk geval beter, wat meer ontspannen.”
“Mooi, daar ben ik blij mee! Karel, wat denk je, heb je nog koffie in die mooie machine van je?” richtte ze zich met een grijns tot haar zoon.

“Ik dacht dat je het nooit zou vragen!” plaagde hij haar terug. “Hebben jullie allemaal zin in koffie voor we het eten op tafel gaan zetten?”

Iedereen knikte, terwijl Julian riep: “Juja koffie!”

Bianca schoot in de lach. “Later Julian, als je lijfje wat groter gegroeid is.”

Jacqueline keek ondeugend toen ze fluisterde: “Mag ik hem één slokje van mijn koffie laten proeven?”

Bianca grinnikte: “Zwart?”

Jacqueline knikte.

“Probeer maar, ik ben benieuwd…”

“Ik ook!”

“Volgens mij heb ik het mooiste uitzicht van ons allemaal,” kwam de lage stem van Maurice. “Twee lieve vrouwen met een prachtig mannetje! Hoe oud is hij inmiddels, Bianca?”

“Een jaar en bijna twee maanden.”

“En dan nu al zo’n kletsmajoor… Julian, heb ik het goed dat je later een heleboel mensen met je grappen aan het lachen gaat maken?”

“Als cabaretier of zoiets?” vroeg Bianca.

“Ja, dat kreeg ik in gedachten… lijkt het je wat?”

“Ik kreeg dat een paar maanden terug ook al in gedachten. Hij kan hele verhalen vertellen in woorden die alleen hij verstaat, en ligt dan tussendoor in een deuk van het lachen. Dus ja, ik zie dat wel voor me!”

Jacqueline stootte haar aan: “Maurice voelt dingen ook goed aan, maar krijgt vooral indrukken in woorden en beelden. Dat is echt zijn sterke kant.”

“Die kant heb je zelf ook Jackie, het zijn maar accentverschillen tussen ons, jij iets meer nadruk op gevoel, ik iets meer op woorden en beelden. En zo nu en dan… heb jij net zo’n een woordenstroom als Julian. Als jouw ziel het te pakken krijgt… We boffen er maar mee!”

Karel kwam naar buiten met mokken koffie en een glas water op het dienblad. Hij deelde de mokken rond en zette het glas water bij Julian neer.

“Juja ook koffie… Kade …”

Jacqueline schaterde: “Ja, Karel, hoe kun je Julian nou vergeten!”

Ze schoof een stuk op en wenkte Bianca haar te volgen. “Dan kan Karel naast je zitten. Karel, dat water… is dat gewoon water of…?”

“Nee, citroenwater. Julian heeft dat vanmiddag ook gehad. Zijn eerste slok was geweldig, hij dacht dat hij wel even lekker water kon tanken. Toen hij van de schrik bekomen was, nam hij nog een klein slokje en daarna ging hij op die rustige manier verder, en zei hij halverwege dat het lekker water was. Ik vertelde hem dat het citroenwater was. Ik haalde de andere helft van de citroen op, haalde mijn vinger langs het vruchtvlees en liet hem dat aflikken. Hij knikte en zei “tetoetate”. Het kostte even wat tijd om te ontdekken wat hij zei. ‘Tetoe’ betekent citroen, ‘tate’ is water. Hij zei dus citroenwater! Hij heeft op z’n gemak het hele glas leeggedronken en verklaarde nog een keer dat het lekker was.”

Maurice zat zichtbaar van het verhaal te genieten. “Ik kreeg net al de indruk dat hij een cabaretier in de dop is, en Bianca bevestigde dat, of ik bevestigde haar, hoe je het maar bekijkt. Maar het klopt dus wel, echt komisch!”

Jacqueline pakte haar mok, proefde voorzichtig van de koffie.

“Nog een beetje heet,” zei ze tegen Julian.

“Juja ook koffie Kade!”

“Hij mag zo wel een slokje van Jacqueline proeven,” zei Jacqueline tegen Karel.

“Poeve Akkelie”, bevestigde Julian.

“Ja, proeven van Jacqueline.”

Maurice vroeg Karel naar zijn werk, of het nog een beetje goed liep.

“Ja, best wel, de huizen vliegen niet als broodjes over de toonbank, maar het gaat goed genoeg om er een flinke duit aan over te houden. Ik heb laatst nog een prachtig grote villa verkocht aan twee jonge vrouwen…” Hij vertelde zijn ouders het verhaal van Katja en Maureen, hoe hij hun angst gevoeld had en Huib gevraagd had om mee te gaan. “Ze kennen Huib, hij hoort bij Bloemenhof, waar het pension staat waar Bianca woont en werkt. Achterop dat landgoed staan vier huisjes, verbonden met een grote gemeenschappelijke woonkamer. Daar kunnen vrouwen die ontsnapt zijn aan seksueel misbruik, wonen voor zo lang als nodig is. En die twee vrouwen kwamen daar dus vandaan. Huib was bekend, vertrouwd, en hij ging graag mee. Die vrouwen in dat huis daar, het voelde direct al goed, alsof ze daar hoorden. Het huis is ongelofelijk groot. Beneden is er een grote woonkamer met ruime keuken, links daarvan twee grote kamers en rechts ook. En boven nog twee slaapkamers, bijna over het hele oppervlak van het huis. Ze besloten boven te gaan slapen en beneden te gaan werken. Ze zijn allebei kunstenaars, net als Bianca, maar allemaal anders. Ik weet niet precies meer, maar volgens mij werkte de ene met glasscherven en de andere met kaarsvet. Bianca, heb jij de website van de galerie bij de hand?”

Bianca pakte haar mobiel, klikt de site aan en zocht Katja op.

“Dit is van Katja, zij smelt met een soldeerbrander glasscherven aan elkaar.”

Ze liet de verschillende foto’s voorbijkomen, en liet ze hen zien.

“En deze zijn van Maureen, beeldjes van kaarsvet.”

Maurice en Jacqueline keken ademloos.

“Hoe krijgen die meiden dat verdorie voor elkaar! Ongelofelijk!” riep Maurice uit.

“Ja, echt heel bijzonder…” verzuchtte Jacqueline, “en ze verkopen hun werk, zie ik. Die bruidsjurk van kaarsvet is nog niet verkocht…”

Ze keek haar man aan met opgetrokken wenkbrauwen, alsof ze iets wilde vragen.

Maurice grinnikte: “Bedoel je dat die je zo heeft aangesproken, dat je hem zou willen kopen?”

“Ja, eigenlijk wel… alleen de prijs… het is het absoluut waard, er gaat zoveel vanuit, en al die uren die ze erin gestoken moet hebben. Ja, het is het zeker waard! Zullen we hem kopen, Maurice?”

Hij kende die blik in haar ogen, wist dat ze zoiets nooit zou vragen als haar ziel het haar niet aangaf.

“Ik zeg doen!” zei hij heel nadrukkelijk.

“Doen!” riep Julian hem na, keek Jacqueline aan: “Doen!” en knikte heel overtuigend.

“We gaan het doen! Hoe werkt dat?” vroeg Jacqueline.

“Via de contactside een mailtje sturen naar Ilse, die de website beheert,” legde Bianca uit. “Ilse zorgt naast de website ook voor de correspondentie en de administratie. Ze regelt het dan verder, met de betaling en het ophalen van het beeldje.”

Maurice had ook zijn mobiel gepakt, zocht met aanwijzingen van Bianca de galerie op. “Oké, de bruidsjurk van Maureen… even overnemen, met het nummer… contactpagina… bestellen… yep, hier kan ik het kwijt.”

Hij bestelde de bruidsjurk, en meldde dat ze nu bij Karel Mulder, de makelaar, waren, en maandagmiddag weer naar huis zouden gaan. Hij kreeg snel een reactie terug met een factuur en het email-adres van Maureen. Hij besloot het bedrag direct over te maken en mailde naar Maureen om een afspraak te maken.

“En jij, Bianca, begreep ik het goed dat jij ook een kunstenaar bent?” vroeg Maurice.

Hij klikte ‘Onze kunstenaars’ aan en ontdekte haar naam ertussen. “Poppenjurken, maar niet van het saaie simpele soort! Meiske, wat een werk, en wat een kunst! Prachtig! Ik zie dat je er één verkocht hebt… leuk voor je!”

Maurice liet de foto’s aan Jacqueline zien. “Oh… Bianca, dat is echt kunstwerk! Ik bedoel, bij kunst denk ik al snel aan schilderijen en beelden, en niet aan poppenjurken, maar dit… dit is overweldigend! Maar, je hebt er nu twee foto’s op staan… ben je nog niet zo lang geleden begonnen?”

Bianca wilde antwoorden, voelde toen iets aparts, en besloot dat te verwoorden. “Even in een flits ervaarde ik iets… Ik wilde mezelf in mijn antwoord op je vraag verdedigen, omdat het er nog maar twee zijn. En ja, ik heb het pas ontdekt toen ik op Bloemenhof ging werken. En ik heb daar gewoon mijn werk, en daarnaast de zorg voor Julian, dus ik kan niet pakweg acht of tien uren aan mijn hobby werken. Daar wilde ik me dus mee verdedigen, maar op het moment dat ik het wilde zeggen, voelde ik ineens, dat ik me niet hoefde te verdedigen. Wat ik net zei was dus geen verdediging, maar gewoon uitleg. En dat ik ineens voelde dat ik me niet hoefde te verdedigen, komt denk ik door de manier waarop jullie mij accepteren, gewoon zoals ik ben. Zo, dat moest ik toch even kwijt! Ik heb nu twee jurken klaar, en ik ben laatst aan mijn derde begonnen. Zal ik hem even pakken?”

“Ja, graag, ik ben benieuwd!” antwoordde Jacqueline.

Bianca stond op en liep naar binnen.

“En Julian, wil jij ondertussen even bij mij komen zitten?” vroeg Maurice, “dan kunnen wij eens even praten van man tot man.”

“Koffie!” reageerde Julian, zich de belofte van Jacqueline herinnerend.

“Och ja, we laten de koffie bijna koud worden. Even proeven hoor, of Karel wel lekkere koffie kan zetten. Oh ja, lekker, en nog warm genoeg!”

Ze hield hem de mok voor en hielp hem een klein slokje te nemen. Julian slikte het door, maar trok een vies gezicht.

“Koffie bah! Banka? Koffie bah!” vertelde hij zijn moeder die weer naast Jacqueline kwam zitten.

“Och, vind je het niet lekker? Ik gelukkig wel! Jij hebt nog citroenwater, ga dat maar opdrinken.”

“Tetoetate lekke!” antwoordde Julian.

Maurice nam Julian van zijn vrouw over en plantte hem op zijn schoot. Hij pakte het glas en hield het Julian voor. Julian pakte het glas ook vast, en dronk met kleine slokjes. Maurice merkte, dat Julian het al aardig voor elkaar kreeg om het glas te sturen. Hij ging er rustig mee om, zette het glas tegen zijn mond en kiepte het langzaam tot hij het water proefde.

Ondertussen keek Maurice naar de vrouwen tegenover hem. Bianca had een pop naar buiten gebracht, met een halve jurk aan. Maurice luisterde naar wat de vrouwen er over bespraken, ogenschijnlijk naai-technische dingen, maar hij voelde Bianca’s hart erin, hoe ze al passend keek en voelde. En hij zag de reactie erop van zijn vrouw. Ze had haar hart er nu al aan verpand, ondanks dat de jurk hooguit half klaar was.

Hij knikte, toen ze hem aankeek om hem iets te vragen.

Ze keek verbaasd: “Waarom knik je?”

“Om je te laten weten, dat het goed is… die jurk…”

“Hoe weet jij…?” stamelde Jacqueline.

“Ogen en oren, en een diep gevoel…” grinnikte hij.

“Tja… Bianca, wil je deze jurk voor mij reserveren?” vroeg Jacqueline.

Bianca keek verrast op: “Meen je dat? Ik weet de prijs nog niet eens, die kan ik pas bepalen als de jurk en de omslagdoek klaar zijn.”

“De prijs is niet belangrijk op het moment dat je ziel weet wat te doen…”

Bianca liet haar ogen draaien en schudde haar hoofd. “Zo, dat is een diepe!”

“Jacqueline is een diepduiker als het om zielszaken gaat,” reageerde Karel. Hij genoot van hun samenzijn, vond het geweldig om te zien hoe Bianca zich voorzichtig naar zijn ouders opende.

“Dan zou je het vast naar je zin hebben op Bloemenhof,” dacht Bianca, “het leven vanuit de ziel is daar heel sterk!”

“Misschien moeten we dat maar eens proberen, een midweek of zo? Heb je een idee of er nog een kamer vrij is voor de komende week?” vroeg Maurice.

“Komende week? Van maandag tot vrijdag? Ik weet niet… maar ik kan het op de site wel zien.”

Ze zocht de site op, en ontdekte dat er inderdaad nog een kamer vrij was.

“Zal ik Huib even bellen?” vroeg Karel.

Hij voegde de daad bij het woord, toen hij zijn vader zag knikken.

“Ik vraag me af of wat we voor een weekend meegenomen hebben, toereikend is voor de rest van de week,” grinnikte Jacqueline ondertussen. “Nou ja, hier zijn ook winkels hahaha.”

“Hey Huib, met Karel Mulder… wat?... nee, ik ben Bianca nog lang niet zat, gekke vent! En ik verzeker je dat dat ook nooit zal gebeuren! Nee joh, ik bel je voor heel iets anders. Er is nog een kamer vrij in het pension voor komende week. Mijn ouders zijn nu hier, zouden maandag naar huis, maar willen er wel een weekje bij jullie aan vast plakken… ja fijn, ik zal het tegen pa zeggen, dat hij dat zo even invult, komt goed!” Karel legde de mobiel zolang op tafel omdat hij zag dat zijn vader nog met Julian bezig was. Daarna schoof hij hem zijn mobiel toe en vroeg hem even het reserveringformulier voor het pension in te vullen. Hij had er de ruimte voor, want Julian liet zich via de bank naar beneden glijden en liep de tuin in.

Nadat Maurice het formulier had ingevuld, ontdekte hij een mail van Maureen.

“Morgen kunnen we de bruidsjurk van kaarsvet ophalen,” meldde Maurice, “morgen om tien uur. Is dat een goeie tijd voor jou?” vroeg hij aan Jacqueline.

“Ik vind het best,” antwoordde ze.

“Zullen we meegaan?” vroeg Karel aan Bianca. “Ik ben eerlijk gezegd best benieuwd wat ze ervan gemaakt hebben daar.”

“En ik vind het leuk om hen weer te zien!” glimlachte Bianca blij, “dus ja, laten we meegaan!”

Maurice beantwoordde het bericht van Maureen en borg zijn mobiel weer op. Hij keek schuin naar achteren, volgde Julian, en genoot van het eenvoudige plezier van de jongen. Zijn gezicht brak open tot een stralende lach toen Julian naar hem toe kwam rennen.
“Kom je weer bij Maurice zitten?”

“Mauwies! Mauwies! Kom!” daagde Julian hem uit om mee te komen de tuin in.

Maurice stond op en liep met hem mee. Julian liet hem de bak zien die bij het tuinhuis stond. Karel had inmiddels het net zover afgeknipt, dat het ruim genoeg over de cementbak heen gelegd en met de kabel vastgetrokken kon worden.

“Wat heeft Karel nou dan gedaan?” vroeg Maurice verbaasd.

“Tate! Hege inne bak!”

“Ja, dat weet ik, als het gaat regenen zet hij die bak altijd daar onder het zonnedak. Dan loopt het regenwater er zo in.”

Julian keek hem met een schuin hoofd aan.

“Heeft Karel je laten zien hoe hij dat doet?”

Julian schudde zijn hoofd. Maurice kreeg een idee.

“Kom maar mee, help je even sjouwen? Die bak is best zwaar!”

Maurice deed alsof hij de lege cementbak maar nauwelijks kon tillen. Julian hield de bak vast en liep met hem mee. Ze plaatsten de bak aan het eind van het zonnescherm.

“We gaan de tuinslang halen, dan gaan we zelf regen op het zonnedak maken!”

Julian dribbelde achter hem aan, Maurice keek steeds over zijn schouder of hij nog volgde. Hij pakte de kop van de tuinslang en begon eraan te trekken, terwijl hij naar Karel knipoogde. Karel had het tafereel gevolgd, en begreep wat zijn vader van plan was. Hij wees naar zichzelf en maakte een gebaar alsof hij een kraan opendeed. Maurice knikte en trok samen met Julian de tuinslang naar de cementbak. Daar richtte hij de sproeikop schuin omhoog, schatte in dat de ‘regen’ dan wel op het zonnedak zou vallen en gaf Karel een seintje dat hij de kraan kon opendraaien.

Julian keek verbaasd van de cementbank naar de tuinslang, naar Maurice en weer naar de tuinslang. Ineens hoorde hij een vreemd geluid, alsof de tuinslang begon te sputteren. Het water kwam er voor hem onverwacht uit, maar zodra hij zag wat er gebeurde, was zijn schrik snel voorbij en begon hij in zijn handen te klappen en “Tate! Tate! Hege!... inne bak!” te roepen. Hij dribbelde naar de bak toe, keek iets over de rand, en kreeg een koude straal over zijn hoofd. Met een gil liet hij zich achteruit op zijn billen vallen, keek verbijsterd naar de ‘regen’ die rustig van het zonnedak in de cementbak liep. Hij voelde aan zijn natte haren… “Tate… Tate koud!”

“Ja, het water is koud, Julian! Zie je hoe het gaat als het over een paar dagen echt gaat regenen?” Maurice gebaarde naar Karel dat de kraan wel weer dicht kon.

“Hege kaar, niette hege meer,” mompelde Julian, nog steeds verbaasd over zijn natte haren.

“Is het nog steeds koud, Julian?” vroeg Maurice.

“Ja!” zei Julian op een toon waarmee hij liet voelen dat hij het niet prettig vond.

Maurice ging op een knie naast Julian zitten en spande zijn shirt om zijn haren.

“Zo, even een beetje afdrogen,” zei hij.

Bianca en Jacqueline hadden het hele tafereel gevolgd. Bij Bianca schoten de tranen weer in haar ogen.

“Weet je wat ik hier zie?” zei ze met een schorre stem tegen Jacqueline. “Overduidelijk de vader van Karel. Karel zou net zo doen... wat een prachtig stel bij elkaar…”

Ze greep haar mobiel en maakte snel een foto.

“Gouden momenten,” zei Karel.

“Ja, dat zijn het zeker,” reageerde Bianca, “en ik weet nu van wie je het afgekeken hebt, bij wie je ontdekt hebt hoe je met kinderen om kunt gaan.”

Hij grijnsde. “Ja en nee… ja, ik heb veel van hem geleerd, veel onbewust afgekeken, maar ook nee… omdat je dit niet kunt als je geen hart voor het kind zelf hebt.”

“Dat hebben jullie blijkbaar allebei,” concludeerde Bianca.

“Klopt, ik zag het bij Maurice direct al, en bij Jacqueline trouwens ook, hoe ze naar Julian keken, op hem reageerden. Ze liepen gewoon over!”

“Goeie omschrijving,” mompelde Jacqueline, “zo heb ik het inderdaad ervaren. En ik kan niet anders zeggen dan dat ik enorm blij was dat we dit mannetje zomaar in onze schoot geworpen kregen. Jullie samen zijn een prachtige verrassing voor ons. Maar iets anders, ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik begin honger te krijgen… stille hint!”

“Hahaha, luid genoeg om opgevangen te worden!” lachte Karel. “Groot gelijk dat je het aangeeft, het is verdorie al half zeven…”

Karel en Bianca stonden op. Bianca verzamelde de lege mokken op het dienblad.

“Wacht even,” zei Jacqueline tegen Bianca, “als je ze nou zo neerzet, zoals we nu zitten, kunnen we ze straks zo weer gebruiken. Scheelt afwas!” Ze knipoogde ondeugend. “Waarom zou je werk creëren?”

“Vind je dat echt niet vervelend?” vroeg Bianca.

“Om een paar keer uit dezelfde mok te drinken? Welnee, wij doen de hele dag met dezelfde mok. Pas aan het eind van de avond, spoelen we ze kort om en zetten we ze op het aanrecht. En we wassen pas af als dat stuk aanrecht vol is, of als we geen mokken of borden meer in de kast hebben. Bianca, neem deze raad maar van me aan: besteed de tijd aan de dingen die je hart hebben. En als jouw hart bij afwassen ligt, moet je dat vooral doen, maar eerlijk gezegd geloof ik daar niets van! Jij bent meer van de crea-dingen.”

Bianca knikte: “Ja, dat klopt, daar ben ik het liefst mee bezig. En ik denk zelf, als ik me dat zo probeer voor te stellen dat ik alleen het hoogstnoodzakelijk zou doen, dat ik dan met Julian ook meer plezier zou hebben, dat ik beter op hem zou kunnen reageren op de manier zoals Maurice net deed. Ik wil heel graag zo met hem omgaan, maar ik vind het moeilijk, er moet nog zoveel, ook voor mijn werk in het pension. Ik heb het er goed, maar het is meer een noodzakelijk werk, vanwege het geld, dan dat het mijn ding is.”

Jacqueline legde een hand op Bianca’s arm: “Ik ga me er niet in mengen, lieverd, maar ik wil je wel dit zeggen, dat ik kan zien dat Karel en jij één zijn, ondanks alle verwonding waar je nog mee kampt. En zodra jij het aandurft om hier te gaan wonen en het pension los te laten… kun jij gaan leven zoals je ziel het aangeeft. Karel verdient meer dan genoeg, dus jij hoeft geen werk te doen wat niet bij je past. Maar ik kan me voorstellen, dat je eerst nog een drempel over moet, misschien wel een paar drempels. Aan de andere kant weet ik ook, dat als je die drempel eenmaal over bent, je genezing krachtiger door hem ondersteund zal worden, door de dingen die hij doet en zegt, maar vooral vrij ongemerkt vanuit zijn binnenste.”

Bianca knikte: “Ik heb ervan gehoord, op Bloemenhof, dat je ziel steeds meer kracht gaat uitstralen naar je omgeving als je verder geneest. Karel heeft ook nog wel zijn verwondingsdingetjes, maar niet zo ernstig volgens mij. Jullie hebben hem ruimte gegeven, vrijheid, om de wereld en zichzelf te ontdekken.”

“Dank je wel Bianca, dat is het mooiste compliment dat je me kunt geven!” zei Jacqueline met tranen in haar ogen.

Bianca glimlachte, wilde het dienblad oppakken, maar merkte dat het weg was.

“Karel heeft het net opgehaald,” zei Jacqueline, “en hij kent ons principe van de mokken, dus dat komt vast goed.”

“Ja hoor, het blad staat bij de koffiemachine, klaar voor de volgende ronde,” zei Karel met een grijns, terwijl hij borden en bestek neerzette. “Ik haal de schaal nog even, ga maar weer zitten.” Hij gaf Bianca een snel kusje op haar voorhoofd en verdween weer naar de keuken. Even later kwam hij terug met de grote ondiepe schaal, waarin ze samen de salade hadden klaargemaakt.

“Julian! Eten, kom, we gaan aan tafel!”

“Eten Mauwies!”

Zo snel hij kon dribbelde hij achter Maurice aan, viel halverwege de route op zijn snuit, krabbelde met een verontwaardigde uitroep over zijn ‘toute bene’ overeind, en hobbelde verder. Bij de tuinbank sprong hij in de handen van Maurice, die hem in een knuffel tegen zich aan trok. “Geweldige jongen,” fluisterde hij bij zijn oren.

Julian lachte: “Wellege jonge hahaha”

Hij keek naar de tafel, zag de schaal. “Lekke eten… is da?”

“Dat wil ik ook wel eens weten… zullen we het van dichtbij gaan bekijken?”

Maurice zette het bord van Julian en zijn eigen bord vlakbij de grote schaal en schepte op. Karel kwam aan met het badlaken van de vorige dag, keek even of er duidelijk verschil was tussen de schone en de minder-schone kant, kon dat niet ontdekken en pakte Julian er weer mee in.

“Zo Julian, dan kun je weer zelf eten. Bianca heeft de sla heel fijngesneden, dus ik denk dat dat wel gaat lukken.”

Julian luisterde nauwelijks naar wat Karel zei, keek alleen geïnteresseerd naar de ingrediënten van de salade. Hij pikte er met duim en wijsvinger wat uit, hield het omhoog en vroeg: “Is da?”

“Dat is een… bruine boon!”

“Buine boonnnn” zei Julian en stak hem in zijn mond.

Maurice keek of hij er wel op kauwde.

Hij pakte weer iets van zijn bord: “Nie buine boon.”

“Nee, dat klopt, die is anders he. Dat is een kapucijner.”

“Wa?” vroeg Julian verbaasd.

“Kapucijner.”

“Kappesijne?”

“Ja, een kapucijner.”

“Gek…” mompelde Julian, maar stak hem toch in zijn mond.

“Vind je ze lekker, de bruine boon en de kapucijner?”

Hij knikte: “Ja, kappesijne lekke, buine boon… mmmmmmmmm.”

“Vind je de bruine boon nog lekkerder?”

Julian knikte en pakte iets roods van zijn bord.

“Is da?”

“Rode paprika.”

“Hode pappeka.”

“Goed kauwen op de rode paprika hoor!”

Even later pakte hij een geel stukje en in zijn andere hand nog een rode. Hij bekeek ze met een frons in zijn voorhoofd. “Hode pappeka…” zei hij tegen de rode, “en ook pappeka?”

“Ja, dat klopt, dat is ook een paprika, een gele paprika.”

“Hele pappeka.”

Hij stopte het stukje gele paprika in zijn mond, kauwde en slikte door. Hij pakte weer een geel stukje: “Hele pappeka lekke, hode pappeka… mmmmmmmmm.”

“Ja, dat vind ik ook, ik vind de rode ook lekkerder dan de gele,” zei Maurice, “maar weet je wat ik nog lekkerder vind? Zo, met een lepel eten, dan komen er verschillende dingetjes bij elkaar in mijn mond. Mmmmm.”

Julian keek hem vragend aan, alsof hij zich afvroeg of dat werkelijk waar kon zijn. Hij volgde het voorbeeld van Maurice, pakte de ijslepel die Karel voor hem neergelegd had, schepte er mee door zijn eten en bracht net als Maurice zijn hoofd naar voren om boven zijn bord te happen. En weer schoten de tranen bij Bianca in haar ogen.

“Ongelofelijk,” fluisterde ze tegen Karel, “hij neemt Maurice ongelofelijk serieus!”

“En terecht, dat heb ik ook altijd gedaan, en je ziet hoe geweldig het resultaat is. Dat wil Julian ook, net als Karel worden!” zei Karel met een ondeugend gezicht.

Bianca gaf hem een por met haar ellenboog. “Oh jij gekkerd! Ik hou van je!”

“Als je dat maar goed onthoudt!” Karel gaf haar een kus, “en als je nog maar beter onthoudt dat ik ook van jou houd!”

Of naar de Inhoudsopgave