Hoofdstuk 200.

Laat je innerlijk maar stromen

als een kolkende rivier

De volgende morgen hadden Johan en Marieke een douche en een extra mok koffie nodig om goed wakker te worden.

Marieke keek haar soulmate intens verliefd aan: “Wat een verandering in ons leven, alsof we het boek van ons oude leven aan de kant gegooid hebben en een nieuw boek gepakt hebben. Ja, een nieuw boek, onbeschreven, op het eerste hoofdstuk na. Ik hoop dat het een heel dik boek gaat worden, vol prachtige avonturen van ons samen.”

Johan keek haar blij aan: “Ik zat net iets soortgelijks te denken, een totaal nieuw hoofdstuk. Ik heb het gevoel dat ik nu pas echt begin te leven!”

“Precies! Ik dacht voordat ik in slaap viel, dat jij ineens helemaal doorgebroken bent. Door je eigen muren heen. Ik wist dat je geweldig was, maar dat je zoveel passie had, wist ik niet! Het lijkt wel of je hart in één keer helemaal in brand stond.”

“Dat was ook zo… ongelofelijk!”

Marieke pakte zijn handen: “Laat je hart zo open, Johan, ook op je werk. Laat je gaan, laat je innerlijk maar stromen, stromen als een kolkende rivier.”

Johan glimlachte, hij zag het helemaal voor zich. “Ik denk niet dat ik weer op slot kan gaan. Die muren zijn echt helemaal aan gruzelementen. Het voelt bizar, heerlijk bizar. Als een bloemknop die ineens open schiet door de zon. Jij bent mijn zon, je hebt het voor elkaar gekregen om mij weer te laten leven, voluit te laten leven!” Hij kuste haar handen.

Marieke straalde: “Dit, zoiets kleins, dat je mijn handen kust. Het is zo simpel, maar het raakt me diep van binnen. Ik voel me waardevol door jou. En ook waardevol voor jou…”

Johan legde zijn handen langs haar gezicht, ging staan en kuste haar. “Je weet nog niet half hoe waardevol je voor me bent. Maar daar hebben we hopelijk nog jaren de tijd voor, om dat bij elkaar te ontdekken en ervan te genieten.”

Hij keek even op zijn horloge: “Jammer lieve Vlinder, maar ik moet echt gaan. Na het werk zal ik snel wat spullen inpakken. De verhuizing kan beginnen!”

Hij trok zijn jas los aan en omhelsde zijn lieve Vlinder nog een keer. “Hoe laat wil je vanavond eten?”

“Zodra jij hier bent. Je hoeft jezelf niet op te jagen, we hebben nog lasagne, die zet ik gewoon in de oven zodra je binnen komt, en dan kunnen we snel genoeg eten. Heb een fijne dag, lieverd!”

“Jij ook!” En met een laatste kus en een armzwaai vertrok Johan naar zijn werk.

Of naar de Inhoudsopgave