Hoofdstuk 169.

In vakjes plaatsen

Op internet had Lisa de werktijden van haar advocaat gevonden: vanaf 8 uur kon ze Ellen bellen. Ze besloot na het ontbijt eerst Margreet te helpen, gewoon omdat ze dat gezellig vond. Margreet had haar wel eens voorgesteld om haar ervoor uit te laten betalen. Dan zou ze zelf wel iets minder gaan verdienen, maar ze had het eerlijker gevonden naar Lisa toe. Maar Lisa had dat voorstel direct van tafel geveegd, ze voelde wat ze samen deden niet als werken, maar als gezellig samen bezig zijn.

Toen ze weer naar huis liepen, vroeg Lisa: “Hoe ervaar jij het nou, Margreet, dat we hier waarschijnlijk niet meer veilig zijn?”

Margreet dacht na, zich afvragend wat ze er eigenlijk bij voelde. “Het is apart, als je gewoon de feiten op een rij zet, dan zouden we allemaal bang moeten zijn. Dat zou je dan verwachten, maar ik merk eigenlijk bij niemand angst. Ja, bij Sjaak wel iets, maar dan meer in de zin van zorg om jou. En dat snap ik ook wel, hij wil absoluut niet dat jou iets overkomt. Maar voor mezelf… ik weet dat ik misschien een risico loop, maar ik heb er geen last van. Ik hoop alleen dat ze mij niet zullen gebruiken om jou te kunnen pakken. Iemand die echt kwaad wil naar jou toe, kan met gemak ontdekken dat wij vriendinnen zijn en mij dan kunnen gebruiken als een soort gijzelaar om jou te pakken te krijgen. Dat lijkt me voor ons allebei een vreselijke ervaring. Voor mezelf ook omdat ik geen idee heb wat ik zou kunnen doen om zo iemand tegen te houden. Ik heb geen idee, het voelt allemaal raar, onwezenlijk.”

“Dat is het ook. Maar ik ben blij dat je niet echt in angst leeft. Ik zelf eigenlijk ook niet, ik ben wel voorzichtig, dat wel, want ik ken de feiten, maar ik ben niet bang. Het voelt onwennig en niet reëel. Ik vind het idee dat er politiebescherming geregeld gaat worden, wel heel apart. Ik begrijp de noodzaak hoor, maar het idee dat er continu mensen in de buurt zijn die alles om je heen in de gaten houden, dat lijkt me echt raar! Nog even en ik ga mezelf belangrijk vinden, een soort tweede koningin. De koningin heeft ook altijd beveiligers bij zich.”

Margreet schoot in de lach. “Je zegt dat nou zo, jezelf belangrijk gaan vinden, maar realiseer jij je wel wat voor belangrijke rol jij hebt gespeeld voor hooggeplaatste mensen? En nu het tij aan het keren is en jij op het punt staat om hun beerput van duistere ellende open te trekken, ben je wel degelijk belangrijk! Probeer je eens voor te stellen, jij voor die rechter. Als die rechter jou in het gelijk stelt en die kerels achter slot en grendel zet, wat betekent dat dan voor de wereld? Dat betekent dat vrouwen die dezelfde soort shit doormaken, in het gelijk gesteld worden. Dat betekent straf voor de daders, en vrijheid voor heel veel vrouwen. En ook kinderen, want dit soort gasten gebruiken er ook kinderen voor. Ik heb wel eens gehoord dat er zelfs kinderen mishandeld en vermoord worden om door zulke offers en rituelen meer macht te krijgen. Lisa, door jouw reactie op die moeilijke periode in je leven kun jij een bevrijdster worden!”

Lisa lachte: “Dat klinkt geweldig, maar het klinkt wel alsof je over iemand anders praat! Ik weet het, het gaat wel over mij, ik ken de feiten, maar het lukt me nog even niet om het zo ook te voelen. Ik ben altijd maar zo’n gewoon meisje geweest, en nu zo’n gewone vrouw. Wie ben ik nou helemaal? Ik voel me opgehemeld!”

Margreet lachte met haar mee: “Ik ken dat gevoel van die vraag ‘wie ben ik nou helemaal?’. Maar het antwoord op die vraag is, dat we wel degelijk belangrijk zijn. En om eerlijk te zijn, is het voor mij makkelijker om dat voor jou te zien, dan voor mezelf. Jij gaat een belangrijke rechtszaak aan, ik ga wandkleden borduren. Het voelt nogal verschillend in belangrijkheid, maar ergens, heel ver weg, voel ik dat het allebei belangrijk is. Ik kan het niet verklaren, niet uitleggen…”

“Ik kan het ook nog niet onder woorden brengen, Margreet, maar ik voel hetzelfde. Op de één of andere manier heeft het te maken met wat er aan kracht en licht uit je ziel naar de wereld om je heen straalt, ook al moet ik nog best wel aan dat idee wennen, en kan ik nog niet echt voor me zien wat dat dan teweeg brengt. Maar wat mensen over het algemeen belangrijk vinden…

Dat is weer zo’n standaard iets, zo’n overtuiging die in onze samenleving heerst, dat het ene belangrijker is dan het andere. Het lijkt wel een soort kaste-model, een denken in rangen en standen.

Wat ik ga doen, lijkt misschien belangrijker dan wat jij doet, maar als we allebei vanuit het diepst van onze ziel leven, is er geen verschil. Dan zijn we allebei belangrijk bezig, allebei op onze eigen manier. Je zou het kunnen vergelijken met het werk dat we in het pension doen. We zijn ‘maar’ schoonmaaksters, maar stel je nou eens voor dat we het niet zouden doen, dan zouden er geen gasten meer willen komen, omdat het een vieze zooi geworden is. Als schoonmaaksters zijn we dus net zo belangrijk als Annerieke, terwijl zij de eigenaar is, en voor de heerlijkste maaltijden en taarten zorgt! Dat hele probleem welk beroep of welke persoon belangrijker is, is dus vette onzin!”

Margreet probeerde, terwijl ze naar Lisa luisterde, alles diep tot zich door te laten dringen.

“Ik probeer te pakken wat je zegt. Ergens voel ik dat je gelijk hebt, maar er zit waarschijnlijk hier van binnen nog wat in de weg om het goed te kunnen vatten. Om het te kunnen ervaren als waarheid, ook als mijn waarheid.”

“Nog een stukje minderwaardigheidsgevoel?”

Margreet grijnsde naar Lisa: “Op z’n minst, dat in elk geval ja… minder waard voelen, ja, dat zit in elk geval nog wel in de weg. Niet meer zo erg als een paar weken geleden, maar het is nog niet helemaal hersteld.”

“Komt wel Margaretha!” Lisa sloeg haar armen om haar vriendin heen en trok haar even tegen zich aan. Margreet reageerde door haar armen om Lisa heen te slaan en schoot in de lach terwijl ze elkaar zo vast hielden.

“Mijn ouders zouden me zo moeten zien, ze zouden ons meteen uitschelden voor lesbisch.”

De lach bestierf op haar gezicht. “Eigenlijk bezopen, sorry dat ik het zo zeg, we zijn verdorie toch allemaal mensen. Het is alleen maar goed om elkaar lief te hebben. Aan echte liefde kan nooit iets verkeerd zijn!”

“Nee, echt niet. Dat hebben we vorige week wel gezien bij Rosanne en Angelique, een geweldig stel toch?” viel Lisa haar bij.

“Nou, dat zijn ze zeker! Ik heb heel wat van hen geleerd.” Margreet en Lisa lieten elkaar weer los.

Margreet vervolgde: “Ik ben zo opgegroeid met veroordeling van alles wat anders was dan wat mijn moeder dacht, dat ik zelf ook altijd veroordeelde. Slecht voorbeeld doet slecht volgen! Het gaat gewoon in je systeem zitten. Gelukkig heb ik dat veroordelen hier wel afgeleerd. Nee, dat is het niet eens, ik ben me er bewust van geworden, en van binnen is er herstel geweest. Ik ben veroordeling kwijt geraakt, dat is meer wat er aan de hand is. Daardoor komt veroordeling van zulke vrouwen niet eens meer in me op. Zolang er nog verwonding achter zit, kun je wel besluiten om niet meer te veroordelen, maar kunt je het niet voorkomen. Zelfs al spreek je het niet uit, het zal er wel zijn.”

“Ja, maar elke keer dat dat gebeurt, wordt die verwonding erachter wel weer aangeraakt,” bedacht Lisa, “en dan gaat je ziel weer met een stukje herstel aan de slag. Dus als je veroordeling ervaart, is dat vervelend maar niet erg, het is alleen maar het gevolg van die verwonding, en ondertussen geneest daar weer een stukje van! Wat een wirwar is dat proces he!”

“Echt wel… het is een groot proces, groot en ingewikkeld. En toch weet onze ziel precies wat er moet gebeuren.”

“Onze ziel is gewoon een knapperd!” besloot Lisa

Ze lachten om die conclusie, die aan de ene kant kinderlijk klonk, maar toch zo waar was.

“Ik ga zo Ellen even bellen. Wat ga jij doen tot aan de koffie?”

“Ik ga verder met mijn vest. Ik heb alle onderdelen klaar en ga ze aan elkaar naaien. Daarna ga ik een kraag breien, zo’n lekkere hoge die van zichzelf omslaat, maar die je als het koud is ook omhoog kan vasthouden. Ik denk dat ik die apart brei en hem dan in de hals vast zet met een stiksteekje. Daar ben ik nog wel een paar uur zoet mee. En vanmiddag denk ik dat ik naar de kringloopwinkel ga om te kijken of ik wat mooie lappen stof kan vinden voor omslagrokken. Heb je zin om mee te gaan?”

“Misschien wel, ik laat het je bij de lunch wel even weten. Tot straks bij de koffie!”

Of naar de Inhoudsopgave