Na een bijzonder hartelijk afscheid, waarbij de hele Bloemenhoffamilie aanwezig was, vertrokken Maurice en Jacqueline naar het huis van hun zoon. Ze parkeerden de auto aan de straat en liepen om het huis heen naar de tuin, wetend dat ze verwacht werden. Toen ze bijna bij de hoek waren, hield Maurice Jacqueline tegen en wees naar Julian, die met Karel aan het voetballen was. Ineens ontdekte Julian hen, schreeuwde het uit van blijdschap en rende zo hard zijn kleine beentjes hem konden dragen, naar hen toe.
“Mauwies! Akkelie! Jaaaaaa!” riep hij, toen hij hen bereikte en door Maurice opgevangen werd. Hij sloeg zijn ene arm om Maurice en zijn andere om Jacqueline heen, legde zijn hoofd tussen hen in, half op de ene schouder, half op de andere. Karel greep zijn mobiel en maakte een paar foto’s van het prachtige trio. Hij liep om hen heen en maakte ook een foto waarbij hij Julians stralende gezicht zag.
“Kade toto!” riep hij blij. Hij liet Jacqueline los, keerde zich op Maurice’ arm half om en wees richting de tuin: “Banka da!”
“Ja, kom mee, dan gaan we naar Bianca toe,” zei Maurice, terwijl Jacqueline Karel even tegen zich aan trok en hem een kus gaf.
“Hoe was jouw thuiskomst woensdag?” vroeg ze hem.
“Och mam, geen woorden voor,” zei hij, direct weer geëmotioneerd. "Ze had alles zo goed opgeborgen, dat ik niets in de gaten had. Huib en Sjaak wisten het, maar lieten niets merken. Ik vond het wel vreemd dat ze een beetje zacht praatten in huis, achteraf waarschijnlijk om Julian niet wakker te maken. Zij waren klaar, gingen weer terug naar Bloemenhof en ik ging naar de keuken om een biertje uit de koelkast te gaan pakken. Mam, je weet niet half hoe enorm ik naar Bianca en Julian verlangde. Dat leek wel met het uur sterker te worden. Nou, toen trok ik de koelkastdeur open voor dat biertje, en zag tot mijn verbazing een schaal met gesneden groenten, een schaaltje met gehaktballetjes… en ik wist direct dat Bianca geweest was, of er nog was. Dus ik liep de kamer in en botste om de hoek bijna tegen haar op. Zij had gehoord dat ik de koelkastdeur opengedaan had en had begrepen dat de kans groot was, dat ik haar voorbereidingen voor het avondeten zou zien. Wat een heerlijke verrassing was dat! Maar ze was ook een beetje gemeen tegen me. Ik vroeg of ze bleef logeren, een lekker lang weekend, zei ze dat ze dat niet kon. Dus ik ging er van uit dat ze na het eten ’s avonds weer naar Bloemenhof zou gaan. Balen natuurlijk, maar ja… hoeveel weken of maanden zou ik nog moeten smachten?” deed hij ineens dramatisch. Julian schaterde: “Kade! Hahahahaha!”
“Ja, lach jij maar,” deed Karel of hij mopperde, “het was vreselijk, even een kort vreselijk moment. Maar goed, ik besloot te genieten van de uurtjes die we samen zouden hebben. En toen…”
“Wacht,” onderbrak Bianca hem. “Het ging zo…” Ze nam Karels armen en legde ze op haar schouders. Hij begreep dat ze het toneelstuk nog een keer wilde opvoeren en deed alsof hij haar omhelsde. Bianca grijnsde naar hem en sloeg haar armen om Karels middel heen. “Het ging dus zo, ik zei zoiets als dit: ‘Ik ben een beetje brutaal geweest, ik heb je ouders gevraagd om me te helpen om mijn spullen in te pakken en te verhuizen. Alles ligt al boven in de kasten, de buggy, onze jassen en… o ja, mijn naaimand staan buiten op de tuinbank, en mijn auto staat verderop, na die bocht geparkeerd.” Ze speelde het perfect na, als een ondeugend kind. “Je had zijn gezicht moeten zien, eerst fronsend, zo van ‘wat nu dan?’ en toen ontspande hij, verscheen er langzaam een lach op zijn gezicht, totdat hij niet optimaler kon stralen. Geweldig was het!”
“Ja, jij dan! Jij straalde minstens zo hard! We waren allebei zo blij, ik was zo blij, zo opgelucht, dat ik op haar schouder in snikken uitbarstte en vertelde hoe moeilijk ik het gevonden had, het idee om nog weet ik hoe lang te moeten wachten. En toen zei ze de legendarische woorden ‘Ik ben thuis, thuis bij jou…’. Wat wil je dan nog meer? Ik ben zo blij, zo vol van blijdschap!”
Maurice keek hem aan met een brede grijns. “Prachtig jongen, werkelijk prachtig!”
Jacqueline knikte, maar leek er niet helemaal bij. Ze keek Bianca indringend aan en zei: “Bianca, op die avond dat we dat mooie lied luisterden, ‘Because of you’, noemde je jezelf een puinhoop. En dat was je ook, daar kon je niets aan doen, maar je kon de puinhoop ook niet zomaar even opruimen. Je was bang voor jezelf, durfde jezelf niet te vertrouwen. Je durfde ook Karel, iemand die echt om je geeft, veel meer voor jou wil zijn dan een oppervlakkig contact, niet echt binnen te laten. Wij weten allemaal dat je door de loop van de tijd helemaal van die ellende zal genezen, maar door de afgelopen week heen hebben we ontdekt, dat het veel sneller kan. Die puinhoop in jou wordt bij elkaar geveegd, weggeveegd en de muur waarmee je jezelf dacht te beschermen, brokkelt af, brokkelt steeds sneller af en verdwijnt. Je hebt hem niet meer nodig. De weg is vrij, Bianca, de weg naar het hart, naar de ziel van Karel is vrij, en andersom van hem naar jou ook. En, niet te vergeten, naar Julian.”
Bianca sloeg haar armen om Jacqueline heen, huilend, en zei tussen haar snikken door: “Ik heb daar zo naar verlangd, ik wil me zo graag helemaal aan Karel en Julian kunnen geven, gewoon echt zijn, helemaal echt zijn. Zou dat nu ineens lukken, denk je?”
Bianca liet haar weer een beetje los en keek haar aan. Jacqueline glimlachte en knikte. “Je zult nog moeten wennen, je zult soms oude gedachten voorbij zien vliegen, alsof de wind ze voorbij waait, maar ze zullen die diepe impact niet meer hebben, ze zullen je houding, je relaties niet meer bepalen. Hoe voel je je?”
“Beetje zweverig, licht in mijn hoofd. Die muur heeft me overeind gehouden, zo lijkt het achteraf, en nu moet ik even op eigen benen leren staan,” glimlachte ze. Daarna liet ze Jacqueline los en draaide zich om naar Karel. Ze sloeg haar armen om zijn middel en drukte zichzelf dicht tegen hem aan.
“Ik wil je voelen, ik wil die connectie voelen…”
Karel had zijn armen meteen om haar heen geslagen en duwde op haar rug, duwde haar stevig tegen zich aan. “Voel maar, ik voel het, het is zoveel intenser dan voorheen. Voel jij het ook?”
“Ja…” zuchtte ze.
Jacqueline en Maurice liepen met Julian naar binnen. Jacqueline ging koffiezetten, terwijl de mannen haar gezelschap hielden.
“Hoe voel je je, Jackie?”
“Zo gelukkig, zo gelukkig voor hen, om hen…”
Maurice glimlachte: “Ik ook, het was prachtig om te zien hoe Bianca zich ineens helemaal aan hem overgaf, aan hem opdrong. Zo intens ineens! Geweldig!”
“Kade Banka lief, heje lief!” zei Julian ernstig.
.
Jacqueline kwam naar buiten met een blad met koffiemokken en een glas water voor Julian. Bianca legde haar naaiwerk voor het grote zitkussen van de tuinbank zolang binnen op de eethoek.
“Onhandig groot gevaarte,” zei ze, “maar ik heb er wel plezier in. Het is me gelukt om die matrasvulling goed op maat te knippen. Ik heb de stof op het gras gelegd, die matrasvulling er bovenop, een poosje zitten klieren met hoe ik het moest doen, en heb toen besloten een ruime onderkant en een nog veel ruimere bovenkant te knippen, naar het idee van een kussensloop. Het lijkt nu verder niet moeilijk meer, ik heb het zigzagwerk klaar, dus het kan niet meer rafelen. Nu is het een kwestie van kijken waar ik ga beginnen met vastnaaien. Ik denk van het ene uiteinde via de binnenrand naar het andere uiteinde. En dan tot slot de omslag. Oh, die omslag, de uiteinden daarvan kan ik meteen meenemen als ik met vastzetten van de uiteinden ga beginnen. Eerst maar eens vastspelden, kijken of het uitpakt zoals ik het voor me zie.”
“Volgens mij zie jij het prima voor je,” zei Karel. “Terwijl je vertelde, zag ik het voor me. En ja, die uiteinden van die flappen, die omslag, die kun je meteen in het begin er al in vast zetten. Scheelt je weer werk aan het eind, en het resultaat zal mooier zijn. Als je het handig vindt, neem er dan een gewoon kussensloop bij, dan kun je het afkijken. Nee, volgens mij heb je dat niet nodig, volg je innerlijk maar, dan komt het helemaal goed!”
Bianca glimlachte naar hem: “Dat denk ik ook… Oh, ik ervaar zo’n vredige rust vanbinnen, alsof ik helemaal geland ben!”
“Bote ete?” vroeg Julian.
“Broodje eten? Nu al? Begint je buik te knorren?”
Julian schaterde: “Vakkete!”
“Ben jij een varkentje?”
“Buik isse vakkete, rrr,” deed hij met een schorre rrr.
“Zullen we eerst iets anders doen als we de koffie op hebben?” vroeg Maurice.
“Watte?” vroeg Julian
“Een foto maken van jullie samen. Van Karel en Bianca en Julian samen. Dan gaan wij daar vanavond of morgen een mooi schilderij en een mooie tekening van maken!”
“Toto tetene?”
“Ja, dan gaat Jacquelien de foto tekenen.”
“Akkelie tetene…”
“En ik ga de foto schilderen.”
“Toto sillele, Mauwies sillele…”
“Tekenen met een potlood, schilderen met verf. Ik zal onze tablets even uit de auto pakken, dan zal ik het je laten zien. Ik ben zo terug,” beloofde Maurice.
“Mauwies uitte oto pakke,” legde Julian aan Jacqueline uit.
Ze gaf hem een knipoog.
Maurice kwam terug, gaf een tablet aan Jacqueline en zette zijn eigen tablet aan. Hij zocht de foto van zijn laatste tekeningen en liet ze aan Julian zien.
“Dit is een foto van het huis van Annerieke.”
“Ja! Annieke uis! Annieke Sime uis!”
“Klopt, ook van Simon. En hier is het schilderij dat ik ervan gemaakt heb…”
Maurice ging verder, tot de foto van de vorige dag.
“Bos! Son weg…”
“Ja, dat was aan het eind van de dag, toen ging de zon weg achter het bos. Dan krijg je van die mooie kleuren. Wil je de tekeningen van Jacqueline ook zien?”
Julian knikte en keek hoe Maurice de tablet overnam en de eerste foto liet zien.
“Isse Huib suur, ja…”
“Huib maakt daar mooie dingen van hout, hij heeft gisteren een mooi beeld gemaakt.”
Maurice ging rustig langs de foto’s
Bij de laatste riep Julian: “Akkelie bos, son weg…”
“Ja, maar dat ziet er hier wel heel anders uit he, doordat ze het met potlood gedaan heeft.”
“Isse mooi.”
“En nou zou ik graag een foto van jullie willen maken, mag dat?”
Karel en Bianca keken elkaar glimlachend aan.
“Dat zou ik een uur geleden vervelend hebben gevonden, maar nu is het prima,” deelde Bianca. “Er is zo’n last van me afgevallen…”
Ze schoof dicht tegen Karel aan, waarop Julian bij Karel op schoot kroop. Maurice en Jacqueline stonden inmiddels op het gras en maakten allebei een paar foto’s.
“Zo, ik heb er genoeg, daar moet een prachtige bij zitten,” zei Maurice.
Hij kwam weer op de bank zitten en ging de foto’s langs.
“Ja, dit is hem! De manier waarop jullie hier naar elkaar kijken, geweldig! Karel en Bianca zo liefdevol, en Julian stralend naar jullie beide opkijkend. Mooier kan niet!”
Jacqueline keek over zijn schouder mee.
“Klopt, dat is de foto die we gaan maken! Ik heb dezelfde, kijk maar. Blijkbaar op hetzelfde moment afgedrukt. Maar wat anders… weten jullie dat Ilse ons ook op de website van de galerie heeft toegevoegd?”
“Dat is waar ook,” zei Bianca, “Ik heb het bericht voorbij zien komen, maar was net bezig, dus ik dacht dat ik het daarna wel even zou bekijken. Vergeten… Heeft ze die foto’s die je net liet zien erop gezet?”
“Ja, ik vond het zo leuk, het was een complete verrassing.”
Bianca pakte haar mobiel en ging op hun beide pagina’s kijken.
“Geweldig! En dat bericht van gisteren, over de kracht van de site, daar genoot ik ook van,” zei Karel. “Ik heb altijd al dat idee gehad, jullie zijn gewoon goeie gasten!”
“Oeje aste!” echode Julian, “ech waa!”
.
Na de lunch namen Maurice en Jacqueline afscheid, waarbij Karel en Bianca hen beloofden zo snel als mogelijk was een paar dagen naar hun huis bij de duinen te komen.
Het was bijna twee uur toen ze bij het huis van Johan en Marieke aan kwamen. Marieke zag hen aankomen en ging al naar de deur.
“Goeiedag! Jullie moeten Maurice en Jacqueline zijn! Ik ben Marieke, kom verder! Johan en Marianne zijn even op Johans werkkamer om iets af te handelen. Daarna komen ze beneden. En dit is Ellen, onze vriendin, en in de rechtbank de vast advocate die met Johan samenwerkt.”
Ellen stond op om de gasten een hand te geven.
“Ha Ellen, ik ben Jacqueline en dit is mijn man Maurice. Fijn dat we jou ook meteen kunnen ontmoeten. Ik voel zoveel pijn in jou, zoveel pijn en teleurstelling, teleurstelling in een relatie van jaren, een relatie die geen echte connectie in zich had, geen soulconnectie. En behalve teleurstelling en pijn, ook zoveel vragen en angst over een mogelijke nieuwe relatie. Angst om je echte soulmate ooit te ontmoeten en niet te weten hoe je met die persoon om zal moeten gaan. Die onzekerheid, die angst, is als een mistige waas rond je ziel. Feitelijk, ongemerkt waarschijnlijk, heb je die altijd al bij je gehad, omdat relaties om je heen, tijdens je kinderjaren, ook vaak gebaseerd waren op aantrekkingskracht vanuit verwonding, of zelfs op duisternis. Kortom, van heel dichtbij heb je geen ervaring met relaties tussen soulmates. Ja, korte ontmoetingen, zoals met je vrienden hier, maar niet ervaring met zulke relaties waar je dagelijks middenin zit, zielsrelaties met mensen met wie je dagelijks samenleeft. Daardoor is die mistige waas rond je ziel ontstaan. Ik heb goed nieuws voor je, die mistige waas lost op, lost helemaal op, zodat jij, als je je echte soulmate ooit tegenkomt, zult weten dat het die persoon is, en in vrijheid met die persoon om zult kunnen gaan. Zonder die mistige waas zul je je innerlijke stem ook beter kunnen volgen, niet alleen in je werk, maar vooral in relaties.”
Ellen staarde haar aan, met een wezenloze blik, terwijl de inhoud van de woorden die Jacqueline sprak, wel tot haar doordrongen, ondanks dat ze het gevoel had dat ze de helft niet verstond.
Haar blik werd nu weer levendig. Ze knipperde een paar keer met haar ogen en zei: “Jij bent echt, net als Johan en Marieke, en Marianne. Jij en je man zijn allebei echt en jullie hebben een echte zielsconnectie. Dat kon ik net niet zien, maar nu wel. Ik heb laatst met iemand gesproken, ik voelde dat zijn connectie met zijn vrouw ook niet echt was. Dat was ook zo, hij bevestigde dat, maar verder heb ik dat nooit zo duidelijk gevoeld. O ja, bij de stellen van Bloemenhof, daar wel. Maar niet zoals bij jullie, ik bedoel, ik ken jullie niet, ik heb jullie nog niet samen meegemaakt. Ik bedoel, ik voel soms wel dingen tussen mensen als ze allebei praten, maar ik heb Maurice nog niet gehoord, en toch voel ik dat jullie een eenheid zijn. Het klopt toch wel he? Of zit ik nou de plank helemaal mis te slaan?”
Maurice schoot in de lach: “Nee hoor, je kunt goed meppen!”
Johan en Marianne waren inmiddels beneden gekomen en stelden zichzelf voor.
“Heeft hier al iemand zin in koffie of thee?” vroeg Johan.
“Nee, dank je wel, liever straks, wij hebben net gegeten,” antwoordde Maurice.
De anderen hadden er ook nog geen zin in, waren eigenlijk benieuwd wat er verder zou gebeuren.
Jacqueline keerde zich naar Johan: “Jij hebt een ongelofelijke stap gemaakt in je werk, maar er dreigt in de nabije toekomst iets mis te gaan. Dat heeft niet te maken met je werk, maar met je relatie met Marieke. Doordat je zelf een verleden hebt van intimidatie, manipulatie, controle en veroordeling, is het moeilijk voor je om in deze intieme relatie alleen maar echt te zijn. Je bent open en eerlijk naar Marieke, je houdt oprecht van haar, maar je bent nog niet in staat om je totaal aan haar te geven. Die dingen van vroeger zitten nog in de weg. Als dat zou blijven zitten, zou de kans groot zijn dat je je gaat terugtrekken als jullie baby geboren is. Jij hebt je werk op de rechtbank, Marieke zorgt voor jullie kind, en dat zou hoogstwaarschijnlijk voor jou gaan voelen alsof jij er niet meer bij hoort. Dat komt niet door de baby, en ook niet door Marieke, het heeft te maken met je eigen verwonding. En ja, op den duur zou dat wel genezen, want het proces van innerlijke genezing is niet meer te stoppen. Maar voor jou persoonlijk en vanwege je werk, dat van levensbelang is, wereldwijd, moet die muur van onzekerheid door die ellende van vroeg neer, en hij gaat neer, hij gaat helemaal neer. Je hoeft je op geen enkele manier te beschermen, de relatie met je vrouw zal in korte tijd optimaal worden, zodat jullie samen van elkaar en van jullie kind kunnen genieten en je werk nog groter en krachtiger zal worden. Je zult veel op je dak krijgen, in je werk, maar juist doordat jouw muren neergegaan zijn, zul je dat prima aan kunnen, in staat zijn de dingen in te schatten en de juiste keuzes te maken.”
Johans blik was rustig en vredig, zag Jacqueline. Ze zag dat zijn ogen naar Marieke gingen en zijn gezicht begon te stralen. Hij liep op haar af en omarmde haar. “Mijn lieve Vlinnie, het wordt alleen nog maar beter, ik voel dat het klopt. Het is al beter…”
Jacqueline glimlachte naar Marianne en zei: “Als bevrijding en genezing zo gaan, is het toch super prachtig he. Ellen en Johan zijn zonder een centje pijn van iets heftigs losgekomen. Jouw situatie lijkt wel iets op die van Ellen, met dit verschil dat jij van je kindertijd af aan relaties altijd geweerd hebt. O ja, je vriendschap met deze mensen hier is je heilig, in de zin van heel waardevol. En toch hou je een deel van jezelf achter. Dat kun je gewoon niet geven, nee, het kan echt niet, het is te verwoest. Je hebt van jongs af aan gezien hoe mensen die er voor elkaar en voor jou hadden moeten zijn, elkaar eerder naar het leven stonden. Je hebt gevoeld hoe ze met woorden op jou inbeukten. En je bent al door heel veel pijn heen gegaan, ook samen met je vrienden hier, of niet zozeer met hen, maar dankzij het feit dat je wist dat ze achter je stonden. Maar de momenten van proces waren jouw momenten, daarin was je alleen, en daar had je bewust voor gekozen. Heel begrijpelijk… In het leger gebruikten soldaten vroeger een schild om hun leven te beschermen, hun vitale organen. Jij gebruikt een schild om je hart, je ziel te beschermen. En ja, we moeten onze ziel beschermen, we moeten mensen die slecht voor ons zijn buiten de deur van onze ziel houden. Dat zijn goede maatregelen waarmee we voor onszelf kunnen zorgen. Maar jouw schild is een verhard schild, waarmee je ook mensen die het beste met je voor hebben, regelmatig buiten je hart houdt. Een logische reactie op alle verwonding… Maar ik neem nu dat schild van je over, zodat jij op een natuurlijke manier jezelf mag gaan beschermen. Op een natuurlijke manier, gebaseerd op de leiding vanuit je ziel. Luister en voel maar, dat zul je steeds beter weten of je moet antwoorden, of je moet meegaan, wat je moet zeggen, wat je moet doen. Dat is het beste schild waarmee je je ziel, jezelf dus, kunt beschermen. Dat zal je ook helpen in je werk, als Johan en jij tegenslag of andere narigheid krijgen, om samen de juiste keuzes te maken. En nog wat anders… wees niet ongerust als je soulmate komt. Wees niet bang hem binnen te laten in je hart. Jullie zullen een enorm sterk team gaan vormen!”
Mariannes wenkbrauwen schoten omhoog. “Soulmate? Maar ik heb geen tijd voor een relatie…”
“O jawel,” kwam Johan erbij. “Jij en ik hebben het op de rechtbank even druk, en als ik tijd heb voor een relatie, heb jij het ook. Weet je nog dat je me naar huis stuurde, op basis van een algemene indruk? Dat was vanwege mijn lieve soulmate hier, die met zichzelf overhoop lag! Wees maar gerust lieve meid, als meneer de soulmate om de hoek komt, zal je maar wat graag tijd voor hem maken!”
Maurice bulderde van het lachen: “Je bent een kerel naar m’n hart, Johan, zo mag ik het horen! Soulconnectie maakt tijd voor elkaar, je kunt niet anders en je wilt niet anders! Onthoud dit, Marianne, als je ware soulmate komt, dan is je relatie met hem belangrijk voor de wereld, voor het recht in de wereld… en voor de waarheid in de wereld! En hoe dat met het laatste zit… de waarheid… dat heeft niet alleen met het recht van de rechtszaken te maken. Je soulmate kon wel eens een waarheidszoeker zijn!”
In haar ooghoeken zag Marianne, dat Jacqueline knikte.
Terwijl iedereen nog lachte om de reactie van Johan en Maurice, ging Jacqueline door met de indruk die ze voor Marieke kreeg. “En jij Marieke, lest best… Veiligheid boven alles, zo is jouw leven altijd geweest. Je moest wel, jezelf veiligstellen en uiteindelijk anderen veiligstellen. Je hebt een keuze gemaakt, een goede keuze om de creatieve kant die je ziel je op wees te volgen en de beveiliging te laten schieten. Maar dat wil nog niet zeggen dat je van die ellende van vroeger af bent. De veiligheid van Johan, van jezelf, en straks van jullie kind… de angst is wat afgenomen, maar ook jij loopt nog met een schild rond, en met een pistool, dat enerzijds te maken heeft met de wil om jezelf en je gezin te beschermen, maar ook met een intense woede tegen de mensen die jou en je familie kwaad wilden doen, met een vreselijke woede tegen alle mensen die andere mensen tot slachtoffers maken.” Ze zag dat Marieke knikte, met haar lippen stijf op elkaar, alsof ze probeerde de woede binnen te houden. “Jouw ziel weet heel goed wat jij nodig hebt, wat Johan nodig heeft en wat jullie kind nodig zal hebben. Jouw ziel weet het, en daarom mag je nu dat schild en dat pistool loslaten en aan mij geven.”
Terwijl haar lippen begonnen te trillen en de tranen in haar ogen opwelden, maakte ze met haar linkerhand een gebaar alsof ze een schild aan Jacqueline gaf, en zagen de anderen hoe ze met diezelfde hand het pistool vergrendelde en ook aan Jacqueline gaf. Johan was dichterbij gekomen, had het gevoel dat ze zo in zou kunnen storten. Hij ving haar mooi op tijd op. Jacqueline legde haar armen onder Mariekes benen en samen met Johan tilde ze haar naar de bank, waar ze korte tijd later alweer bij kwam, huilend, geluidloos snikkend.
“Blijf jij maar bij haar, Johan, dan zorg ik wel even voor koffie of thee,” fluisterde Ellen naast hem. Ze ging even het rijtje af, in elk geval vier koffie, daarna zou ze Johan en Marieke wel vragen wat zij wilden. Ze ging naar de keuken, zette de koffiemachine aan en pakte schone mokken. Terwijl de eerste mok gevuld werd, zette ze een glas met theelepels, weckpot met suiker en een weckpot met cupjes koffieroom op het dienblad.
Terwijl de vierde mok vol liep, kwam Johan in de keuken. “Bedankt Ellen! Doe voor Marieke en mij ook maar koffie.” Hij pakte een koektrommel en haalde daar het deksel af. Even later knabbelden ze aan een speculaasje en nipten ze van hun hete koffie.
“Zeg Marieke,” begon Maurice, “er was iets met vlinders… Ik zei door de telefoon dat ik aan vlinders moest denken en daar zou je me vanmiddag wel over vertellen. Wil je dat nog?”
Marieke glimlachte: “O ja, er is van alles over vlinders…”
Ze vertelde over de avond dat Johan en Ellen bij haar kwamen eten, nadat ze Johan jaren niet gezien had, over het boeket dat hij had meegebracht met de mooie vlinder van linten daar bovenop. “Hij vond mij een vlinder, dartel, levenslustig. Ik besef nu, na de woorden van Jacqueline, hoeveel daarvan gespeeld was. Ik ben een vlinder, ik ben dartel en levenslustig, en dwars door alle angst en gevoelens van onveiligheid heen, ben ik me zoveel mogelijk zo blijven gedragen. Nou, en over het meiske dat we verwachten… dat is ook zo’n vlindertje. En in de dagen dat ik worstelde met de vraag waarom ik in de beveiliging was gaan werken, ontdekte ik een doos met knutselpapier, van die vouwblaadjes vooral. En daar ben ik zomaar wat mee gaan vouwen. Waaiers, een heel stel waaiers… en samen werden dat vlinders. Als we de koffie op hebben en als jullie het leuk vinden, mag je gerust boven komen om de kinderkamer te bekijken. De vlinders hangen daar.”
“Wacht even,” ontdekte Maurice, “die heb ik volgens mij op de website van de galerie gezien. Kan dat kloppen?”
“Ja, dat klopt! Dat zijn ze… vond je ze leuk?”
“O ja, heerlijk vrolijk. En die kleine meid wordt dus ook een vlinder… luchtig door het leven gaan. Hoe meer we vrij komen en genezen, hoe meer we dat kunnen, allemaal op onze eigen manier. Kan het zijn dat jullie dochtertje zo ongeveer dansend door het leven zal gaan?”
“Dat zou me niet verbazen, ik heb haar in gedachten al op zo’n dansende manier bewegend door de tuin zien gaan,” reageerde Johan.
“Heb jij dat ook gezien? Ik ook! Nou ja, we moeten nog meer met elkaar gaan delen, meneer de rechter!” deed ze streng.
“Lijkt me een goed plan. Wat nog meer?” vroeg hij gekscherend.
“Zucht…” zei Marieke met een grijns.
De koffie was op, de vlinders in de kinderkamer werden bewonderd, van een afstandje en dichtbij.
“Een prachtige hobby, Marieke. Ik heb de andere foto’s van je ook gezien. Het klinkt zo simpel, van vouwblaadjes, of ander papier… maar als het vanuit je binnenste gebeurt, is het standaard krachtig. En ik verzeker je, dat het uit handen geven van je schild en pistool ook je creatieve werk een enorme boost zal geven!”
.
Maurice en Jacqueline namen afscheid, kregen wat broodjes en elk een pakje sap van Johan mee voor onderweg en begonnen het laatste stukje van hun reis naar de andere kant van het land, Noord-Holland, hun thuisbasis. Voldaan door wat ze de afgelopen week hadden meegemaakt, brachten ze al hun bagage hun huis binnen en dronken eerst samen nog een mok koffie.
“Creatijd?” vroeg Maurice, terwijl hij haar me een twinkeling in zijn ogen aankeek.
“Ik heb er wel zin in! Heb jij er nog puf voor na die lange rit?”
“Ja, juist na die rit, even lekker ons eigen ding doen. Kom op vrouwe Mulder, we gaan aan de slag!”
Ze pakten hun schilders- en tekenspullen en hun tablets. Omdat het nu om gezichten ging, wat natuurlijk lastiger was dan bomen, besloten ze een tablet met de gekozen foto tussen hen in te zetten op de standaard van de omslaghoes. Verliefd keken ze naar de foto, en even later naar elkaar.
“Wat een rijkdom, Jackie, laten we maar beginnen!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb