Half december kregen Maurice en Jacqueline los van elkaar heel sterk de indruk dat ze naar Karel en Bianca toe moesten. Ze hadden geen idee voor hoe lang, maar ze wisten wel dat ze bij hen moesten gaan logeren en bezoeken mochten gaan brengen aan de politiekorpsen van Marcel en Martin.
Jacqueline Bianca belde, om te vragen of ze een paar logés kon gebruiken. Ze hoorde aan Bianca’s stem dat ze het leuk vond. De bedden stonden al klaar, dus als ze wilden, konden ze vandaag al komen!
“Dat is fijn om te horen, Bianca, ik voel me echt welkom! Heerlijk dat er tussen jou en mij niet zo’n schoonmoeder-schoondochter-trauma is…”
Bianca schaterde! “Welnee joh, dat is niet eens mogelijk, ik zie je meer als mijn beste vriendin dan als mijn schoonmoeder!”
“Goeiedag, meid, daar schieten de tranen van in mijn ogen. Het voelt voor mij precies eender hoor, maar het is nog wat anders om te horen dat het andersom ook zo is. Zeg, Maurice is nog even aan het bellen met Martin, en ik vermoed dat hij ook Marcel nog gaat bellen. We hopen dat we hun beide korpsen met een bezoek kunnen overvallen! Ik zal het maar niet ‘met een bezoek vereren’ noemen, want ik weet nog niet of ze het wel zo zullen ervaren hahaha!”
“Sommige misschien wel, ik kwam Martin laatst tegen. Hij vertelde over hun bezoek aan jullie en dat hij al verschillende reacties had gehad van collega’s. Sommigen hebben zich in het begin tegen hem verzet, omdat hij zoveel krachtiger geworden was. Anderen kregen indrukken van hem te horen en beseften daardoor dat zijn kracht juist iets positiefs was. En die laatsten zullen het waarschijnlijk wel gaaf vinden als jullie komen.”
“Dat klinkt als een goed begin. Het ziet er naar uit dat Martin een soort voorwerk gedaan heeft. We zullen zien! Ik wacht nog even af of we Martin en Marcel het zien zitten om iets te organiseren, daarna stuur ik je nog even een berichtje wanneer we komen. Dag lieverd, geef die fantastische kerels van je maar een knuffel van me!”
“Ah, dat doe ik maar wat graag!”
.
Ondertussen was Maurice met Martin in gesprek. Martin vond het geweldig dat ze langs zouden komen, maar…
“Er is hier een soort tweespalt ontstaan in het korps. Een deel van de collega’s is geraakt door woorden die ik voor hen kreeg. Ze ervaren mijn kracht als iets positiefs, merken in zichzelf ook versnelde genezing. Ze hadden eigenlijk nooit in de gaten gehad dat ze in een proces van genezing zaten, maar werden zich daar toen ik met hen sprak wel bewust van. De dingen waar ze doorheen gegaan waren, en waarvan ze het gevoel gehad hadden dat het de zoveelste keer was en dat het niet meer dan een herinnering en een akelig gevoel was, daarvan herkenden ze nu dat er sindsdien wel iets veranderd was, dat de scherpe randjes eraf waren gegaan. En sinds ik indrukken gedeeld heb, kreeg ik zo nu en dan ook stiekeme reacties, zo van ‘Martin, wat me nou toch weer is overkomen… nachtmerrie, klopte precies met wat je gezegd hebt.’ Ze bedanken me soms, omdat ze voelen dat ze nu makkelijker door dingen heen gaan. En ik voel dat hun werkhouding verandert. Van oorsprong is de politie bedoelt om burgers te helpen. Maar het is steeds meer een groep geworden die op macht uit leek. Ik besef wel, dat wat er achter zat, het ging bij de meesten niet eens om eigen macht, maar om het opvolgen van bevelen van hogerhand. En dat vonden ze wel stoer, daar is wel een soort machtsgevoel door ontstaan. De laatste dagen hoor en zie ik steeds meer dingen die laten zien, dat die mensen die versneld door dingen heen gaan, veranderen in hun werkhouding. Er komen verhalen binnen die ogenschijnlijk onnozel zijn. Oud vrouwtje geholpen met oversteken. Kind voor een aanrijdende auto weggegrist. Vooral die laatste, die voelde voor mij als een snelle actie vanuit de ziel van die agente. En toen ik haar daarmee confronteerde, keek ze me verrast aan. Het klikte, ze vertelde dat ze de auto niet aan had zien komen, maar intuïtief geweten had dat ze dat kind van de rand van de weg moest weghalen. En toen ze dat deed, reed daar direct die auto voorbij, vlak langs de rand. Als ze het kind niet had weggehaald, was hij aangereden, zonder twijfel! Ik bedoel maar, zulke verhalen… mooi toch? Ik wil daar wel meer van! Maar om even op jouw vraag terug te komen, moet ik je zeggen dat ik niet denk dat ik in staat zal zijn om een samenkomst te organiseren, zodat je bij iedereen langs kan gaan in een paar uur tijd of zo. En om eerlijk te zijn, denk ik ook dat de stoere ontkenners die zich zo verzetten, daar niet blij mee zouden zijn. Lijkt het je wat om hier gewoon zo nu en dan binnen te komen stappen en de gasten die er zijn te grazen te nemen? Ik besef dat dat nogal wat tijd gaat kosten voor jullie, maar…”
“Het lijkt mij, gezien de situatie, de beste oplossing, Martin. Ergens ook relaxed, zeker voor degenen die het maar niets vinden. Ik ga zo Marcel even bellen en zal hem hetzelfde voorstel doen. Dan kunnen we het gewoon steeds afwisselen, een uurtje of zo bij jou, en dan naar hem. Het enige dat ik me dan afvraag… kunnen we zomaar bij alle agenten binnenstappen?”
“Nee, je kunt natuurlijk het politiebureau binnen komen, maar je mag alleen verder dan de balie als een agent met je meeloopt. Dat zouden Marcel en ik dan kunnen doen, of eventueel een collega die jullie werk vertrouwt en waardeert. Ik zal een lijstje uitprinten van alle collega’s, zodat we kunnen bijhouden wie je allemaal gehad hebt. Of lijkt je dat niet nodig?”
“Aan de ene kant niet nodig, maar misschien wel handig. Dan kunnen we jullie op een gegeven moment vragen wanneer die mensen die we nog niet gesproken hebben weer dienst hebben.”
“Oké, strak plan! Vraag Marcel ook maar om zo’n lijst, dan hou je bij allebei de korpsen goed overzicht.”
“Doe ik, ik laat je via een berichtje nog wel weten wanneer we naar Karel en Bianca gaan. Als we dan daar zijn, zoeken we je wel op.”
“Prima, tot dan!”
Maurice vertelde Jacqueline in het kort over het idee van Martin, en waarom hij liever geen samenkomst met de hele club organiseerde.
“Begrijpelijk, dit spreekt me veel meer aan.”
Maurice belde met Marcel, vertelde hem over het gesprek met zijn collega en merkte dat Marcel er meteen voorstander van was om het op die manier aan te pakken. Hij had dezelfde soort ervaringen als Martin, en was blij dat Maurice en Jacqueline zouden komen om hen te ondersteunen.
“Koffers inpakken, Jackie! Het kon wel eens zijn dat we minstens een week uit logeren gaan.”
Jacqueline lachte: “Jij hebt er zin in! Nou, ik ook hoor, ik kreeg net een heerlijke opmerking van Bianca naar m’n hoofd, dat ze me meer zag als haar beste vriendin dan als haar schoonmoeder. Ja, het is goed om een poos bij hen te zijn…”
Ze omhelsde Maurice, ze knuffelden even dicht tegen elkaar aan en maakten zich toen stralend van elkaar los.
“Oké, koffers inpakken!”
Een half uur later sloten ze hun huis af, stapten in de auto en reden weg, naar het zuidoosten van het land, naar Limburg. Onderweg belde Jacqueline naar Bianca, vertelde dat ze net vertrokken waren en er over drie uur hoopten te zijn.
“Dat zou mooi zijn, dan ben je de files van mensen die uit hun werk komen voor. Fijne rit en tot straks!” wenste Bianca.
Ze glimlachte. Karel wist nog nergens van. Als hij straks uit zijn werk zou komen, zouden hun logés er al zijn. Leuk!
“Banka bij?” vroeg Julian, waarna hij een hapje brood in zijn mond stopte.
“Ja, Bianca is blij, Julian. Is je broodje lekker?”
Hij knikte, en smikkelde lekker verder.
Na zijn broodje hielp Bianca hem met een beker karnemelk. Ze had vanwege haar zwangerschap de borstvoedingen afgebouwd en was begonnen met een beker gewone melk. Julian had dat niet echt lekker gevonden. Hij had een slokje geproefd van haar karnemelk, en had haar stralend aangekeken. Dat vond hij lekker! Grappig, vond ze, moedermelk was zo zoet, en daarom had ze absoluut niet verwacht dat zijn voorkeur naar karnemelk zou uitgaan.
.
Julian werd wakker omdat hij hoorde dat zijn kamerdeur open ging.
“Banka?” vroeg hij, terwijl hij op zijn knieën ging zitten.
“Mauwies! Akkelie!” riep hij verrast uit. “Uitte bed!”
Maurice lachte en stak zijn handen naar hem uit: “Julian! Kom uit je bed!”
Hij pakte hem onder zijn armen en zwaaide hem met een grote boog uit zijn bed, waarna hij hem op zijn arm nam.
“Hoe is het met mijn grote boef?” vroeg Maurice.
“Juja nie boef, Juja lief!” gaf hij Maurice op een verontwaardigd toontje antwoord. “Mauwies isse boef!” vervolgde hij met een ondeugend gezicht.
“Wat nou…” gromde Maurice en begon hem zacht in zijn benen te knijpen.
Julian trappelde en schaterde.
“Akkelie! Heppe!” riep hij terwijl hij zijn armen naar haar uitstak.
“Zal ik jou eens bevrijden, grote knul?”
Jacqueline pakte hem onder zijn armen en trok hem uit de handen van haar man.
“Zo is het beter he, die Maurice is een lieverd, maar hij is ook een plaagboef. Zal ik jou eens een schone luier geven?”
Julian knikte, liet zich geduldig uit zijn slaapzak helpen.
“Heb je ook een poepie gedaan?”
“Nee, nie poepie!”
“Julian, ik heb een plannetje. Ik plas altijd op de wc, wil jij dat ook eens proberen?”
“Passe tee? Doen!”
Hij dribbelde aan haar hand mee naar de badkamer, waar ze zijn luier af deed en hem op de wc zette. Ze hield hem goed vast onder zijn armen en ging zelf op haar hurken zitten.
“Doet het!” wees Julian naar zijn plasser. “Passe doet het!”
“Fantastisch! En weet je, je luier is nog droog. Je kunt gewoon je zelfde luier weer aan.”
Julian had daar even geen aandacht voor. Hij keek verwonderd naar zijn plasser en wees nog een keer: “Duppe duppe hahaha”
“Ja, hij druppelt nog even. Nou niet meer?”
“Nee, isse kaa,” deelde hij mee.
Jacqueline tilde hem van de wc af en deed hem zijn luier weer om.
“Nou, hoe vond je dat, om te plassen op de wc?”
“Mooie pas!” antwoordde Julian met een blije lach. “Mauwies, Mauwies, Juja passe oppe tee!”
“Geweldig! Heb je nou de kraan goed dicht gedaan?”
“Kaan?”
“De kraan van je plasser?”
Julian keek hem aan met een gezicht alsof hij wilde zeggen dat Maurice niet goed snik was. Jacqueline schoot in de lach. “Maurice weet er niets van he? Jouw plasser is toch geen kraan?”
Julian keek Maurice nog steeds met dezelfde blik aan, trok zijn mondhoeken opzij terwijl hij zijn lippen stijf op elkaar hield en schudde langzaam nee. Nou was het de beurt van Maurice om te lachen.
“Ik denk dat ik het aankleden maar even aan jou overlaat, Jackie, want ik bak er vandaag niets van!”
Lachend ging Maurice naar beneden, sloot het traphekje zorgvuldig achter zich.
“Mauwies domme man!” hoorde hij Julian nog zeggen, waarop hij nog harder moest lachen.
Bianca keek hem verwonderd aan. “Wat gebeurt er daar boven allemaal?”
“Ik vermoed dat Julian je dat straks wel gaat vertellen! Hahaha, dat joch is geniaal! Als hij het niet voor elkaar krijgt om mensen los te maken, dan gaat de wereld finaal naar de knoppen!”
Bianca grinnikte: “Je maakt me nou wel heel nieuwsgierig…”
Ze hoefde niet lang te wachten. Jacqueline kwam de trap af, achterstevoren lopend, terwijl ze Julian, die zelf de trap af wilde lopen, aan zijn pols vasthield. Toen ze over de helft waren, verslapte ze haar greep een beetje, om te voelen hoeveel steun hij werkelijk van haar nodig had. Ze merkte, dat hij het eigenlijk zelf kon, maar ze vond het wel prettig om op deze manier stand by te zijn.
“Hij doet het zelf, Bianca, de trap af lopen. Een losse greep om zijn pols is alleen nog handig voor het geval hij toch misstapt, maar ten diepste kan hij het prima zelf. En Julian kan nog iets zelf. Vertel maar aan Bianca wat je net gedaan hebt,” moedigde Jacqueline Julian aan.
“Ikke passe oppe tee. Enne nie kaan oppe passe, ech nie, Mauwies domme man!”
“Wat? Is Maurice een domme man?” vroeg Bianca verbaasd.
“Ja, Mauwies kaan oppe passe, kannie!”
“Heeft Maurice een kraan op z’n plasser?” kwam Jacqueline tussendoor.
“Nee! Ikke! Mauwies seg,” reageerde Julian.
“Ja, dom he, Maurice denkt dat jij een kraan op je plasser hebt,” mopperde Jacqueline, “Maurice is echt wel een beetje een domme man.”
Bianca keek van de één naar de ander, begreep het nog niet helemaal.
“Julian zei, dat hij niet in zijn luier had gepoept. Ik vermoedde dat hij gelijk had, ik had zelfs het gevoel dat zijn luier droog was. Dus ik heb hem gevraagd of hij op de wc wilde plassen. En heb je dat gedaan?”
“Jaha, ikke passe oppe tee!”
“Precies, en wat deed je plasser daarna nog even?”
“Duppe duppe,” lachte Julian.
“En toen het druppelen klaar was, heb ik je je luier weer om gedaan, en toen vroeg die malle Maurice of je de kraan wel dicht gedaan had.”
Julian schudde weer zijn hoofd: “Mauwies ech domme man!”
Bianca moest zo vreselijk lachen om het verhaal, dat de tranen over haar gezicht stroomden. Julian keek er verbaasd naar, begon toen te grijnzen.
“Banka kaan open! Duppe duppe hahaha!”
“Ja,” hikte Bianca van het lachen, “de kraan van mijn ogen staat open, en ik krijg hem niet dicht!”
Niemand had gemerkt dat Karel was binnengekomen. Hij stond met open mond van de één naar de ander te kijken, begreep absoluut niet wat er aan de hand was, maar zag wel dat het een super vrolijke boel was.
“Ahum,” deed hij overdreven.
“Kade!” riep Julian en dribbelde naar hem toe. Karel pakte hem op, nam hem op zijn arm en gaf hem een korte knuffel. Julian begon hem het hele verhaal te vertellen, maar zo snel dat Karel er niets van verstond. En daarnaast was hij zo verrast door de aanwezigheid van zijn ouders, dat hij ook niet veel aandacht aan Julians verhaal schonk. Met het jochie op zijn ene arm omarmde hij zij ouders met zijn andere arm. Bianca stond op, veegde de tranen van haar gezicht en sloeg haar armen om haar beide mannen. “Welkom thuis, lieverd!”
“Wat is hier allemaal aan de hand? Hoe komen jullie hier zo ineens?”
“Met de auto, net als altijd eigenlijk…” zei Maurice met zijn meest ernstige gezicht.
Karel schudde zijn hoofd. “Zomaar even een dagje op en neer? Of blijven jullie logeren?”
“Sjere!” riep Julian, “bijve sjere!”
“Echt? Blijven ze logeren?” vroeg Karel, waarop Julian heftig knikte en opnieuw zijn verhaal probeerde te vertellen. Dit keer lukte het, met een beetje hulp van Jacqueline, wat beter.
“Wat ben jij al een grote vent!” riep Karel uit, terwijl hij Julian onder zijn oksels pakte en hem hoog in de lucht vast hield. “Al zo groot!”
Hij nam hem weer op zijn arm. “En hoe vond je dat, op de wc plassen?”
“Leuk! Gappeguit!”
“Gappeguit? Oh, bedoel je dat het een grappig geluid was?”
“Ja!”
“Volgende keer weer op de wc plassen?”
“Ja doen!” Julian was helemaal enthousiast.
“En als je nou weer een keer in je luier plast… ben je dan boos op je plasser?” vroeg Karel.
Julian keek hem met een gefronst voorhoofd aan: “Nee joh…”
“Goed zo! Lieve mensen, ik ga koffiezetten. Allemaal koffie? Ja? Oké, en dan tijdens de koffie wil ik van jullie horen hoe jullie zo onverwacht op het idee van een logeerpartij kwamen…”
Karel zette Julian neer en liep naar de keuken. Julian kwam hem achterna. “Juja kannemek, goed?”
“Ja hoor, dat is goed, ik zal voor jou even karnemelk in een glas doen.”
Terwijl de koffiemachine zijn eerste mok vulde, schonk Karel karnemelk in een glas. Hij gaf het glas aan Julian, en hield zelf de onderkant goed vast om een beetje te kunnen sturen. Hij merkte dat het nauwelijks nodig was. Julian was al aardig in staat om het glas heel voorzichtig te kantelen, zodat hij niet alles over zich heen goot.
“Zo, jij had dorst zeg! Kijk eens, veeg je mond maar af met de vaatdoek, dan spoel ik hem zo weer uit.”
Julian deed wat Karel zei, en gooide de vaatdoek met een boogje in de gootsteen. Hij keek hem aan met pretogen.
“Rakker!” zei Karel liefdevol.
Even later liepen ze samen naar de kamer. Onder het genot van de koffie vertelden Maurice en Jacqueline over hun indrukken van vanmorgen, de telefoontjes naar Martin en Marcel en het plan dat Martin bedacht had.
“Die kerels hebben al mooi wat voorwerk gedaan. Zelfs de stoerste agenten zullen straks nieuwsgierig zijn naar wat jullie komen brengen, daar ben ik van overtuigd. Ze zullen het misschien van binnen nog een beetje eng vinden, maar uiteindelijk… ik verwacht eigenlijk dat ze achteraf allemaal zullen toegeven dat het goed was.” Karel keek zijn ouders aan: “Wat jullie doen, is goed, ze hoeven het alleen nog maar te voelen.”
.
De volgende dagen gingen Maurice en Jacqueline meerdere keren naar de beide politiebureaus. Martin en Marcel hadden hen allebei een mail gestuurd waarop alle namen en diensttijden van de collega’s stonden. Karel had de lijsten voor hen uitgeprint, en in de auto, na elk bezoek kruiste Jacqueline aan welke agenten ze gesproken hadden.
Na een paar dagen gebeurde het steeds vaker, dat een agent hen even aansprak om te zeggen wat het met hem of haar gedaan had. Een enkeling bood zelfs zijn excuses aan voor de weerzin die hij tegen hen gehad had. Maurice kon hem geruststellen, dat hij het helemaal logisch vond dat er mensen waren die die weerzin voelden, maar dat hij blij was dat de man in kwestie nu ervaren had dat het goed was.
Na die eerste dagen begonnen er ook naar Martin en Marcel verhalen boven te komen, verhalen over persoonlijke veranderingen, stukken genezing. Martin stuurde een mail naar alle collega’s met de vraag om zulke verhalen op de mail te zetten en naar hem te sturen, zodat hij ze als bemoediging kon doorgeven aan Maurice en Jacqueline. In een p.s. schreef hij erbij: ‘Als je je verhaal met je collega’s wilt delen, om hen te bemoedigen of gewoon omdat je er blij mee bent, geef dan even aan dat je je verhaal openbaar wilt maken voor de collega’s, dan stuur ik het naar iedereen door.’
En zo gebeurde het, dat er steeds meer mailwisseling kwam. In eerste instantie ging het alleen om de persoonlijke dingen, maar na verloop van tijd kwamen er steeds meer berichten die met hun werk te maken hadden, over een andere manier van dingen aanpakken, over anders naar mensen kijken.
Martin en ook Marcel, die het voorbeeld van Martin gevolgd had, stuurden elke dag een mail naar Maurice en Jacqueline, met alle berichten die die dag binnengekomen waren. En ondertussen maakten ze allebei een bestand waarin ze per dag alle verhalen verzamelden, zodat ze dat als een soort logboek konden bewaren. Ze hoopten daarmee de vooruitgang te kunnen zien.
.
Voor Karel en Bianca waren het ook heerlijke dagen. Ze vond het fantastisch om deze twee mooie mensen om zich heen te hebben. Ze merkten allebei ook, dat vooral Bianca in snel tempo door allerlei pijnpunten heen ging. Ze had het regelmatig niet makkelijk, maar ze ging er hoopvol doorheen, omdat ze wist dat ze steeds meer zichzelf zou worden. Maurice en Jacqueline op hun beurt genoten van haar openheid, van het verlangen waarmee ze hun woorden opzoog en de dapperheid waarmee ze door allerlei pijn en angsten heen ging.
“Kan dit nou geen kwaad voor de baby?” vroeg ze na een paar dagen. “Ik zou het naar vinden als hij mijn angst en verdriet en frustratie en zo allemaal voelt en daardoor beschadigd wordt.”
Maurice glimlachte: “Je laat daarmee weer zien dat je een goeie moeder bent, Bianca. En ik zal je iets moois vertellen over gisteravond, toen je zo vreselijk overstuur was. Ik zag voor me, hoe jullie zoontje zelf meedeed. Ik zag het licht vanuit zijn ziel stralen, alsof er in je buik een lampje aan ging. Nee, niet echt natuurlijk, maar het plaatje was zo levensecht, dat ik heel bewust nog een keer naar je buik gekeken heb. Die kleine man in jouw baarmoeder is heel krachtig, nu al. Ach ja, zijn ziel is volwassen, volwaardig… Dus hij helpt jou eerder dan dat jij hem beschadigen zou. Mooi he?”
Bianca knikte, met tranen in haar ogen. “Ja, heel mooi…”
.
Op aandringen van Karel en Bianca kwamen Maurice en Jacqueline voor de kerstdagen en de jaarwisseling terug. Dit keer namen ze hun schilder- en tekenspullen mee. Tijdens Julians middagslaapje, en ook regelmatig ’s avonds, waren ze daar heerlijk creatief mee bezig.
Maurice maakte op een dag een schilderij dat volledig abstract leek. Toen het klaar en opgedroogd was, gaf hij het aan Bianca. “Dit is wat ik vorige keer gezien heb, in je baarmoeder. Zet of hang het maar in jullie slaapkamer, en laat je erdoor bemoedigen als je het even moeilijk hebt.”
Met een glimlach knikte hij haar toe. Jacqueline keek over Bianca’s schouder mee. “Jullie baby is echt al heel krachtig bezig. Ik heb dit ook gezien, al een paar keer. Het verbaasde me dus niet toen Maurice het laatst zo vertelde. Mooi dat je het geschilderd hebt, Maurice, een mooi aandenken, en ook een mooie bemoediging. Je zou er eigenlijk een foto van moeten maken en die opsturen naar Ilse. En vertel erbij dat het verkocht is.”
“Maar wat voor naam zou je dit schilderij dan geven?” vroeg Maurice.
“Ik moet denken aan ‘De zielskracht van een foetus’,” zei Bianca en keek hem afwachtend aan.
Hij glimlachte naar haar: “Dat is het!”
Hij nam het schilderij weer even van haar over en maakte er een foto van. Bianca ging het schilderij boven een plekje geven, voorlopig op haar leuke kaptafel, maar ze zag al een mooie plek waar ze het zouden kunnen ophangen. Straks maar eens met Karel overleggen…
Ilse reageerde blij op de foto en vroeg erbij: “Bianca zwanger?”
Maurice vroeg aan Bianca of hij bevestigend mocht antwoorden. Bianca vond het prima. Even later mailde Ilse terug: ‘Annelies is ook zwanger, Annelies van de Soul-Drukkerij! Begin augustus uitgerekend.’
‘Bianca ook begin augustus!’
Hij kreeg een duimpje en een hartje terug.
.
Elke dag maakten ze een wandeling met Julian in of achter de buggy, of aan de hand. Ze merkten dat er rust was in het dorp. Zelfs de dagen na de kerst, als er vaak ongeregeldheden waren met vuurwerk of kerstbomen die verzameld werden, verliepen rustiger dan anders.
Het gebeurde een paar keer, dat ze een politiewagen tegenkwamen, de agenten uitstapten, en vertelden over de veranderingen die ze in zichzelf en in hun werk, in hun houding naar de burgers, ervaarden. Ze klonken stuk voor stuk opgewekt, opgelucht, blij!
Met oud en nieuw durfde Bianca in het verleden nooit naar buiten, en zeker niet naar het dorpscentrum. Dit keer gingen ze samen, zelfs met Julian erbij, doelbewust naar het centrum, omdat ze daar getuige wilden zijn van de veranderingen. Karel wees hen een paar plaatsen waar in het verleden nogal eens brandjes gesticht werden of vuurwerk naar mensen gegooid werd. Dit keer zagen ze overal mensen in groepjes staan, mensen wandelen, hoorden ze vrolijke groeten, kalmerende reacties op mensen die minder vrolijk waren. Agenten liepen her en der rond alsof ze geen dienst hadden. Alleen aan hun uniformen was zichtbaar dat ze wel degelijk dienst hadden.
Ook nu weer spraken agenten hen aan, zo dankbaar, zo opgeknapt! Zelfs burgers getuigden van een andere sfeer. Een burger die bekend stond als ‘niet zo’n lieverdje’ vertelde dat hij de vorige dag nogal bezopen over straat had gezwalkt. “Voorheen grepen agenten me vast, smeten me in een cel. Gisteren namen ze me rustig bij de arm, brachten me wel naar het politiebureau, maar ze hadden een kantoor ingericht als slaapkamer. Ze weten dat ik regelmatig te veel drink, sorry, kan er gewoon niet vanaf blijven, en dat kantoortje hebben ze speciaal voor mij veranderd. Weet je wel wat dat voor mij betekent?”
“Dat betekent dat je niet langer veroordeeld wordt. Dat betekent dat je geaccepteerd wordt zoals elke andere burger. Dat betekent dat ze niet langer een alcoholverslaafde zien, maar een man die het verrot moeilijk heeft en die het daardoor nog niet voor elkaar krijgt om de fles te laten staan,” zei Maurice, terwijl hij zijn beide handen op zijn schouders legde en hem die in zijn ogen keek.
Jacqueline kwam bij hem staan, en met tranen in haar ogen pakte ze een hand van de haar onbekende man. “Man, man, jouw leven is een hel geweest, als klein ventje al verrot geschopt en gescholden, misbruikt en getreiterd. Ik vind het niet gek hoor, dat jij je leven nog niet op de rit hebt. Maar dat gaat wel komen, dat verzeker ik je. Die berg van shit verdwijnt van jouw schouders, je hoeft dat niet meer mee te torsen. Al die afval van wat ze je aangedaan hebben, verbrandt!”
Jacqueline voelde hoe haar ziel naar de man gloeide en bleef zijn hand vasthouden, terwijl ze hem aankeek. Ze zag dat zijn ogen groot werden.
“Het verbrandt echt, het verbrandt, vreselijk wat heet!” riep hij uit.
“Even doorzetten, je verbrandt niet echt, het is alleen het gevoel. Nog even, tot alles weg is!” Jacqueline knikte hem bemoedigend toe.
Op het moment dat zowel Maurice en Jacqueline voelden dat het klaar was, slaakte de man een enorme zucht. Hij begon zijn schouders te rollen, deed zijn armen omhoog, deed een stap achteruit en zwaaide met zijn armen. Hij deed allerlei gymnastische oefeningen en kwam uiteindelijk stralend overeind: “Het is weg! De zooi is echt weg!”
Hij sloeg zijn armen om Maurice en Jacqueline heen en gaf hen allebei een stevige zoen op hun wang. “Ik ben gewend een vrouw stomweg op haar mond te zoenen, of ze dat nou wil of niet. Maar bij jou doe ik dat niet, en ik denk voortaan bij geen enkele vrouw meer. Voor jou heb ik respect, ik zag aan je dat het jou ook pijn deed, en bij jou ook, man. Wat is dat voor kracht die jullie hebben?”
Maurice legde het hem kort uit, verzekerde hem dat zijn ziel diezelfde kracht had en beloofde hem, dat er een dag zou komen dat hij dat ook zou gaan merken!
“En denk je dat het me nu gaat lukken om de drank te laten staan?” vroeg hij gretig.
“Ik denk dat je er zo nu en dan van gaat genieten. Dat heb je nooit echt gedaan, het was alleen een verdovend middel voor je. Maar ik denk dat je nu prima zo nu en dan een glaasje kunt nemen en er dan echt van kunt genieten, en het dan bij één of hooguit twee glaasjes kunt laten.”
“Ze zeggen bij de opvang dat je dat niet zou moeten doen… dan loop je het risico dat je in je verslaving terugvalt,” zei hij vertwijfeld.
“Ja, dat weet ik, en daar hebben ze gelijk in, als het gaat om mensen die nog zoveel shit op hun nek hebben. Maar jij bent die kwijt. Als je jezelf nog geen enkel glaasje toevertrouwt, dan is dat prima. Neem het dan gewoon niet. Er komt vanzelf een dag dat je er klaar voor bent. Neem je gevoel maar serieus. Het gaat helemaal goed komen met jou!”
Maurice sloeg hem nog een keer vriendschappelijk op zijn schouder, waarna ze verder liepen. Ver buiten het gehoor van de man vertelde Karel dat die man het grootste probleem in dit dorp was, voor de dorpsgenoten en voor de politie. “Geweldig dat ze hem nu een plekje gegeven hebben, al denk ik dat hij dat niet echt meer nodig zal hebben. Ik weet dat hij een appartement heeft, ik vermoed dat hij daar weer lekker kan gaan slapen!”
.
De eerste plaatselijke krant die in het nieuwe jaar verscheen, stond vol met allerlei verhalen over de feestdagen en vooral over de jaarwisseling. Er stonden foto’s in van de mensen die het gezellig hadden met elkaar, van het vuurwerk, en van mensen die de volgende dag rommel aan het opruimen waren, vrolijk lachend!
Er stond ook een persoonlijk artikel in, zelf geschreven door Jan Vos, met een klein beetje hulp van Martin, waarin hij zijn verhaal deed. Hij vertelde daarin over zijn jeugd, en hoe hij afgegleden was tot de ‘dronkenlap van het dorp’, tot ‘rokkenjager’, tot ‘dorpsgek’. Hij vertelde openlijk wat een onbekende meneer en mevrouw voor hem betekend hadden, en schreef dat het hem speet dat hij zoveel mensen kwaad had gedaan. Hij vertelde over het kantoor op het politiebureau, dat voor hem in een slaapkamer veranderd was, maar dat hij dat nu niet meer nodig had, omdat hij weer rustig in zijn eigen appartement kon wonen. Hij moest alleen de boel nog even goed schoon maken.
De volgende dag hoorde Martin verhalen van burgers uit de buurt van dat bewuste appartement, die blij waren voor Jan, en die daarom besloten hadden om samen de handen uit de mouwen te steken en aan Jan te vragen of ze hem konden helpen met opruimen en schoonmaken. Jan was verbaasd en vooral blij verrast geweest. Ze hadden niet over hem heen gewalst, maar hadden hem de leiding gegeven. Keer op keer hadden ze hem gevraagd over spullen, of hij wilde dat ze het weggooiden of waar hij het anders opgeruimd wilde hebben. Aan het eind van de dag was zijn huis picobello en had hij in de armen van zijn buurvrouw staan huilen van dankbaarheid. Toen Martin het verhaal hoorde, genoot hij ervan, en ging diezelfde avond nog even bij Jan langs.
“Hey Jan, ik kom niet controleren hoor, maar ik hoorde vandaag allerlei verhalen over een grote schoonmaak. Alles goed gegaan?”
“Kom binnen agent, uhm Martin, kom binnen, kom zelf maar kijken. Ik kan er nog niet over uit! Het is alsof ik mijn leven eindelijk gevonden heb. Ik heb begrepen dat ik nog wel door pijndingen heen zal moeten gaan, maar ik ben al zoveel kwijt, dat ik dat helemaal niet erg meer vind. Ik kan nu janken en lachen, ik mag naar de buurvrouw om bij haar te janken en te schelden als dat nodig is. Snap jij dat nou?”
“Nou, snappen niet helemaal, maar ik weet wel dat het echt is, ik heb het zelf ook ervaren,” reageerde Martin.
“Jij ook? Lag jij ook in de kreukels dan?”
“Iedereen heeft in de kreukels gelegen, de één alleen erger dan de ander. Jij hebt op de verkeerde plek gezeten als kind, ik op een iets betere plek. Dus vergeleken met jou heb ik geluk gehad, maar dat neemt niet weg dat ik ook niet voluit kon leven hoor. Nu wel veel meer, maar ik denk dat het nog veel meer gaat worden! Hey, ik wilde nog even tegen jou zeggen dat wij van de politie ervan balen dat we je zo vaak niet goed behandeld hebben. Wij van de politie waren ook de weg kwijt. Het beschermen van de burgers… jaja, we waren helemaal van dat padje af! En ik wil ook zeggen, dat als er een keer wat is, als je eens hulp nodig hebt, dat je dan gewoon even langs moet komen of bellen. De meesten van ons willen niets liever meer dan er voor de burgers zijn, dus ook voor jou!”
“Top Martin, dank je wel! Ik zou je graag willen uitnodigen, samen met je vrouw, om hier een keer te komen eten, maar ik ben zo niet handig in de keuken…”
“Elly is best redelijk handig in de keuken. Als jij nou eens bedenkt wat je zou willen eten, dan komen wij tegen het eind van de middag en dan weet ik zeker dat zij het klaar wil maken.”
“Morgen? Iets van macaronischotel of zo?”
“Dat is mij best! Wil je zelf de spullen kopen of zullen wij dat doen?”
“Dat wil ik graag zelf doen, maar ik weet toch niet wat daarvoor nodig is?”
Martin haalde een notitieblokje uit zijn jaszak, maakte een eenvoudig lijstje van spullen die niet al te duur en makkelijk klaar te maken waren.
“Jan, het wordt een simpele maaltijd, maar daar gaat het niet om, het gaat erom dat het goed is om bij elkaar te zijn! Bedankt voor je uitnodiging, he, en ik denk dat Elly en ik komen zodra de kringloopwinkel sluit, even na vier uur. Is dat goed?”
“Best! Man man, ik ben zo blij!”
“Houen zo!”
.
De dag erna kreeg Martin een telefoontje van Jeroen. Eric en hij hadden in het plaatselijke krantje de verhalen gelezen en wilden zowel Marcel als hem daar over interviewen. Ze spraken af dat ze dat de dag na het etentje met Jan Vos zouden doen. Marcel en Janny zouden naar het huis van Martin en Elly komen, en Jeroen zou hen daar interviewen. Eric zou met een paar camera’s alles opnemen…
Beide gebeurtenissen, het etentje bij Jan en het interview, werden feestelijke ervaringen met grote gevolgen. Het etentje kreeg vervolg. Jan werd her en der uitgenodigd, ontdekte dat mensen hem niet zomaar voor een keer accepteerden, maar dat enkelen hem ook echt als vriend wilden. Het duurde een tijdje voordat Jan dat echt durfde te geloven en vertrouwen, maar daarna voelde hij zich ook snel sterker worden en ontplooide hij zelf ook initiatieven. Hij had geen werk, maar ging vrijwilligerswerk doen in de kringloopwinkel. Hij hielp mee in zijn buurtje als hij van binnen voelde dat hij dat wilde doen. Hij begon helemaal op te leven!
En de gevolgen van de opname van het interview? Die waren wereldwijd. Eric was vanaf het vorige interview, met Johan, Marianne en Ellen, begonnen de opnames in het Engels te ondertitelen. In overleg met Jeroen had hij besloten dat bij elk interview te gaan doen en als hij tijd en zin over had, het ook met terugwerkende kracht bij vorige filmpjes te doen. Sindsdien begonnen de reacties van over de hele wereld te komen. Hun website kreeg vaste volgers, donateurs, mensen die hen op allerlei manieren begonnen te steunen.
Ze hadden, toen ze hiermee begonnen, geweten dat ze het zo moesten aanpakken, maar hadden op dat moment geen inkomsten gehad. Nu kwamen de inkomsten binnen, van alle kanten kleine bedragen, die samen voldoende waren om in elk geval hun vaste lasten te betalen. En daarnaast begonnen ze te sparen om ooit hun apparatuur te kunnen vervangen of verbeteren. Ze waren er blij mee, maar ze genoten nog het meest van wat ze mochten ontdekken, zowel de leugens van het verleden als de vernieuwingen en genezingen die de laatste tijd plaatsvonden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb