Omdat Lisa vanmorgen even iets anders te doen had, ging Margreet naar De Schuilplaats om te kijken of er nog aanvulling voor de voorraadkast nodig was. Dat bleek niet echt het geval te zijn. De paar dingen die aangevuld moesten worden, konden wachten tot de boodschappenlijst langer was.
Ineke kwam de centrale woonkamer binnen en groette Margreet hartelijk: “Vanmorgen extra fijn dat ik jou zie, want ik wil je iets vragen, over dat meisje dat altijd voor Gloria komt, Rosemarie of zo?”
“Ja, Rosalie, dat is Gloria’s vriendinnetje. Zo’n leuk kind joh, heerlijk vrij! Wat wil je weten?”
Ineke vertelde in ’t kort waar ze met Bianca over had gesproken. “Ik ben dus heel benieuwd hoe dat meisje is, en hoe ze werkt. Ik zou haar graag een keer meemaken en misschien wel eens de stoute schoenen aan trekken en naar haar ouders gaan. Ik zou zo graag meer willen weten over het zelf-ontdekkend vermogen van kinderen, het zelf ontwikkelen. Ik heb een beetje hoop, dat zoiets net wat voor mij is, kinderen niet onderwijzen, maar hooguit wat sturen of zo, helpen waar nodig is? Ik weet er nog te weinig van, dus ik wil graag meer weten!”
“Dus eigenlijk wil je zowel Rosalie als haar ouders leren kennen. Zal ik, om te beginnen, jou bellen als Rosalie weer bij ons komt? Dan kom je gewoon ook langs en kun je zien en horen hoe ze met Gloria omgaat, wat ze doet en zo.”
“Dat zou ik wel fijn vinden ja, maar ik heb nog wel angst om over het veld te lopen. Zou je me dan tegemoet willen lopen of zo? Sorry, ik durf anders echt niet…”
“Geeft helemaal niet, je hebt genoeg meegemaakt om bang te zijn. Als ik jou bel, en je wilt komen, dan loop ik je tegemoet, geen probleem. Je hoort van me! En Huib heeft het er over gehad dat hij met de ouders van Rosalie wil gaan praten. Zal ik hem vragen of je mee kunt?”
“Dat is helemaal spannend, ik denk dat ik dat op dit moment nog niet durf. Ik zou wel willen, maar…”
“Een ander idee: zal ik hem vragen of hij ze een keer bij ons uitnodigt?”
“Dat gaat dan wel lukken,” zei Ineke opgelucht.
“En als het op dat moment niet lukt, kan ik je weer ophalen en thuis brengen,” bedacht Margreet.
Ineke knikte dankbaar: “Echt fijn dat je me over die drempels heen wilt helpen.”
“Dat doe ik graag! Ik ga weer naar huis, nog even naaien.”
“Oké, veel plezier! Tot later!”
.
Vlak voor de lunch kwam Rosalie weer aangehuppeld.
“Mag ik bij jou eten, Margreet?”
“Ja hoor, gezellig! Ik ga straks tafel dekken, ik moet nog even iemand opbellen.”
Margreet pakte haar mobiel en toetste het nummer van Ineke in. “Heb je zin om te komen lunchen? Ik heb visite van een vrolijke jongedame!”
Ineke besloot de stap te wagen, waarop Margreet naar buiten ging om haar tegemoet te lopen. Ze zag dat Ineke al naar buiten kwam, en voortdurend om zich heen kijkend naar Margreet toe wandelde.
Opgelucht zei ze: “Dat is al een stap vooruit! Toen ik gisteren naar Bianca ging, heb ik het op een rennen gezet!”
“Elke keer een stapje verder,” zei Margreet.
“Ja, maar soms heb ik ook het gevoel dat ik flink terugval. En dat voelt niet fijn, dat geeft het gevoel dat ik er nooit uit zal komen, dat ik nooit meer zelfstandig zal kunnen leven of zo, maar Huib zei dat dat niet een stap terug is, maar een stap dieper, een laag dieper in genezing.”
Margreet knikte: “Ik denk dat hij daar wel gelijk in heeft. Je wordt steeds sterker, ook door dieper te graven of dieper door dingen heen te gaan. Dus je gaat er echt wel komen! En wat ik ook een goed teken vind, is dat je weer vooruit durft te kijken, durft te zoeken naar wat bij jou past, wat jij echt leuk zou vinden om later te gaan doen.”
“Ja,” knikte Ineke, “daar heb je wel gelijk in. Dat kon ik een paar weken geleden nog lang niet!”
Binnen ontdekten ze, dat Rosalie al aan tafel zat, en dat ze de tafel gedekt had voor de lunch.
“Hoi,” zei ze tegen Ineke, “ik ben Rosalie, ik mag vandaag hier eten.”
“Wat leuk, ik ook. En ik heet Ineke. Ik woon in dat huis achter Sjaak en Lisa, vlakbij.”
“Ik woon ook vlakbij, ik kan zelf van mijn huis hierheen en weer terug. Ik moet het altijd alleen even tegen Patrick of Bea zeggen, anders weten ze niet waar ik ben.”
Ineke keek haar vragend aan: “Patrick of Bea? Wie zijn dat?”
“Mijn vader en moeder, zij heten Patrick en Bea. We wonen nog niet zo heel lang hier, we woonden eerst in een andere plaats. Daar moest ik altijd naar school, maar dat vond ik vreselijk. Ik ben blij dat ik nu niet meer naar school hoef. Ik leer zelf wel, dat is veel leuker. Dan kan ik zelf kiezen, en kan ik ook veel sneller dan op school.”
Ineke knikte: “Ik kan me voorstellen dat je dat fijner vindt. En wat leer je nu thuis?”
“Zal ik dat straks vertellen? Ik denk dat ik Huib maar even ga roepen. Die malle, die vergeet de tijd altijd weer.”
“Mag ik met je meelopen?” vroeg Ineke.
“Ja hoor!” Rosalie sprong op. “Kom maar!”
Margreet keek vragend naar Ineke, die haar een knipoog gaf en haar geruststellend toeknikte. Margreet keek hen na, zag dat Rosalie hele verhalen vertelde en dat Ineke soms iets terug zei. Even later zag ze hen met Huib terug komen.
“Huib was het weer vergeten hoor,” zei Rosalie, “hij zegt dat zijn werk te leuk is, dan vergeet hij dat hij moet eten.”
“Dat is beter dan dat ik een hekel aan mijn werk zou hebben, Rosalie, het is fijn om te kunnen doen wat je heel graag doet!”
“Dat is waar, ik ga later boeken schrijven. Dat vind ik het leukste. Wat vind jij het leukste werk, Ineke?”
“Ik weet het nog niet zeker, maar ik denk wel iets met kinderen. Daarom vind ik het ook leuk dat jij er bent.”
Rosalie glimlachte. “Jij kunt goed luisteren. En je zit me niet als een klein kind te behandelen, je doet heel gewoon tegen me, dat vind ik fijn.”
Ineke glimlachte naar haar. “Ik heb geleerd om juf te worden op een basisschool, maar ik vond het niet echt leuk. Ik heb op een paar scholen stage gelopen, geoefend om juf te worden, en ik voelde gewoon dat dat niet was wat ik de rest van mijn leven wilde doen.”
“Wat ging je dan daarna voor werk doen?”
“Werk dat ik nog veel erger vond. Dat werk had ik niet gekozen, iemand heeft mij gedwongen om dat te doen.” Ineke twijfelde hoe ze er over kon praten, maar Rosalie vroeg al door.
“Moest jij net zoiets doen als Lisa? Lisa werd ook gedwongen, en ze vond het helemaal niet fijn.”
Ineke knikte: “Ja, net zoiets als Lisa, en ik vond het verschrikkelijk.”
Rosalie zat na te denken, vergat haar boterham te smeren, en sprak toen uit waar ze over nadacht: “Patrick en Bea houden van elkaar. De vinden het fijn om met elkaar te knuffelen. Ze houden ook van mij, en ze vinden het ook fijn om mij te knuffelen. En ik vind dat ook fijn. Patrick heeft wel eens tegen mij gezegd, dat hij dat niet met mij zou doen als ik het niet fijn vond. Hij heeft toen nog meer verteld, over bloot knuffelen, dat het niet fijn zou zijn als andere mensen je dwingen om dat te doen. Je moet dat alleen doen als je heel veel van iemand houdt. Hij houdt heel veel van Bea. Doe jij het ook wel eens Huib? Jij houdt veel van Margreet. Gaan jullie ook wel eens bloot knuffelen?”
Huib keek haar verrast aan, maar antwoordde zonder te twijfelen. “Zeker weten, ik houd heel veel van Margreet en ik vind het heerlijk om met haar te knuffelen. Ook bloot ja. Ik weet niet zeker of Margreet dat wel leuk vind,” plaagde hij haar.
Rosalie keek naar Margreet, die blozend antwoordde: “Huib is een schurk, Rosalie, hij weet heel goed dat ik het fijn vind.”
Rosalie lachte naar Margreet en ging verder met haar boterham. “Mag ik de kaas, Huib?”
“Alsjeblieft jongedame,” zei Huib, terwijl hij haar de kaas aanreikte. “En hier de kaasschaaf.”
Margreet hield ongemerkt in de gaten of Rosalie haar vingers uit de buurt van de kaasschaaf hield en liet het haar verder lekker zelf doen.
“Jullie plakjes zijn veel mooier. Ik heb alleen maar van die kleine dunnen vliesjes,” mopperde Rosalie. “Hoe doen jullie dat?”
“Oefenen meiske, steeds weer proberen, dan gaat het steeds beter. Iets harder met de kaasschaaf duwen, maar wel je vingers uit de buurt houden, anders eet je er gratis vlees bij.”
“Bah!” riep Rosalie, “dat is pas echt smerig!”
“Ik loop even naar boven,” onderbrak Margreet het kaas-gesprek, “ik hoor Gloria.” En tegen Rosalie, die direct op wilde springen: “Ga maar rustig door, ze komt zo bij je!”
“Mag ik niet mee naar boven? Ik kan straks mijn boterham wel opeten als Gloria bij jou drinkt, toch?”
Margreet dacht kort na: “Goed bedacht, zo kunnen we het ook doen, loop maar mee.”
Een paar minuten later kwamen ze allebei vrolijk terug met een minstens zo vrolijke baby.
“Huib, wil jij voor mij nog een boterham klaar maken?” vroeg Margreet, “dan kan ik Gloria ondertussen voeden.”
“Dat kan ik wel doen, ik moet toch nog mijn eigen broodje verder smeren, dan doe ik meteen die van jou wel,” reageerde Rosalie voordat Huib iets kon zeggen. “Wat wil je er op, Margreet?”
“Een beetje boter en kaas alsjeblieft,” antwoorde Margreet met een grijns. “Vanaf welke leeftijd is een kind ook al weer volwassen?”
“Ik ben het al, altijd al geweest,” mompelde Rosalie terwijl ze de boter op Margreets boterham uitsmeerde. “Zo, kan ik mooi nog een keer met die kaasschaaf oefenen…”
Met haar tong een beetje uit haar mond deed ze haar uiterste best om een mooi plakje voor Margreet af te snijden.
“Jammer, het laatste stukje ging mis, maar de rest is goed. Ik weet wat, wacht maar af…”
Opnieuw deed ze een poging, weer bijna helemaal mooi strak. Ze legde die half over het vorige plakje heen.
“Dat is het voordeel als je iemand laat snijden die het nog niet heel goed kan, dan krijg je meer! Nou de andere helft van de boterham nog.”
En weer legde ze twee driekwart plakjes half over elkaar heen.
“Gelukt!” Ze legde de kaas en de schaaf weg en pakte het bestek van Margreet. Ze sneed reepjes en daarvan hapjes, prikte een hapje aan de vork en hield hem Margreet voor. Margreet hapte het stukje lachend van haar vork af en bedankte Rosalie. Gloria, die wat voorbij zag komen, keek naar Rosalie.
“Wil jij ook een broodje, Gloria? Grapjasje, jij mag lekker drinken bij Margreet, toe maar!” spoorde ze Gloria aan, terwijl ze met haar vinger zachtjes in Margreets borst prikte. “Hier, Gloria, ja, goed zo!” en tegen de anderen: “Ze weet het best, maar ze wil graag met ons mee doen. Dat snap ik wel, ze is klein, maar ze wil ook volwassen zijn. Is ze dat nog niet? Wanneer wordt ze volwassen?”
Rosalie keek het kringetje rond. Huib reageerde: “Haar lijfje is nog klein, klein als van een klein kindje, maar haar ziel is volwassen.”
Rosalie bleef zowaar een poosje stil, dacht zichtbaar na, terwijl ze een stukje van haar eigen boterham in haar mond deed en daar langzaam op ging kauwen. Rustig keek ze naar Huib en zei: “Het is niet eerlijk, een volwassen ziel in een kinderlijfje. In een kinderlijfje zit een ziel gevangen. Ik ook, ik wil meer dan ik kan. Mijn lijfje is ook nog best klein, en het zit volgens mij in de weg. Pech, niks aan te doen, gewoon door gaan. Ik word vanzelf wel groot, en Gloria ook.”
De mensen om haar heen waren stil van zoveel wijsheid. Huib was de eerste die reageerde: “Je hebt gelijk, soms heb ik het gevoel dat een ziel in een volwassen lichaam nog steeds pech heeft. Ik heb soms het idee dat mijn ziel helemaal niet in een lichaam als dit thuis hoort. Ik weet niet hoe het zit, maar mijn lichaam voelt soms als een belemmering.”
“Een ziel moet kunnen vliegen, vliegen zonder vleugels, gewoon zweven,” mompelde Rosalie, terwijl ze nog een hap nam.
.
Een uurtje later legde Margreet onder toeziend oog van Rosalie Gloria weer in haar wieg. Rosalie pakte het dekbedje en legde dat over Gloria heen.
“Nee, Gloria, ik leg hem niet te hoog, dat is veel te warm. Zo, ik zal hem aan de zijkanten een beetje instoppen. Lig je lekker?”
Rosalie pakte haar handje en gaf er een kusje op. “Ga maar lekker slapen, dan kom ik later weer bij jou. Dat lief schatje, ik hou van jou!”
Even keken de meisjes nog intens naar elkaar, toen liep Rosalie naar Margreet. “Heb jij nou wel genoeg gegeten?” vroeg ze bezorgd.
“Nee, ik neem zo nog een boterham. Dat komt wel goed.”
Samen liepen ze naar beneden. Daar ontdekte Rosalie Ineke.
“Hey Ineke, ik was even vergeten dat jij er nog was.”
“Kom je nog even zitten?” vroeg Ineke, terwijl ze naast zich op de bank klopte, “of moet je al naar huis?”
“Ik blijf nog wel even. Wil je nog even praten?”
“Ja, eigenlijk wel. Ik wil wat aan jou vragen… Ik weet van Margreet dat je niet op school zit, maar dat je wel leert. Wil je daar eens over vertellen, over wat je leert en hoe je dat doet?”
“O ja, dat is leuk! Leren is leuk! Ik heb leren lezen met boekjes van de bibliotheek. Daarna ging Bea, mijn moeder, voor mij verhaaltjes typen, maar ik wilde liever boekjes, echte kinderboekjes. En die lees ik nu. Grappig joh, de juffen van de bibliotheek snapten er eerst niets van, omdat ik alleen kwam, en omdat ze dachten dat ik veel te moeilijke boeken mee nam. Ik heb hen wel eens een stukje voorgelezen. Nu noemen ze mij de boekenwurm van de bibliotheek, leuk he? En Patrick heeft me laten zien hoe ik op de computer dingen kan opzoeken. Ik heb nu een eigen laptop, anders kon hij niet genoeg achter de computer voor zijn werk. Als ik iets wil weten, zoek ik het op de laptop op. Ik heb ook de schrijfletters opgezocht. Ik vind die letters met lussen niet handig, ik schrijf liever die andere, blokletters. Dat gaat prima, en ik kan het ook al best netjes. Maar typen gaat beter, veel sneller. En ik vind het makkelijk, typen, omdat ik foutjes altijd meteen kan verbeteren. Soms maak ik een verhaaltje, eigenlijk altijd over een diertje. Ik zag een piepklein vliegje bij ons op de tafel. Ik heb naar hem gekeken, hoe hij liep, wat hij deed. En toen ging ik een verhaaltje over hem schrijven. Ik noemde hem Ieniemienie, omdat het een heel klein vliegje was. Ik wil eigenlijk boekjes gaan schrijven, ook over dieren, maar dan moeten mijn verhaaltjes langer worden. Van twee bladzijden kun je geen boek maken he?” lachte Rosalie.
“Nee, dat wordt een beetje een slappe flodder. Maar je kunt misschien wel al je verhaaltjes bij elkaar in één boek doen. Dan maak je een dierenboek, zoiets.”
Rosalie dacht even na. “Dat is best een goed idee, maar toch wil ik nog wel dat ik wat langere verhaaltjes kan schrijven. Anders vinden kinderen het toch niet leuk, dan is het verhaaltje net begonnen, en dan is het al weer afgelopen! Ik wil nog ontdekken hoe ik meer over het diertje kan schrijven, meer over hoe hij zich voelt, denk ik. Eigenlijk wil ik ze gewoon echt leren kennen, en daar over vertellen. Ja, dat is belangrijk, ik vind dat belangrijk, dat ik de diertjes echt leer kennen. Dan pas kan ik echt goed over hen schrijven. Ik moet er nog eens over nadenken, hoe ik dat ga doen!”
“Het klinkt allemaal ontzettend leuk,” vond Ineke. “En cijfers, rekenen, doe je daar ook wel eens wat mee?”
“Ja, ik heb een beetje zitten spelen met bouwblokjes, bij elkaar optellen en zo. Bea vertelde dat je ook kon aftrekken, dus dat heb ik ook gedaan. En toen dacht ik, dat ik van die blokjes ook wel groepjes kon maken, even grote groepjes, drie groepjes die allemaal vier blokjes hebben. Bea noemde dat drie keer vier. Ik weet nu dat dat twaalf is. Bea zei dat ik de tafels wel kon leren. Ik moest zo lachen! Tafels leren! Ze vertelde wat dat was. Weet jij wat het is?”
Ineke knikte: “Jawel, ik heb dat geleerd toen ik op school zat.”
“Heb jij al die rijtjes geleerd?”
“Ja, jij ook?”
“Een paar wel, toen was ik het zat. Ik kan snel rekenen. Noem me maar eens zo’n keer-som.”
“Even denken… hoeveel is zes keer negen?”
Terwijl Rosalie het aantal groepjes op haar vingers telde, zei ze: “Negen, achttien, zevenentwintig, zesendertig, vijfenveertig, vierenvijftig!”
“Grote griebels! Je bent er echt snel mee!”
“Ja, ik vond het eerst niet leuk, maar nu wel. Maar schrijven, verhalen schrijven doe ik het liefst. Wil je nog meer vragen? Anders ga ik naar huis, dan ga ik een verhaaltje schrijven. Ik heb er zin in!”
“Doe dat maar, we zien elkaar een andere keer wel weer,” beloofde Ineke.
“Is goed! Dag! Dag Margreet! Is Huib al naar de schuur?”
“Ik denk het wel,” zei Margreet.
“Ik loop er wel even langs, dag!”
Rosalie huppelde via de bijkeuken naar buiten en zwaaide nog een keer.
“Als ik heel eerlijk ben,” zei Ineke, “ben ik verbijsterd over haar, maar vooral helemaal enthousiast over hoe ze met dingen omgaat, hoe ze lijkt te leren. Ik vind het geweldig!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb