Margreet had de afgelopen maanden via email contact gehouden met de moeder van Rosalie, het meisje dat haar in een restaurant had aangesproken over de baby die ze verwachtte. Daardoor was er een vriendschappelijke band tussen de beide vrouwen ontstaan en verlangden ze er naar elkaar weer een keer te zien.
Margreet maakte na het ontbijt haar werk in het pension snel in orde. Straks zouden Rosalie en haar ouders komen. Ze had geen idee hoe lang ze zouden willen blijven, maar in overleg met Annerieke, had ze besloten dat ze vandaag niet in het pension zouden koffiedrinken of lunchen. Annerieke had aangeboden om voor de avond wat extra te koken, zodat ze met z’n allen mee konden eten. Margreet had dat een leuk idee gevonden, maar had voor de lunch zelf wat extra ingeslagen, zodat ze bij hen thuis konden eten.
Het was bijna tien uur toen ze hun auto aan hoorde komen. Ze zag dat Rosalie, zodra haar vader de auto geparkeerd had, uit de auto sprong en een stukje de tuin in rende. Daar bleef ze staan, keek met een stralend gezicht rond en riep: “Hier wil ik wonen, hier is het zooooo fijn!” Ze sloeg haar armen om zichzelf heen, alsof ze daarmee wilde aangeven, dat ze zich hier helemaal thuis voelde.
Margreet liep naar buiten om hen te begroeten. Ze omhelsde Rosalie’s ouders, Bea en Patrick, waarna Rosalie, popelend om aan de beurt te komen, tegen haar opsprong. Het lukt Margreet net om haar op te vangen.
Patrick schudde zijn hoofd: “Lieve wildebras, laat je Margreet wel heel?”
“Natuurlijk papa, mijn vriendinnetje zit nog in haar buik…”
“Aha,” reageerde Margreet, “en laat je mij alleen maar heel om je vriendinnetje?”
Rosalie schaterde: “Nee hoor, ik vind jou ook lief, ik zal je heel laten!”
Margreet verschoof haar kleuterlijfje naar haar heup, zichzelf daarmee verrassend, dat dat zo natuurlijk ging, alsof ze dat al met zoveel andere kinderen gedaan had.
“Gaan jullie mee naar binnen? Wil jij ook koffie, Rosalie?”
“Ja, lekker! Heb je er ook warme melk in?” reageerde Rosalie.
Margreet keek verbaasd naar Bea, zag haar knikken en vroeg aan Rosalie: “Ik maakte eigenlijk een grapje. Drink jij echt wel eens koffie? Met warme melk?”
“Ja, echt waar! Mijn juf op school zegt dat ik daar nog te klein voor ben, en toen zei papa tegen mij dat ik maar tegen haar moest zeggen dat het kinderkoffie was met heel veel warme melk. De juf is wel aardig, maar ze denkt echt dat ze alles beter weet. Daar word ik soms wel een beetje knetter van!”
Margreet lachte om het eigenwijze verhaal van het meisje op haar heup.
“Mag ik weer lopen?” vroeg Rosalie, terwijl ze haar benen al uitstrekte.
“Natuurlijk, ik was even vergeten dat jij allang geen baby meer bent!”
Rosalie lachte: “Nee, allang niet meer!”
Vanuit de werkschuur kwam Huib naar huis lopen. Hij begroette hen hartelijk, was ook zichtbaar blij hen te zien. “Margreet heeft me op de hoogte gehouden via de emailberichten die je stuurde, Bea, het lijkt daardoor net alsof we al jaren bevriend zijn.”
“Zo voelt het voor mij ook,” lachte Patrick. “Bea heeft mij ook van alles verteld. En ik vind het gaaf om bij jullie langs te komen, om elkaar wat beter te leren kennen. Rosalie heeft het hier al helemaal naar haar zin, ze wil hier komen wonen.”
“Ik hoorde het ja, terwijl ik in de schuur aan het werk was. Ze heeft zo’n prachtig heldere stem, echt mooi. Dat kind leeft!”
Patrick keek hem verrast aan: “Wat gaaf dat je dat zegt. Wij ervaren het ook zo, maar hebben er wel heel veel moeite mee, dat de juf op school er niet tegen kan. We beseffen dat het meer zegt over de juf dan over Rosalie, maar het is wel lastig. Op sommige dagen hebben we de neiging om haar niet meer naar school te laten gaan.”
De laatste zin sprak hij bewust fluisterend uit, vlakbij Huibs oor, zodat Rosalie het niet zou horen.
Huib begreep hem en beloofde: “We zullen er straks samen even tussenuit piepen, in mijn werkschuur gaan kijken of zo, dan kunnen we er wat rustiger over praten.”
Patrick knikte dankbaar: “Fijn, laten we dat doen!”
Margreet en Bea waren al doorgelopen naar de keuken om koffie te zetten.
Rosalie kwam huppelend naar de keuken met een knuffel uit de box in haar hand: “Mama, moet je zien, Margreets baby heeft dezelfde knuffel als ik!”
“Echt waar?” vroeg Margreet. “Heb jij een idee hoe dat malle dier heet?”
“Nee, echt niet, volgens mij bestaat hij in het echt niet eens. Het is gewoon een fantasiebeest.”
“Heb jij hem ook een naam gegeven?”
“Nee, ik noem hem gewoon knuffel. Ik heb nooit met knuffels gespeeld, maar deze vind ik wel leuk. Hij staat bij mij op een plank, voor de sier.”
Ze huppelde terug naar de woonkamer. Margreet keek Bea aan en schoot in de lach: “Wat is ze een wijsneusje joh, of is dat normaal op die leeftijd?”
Bea lachte met haar mee: “Ik heb geen vergelijkingsmateriaal. Ze neemt nooit kinderen van school mee, speelt het liefst alleen. Ze tekent graag, en fantaseert hele verhalen.
Afgelopen week was ik met haar in de bibliotheek. Ik wilde wat prentenboeken voor haar meenemen, maar dat wilde ze niet meer. Ze wilde leesboeken die ze zelf kon lezen. Ik heb van zo’n lesmethode een stapeltje leesboekjes meegenomen en kon de volgende dag terug om de volgende zes boekjes te halen. En zo ging dat de hele week door. Elke dag naar de bieb. Ik zag al tegen vandaag op, omdat de bieb gesloten is. Maar toen bedacht ik dat we hierheen zouden gaan. Mooie afleiding voor haar.”
“Vier jaar en ze leert zichzelf lezen? Dan zal ze vast wat met boeken hebben…” dacht Margreet.
“Patrick heeft gedroomd dat ze als iets ouder meisje een boek zat te schrijven. Hij dacht dat ze een jaar of zes, zeven was in die droom. We deden het af als ‘het is maar een droom’, tot afgelopen week, toen ze als een malle door die boekjes heen ging. Ik overweeg met de mensen van de bibliotheek te overleggen of ze meer boekjes mee mag nemen.”
“Kijkt ze ook bewust naar de plaatjes?” vroeg Margreet terwijl ze de melk voor Rosalie klopte.
“Nee, ze heeft niets met de plaatjes, die vindt ze niet mooi. En dat kan ik met haar meevoelen, ze zijn ook niet mooi.”
“Zie je het zitten om zelf wat korte verhaaltjes voor haar te schrijven? Met de letters die ze al kent?”
Bea grijnsde: “Ze kent alle losse letters en lettercombinaties al. Ze leest gewoon al voor uit die boekjes, en niet eens heel erg langzaam.” Ze dacht even na: “Eigenlijk zou dat best een idee zijn. Ze is zo extreem leergierig op het gebied van lezen, dat ze dat best aan zou kunnen. Als ik verhaaltjes op de computer type, kan ik ze doorsturen naar mijn tablet. Dan kan ze op mijn tablet lezen. Ik vraag me alleen af, wat voor verhaaltjes ik zou kunnen schrijven.”
“Over haarzelf? Over dingen die je met haar meegemaakt hebt?” stelde Margreet voor.
Bea knikte: “Goed idee, ik ga hier zeker mee aan de slag!”
Met een dienblad vol mokken koffie en een schaaltje koekjes gingen ze naar de kamer. Rosalie kroop op de bank tegen Margreet aan. Ze legde haar hand op Margreets buik en keek blij naar Margreet op: “Het gaat goed met haar hè, ze groeit goed. Ze wordt zo mooi, zoooo mooi! En ik vind haar nog steeds leuk. We zijn nu al vriendinnetjes. En daar ben ik blij mee, ze is mijn eerste vriendinnetje!”
Margreet streelde haar haren. “Als jullie willen, kom dan maar vaak een dagje hierheen. Dan kun jij bij je vriendinnetje zijn.”
“Dat lijkt me een leuk idee!” vond Patrick. “Ik voel me hier ook prima thuis bij jullie. Wat bijzonder he, zomaar naar aanleiding van een korte ontmoeting in een restaurant.”
“Nou, dat was echt timing!” zei Huib.
De dag raakte als vanzelf vol vrolijke en diepzinnige gesprekken. In de werkschuur bespraken Huib en Patrick de schoolproblemen.
“Ze gaat er niet graag naar toe, Huib, ze kan daar zichzelf niet zijn. Ze moet daar werkjes doen, waar ze niets mee heeft. Ze wil alleen maar lezen lezen lezen. Maar als we haar thuis zouden houden, zou ze helemaal geen contacten hebben met andere kinderen. Dat lijkt me niet gezond voor haar.” Patrick had er best moeite mee.
“Dat begrijp ik, dat je dat lastig vindt,” zei Huib, “maar op school lijkt ze ook niet echt contacten te leggen. Waarschijnlijk zijn alle kinderen zo anders dan zij, dat ze daardoor gewoon geen klik met hen heeft. Als jullie regelmatig hier komen, heeft ze wel contact met ons, straks ook met onze baby. En wij kunnen natuurlijk ook naar jullie toe komen.”
Huib liet niet merken, dat hij daar eigenlijk andere gedachten over had. Hij was benieuwd wat Patrick er van vond.
“Weet je wat ik denk, Huib? Ik denk, als jullie het niet erg vinden, dat we beter regelmatig hierheen kunnen komen. Rosalie lijkt hier helemaal op haar plek. Alleen al de omgeving voelde voor haar als thuiskomen.”
“Ik ben blij dat jij dat ook zo voelt,” zei Huib, “want terwijl ik voorstelde dat wij ook wel naar jullie toe konden komen, voelde ik dat Rosalie liever hierheen kwam.”
“Ik zal het er eens met Bea over hebben, misschien doen we er zelfs wel goed aan om te gaan verhuizen, meer in deze buurt te gaan wonen. We hebben zelf ook geen klik met de omgeving waar we wonen,” bekende Patrick. “Het huis is prima hoor, een rijtjeshuis met een redelijke tuin, daar mankeert het niet aan. Maar het voelt hier beter. Ja, ik moet hier eens met Bea over praten.”
Ondertussen was Rosalie op eigen houtje aan het dwalen gegaan door het huis. Ze had in alle kamers boven gekeken, was in de badkamer even naar de wc gegaan, en was toen op de grond gaan zitten in de kinderkamer, met de knuffelbeer die Annerieke een luier om gedaan had, op schoot. Zo vonden Margreet en Bea haar even later, met haar ogen dicht.
“Slaapt ze?” fluisterde Margreet.
“Nee, dat denk ik niet. Ik vermoed dat ze zit te voelen. Dat doet ze wel vaker, dan komt ze helemaal tot rust. Ze voelt allerlei dingen om haar heen. Laatst was er op school een klasgenootje heel boos geweest op de juffrouw, en dat heeft Rosalie op deze manier een plek gegeven, verwerkt.”
Rosalie opende haar ogen. “Nee mama, ik heb aan dat meisje zitten denken, en aan de juffrouw, en ik heb naar hen gestraald. De volgende dag waren ze veel liever tegen elkaar.”
“Ja lieverd,” knikte Bea, “ik weet dat je me dat verteld hebt, maar ik begrijp niet zo goed wat je ermee bedoelt.”
“Malle mama, dan moet je dat vragen!” schaterde Rosalie. “Ik heb net ook naar Margreets baby gestraald. Ik voelde dat er iets uit mijn buik naar de baby ging. Ze wordt daar sterk van, denk ik. En mijn juf en klasgenootje waren allebei zo boos. Ik begreep niet waarom, maar ik voelde dat ik naar hen straalde, en ik voelde ook dat ze ervan opknapten, dat wist ik gewoon. En de volgende dag ging het echt goed tussen hen. Margreet, vind jij dat gek? Op school durf ik er niet over te praten. Ik denk dat ze me dan gek vinden.”
Margreet ging naast Rosalie op de grond zitten. “Nee Rosalie, wat jij stralen noemt, is helemaal niet gek. Als jij dat doet, gaat er een soort kracht vanuit jouw ziel naar degene aan wie je op dat moment denkt. En het is waar dat ze daar sterker van worden. Alle mensen zijn verwond in hun emoties, in hun gevoelens. En als jouw ziel naar andere mensen straalt, helpt de kracht van jouw ziel hen om weer een stukje verder te genezen. Dat is wat er gebeurd is met jouw juf en dat klasgenootje. Je doet dus eigenlijk iets heel moois, als je zo stilletjes aan iemand zit te denken. Doe je dat vaak?”
“Nee, niet vaak, gewoon als het in mijn gedachten komt.”
“Prachtig… heel natuurlijk…” Margreet werd er stil van.
.
’s Avonds aten ze gezellig in de keuken van het pension. Annerieke had wat extra taart gebakken en gaf Bea een doosje met drie stukken taart mee toen ze op het punt stonden om weer naar huis te gaan.
Rosalie wilde eigenlijk helemaal niet naar huis. “Nog met geen honderd taarten!” vertelde ze gedecideerd. “Ik wil hier blijven, ik hoor hier, dit is mijn thuis.”
Patrick nam haar op schoot en vroeg: “En papa en mama dan? Ga je ons dan niet missen?”
Rosalie keek hem met een schuin hoofd aan. “Misschien moeten we maar verhuizen. Hier vlakbij gaan wonen. Het is hier veel beter dan bij ons, dat voelde ik al toen ik hier uit de auto stapte.”
Ze keek de kring rond, zich afvragend of die andere mensen van de familie het niet raar vonden. “Waarom zien jullie er allemaal uit alsof je gaat huilen?” vroeg ze verbaasd.
Simon reikte met zijn hand naar Rosalie. Ze legde haar hand in zijn grote, eeltige hand. Hij kneep er zachtjes in: “Jij bent een prachtig kind, echt heel bijzonder hoe jij voelt. Ik denk dat jij heel veel kapotte mensen gaat helpen.”
Rosalie viel hem luchtig in de rede: “Dat doe ik al, dan ga ik heel stil zitten en denk ik aan iemand die kapot is, en dan straal ik uit mijn ziel. Zo heet dat toch, Margreet, een ziel?”
En toen Margreet knikte, ging ze verder tegen Simon: “Margreet heeft het me uitgelegd. Als ik uit mijn ziel straal, gaat er kracht of licht naar die jongen of dat meisje aan wie ik denk, en dat helpt om een beetje verder te genezen.”
“Tjonge,” zei Simon met een zucht in zijn stem, “zie je wel jongens, gewoon samenleven met elkaar, en wat er in een kind zit, komt er vanzelf uit. Ga jij maar zo door Rosalie, je doet het geweldig!”
Zonder terug te komen op het onderwerp ‘verhuizen’, namen ze afscheid van elkaar en beloofde Bea dat ze snel weer een dagje zouden komen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb