Margreet was al in de pensionskeuken aan het werk, toen Huib thuis de computer afsloot. Terwijl hij naar het pension kuierde, hoorde hij de pick-up van Simon aan komen. Hij liep naar hem toe, inwendig al plezier hebbend in het gesprekje dat hij van plan was met hem te hebben.
“Hey Simon, heb je alles mee gekregen?” begroette hij hem.
“Ja, alle kleine dingen wel. De meubels van de werkkamer ga ik morgen verhuizen. Of heb je je uit de naad gewerkt, heb je mijn nieuwe meubels al klaar?” Aan zijn gezicht was duidelijk te zien dat hij Huib plaagde.
“Haha, vergeet het maar pa, wie het eerst komt wie het eerst maalt, je bent nog niet aan de beurt!”
“Goh,” Simon slikte een paar keer heftig, “dat doet me zoveel Huib, dat je me pa noemt! Het wordt steeds echter zo.” Hij gaf Huib een stevige klap op zijn schouder.
“Het voelt compleet,” bevestigde Huib, “jij maakt de familie Bloemenhof compleet.”
“Ja, en straks maakt jullie kleintje de familie vol-compleet of zoiets,” lachte Simon.
Huib onderbrak hem: “Even over morgen, hoe laat wil je vertrekken?”
Simon keek hem verbaasd aan: “Vroeg denk ik, hoe eerder ik hier gesetteld ben, hoe liever het me is!”
“Gelijk heb je! En hoe vroeg is vroeg?”
Simon begreep niet waarom hij dat wilde weten, maar maakte een inschatting: “Ik denk rond een uur of… ach, na het ontbijt, dat is vroeg genoeg. Het zijn maar een paar meubels, ze zijn leeg, dus dat moet niet veel tijd kosten.”
Diep van binnen voelde hij het knagen, hij wist best dat het eigenlijk geen doen was om het alleen te doen, maar ja, hoe anders?
“Na het ontbijt, oké, ik zal het tegen Sjaak zeggen. We rijden met onze pick-up achter je aan, zodat alles in één keer mee kan.”
Huib genoot inwendig van wat hij door Simon heen zag gaan. Allerlei emoties kwamen als een film voorbij.
“Jullie gaan mee? Om te helpen?” vroeg hij verward. “Dat is toch niet nodig jongen, ik bedoel, jullie hebben toch ook je werk?”
“Ja, we vervelen ons nooit, maar dat werk kan wel even wachten. Of heb je al andere mensen die je helpen?” vroeg Huib onnozel.
“Nee, dat niet, ik dacht dat ik het zelf wel voor elkaar zou krijgen.” Simon zuchtte diep: “Om eerlijk met je te zijn Huib, ik ben gewend om alles alleen te doen, en ik vind het moeilijk om iemand om hulp te vragen. Vanmorgen hielp Annerieke me om de verhuisdozen naar binnen te brengen. Dat vond ik ook al moeilijk.”
Ineens klaarde zijn gezicht op: “Maar achteraf gezien heb ik het wel als goed ervaren! Heel goed zelfs, dus ik ben bij nader inzien toch blij dat je hulp aanbiedt, dat je me jullie hulp opdringt zelfs, hahaha, je zette me gewoon voor het blok!”
Huibs grijns sprak boekdelen, hij genoot hiervan: “Dat leek ons het beste ja, om je voor een voldongen feit te plaatsen.”
“Ja,” knikte Simon, “dat had ik nodig. Fijn dat jullie mee gaan, dat zal me een hoop schelen. En het is nog gezelliger ook, alleen is maar alleen, en daar weet ik ook alles van!”
De mannen omhelsden elkaar.
“Kom, dan gaan we een hap eten,” zei Huib, “of wil je de dozen eerst naar binnen hebben?”
“Eigenlijk was ik dat wel van plan, wil je me even helpen?”
“Ha, je leert het al, pa! Natuurlijk help ik je!”
Samen sjouwden ze de dozen van de pick-up af en zetten ze zolang beneden in de woonkamer. “Later breng ik ze wel naar boven, morgen als de meubels in de werkkamer staan.”
Huib knikte: “Goed, doen we!”
Simon keek hem verbaasd aan, waarop Huib uitlegde: “Ja, doen we, samen, we. We helpen je tot alles op z’n plek staat, alleen het inrichten van je meubels mag je zelf doen, want daar zouden we je alleen maar mee in de weg lopen.”
“Goh, jongen, dit doet toch me zoveel! Laten we maar snel gaan eten, anders ga ik hier nog staan janken ook!” Simon trok zijn zakdoek al uit zijn broekzak en snoot luidruchtig zijn neus. Grinnikend gingen ze naar buiten, naar het pension.
Daar trok Simon Annerieke even in een omhelzing en fluisterde: “Jouw zoon, onze zoon, hij is geweldig!”
Annerieke keek hem verrast aan en fluisterde samenzweerderig terug: “Daar vertel je me wat! Ik weet dat al zolang hij leeft, maar ik vind het fijn om te horen dat jij het ook zo ervaart!”
“Ik vertel je vanavond wel...”
Annerieke knikte: “Goed hoor, laten we eerst maar gaan eten.”
.
Na het eten kreeg Sjaak een kwart van de taart op een bord mee naar huis. Huib ging met een verlangend gezicht naast hem lopen: “Mag ik ook een stukkie?” vroeg hij met een guitige snuit, terwijl hij zijn wenkbrauwen op en neer bewoog.
“Ja hoor, maar niet van dit stuk, jij krijgt van Annerieke vanavond je portie wel.”
Huib deed net of hij teleurgesteld was, maar dacht toen ineens aan het gesprekje met Simon. Hij vertelde Sjaak hoe hij het aangepakt had en hoe Simon had gereageerd.
“Hahaha, geweldig! Dat had je dus goed aangevoeld, dat je hem gewoon voor het blok moest zetten. Ik zal het zo ook even tegen Lisa zeggen, dat wij morgen met Simon mee gaan. Ik zal haar vanwege haar veiligheid zeggen dat ze bij Margreet in de buurt moet blijven, en thuis de deuren op slot moet doen. Het voelt best onzeker, dat ik geen idee heb of er iemand op zit te azen om haar te grazen te nemen. Vanavond komen Marcel en zijn vrouw Janny trouwens bij ons de screenshots bekijken,” sprong hij op een ander deel van het onderwerp over. “Vandaar de taart,” voegde hij eraan toe.
“Aha, zit die vork zo in zijn steeltje! Ik vroeg me al af… Nee hoor, geintje, ik vroeg me niets af.” Huib keek zijn vriend aan: “Fijn dat zij samen ermee aan de slag gaan, ik heb hen nog niet ontmoet, maar als jij er vertrouwen in hebt, zit het vast goed.”
“O ja, zeker wel, en Annerieke had ook al een klik met hen, dus we hebben de juiste mensen erbij!”
“Nou, succes dan, ik hoop dat het dwars door alles heen een goeie avond voor jullie zal zijn!” Huib legde even zijn hand op Sjaaks schouder. “Ik hoor het morgen wel!”
Sjaak knikte, waarna ze allebei naar hun eigen huis gingen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb