Hoofdstuk 89.

Het ontdekkingscentrum

en de drukkerij

“De week vliegt voorbij, Maurice, zullen we vanmorgen naar het ontdekkingscentrum gaan?” vroeg Jacqueline. “Ik ben benieuwd, na alle strijd die we hebben gevoerd om Karel zo’n soort opleiding te geven, hoe zij het doen.”
“Goed idee, en ik denk dat we moeten proberen om daarna meteen door te gaan naar de drukkerij. En vanmiddag weer schilderen en tekenen. Ik heb de indruk dat mijn innerlijke stem die agenda voor vandaag aangeeft. En vanavond gaan we ook op pad, maar ik weet nog niet waarheen. We zien wel!”
“Drukke dag dus! Maar vast weer een mooie… Kom op, aankleden en ontbijten, meneer!”
Maurice gaf grinnikend gehoor aan haar oproep.
Tegen acht uur probeerde hij Patrick te bellen. Patrick, die net het centrum binnen was gegaan, stelde zich voor en kreeg een kort verhaal van Maurice te horen, en de vraag of ze bij hen langs mochten komen.
“Prima, kom maar langs. Enig idee hoe laat ongeveer?”
“We hebben ons ontbijt bijna op… over een half uurtje?”
“Goed, ik zie jullie dan!”

.

Met een gevoel alsof hij net een diepe verrassing had gekregen, stopte Patrick zijn mobiel in zijn broekzak en verwelkomde Rosalie en Jan, die gezellig pratend binnenkwamen. Jan was inmiddels zover, dat hij bereid was met hulp van Rosalie ‘8 uur’ achter zijn naam te schrijven.
Hij glunderde: “Dat gaat steeds beter, straks kan ik het zelf!”
“Als je wilt, mag je best woordjes gaan naschrijven, uit een boek of zo, of vanaf de laptop. Zou je dat leuk vinden?” vroeg Rosalie.
Rosalie zag hoe hij nadacht en uiteindelijk knikte. “Ja, dat wil ik wel, dan kan ik het straks nog beter!”
“Patrick, weet jij welke spullen Jan het beste kan gebruiken?”
“Nee, dat weet ik niet, maar dat gaan we wel uitvinden. Papier is sowieso handig, en dan moeten we nog uitproberen waarmee je het liefst schrijft. Zullen we dat meteen gaan uitproberen?”
Jan knikte, kreeg er steeds meer zin in.
“Annelies zegt, dat kinderen op een gewone school pas gaan schrijven als ze zes jaar zijn. Ik ben nog maar vier, en ik ga het toch al proberen.”
“Geweldig man! Annelies zal verbaasd zijn als ze jouw eerste schrijfwerkjes ziet. Ik zit te denken, zullen we meteen in een schriftje gaan beginnen, of wil je liever losse papieren?”
Jan dacht na, met zijn hoofd schuin en denkrimpels in zijn voorhoofd. “Ik denk dat een schriftje beter is. Een los papier schuift misschien wel weg.”
“Dat zou kunnen,” zei Patrick, “en dat zou vervelend zijn, vind je ook niet?”
Hij nam hem mee naar de kast met schriftjes. Patrick, Bea en Ineke hadden besloten alleen gewoon gelinieerde schriftjes te kopen, zoals ze in de hogere groepen van de basisscholen gebruiken, en niet te beginnen aan de volgens Ineke verwarrende fase van schrijven tussen lijntjes die dichter bij elkaar lagen, met de lussen en stokken in de bredere ruimtes. Ze had gezegd, dat het haar een overbodige fase leek, die alleen maar bedoeld leek om de kinderen een onnodige precisie aan te leren, namelijk dat de lussen iets langer zouden moeten zijn dan de stokken. Onzinnig had ze het genoemd, totaal niet van belang voor de leesbaarheid van de geschreven woorden. Patrick en Bea hadden gevoeld dat het klopte wat ze zei, en samen hadden ze een stapel schriftjes bij de Action gehaald, om te beginnen het meest eenvoudige en goedkoopste schrift, met een effen voorkant. Ineke was er blij mee geweest, had verteld hoe scholen schriften met allerlei voorkanten kopen om het leuk te maken, maar dat ze het eenheidsworst vond, dat het veel leuker zou zijn als een kind zelf zou mogen beslissen of ze bijvoorbeeld een foto of een kleine tekening op hun schrift wilden plakken, zodat het echt hun eigen schrift zou zijn.
Patrick opende de kast: “Daar liggen ze, pak maar!” moedigde hij Jan aan. “Het zijn een beetje saaie schriften. Misschien is het leuk als je op een los papier een keer een tekening maakt, of dat we een foto van je moestuin maken en uitprinten. Dan kunnen we dat op de voorkant plakken. Denk er maar eens over na, wat je wilt. In elk geval mag je je naam hier op het etiket schrijven.”
Jan knikte: “Dat kan ik al lang, mijn naam schrijven. En ik vind een foto van de moestuin op het schrift echt heel leuk!”
Patrick grinnikte: “Dat dacht ik al! Dan gaan we dat straks regelen. Ha Bea, Ineke! Ik zie dat jullie de boodschappen al weer binnen hebben, fijn! We krijgen straks trouwens bezoek, de ouders van Karel komen langs. Ze logeren in het pension en zijn daar met een missie: ‘zielsbekrachtiging’ noemde Karels vader het. Ik ben heel benieuwd!”
“Klinkt goed! Als ze net als hun zoon zijn…”
Patrick keerde zich weer naar Jan: “Heb jij zelf al een idee of je het liefst met een potlood of met een pen wilt schrijven?”
Jan haalde zijn schouders op, vond het zichtbaar een vreemde vraag. Ineke schoot in de lach en verwoordde zijn gedachte: “Gekke vraag he, Jan?”
“Ja! Een potlood is om te tekenen, een pen om te schrijven. Ja toch?”
“Vind ik ook,” antwoordde Ineke, “maar Patrick heeft met een potlood leren schrijven toen hij nog een kind was. Zo doen ze dat op scholen. Weet je, het kan best, maar ik zie er zelf het nut niet van in. Kies maar gewoon wat jou prettig lijkt!”
“Met een pen, denk ik, dat doen Rosalie en ik ook al als we onze tijd opschrijven. Dat moet jij nog doen, Ineke, en Bea ook. Jullie liepen gewoon door met die boodschappen. Snap ik wel hoor, even snel opruimen, maar vergeet niet te klokken!”
Ineke schoot in de lach: “Je hebt helemaal gelijk Jan, ik ga het alsnog even doen. Bea, klokken!” zei ze met een knipoog naar haar collega. “Ahum, zelfs Patrick is het vergeten. Alleen onze ontdekkers zijn er trouw in geweest vandaag.”
Patrick deed of hij zich voor zijn hoofd sloeg. “Ik kwam binnen en kreeg dat telefoontje van Karels vader. Ben het helemaal vergeten!”
“Shit can happen!” kwam Rosalie de voorkamer in.
“Wat zeg je?” vroeg Bea verbaasd.
“Shit can happen!” zei ze nog een keer. “Is toch zo? Het kan gewoon gebeuren! Huib zegt dat wel eens, als er even iets mis gaat, of als Margreet het gevoel heeft dat ze iets verkeerd doet. Hij maakt daar dan een geintje van!” verklaarde ze lachend.
“Rosalie, de ouders van Karel komen zo op visite, leuk he?” deelde Jan mee.
“Oh echt? Ik weet nog niet of ik het leuk vind, ik wil knetterhard gaan werken!” Ze draaide zich om en ging naar de kamer waar ze haar laptop al startklaar had gezet.
Patrick vroeg Jan om zijn naam op de eerste lijn van het etiket te schrijven en vertelde dat hij er dan ‘Schrijfschrift 1’ onder zou schrijven. Jan keek naar het etiket en wees naar de tweede lijn: “Als ik daar mijn naam schrijf, kun je dat andere hier schrijven, lijntjes genoeg. Mijn naam op de bovenste lijn… dat lijkt net of hij er zo af wil springen!”
Patrick lachte: “Je hebt alweer gelijk, Jan, doe het maar op de tweede lijn!”
Jan ging aan tafel zitten, klikte zijn pen aan, zuchtte diep en begon rustig te schrijven.
“Zo, het staat er, mijn letters vinden het nog een beetje moeilijk om op de lijn te gaan staan. Ik denk dat ze dat nog moeten leren!”
“Welja joh, ze moeten ook even wennen,” zei Patrick en schreef er ‘Schrijfschrift 1’ onder.
“Mijn letters hebben al door hoe het moet, zie je wel? Zo gaan de jouwe het over een poosje ook doen! Ik vind trouwens dat je het goed gedaan hebt, het is goed leesbaar, en dat vind ik het belangrijkste bij schrijven.”
Patrick sloeg het schrift open en schreef de datum linksboven op de binnenkant van de kaft. “Dat is de datum van vandaag. Als je het leuk vindt om je schrift te bewaren, dan kun je later altijd terugvinden wanneer je begonnen bent in dit schrift. Nou, welke woordjes… ik zit te denken aan woordjes die met je moestuin of met een boerderij te maken hebben. Weet je waarom? Omdat dat bij jou past, denk ik. Ben jij het daar mee eens of wil je liever andere woorden?”
“Nee, natuurlijk niet, ik wil woorden van de boer en de tuin! Die zijn pas echt belangrijk!” vond Jan.
“Daarom! Dat dacht ik ook al, maar als je wat anders gewild had, was dat ook goed geweest, maar nu gaan we maar eens even boerenwoorden en tuinwoorden doen. Hoe gaan we dat doen? Ik kan woorden voor je opzoeken op de laptop, ik kan zelf woorden bedenken en op een los papier schrijven, of ik kan die woorden in je schrift schrijven, zodat jij ze daar onder of daarnaast kunt naschrijven. Wat lijkt jou het fijnst?”
“Schrijf ze maar hier, dan schrijf ik ze ernaast.” Jan wees met zijn vinger langs de kantlijn.
Patrick knikte: “Zoiets had ik ook al in gedachten, maar… ik zie dat onze visite er is. Hebben jullie even een momentje, dan kan ik Jan even op weg helpen.”
“Natuurlijk,” zei Jacqueline, “doe maar wat je moet doen!”
Ze gaf Jan een knipoog. Jan keek haar verlegen aan, en keek toen naar Maurice.
“Jij lijkt op Karel! Karel was hier ook op visite. Heeft hij al een lieve vrouw gezien?”
Maurice en Jacqueline schoten in de lach.
“Jij had daar iets over gezegd he? Karel heeft dat verteld, dat je gezegd had dat ze zou komen! Je had het goed, hij heeft haar diezelfde dag nog gevonden! En wij hebben haar gisteren geholpen om te verhuizen, dus ze woont nu bij Karel, samen met haar zoontje.”
Jan keek Jacqueline nadenkend aan: “Is dat die vrouw met dat jongetje die in het pension wonen?”
“Ja, dat klopt, Bianca en Julian,” antwoordde Maurice.
“Mooi, dat past goed!” antwoordde Jan, en keerde zich naar zijn schrift, waarin Patrick, terwijl hij genoot van wat Jan met hun gasten besprak, allerlei korte woorden schreef.
“Gaan die allemaal over de boerderij en de moestuin?” vroeg Jan.
Patrick knikte: “Kun je er al een paar van lezen?”
“Alleen deze, daar staat ‘boer’.”
“Goed zo, zal ik de volgende woorden voor je voorlezen?” vroeg Patrick.
Jan keek hem aan en schudde zijn hoofd: “Nee, als Karels moeder dat wil doen, vind ik dat nog fijner!”
Patrick maakte plaats voor Jacqueline, terwijl ze zich aan elkaar voorstelden.
“Jacqueline, Jacqueline, mooie naam, dat kun je een beetje zingen,” glimlachte Jan.
Jacqueline knikte: “Dat kun jij heel goed, en dat voelt als een liefkozing, een aai voor mijn naam! Jij streelt mijn naam, zoals jij Karels voorhoofd gestreeld hebt. Dat vertelde hij ook…”
Jan knikte: “Ja, dat weet ik nog. Karel is een mooie man, een slimme man, hij heeft zelf ontdekt he, net als wij hier, maar hij deed het bij jou thuis. Dat heeft hij aan ons verteld.”
“Klopt, en daarom vind ik het zo leuk om hier te zijn, en te zien hoe jullie zelf ontdekken en leren. Zal ik je de woordjes voorlezen?”
Jan knikte en volgde Jacqueline. Ze wees het woordje aan dat ze voorlas, Jan knikte en deed het na, wees het aan en zei het. Zo gingen ze alle woordjes op de bladzijde langs.
“Allemaal boer-woordjes en tuin-woordjes,” zuchtte Jan blij, “ik ga ze nog een keer lezen.”
Hij wees de woordjes stuk voor stuk aan, vertelde wat er stond, en als hij het niet meer wist, keek hij vragend naar zijn buurvrouw om van haar te horen wat het ook alweer was. Toen hij daarna de lijst nog een keer langs ging, herinnerde hij ze zich allemaal.
“Dan ga ik ze nu schrijven, lezen en schrijven.”
Hij pakte zijn pen: “Eerst boer…” en schreef de letters na.
“Dit is tuin,” en schreef het woord er naast.
Daarna legde Jacqueline haar handen op zijn beide handen.
“Je handen zitten een beetje vast, daardoor ga je knijpen. Je handen gaan nu ontspannen, rustig worden… en je armen ook.”
Jacqueline ging achter hem staan en streelde met haar handen over zijn armen, legde ze op zijn schouders, met haar duimen tegen zijn nek. “En je schouders en nek komen ook lekker los.” Ze bleef even zo staan, terwijl Jan voelde hoe er warmte van zijn schouders naar zijn handen trok, en ook door de rest van zijn lichaam.
“Wow, lekker warm,” fluisterde hij, “wow, hoe doe je dat? Kun jij toveren?”
Jacqueline glimlachte toen ze weer naast hem ging zitten, blij verrast dat ze dit keer veel minder last had. “Het lijkt wel toveren he, maar dat is het niet, het is de kracht van mijn ziel die door jou heen stroomde. Daardoor word je losser, meer ontspannen. Probeer nog maar eens met schrijven, dan zullen we kijken of het nu nog beter gaat!”
“Oké, dit is hark…” zei Jan, pakte zijn pen en voelde. “He, dat voelt anders, lekker rustig!” Hij begon te schrijven, en Jacqueline kon zien dat hij inderdaad meer rust, meer ontspanning in zijn hand had. Hij ging in rust verder, las en schreef, las en schreef. Pas toen hij alle woordjes gedaan had, keek hij er met een schuin hoofd naar, begon te stralen en keek Jacqueline aan.
“Ze zijn mooi geworden… Dank je wel voor je warmte. Je hebt me zo fijn geholpen!” Jan legde zijn hand op haar arm, en Jacqueline legde haar hand op zijn hand.
“Ik vond het fijn om te zien dat je het daardoor makkelijker kon doen, losser, meer ontspannen. Geniet er maar van, Jan!”
“Ja!” lachte hij blij. “Patrick, mag ik nog meer woordjes? Nee, ik wil eerst even naar buiten. Kan dat?”
Patrick knikte: “Ja hoor, ga gerust maar even naar buiten!”
“Dat was bijzonder, Jacqueline, echt heel mooi om te zien. De kracht van de ziel heeft dus meer in zich dan ik al dacht.”
“Ja, dat is zo. Wij ontdekken ook steeds meer. Maar vertel eens, volgens mij is Jan niet de enige ontdekker hier.”
Bea wees naar de gang. “Daar zit Rosalie, ze schrijft verhalen, ze schrijft boeken, moet ik tegenwoordig zeggen, want ze worden uitgegeven, en zelfs al gretig verkocht! Jans ouders hebben een drukkerij, hier vlakbij. Als je het dan hebt over de dingen die je net bij Jan deed…”
Maurice grinnikte: “Daar gaan we straks ook langs. Ik heb ze vanmorgen al gebeld.”
“Mooi,” zei Bea, “jullie gaan de zielsplekken langs, lijkt wel.”
Maurice lachte nu hardop. “De zielsplekken! Geweldige naam daarvoor! Ja, we hebben de indruk meegekregen, dat er vanuit Bloemenhof allerlei lijntjes lopen naar een soort ‘projecten’, waar mensen ook echt vanuit hun binnenste willen leven en werken, hun innerlijke stem willen volgen. We hebben voor zaterdagmiddag een afspraak met rechter Johan, zijn vrouw, en advocate Ellen.”
Hij zag dat Ineke herkennend reageerde.
“Jij kent hen?” vroeg hij.
“Ja, Johan heeft mijn rechtszaken gedaan, tegen de mannen die mij gedwongen hebben tot prostitutie, en Ellen heeft mij verdedigd. En Sjaak en Lisa zaten in de zaal, samen met Marianne, de secretaresse van de rechter. Ik kon de kracht voelen, zowel van Johan en Ellen voor mij, als van Sjaak, Lisa en Marianne in de zaal achter mij.”
“En hebben bij jou de verdachten ook zo bijzonder gereageerd als bij Lisa gebeurd is?” vroeg Jacqueline.
“Ja, allemaal, het was ongelofelijk. Marianne vertelde later dat ze ontzettend veel berichten van over de hele wereld krijgen. Soms cynische, maar vooral belangstellende, en ook wel met mooie getuigenissen. Je zou Marianne er ook bij moeten vragen, Marianne werkt ook vanuit haar ziel. Johan, Marieke, Ellen en Marianne… het is een geweldig mooi kwartet!”
“Fijn dat je dat zegt, ik zal Marieke zo nog een keer bellen en vragen of ze Marianne er bij uit wil nodigen.”
Hij pakte zijn mobiel, omdat hij hem voelde trillen. Er verscheen een brede glimlach op zijn gezicht. “Als je het dan toch over soulconnecties hebt… berichtje van Marieke, ze heeft Marianne ook al uitgenodigd. Ik stuur haar even een duimpje terug!”
Ondertussen had Jacqueline al even naar Ineke staan staren, dacht bij zichzelf dat dat ook iets nieuws was, alsof ze Ineke alvast voorbereidde voor een diepere straling van haar zielskracht. Ze deed een stap naar Ineke toe, pakte haar handen, negeerde Inekes vragende, ietwat verwarde blik.
“Ineke, een gebruiksvoorwerp is een ding, een gebruiksvoorwerp zou nooit een mens mogen zijn. Maar zoveel mensen zijn wel als zodanig gebruikt, en daar weet je alles van. Maar een gebruiksvoorwerp zijn, dat past niet bij jouw ziel, het hoort daar niet. Het is als een stijf pak en dat pak scheurt open, als een bloes die kapot gescheurd wordt, zodat je vrij, volkomen vrij zult zijn.”
Ze zag dat Inekes gezicht pijn en vooral ontzetting uitstraalde, verwarring. Ze bleef haar vasthouden, totdat Ineke innerlijk tot rust kwam. Ineke ademde heel diep in.
“Het lijkt wel alsof ik een korset uit gedaan heb!” zei ze verbijsterd. “Ik kan nu veel dieper ademhalen en voel me veel vrijer!”
“Daar ben ik blij om,” lachte Jacqueline, “heerlijk voor je! Er gaat meer genezing komen, stap voor stap verder!”
Ze ging meteen verder: “Bea, Patrick, willen jullie elkaar even een hand geven?”
Zelf gaf ze elk van hen ook een hand en begon te spreken: “Jullie zijn soulmates, houden duidelijk veel van elkaar, maar zijn ondertussen op het relationele vlak ook verwond. Dat maakt dat je het moeilijk vindt om jezelf helemaal aan jezelf en aan de ander toe te vertrouwen. Die muur van voorzichtigheid, van een zeker wantrouwen gaat weg, die breekt af, verdwijnt volledig.”
Bea en Patrick keken elkaar aan, alsof ze elkaar voor het eerst zagen, voor het eerst echt zagen. Op het moment dat Jacqueline hun handen los liet, wierp Bea zich tegen Patrick aan en omarmden ze elkaar stevig.
“Magnetisme op en top!” lachte Jacqueline. “Jongelui, ik krijg er steeds meer plezier in! Volgens mij hebben we hier nog ergens een jonge schrijfster… Oh, wat is zij lekker bezig. Ga maar door hoor Rosalie, let maar niet op ons!”
Jacqueline keek naar haar, straalde naar Rosalie, terwijl zij verder typte. Even later stopte Rosalie abrupt. “Ik kan het niet meer bijhouden! Het gaat zo snel, alles wat ik moet schrijven, vliegt omhoog, maar zo snel kan ik niet typen!”
Jacqueline legde haar handen op haar schouders. “Wees maar niet ongerust, wat er allemaal zo snel naar boven komt, vliegt niet weg, je raakt het niet kwijt, maar het maakt dat je door kunt typen zonder dat je heel veel na hoeft te denken. Ga maar typen, en je zult zien dat alles gewoon door blijft komen. Het verhaal is er, in je ziel, en is al naar boven gespoten. Dat was wat net even zo eng voelde, het komt er al uit, maar het wacht geduldig tot jij gaat typen. Nogmaals, wees maar niet bang, je raakt het niet kwijt, het vliegt niet weg. Het is er, je ziel heeft het al een soort uitgepakt en naar boven gestuurd om je gedachten te leiden, zodat jij weet wat je moet typen. Begrijp je een beetje wat ik bedoel?”
“Ja, ik denk het wel, het zat in mijn ziel, en mijn ziel heeft het naar een opslagruimte in mijn hoofd gestuurd, en uit die opslagruimte wordt het naar mijn vingers gestuurd, zodat ik zonder verder nadenken gewoon kan typen. Zoiets, zo voelt het wat je vertelt.”
“En zo is het ook, je hebt het perfect aangevoeld!”
“Heb jij dat in mij gedaan?” vroeg Rosalie verwonderd.
“Ja, ik zag dat jij ongelofelijk open en sterk bent, een vurig meisje, dat open staat om te ontvangen en te geven, maar dat er nog één kanaaltje was, dat een beetje verstopt zat. Dat was een denk-kanaaltje dat alles precies wil uitpuzzelen. Heel vaak schiet de informatie van je ziel er spontaan doorheen als je spreekt, maar als je gaat typen, wordt dat kanaaltje belemmerd doordat je bang bent dat je niet snel genoeg kunt typen. Onzeker doordat je gedachten veel sneller gaan dan je vingers. Terwijl je vingers al zo snel gaan…”
Rosalie glimlachte: “Dat klinkt mooi, dan worden mijn boeken nog beter… dank je wel! Ik vind het nu toch wel fijn dat jullie op visite kwamen.”
Ze sprong op, sloeg haar armen om Jacquelines middel en trok haar even dicht tegen zich aan. Jacqueline kuste haar op haar haren.
“Ga maar weer lekker verder, Rosalie, wij gaan ook weer verder, naar het volgende adres, de Soul-Drukkerij. Dank je wel allemaal, dat we hier mochten komen. Ik heb ervan genoten!”
“Ik ook,” zei Maurice met zijn basstem. “Het was prachtig om jullie bezig te zien. Ik hoop dat er snel wat nieuwe ontdekkers bij komen. Alle kinderen zouden deze kansen moeten krijgen. Die Jan, zo’n klein ventje, begint al te lezen en te schrijven, gewoon uit eigen verlangen! Om over Rosalie helemaal maar niet te spreken! Toppers zijn jullie met z’n allen!”
“Dank u, dank u,” zei Patrick, terwijl hij met een malle grijns op zijn gezicht een lichte buiging maakte. “En als jullie weer eens langs willen komen, weet dan dat jullie meer dan welkom zijn!”

.

Maurice en Jacqueline liepen naar buiten, waar ze bijna tegen Jan aanbotsten.
“Willen jullie mijn moestuintje zien?” vroeg hij enthousiast.
“O ja, graag! Kijk nou, dat lijkt op rucola-sla, en deze, is dat ook een soort sla?”
“Ja, veldsla. Ik vind het jammer dat ze niet sneller groeien, ik heb zin in sla met kaas op m’n boterham!”
Jacqueline glimlachte, raakte de voorste twee plantjes van de veldsla aan, streelde hun zachte blaadjes. Ze had niet in de gaten dat Jan verbijsterd toekeek. Toen ze vroeg naar de uien, riep hij haar terug naar de veldsla: “Kijk nou eens wat je gedaan hebt! Die twee plantjes die je streelde, zijn gegroeid! Zouden ze al groot genoeg zijn om te eten?”
Jacqueline en Maurice keken verbaasd naar de beide plantjes.
“Heb ik dat gedaan?” vroeg ze verbaasd.
“Dat lijkt er wel op Jackie! Probeer het ook eens bij een plantje van de rucola.”
“Bij twee plantjes, dan hebben we straks genoeg voor allemaal bij de lunch!” riep Jan enthousiast. Hij ging er op zijn hurken bij zitten, om te kunnen zien wat er gebeurde. Maurice stond met zijn handen op zijn knieën geleund, en staarde ook naar de plantjes. Jacqueline streek over de beide plantjes en voelde dat er iets in de plantjes bewoog. Tegelijkertijd zagen ze, dat ze omhoog en opzij groeiden.
“Wow, dat moeten de anderen zien!”
Jan rende weg, en kwam even later met de drie begeleiders en Rosalie naar buiten.
“Doe het nog eens een stukje, Jacqueline!”
Jacqueline glimlachte, bijna verlegen: “Dit is voor mij ook nieuw hoor, voelt als tovenarij, maar ik ken geen toverspreuken, dus het moet ook wel zielskracht zijn…”
Ze streelde over de rucola, terwijl iedereen gespannen toekeek.
“Die twee groeien echt…” fluisterde Ineke. “Heb je dat bij deze twee van de veldsla ook gedaan?”
“Ja, toen ging het nog ongemerkt, ik streelde de plantjes, gewoon omdat het zo lekker voelde.”
Ze deed het nog een keer bij de veldsla, en ze groeiden nog wat verder.
“Zijn ze zo groot genoeg voor de lunch?” vroeg Jan.
“Ik denk het wel, allemaal een boterham met twee soorten sla en een plak kaas, verrukkelijk!” bedacht Maurice. “Wij gaan nu echt verder, tot ziens allemaal!”
“Tot ziens! En bedankt voor alles!” riepen ze hen na, terwijl ze bleven zwaaien tot Maurice en Jacqueline uit zicht waren.

.

“Gaat het?” vroeg Maurice aan zijn vrouw.
“Ja, op zich wel, ik voel me alleen overweldigd door de kracht die steeds vrijkomt. Zelfs naar die sla… daar heb ik nog nooit van gehoord!”
“Ik ook niet, maar het bestaat dus blijkbaar wel. Je moet je hand maar nooit op mijn buik leggen, dan word ik machtig dik!”
Schaterend liepen ze verder.

.

Ze belden aan bij de Soul-Drukkerij, die sinds een paar dagen ook een ingang aan de zijkant had.
Ze stelden zich voor en werden meteen hartelijk ontvangen door Annelies.
“Kom maar mee, Bert en Cynthia zijn achter in de drukkerij bezig, en ik was hier op kantoor de administratie even aan het bijwerken. Zo’n noodzakelijk kwaad he, maar het is bijna klaar, dan kunnen we er weer even tegen! Zijn jullie al bij het ontdekkingscentrum geweest?”
“Ja, daar komen we net vandaan. Klopt het dat Jan jouw zoon is?”
“Ja, dat klopt, was hij weer lekker bezig?”
“Hij heeft nieuwe dingen geleerd, en… nee, ik ga je er niet over vertellen. Maar als hij met te wonderlijke verhalen thuis komt, twijfel dan niet, maar geloof hem op stel en sprong. Hoe gek het ook allemaal mag klinken. Er is veel gebeurd daar!” Maurice keek haar met een brede glimlach aan, en had tegelijk in de gaten, dat Jacqueline naar Annelies staarde.
“Annelies,” begon Jacqueline, terwijl ze haar hand op een schouder van Annelies legde, “toen jij een klein meisje was, ben je al klemgezet. Je wilde van alles, de wereld verkennen, jezelf ontdekken, maar je moeder was enorm voorzichtig. Dat heeft jouzelf ook voorzichtig gemaakt, voorzichtig in de zin van krampachtig voorzichtig. Het is een juk van je geworden, waarmee je Jan het liefst in een kooi zou willen stoppen, met de beste bedoelingen, om hem te beschermen. De enige oorzaak waardoor je dat doet, is doordat dat je enige voorbeeld is. Je weet niet hoe je het anders moet doen. En dat niet alleen, het zit ook vast in je, als tentakels in je denken en in je lichaam, in je spieren. Dat maakt je krampachtig in je denken en in wat je doet. Maar die tentakels moeten loslaten, die tentakels laten los, helemaal los, zodat jij in alle opzichten vrij wordt. Kom maar even zitten,” voegde Jacqueline eraan toe toen Annelies onderuit leek te gaan. Samen met Maurice hielp ze haar in haar kantoorstoel.
“Zo dat is beter,” fluisterde Jacqueline tegen de verschrikt kijkende Annelies.
Annelies haalden een paar keer schokkerig en diep adem, ademde nog een keer heel diep in en uit en ontspande.
“Wat was dat? Wat gebeurde daar?” vroeg ze.
“Jullie hebben de drukkerij Soul-Drukkerij genoemd, dus ik neem aan dat jullie vanuit je binnenste willen leven. Het rotte is, dat als je vastgezet bent, zoals in dat super beschermende van je moeder, dat je maar voor een deel kunt leven vanuit je ziel. Wat je moeder, vanuit haar eigen verwonding en angst, met jou gedaan heeft, heeft veel emotionele verwonding in jou gebracht. Flinke delen van je ziel kunnen jou daardoor niet aanspreken, niet laten voelen. Andere delen wel, dus je bent niet helemaal op zwart gegaan of zo, maar zou je het niet geweldig vinden als je helemaal helder licht bent? Nou, daar hebben we dus net een begin mee gemaakt. Die tentakels van overbescherming zijn nu los, misschien kun je dat in je lichaam al voelen.”
Annelies stond op, voorzichtig omdat ze het gevoel had dat al haar spieren uitgerekt of verslapt waren. Ze begon haar armen te bewegen in allerlei richtingen.
Ze knikte: “Het voelt echt heel anders, ik kan gewoon echt bewegen, zoals ik het voorheen nooit kon! Ik ben benieuwd hoe ik nu ga veranderen naar Jan toe, of ik hem beter los zal kunnen laten. Hij is zo’n lieve jongen, en we willen eigenlijk heel graag meer kinderen, maar die overbescherming heeft me bang gemaakt, ik durfde niet meer kinderen, dan zou ik het helemaal niet meer overzien. Ik hoop zo, dat het nu echt weg is, dat ik meer kan leven, echt leven, ook met Jan. Maar… hoe deed je dit?”
“Ik luisterde naar mijn innerlijke stem en voelde de kracht van mijn ziel naar jou toestromen. Dat is het, zielskracht! Het klinkt heel bijzonder, maar ten diepste is dit hoe we van oorsprong bedoeld zijn. Maurice en ik logeren nu een week bij Bloemenhof, en worden door onze ziel op pad gestuurd naar de verschillende mensen, ‘projecten’ die op diezelfde manier als bij Bloemenhof willen leven, om jullie te ondersteunen.”
“Voor het gemak heb ik het ‘zielsbekrachtiging’ genoemd,” grijnsde Maurice.
“Wow! Heel bijzonder… Zullen we even verder gaan naar de drukkerij?” vroeg Annelies.
“Ja graag,” reageerde Maurice, “ik ben benieuwd hoe zoiets er uit ziet!”
Ze kwamen in een grote ruimte met verschillende machines. Een jonge vrouw, druk bezig, knikte snel en riep een groet, maar ging meteen verder met haar werk. Bert daarentegen, aangetrokken door iets wat hij in Maurice aangevoeld had toen hij belde, liep bij zijn werk weg om hen persoonlijk te begroeten.
“Hey, ik ben Bert. Wat fijn dat jullie langskomen. Hebben jullie zin in koffie?”
“Nee, dank je, we net bij jullie zoon geweest. Geweldige jongen, heerlijk open!”
“Ja, dat was hij al best wel, maar dat is hij steeds meer geworden sinds hij dagelijks naar ‘Ik ontdek mezelf !’ gaat. Heerlijke omgeving he?”
“Absoluut, net als hier,” antwoordde Maurice.
“En toch is het moeilijk om volledig licht te zijn, als je gebukt gaat onder schuldgevoelens en schaamte over dingen die je in het verleden gedaan hebt, Bert,” zei Jacqueline, terwijl ze hem bij een pols vastpakte. “Die dingen van het verleden waren niet goed, absoluut, maar er was een reden waardoor je ze deed. Je wilt heel graag anders, leeft nu ook anders, maar je hebt wel last van die gevoelens, die stemmetjes die je achtervolgen. Stemmetjes die je vertellen dat het maar zo kan zijn dat je in diezelfde fout gaat terugvallen, zeker nu je een medewerkster in dienst hebt, die daar makkelijk slachtoffer van kan worden. Maar het verleden is voorbij, Bert! Je hebt die dingen trouwens niet met kwade opzet gedaan, maar uit verwonding, en uit overtuiging door de foto’s en filmpjes die je vader je in het geheim liet zien, in het geheim, waarmee hij je al liet voelen dat het eigenlijk foute boel was. Daardoor ging je van het één in het ander, zo simpel is dat. Schuld en schaamte zijn aangepraat, maar het zijn wel krachtige slangen die jou tegenhouden om volledig recht en open te zijn, om jezelf veilig te voelen in de nabijheid van een zwaar verwonde jonge vrouw. Die slangen van schuld en schaamte laten los, laten jou los, zodat je je vrij kunt bewegen, vrij kunt denken en vrij met elke willekeurige vrouw kunt omgaan.”
Bert staarde haar verbijsterd met grote ogen aan, was in eerste instantie vuurrood geworden, en even later ziekelijk wit. Maurice ging voor de zekerheid bij hem staan, voor het geval hij in elkaar zou zakken. Maar dat gebeurde niet, zijn kleur kwam terug, zijn ademhaling, die onregelmatig geworden was, kalmeerde en zijn ogen kregen weer een normale uitdrukking.
“Ik vond het vervelend dat ik je zo moest confronteren en ik was blij dat die jonge vrouw er niet bij stond. Ze is druk, ze zal het niet gehoord hebben. En of Annelies het wist, over je verleden, weet ik niet…” Jacqueline draaide zich om naar Annelies, die met een bleek gezicht nee schudde. “Annelies, het is verleden tijd, van voor jullie relatie, ja toch Bert?”
Hij knikte: “Ja, ik was ermee gestopt toen ik jou voor het eerst ontmoette. Ik voelde dat ik alles op alles moest zetten om jouw hart te veroveren, omdat er zo’n diepe klik was. Sindsdien ben ik nooit meer naar andere vrouwen gegaan. Maar Jacqueline had gelijk, die schuldgevoelens en schaamte zijn er nog steeds, waren er nog steeds, het voelt alsof dat werkelijk weggegleden is, zoals je het over slangen had, dat ze me losgelaten hebben, weggegleden zijn. Maar hoe wist je dat allemaal?”
“Luisteren naar mijn innerlijke stem, Bert, leven vanuit mijn ziel. Zo nu en dan gaan we door heftige dingen heen, dan komt er weer wat emotionele ellende los, wordt er weer wat hersteld, en merken we dat de kracht van onze ziel sterker wordt. En ons diepste verlangen is om mensen te helpen genezen. Dat het zo zou kunnen gaan, daar hadden wij ook geen idee van. Dat is nog maar sinds een paar dagen. Eén ding weet ik wel heel zeker: ons leven is totaal anders bedoeld dan we in deze wereld hebben meegemaakt tot nu toe. Maar de rotzooi komt los, en de ware aard van onze zielen komt boven!” Jacqueline begon steeds meer te stralen. “Kennen jullie het verleden van jullie medewerkster?”
Bert en Annelies knikten.
“Ik wist dat het klopte, dat we haar moesten aannemen, dat het goed was, maar het was wel heel confronterend…” zei Bert.
“Daarom is het goed dat dat nu van je afgegleden is, dan kun je nog meer open met haar omgaan, gewoon van mens tot mens, zonder nare gedachten er tussendoor. Misschien komen ze nog wel eens, maar dat zal licht zijn en het zal snel verdwijnen,” beloofde Maurice.
“Wil je haar vragen om even met werken te stoppen?” vroeg Jacqueline.
“Cynthia!” riep Bert. “Wil je even komen?”
Cynthia protesteerde, had werk te doen, wilde dat afmaken, maar ze zag dat Bert nee schudde en wenkte. Onzeker legde ze haar spullen neer en kwam naar Bert toe. Ze groette Maurice en Jacqueline, vroeg zich af waarom ze erbij moest komen.
Jacqueline keek haar al een poosje strak aan, en dat vond ze knap lastig. Jacqueline kwam iets dichterbij en stak haar handen uit.
“Wil je je handen in mijn handen leggen, Cynthia?” vroeg ze vriendelijk, maar met een kracht die geen tegenspraak leek te dulden.
Cynthia legde haar handen in haar handen, terwijl Bert haar toefluisterde dat het oké was. Ze knikte kort naar hem en keek toen met een fronsend gezicht naar Jacqueline, afwachtend, zich afvragend wat er nou dan kon gebeuren…
“Meer dan tien jaren slavernij hebben gemaakt dat je je een slaaf bent gaan voelen. Nu ben je vrij, maar je voelt je nog niet echt vrij. Je probeert als een vrij mens te leven, maar loopt tegen grenzen aan waar je geen raad mee weet. Het zijn de boeien van slavernij die destijds door de jaren heen om je heen geslingerd zijn en steeds vaster aangetrokken zijn. Het slot is wel open, maar je voelt die zware schakelketting nog overal om je heen. Die schakelketting, symbool van jouw slavernij, komt los, stukje bij beetje, steeds verder los, meer, verder, losser, overal, ook rond je nek en rond je hoofd, helemaal los, helemaal los! Die schakelketting valt rinkelend op de grond, hoor je ‘m?”
Tot ieders verbazing knikte Cynthia heftig, en begon ze te stralen. “Ja, ik voelde hem loskomen, van me afglijden en toen op de grond vallen. Net wat je zegt, dat rinkelende geluid!”
Ze begon haar lichaam te bewegen. “Het voelt anders, er is echt iets weg,” zei ze verrast. “Ik beweeg makkelijker, en mijn hoofd voelt lichter, wow! Dank je wel! Hoe deed je dat?”
Maurice kwam iets dichterbij en legde uit waar dit vandaan kwam.
Cynthia merkte dat ze deze voor haar onbekende man met een gerust hart dichterbij durfde te laten komen. Dat was nieuw voor haar. Voorheen deinsde ze meestal terug, maar nu had ze zelfs die neiging niet! Ze deelde wat er in haar omging, en nodigde Maurice en Jacqueline uit voor vanavond, bij haar thuis in De Schuilplaats. “Janneke, Sandra en Willeke hebben dit ook nodig, al heb ik het gevoel dat er in Janneke al iets gebeurd is, ze is veranderd, gevoeliger geworden, levendiger, zoiets.”
“Ha, mooi om te horen!” lachte Maurice. “Janneke was de eerste die overweldigd werd door Jacqueline en daardoor een stuk bevrijding ontvangen heeft. Super om te horen dat dat voor iemand die dat niet wist, voelbaar, zichtbaar is!”
Jacqueline glimlachte: “Evengoed vind ik het fijn om vanavond bij jullie op bezoek te komen. We hebben al gewandeld in de buurt van De Schuilplaats, gekeken hoe leuk dat gebouw opgezet was. Moeten we ons melden bij de centrale voordeur of bij jouw deur?”
“Ik zorg wel dat ik vanaf acht uur in de grote woonkamer ben, dan zie ik jullie aankomen. Kom maar naar de centrale voordeur.”
“Goed, dan nemen we eerst koffie in het pension, want die heerlijke taart van Annerieke laat ik liever niet voorbij gaan,” grinnikte Maurice ondeugend.
Cynthia schoot in de lach. “Je zou wel gek zijn als je dat voorbij zou laten gaan! Dan zien we jullie daarna wel, echt gaaf!”

Naar hoofdstuk 90. Nog meer bevrijding!

Of naar de Inhoudsopgave