Sjaak en Ineke hadden afgesproken dat ze de volgende ochtend een poosje samen aan de slag zouden gaan in de tuin. Sjaak was in de zomer en de herfst bezig geweest met de aanleg van een paar perkjes, waar hij samen met Huib pergola’s voor had gemaakt. Hij had bedacht dat hij met Ineke daar doorheen zou kunnen lopen en onderweg met haar kon bespreken wat er gedaan kon worden. Zo zouden ze samen een plan kunnen maken waar ze een poosje aan konden werken.
Ineke had een lange broek en oude schoenen aan getrokken en stond achter het raam te wachten tot ze hem vanaf het pension zag komen met een kruiwagen. Direct griste ze haar jas van de kapstok en liep ze naar buiten.
“Goeiemorgen Ineke!” riep Sjaak haar toe, “heb je er zin in?”
“Ja, best wel, maar ik voel me er ook wel wat gespannen onder,” antwoordde ze eerlijk. “Weet je, ik vertrouw jou hoor, maar je bent wel een man. Dat is gewoon een beetje lastig.”
“Dat kan ik heel goed begrijpen. Wil je er liever een vrouw bij?”
“Nee, nee, ik vertrouw je echt, ik moet alleen over die drempel heen, denk ik, dus laten we die stap maar gewoon maken!”
“Prima, dapper van je! Ik had gedacht om bij de nieuwe perkjes langs te gaan en te kijken wat er nodig is.”
“Heb je dan geen werkplan?” vroeg Ineke verbaasd.
“Nee, volgens mijn opleiding zou ik dat wel moeten hebben, maar Erik, Huibs vader, heeft me daar goed vanaf geholpen. Hij zei altijd dingen als: ‘je hebt de kennis, maar volg je hart, kijk en voel, neem dat als uitgangspunt’. Ik ben dus meer gaan kijken, ook gaan afwachten wat planten zouden doen als ik ze liet gaan. Ik grijp nu meer in om te voorkomen dat dingen echt mis gaan. In mijn eerste jaar zou ik uitgebloeide bloemen, zoals van deze klimhortensia, er allemaal afgehaald hebben. Nu niet meer, het enige dat ik soms doe, is de afgevallen bloemen van de grond af rapen en tussen de struiken gooien. De enige reden daarvoor is, dat we hier rustig kunnen lopen zonder dat die uitgebloeide bloemen zich aan onze broek vast grijpen en we ze mee naar binnen nemen. Als de kinderen straks gaan kruipen, wil je die dingen niet op je vloer hebben.”
Sjaak raapte er één op en liet haar de kleine gedroogde bloemetjes voelen.
“Dat had ik niet verwacht, ze zijn hard en voelen stekelig. Dat zou voor een kruipende peuter inderdaad rot zijn.”
Zo hier en daar raapten ze zo’n uitgedroogde hortensia-bloem op en gooiden ze tussen de struiken op de grond.
“Sproeien doen we zelden, zeker niet in deze tijd van het jaar. In de zomer doen we het alleen als we merken dat struiken het zwaar hebben, als ze wat slap worden. Heb je een idee op welk tijdstip van de dag je het beste zou kunnen sproeien?”
Ineke grinnikte: “Zelf ontdekken, zelf nadenken… je bent een goeie leermeester! Even denken, wat zou het uitmaken? Ik heb er echt geen verstand van, dus dat zit me niet in de weg. Wat ik me kan voorstellen, dat is dat als je overdag sproeit, de zon meteen een heleboel weer verdampt. Ik denk dat ik het aan het eind van de middag of het begin van de avond zou doen, als de zon niet fel meer schijnt.”
Benieuwd of hij het met haar eens was, keek ze hem aan. Sjaak lachte: “Dat is een strak plan! Dit is trouwens iets dat ik ook op de opleiding wel geleerd heb, gewoon een stukje kennis. Maar als je het probeert aan te voelen, te overdenken hoe het werkt, zoals jij net deed, dan hoef je dat maar één keer te doen, en dan zit dat gewoon als een logisch feit in je geheugen. Dan vergeet je dat niet meer, in tegenstelling tot heel veel boekenkennis.”
Ineke knikte: “Wat ik op de opleiding voor leerkracht basisonderwijs allemaal heb moeten leren… zoveel was zonde van mijn moeite, zonde van mijn tijd! Ik weet het allemaal echt niet meer! Dat gaan we de onderwijsinspecteur dan ook wel even duidelijk maken. Eén van de belangrijke punten van het ontdekkingscentrum is dus ook: wat je zelf ontdekt, onthoud je bijna altijd!”
“Klopt,” knikte Sjaak. “Wat vind je van deze plant?”
“Ik denk dat hij mooi was,” reageerde Ineke, “maar hij is wat vreemd aan het uitlopen. In de herfst groeien planten denk ik minder snel dan in de zomer. Kan het zijn dat het daarom nu een prima tijd is om die gekke pieken eraf te knippen?”
“Goed idee, zoals jij het omschrijft, heb je kijken en voelen als basis. Je zag dat hij er niet mooi meer uit zag, vroeg je vervolgens af of het wijs is om hem in deze tijd van het jaar te snoeien en bedacht dat dat waarschijnlijk het geval was. Dat is een goeie denkwijze, je hebt het in je, het zelf ontdekken, het moest alleen wakker worden.”
Ineke grinnikte: “Inderdaad, dat zelf ontdekken is op school en in de opleiding wel in slaap gesust, en in veel gevallen met een hamer op de kop geslagen zodat het niet meer wakker zou worden.”
Ze nam de snoeischaar die hij haar aanreikte aan, bekeek hem even en ontdekte het grendeltje waarmee hij dicht bleef, een beetje op slot zat. Ze gaf het grendeltje een zetje, en door een stevige veer sprong de snoeischaar open. Ze zag dat Sjaak haar gevolgd had en zijn duim op stak. Ze volgde zijn voorbeeld, pakte een te lange tak en knipte hem vlak onder haar hand af. De losse takken gooiden ze in de kruiwagen.
“Waar laat je die takken straks? Heb je iets van een composthoop?”
Sjaak wees naar de bosrand. “Daar, die bak, daar gooien we de takken straks in.”
“Gaat dat wel werken? Zijn de takken niet te dik en te stug om compost te worden?”
“Goeie vraag, Ineke, ze zijn inderdaad net wat aan de dikke kant, zullen dus wat langer nodig hebben om compost te worden. Daarom gooien we ze straks achterin die grote bak. Als ik in het voorjaar compost nodig heb, gebruik ik vooral het voorste gedeelte. Ik laat het je straks wel zien.”
Zo gingen ze rustig door een paar perken heen.
“Weet je Sjaak, ik heb altijd gedacht dat tuinieren enorm zwaar werk was. En dat zal het soms ook wel zijn, maar zoals dit, dat is gewoon heerlijk relaxed. Ik geniet van de rust en…”
Ze stopte, omdat Sjaak zijn vinger voor zijn mond hield en haar tegen hield. Hij wees haar zonder al te veel beweging te maken naar een eekhoorn die bij de bosrand druk bezig was.
“Ik denk dat hij eikels en beukennootjes verzamelt voor zijn wintervoorraad,” fluisterde Sjaak. Zelfs het geluid van zijn fluisteren droeg over het stille open veld. De eekhoorn spitste zijn oortjes en keek schichtig rond. Hij keek hun richting in, terwijl ze doodstil bleven staan. Hij bleef hen een poosje aankijken, met zijn kopje scheef, en sprong toen tegen een boom op, rende omhoog en zweefde even later van boom naar boom.
“Prachtig, als je toch zo door de lucht kunt zweven…” verzuchtte Ineke. “Wat een vrijheid!”
“Zag je hoe hij ons observeerde?” vroeg Sjaak.
“Ja, met zijn kopje scheef. Het voelde heel apart, alsof we verder keken dan elkaars ogen, alsof we bij elkaar naar binnen keken. Rosalie vertelde over haar contact met dieren, en hoe ze er over schrijft. Volgens mij heeft zij echt contact van ziel tot ziel met die dieren. En ik verbeeldde me net, dat ik dat ook had.”
Sjaak legde zijn hand op haar schouder en schudde zijn hoofd: “Je verbeeldt je zoiets niet, zoiets voel je, en dan weet je diep van binnen dat het echt was. Dat je er nog een beetje aan twijfelt, komt doordat maar weinig mensen dit geloven. We hebben anders leren denken, zijn door dat strikte leren van onderwijs en opvoeding onze oorspronkelijke, voelende manier van kijken en luisteren verleerd, een beetje of zelfs helemaal verleerd. Ik denk dat jij het nog lang niet helemaal kwijt bent, maar dat die onderwijsmanier je nog wel een beetje in de weg zit, vooral in je denken. Maak je er maar niet druk om, het verdwijnt vanzelf, en dan gaat alles steeds meer van binnenuit, ga je weer volop voelen.”
Ineke knikte: “Ja, dat geloof ik ook. Ik merk trouwens dat ik al best wel moe word. Vind je het goed als we de takken naar de compostbak brengen en dat ik dan naar huis ga?”
“Voel even heel eerlijk: wil je nog mee naar de compostbak of ga je liever meteen naar huis?”
Ineke was even stil, had last van allerlei gedachten die om de voorrang vochten. “Ik zeg maar even hardop wat er door me heen gaat. Van alles en nog wat. ‘Nu stoppen is kinderachtig’, ‘ik wil die composthoop zien, begrijpen hoe het werkt’, ‘dat kan een andere keer ook wel’, ‘stel je niet aan’.
Sjaak knikte: “Als een stel kakelende kippen in je hoofd… kom je er een beetje uit wat je werkelijk wilt? Neem maar de tijd om er achter te komen, dat is belangrijker dan tuinieren.”
Ineke zuchtte diep. Ze vond het moeilijk. Ze wilde Sjaak of zichzelf niet teleurstellen, maar vroeg zich af waarom er sprake zou zijn van teleurstelling. Ze verwoordde dit weer naar Sjaak. Ze zag dat hij knikte en een ronddraaiende beweging maakte met zijn hand, zo van ‘ga maar door’.
Ineens besefte ze, waardoor ze het liefst naar huis wilde. “Ik begrijp het ineens. Het ging heel goed, totdat je je hand op mijn schouder legde. Je deed niets verkeerds hoor, dat weet ik met mijn verstand, maar een deel van mij bevroor, en dat gaf me het gevoel dat ik moest vluchten. Mijn lichaam gaf aan dat ik moe was, dat ik naar huis moest, maar eigenlijk is dat helemaal niet wat er aan de hand is. Volgens mij ben ik niet lichamelijk moe, maar alleen emotioneel geraakt, een beetje van slag.”
“Ik denk dat je gelijk hebt, en ik weet dat het goed is dat het gebeurd is, ook al voelt het akelig voor jou en voor mij een beetje lastig omdat ik er de aangever van was. Maar het is echt goed, en je gaat er eigenlijk best mooi mee om. Je luistert naar al die stemmen, stemmen van je verwondingen, en daar tussendoor herken je ineens de stem van je ziel die je laat zien hoe de vork werkelijk in de steel zit. Echt bijzonder! Maar hoe nu verder? Wat wil je?”
“Momentje nog, het is al aan ’t zakken,” fluisterde Ineke, terwijl ze naar het bos staarde. Een poosje later haalde ze een paar keer heel diep adem. “Zo, voor nu ben ik er doorheen! En ik heb zin om nog even naar die composthoop te gaan. Doen?”
“Doen we!”
“Mag ik de kruiwagen rijden? Dat heb ik nog nooit gedaan!” Ineke pakte direct de beide handvatten en begon te lopen. Ze had niet verwacht dat hij op zijn ene wiel zo labiel zou zijn, en was verrast dat hij kiepte. “Wat zullen we nou beleven?!” riep ze uit.
Sjaak sloeg zich op zijn dijen van het lachen. “Geweldige manier van ontdekken hoe het niet werkt! Ook dat is ontdekken, Ineke, in het vervolg zal je het anders doen, zal je eerst even voelen hoe hij evenwicht moet houden.”
“Ik geloof je graag,” mompelde Ineke terwijl ze de kruiwagen overeind zette en de takken van de grond raapte en er weer in deed. Ze pakte de handvatten opnieuw, voelde hoe de kruiwagen reageerde, grinnikte omdat ze voelde dat Sjaak gelijk had, en begon voorzichtig te lopen. Hoe verder ze kwam, hoe meer ze vol vertrouwen verder liep. Bij de compostbak, een grote rechthoekige, open bak die afgezet was met bielzen, zette ze hem neer en keek in de bak.
“Aha, ik zie het al, hier vooraan is de compost al bijna zoals hij moet zijn, net donkere aarde. En daar achter ligt de zooi die nog wat werk nodig heeft. Onze takken moeten daar zeker naar toe?” Ze wachtte niet op antwoord, pakte de kruiwagen, zette hem rustig voelend in beweging en bracht hem aan de zijkant van de compostbak, dichter bij de plek waar de nieuwere takken lagen. Ze gooide de takken uit de kruiwagen erbij en keek Sjaak aan.
“Klopt het, dat je zo nu en dan wat van die achterste hoop naar voren schuift, en dan nieuwe takken weer daar achter gooit?”
“Zo simpel is het Ineke, het is een eenvoudig schuifsysteem. Daarom hebben Erik en ik die bak rechthoekig gemaakt, zodat we vanaf de zijkant erbij kunnen met een schep of een hark om de boel zo nu en dan wat naar voren te schuiven. Het is de meest simpele manier om compost te maken, denk ik. We hadden ook alles tussen de struiken kunnen gooien, dan wordt het ook vanzelf wel compost, maar dan ziet het er voor de gasten die hier komen, wel erg rommelig uit. Nu hoor ik regelmatig dat ze genieten dat het niet zo akelig netjes is, dat het er natuurlijk uitziet. Maar ik denk dat als we alles tussen de struiken op de grond zouden gooien, het echt rommelig zou worden.”
“Dat lijkt me ook wel. Het duurt volgens mij ook best wel lang voordat die takken compost zijn, dus dan zouden er heel lang takken liggen. Nu heb je er iets meer werk van, maar het resultaat lijkt me inderdaad mooier.”
Ze pakte de kruiwagen weer op en liep er nu hij leeg was, nonchalant mee weg. “Het gaat al makkelijker, mijn handen lijken beter aan te voelen hoe ik hem moet houden!”
Vrolijk pratend liepen ze samen naar de schuur bij het pension, zetten daar de kruiwagen op zijn plek.
“Voor mij is het bijna koffietijd in het pension. En jij, wat ga jij doen?”
Ineke haalde diep adem. “Ik ga naar huis, maar ik wil je nog één ding vragen. Wil je blijven kijken totdat ik veilig binnen ben?”
“Goed dat je dat vraagt, Ineke, dat zal ik doen.”
Ze namen afscheid en terwijl Ineke richting De Schuilplaats liep, keek Sjaak haar na. De pijn, de angst, de onzekerheid die hij bij Lisa al zo vaak gezien had, was ook bij deze vrouw en bij de andere vrouwen die daar woonden zo voelbaar. Hij had met hen te doen, maar was aan de andere kant blij dat ze dapper door gingen, dwars door pijn en angst heen gingen, en tussendoor stappen maakte, nieuwe dingen probeerden, de wereld stukje bij beetje opnieuw veroverden.
Hij zwaaide naar Ineke toen ze binnen was en van achter het raam omkeek. Het was goed, het was goed zoals het ging.
Maak jouw eigen website met JouwWeb