Het viel Joke nog steeds zwaar om bezig te zijn met haar boek, maar tegelijkertijd ervaarde ze een innerlijke drang, een gevoel dat haar zei, dat ze door moest gaan, dat Jonathan het nodig had, en Patricia, en al die andere mensen die in de zorg werkten.
Ze besefte heel goed, dat als zij haar verhaal over de zorg schreef, de fantastische ideeën die uit haar ziel opborrelden in woorden weergaf, dat haar ziel daar dan haar kracht en licht mee uitstraalde naar de mensen die in de zorg werkzaam waren.
Ze merkte aan de verhalen van Jonathan, dat hij steeds moediger werd, dat hij zijn kracht steeds meer als iets van hemzelf begon te ervaren. Hij merkte ook dat hij krachtiger werd, en het niet meer nodig had om zijn hand op een zere plek te leggen. Hij was overgegaan op meer afstand, minder opvallend. Als hij zag dat iemand pijn had, vroeg hij, waar die patiënt pijn had. Dan focuste hij zijn gedachten op die plek. Hij wist niet altijd of het hielp, maar regelmatig reageerde een patiënt met een verrast opmerking, dat de pijn veel minder of zelfs helemaal weg was.
Laatst was Patricia met een verhaal bij Jonathan gekomen, dat er een patiënt geweest was, die maar bleef spugen. Wat haar collega ook deed, niets leek te helpen. Patricia had alleen maar in gedachten op de patiënt gefocust, het braken stopte, en twee dagen later kon de patiënt thuis verder gaan opknappen. Ze had gehoopt dat dit soort genezingen ooit zouden gebeuren, maar was er nu wel door overrompeld.
Patricia… Joke glimlachte. Ze was zo blij voor Anton, dat hij zo kort nadat zij bij hem weggegaan was, Patricia als zijn soulmate herkend had. Hun leeftijdsverschil van ruim tien jaar had Patricia even parten gespeeld, niet in de zin dat ze Anton te oud vond, maar dat ze zichzelf te jong vond. Maar samen waren ze er al snel van overtuigd geraakt, dat leeftijd niets over een mens zei. Het waren maar getallen, waar, naar het leek, een vloek op gerust had, een vloek waar ze door hun innerlijke genezing en kracht eigenlijk helemaal geen last meer van hadden. Ze voelden zich allebei jong, jonger dan ooit tevoren!
.
Joke schonk zichzelf een mok koffie in en ging achter haar laptop zitten. Jonathan had aangedrongen een computer voor haar te kopen, maar ze was zo gewend aan haar laptop. En ze kon zo makkelijk de boeken die klaar waren, overzetten naar een uitwendige harde schijf, dat ze altijd meer dan genoeg ruimte overhield op haar laptop.
Ze zette hem aan en keek even kort waar ze gebleven was. O ja…
Ze ging er eens goed voor zitten en begon te typen. Al typend kwam ze het woord ‘geneeskunst’ tegen, en werd getroffen door het woord ‘kunst’ daarin. Ze stopte met typen, liet haar verhaal rusten, en dacht na over het woord ‘geneeskunst’. Ze had het werk van artsen en andere zorgmedewerkers altijd gezien als een systeem. Een patiënt had symptomen, en door het schema dat de arts in gedachten had, wist hij welke medicijnen hij moest geven, of welke behandeling er nodig was. Het had voor Joke altijd gevoeld als een voor haar ongelofelijk groot schema van mogelijkheden en helaas ook onmogelijkheden. Heb je dit, dan dat… Heb je zus, dan zo… Het had haar altijd bijna als een wiskundige manier van werken geleken.
Ze kende die ja-nee-schema’s, over allerlei uiteenlopende onderwerpen. Bent u…? Nee? Dan wees het pijltje naar een volgend vakje met een nieuwe vraag. En bij Ja wees het pijltje naar een ander vakje met een andere vraag. En als je dan zo het schema doorliep, kwam je vanzelf bij het juiste antwoord.
Zoiets was de geneeskunst ook, toch?
“Verdorie! Wat is dat een leugen!” riep Joke uit, waarbij ze met een vuist naast haar laptop op de tafel sloeg. “Wat een stommiteit! Zo zit een mens niet in elkaar, en zo zit de geneeskunst ook niet in elkaar, maar globaal is dat er wel van gemaakt!”
Ze was even stil, voelde het antwoord op deze situatie uit haar ziel opkomen. ‘Genezen is een kunst, een uiting van de ziel’. Ze herkende de naam van de galerie, ‘Kunst, een uiting van onze ziel’, maar begreep eerst even niet hoe daar een verband mee zou kunnen zijn.
Joke dacht aan wat Anton haar verteld had: “Stel jezelf vragen, je ziel weet de antwoorden.” Dat deed ze nu, ze vroeg zich hardop af: “Wat heeft het werk van een geneesheer, een arts te maken met kunst? In welke zin zou het genezen van een patiënt een uiting van je ziel moeten zijn?”
Het antwoord kwam direct: “Luister naar je ziel, volg je intuïtie, en je zult weten wat je moet doen, creatief, bij elke patiënt anders. Ziekten zijn grotendeels gevolg van emotionele verwonding. Patiënten hebben je zielskracht nodig, en je creatieve oplossingen.”
Joke typte, een eindje onder haar verhaal, alle woorden die naar boven kwamen. Als Jonathan straks thuiskwam, zou ze het hem vertellen. Maar toen de woordenstroom stopte, bedacht ze iets anders. Ze kopieerde het stuk tekst naar een groepsmail, die ze naar haar eigen email-adres en naar dat van Jonathan, van Anton en van Patricia stuurde.
Van Anton kreeg ze direct een duimpje terug, en hij schreef erbij: ‘Nooit zo over nagedacht, maar wat is dit waar! Fijn dat je het doorgeeft, ik ben benieuwd hoe Patricia en Jonathan dit ervaren.’
Het duurde niet lang voordat dat duidelijk werd. Van hen beiden kregen ze verraste reacties. Patricia schreef: ‘Ook nooit zo over gedacht, maar ik voel dat het klopt, dit is hoe we er al een beetje mee bezig zijn.’ En Jonathan reageerde daarop: ‘Wow! Ik wil hier meer van, ik wil los van het systeem!’
.
Het had iets wakker gemaakt in Patricia en Jonathan en ze verlangden ernaar om daar met z’n vieren over te kunnen praten. Anton en Joke vonden dat een prima idee, en ze spraken af voor de volgende avond.
Ze kwamen bij elkaar in het huis van Patricia, waar Anton inmiddels ook woonde, en tussendoor nog rustig bezig was meer van zijn spullen er naar toe te verhuizen. Joke voelde hoe goed het was, dat Anton hier nu woonde. Ze hadden allebei hun plek gevonden en waren elkaar niet uit het oog verloren, waren nog steeds op een bepaalde manier geliefden, op een manier die geen schade toebracht aan hun nieuwe relaties, maar die eerder versterkte. Het was niet uit te leggen, zelfs niet aan elkaar, maar ze ervaarden dat het zo werkte, en ze waren daar ontzettend blij mee!
Anton vroeg de beide zorgverleners hoe zij de afgelopen jaren hun werk ervaren hadden.
Jonathan reageerde: “In het begin, vooral tijdens mijn opleiding, had ik nog wel vragen, maar ongemerkt, zie ik nu achteraf, heeft het systeem me ingekapseld, en werkte ik domweg volgens het systeem, volgens een soort stappenplan, een schema. Ik wist meestal gewoon wat ik doen moest, en deed dat. Ik ben gelukkig nooit mijn hart voor de patiënten verloren, kon bij degenen die geen al te grote muur om hun hart hadden opgebouwd, makkelijk contact leggen. Ik vond het fijn als ik mensen gerust kon stellen, dwars door alle ellende waar ze in zaten, heen. Gewoon luisteren, even bij hen zijn. Dat werd na verloop van jaren lastiger, omdat er nauwelijks tijd voor was. Maar juist in de laatste paar jaren ervaar ik dat mijn ziel aan het genezen is van allerlei ellende van het verleden, en dat mijn ziel krachtiger optreedt naar onze patiënten. Nou, Joke heeft dat ervaren, toen ik mijn hand voorzichtig op haar beenbreuk legde. Nee, de breuk herstelde er niet van, maar de pijn was vrijwel weg. En dat maakt dat de patiënt zich meer kan ontspannen, en dat bespoedigt het genezingsproces. Ja, dat laatst is iets wat we weten vanuit de psychologie, maar wat ik ook in mijn binnenste ervaar dat dat klopt. De laatste tijd leg ik mensen geen handen meer op, en jij ook niet he, Patricia, we zijn krachtiger geworden en daardoor is het mogelijk om alleen onze gedachten op de patiënt te focussen, waardoor er heel regelmatig al verandering optreedt. Zoals laatst bij die spugende patiënt…”
Hij keek Patricia aan, verwachtend dat ze dat nog wel een keer wilde delen. En dat deed ze met veel plezier. Samen genoten ze van de sterker wordende kracht, de prachtige resultaten.
Patricia vervolgde: “Dit heeft wel tot gevolg dat ik er echt naar verlang dat we hier nog veel krachtiger in worden. We hebben met onze eed, de eed van Hippocrates, beloofd dat we zullen doen wat we kunnen ten dienste van onze medemens. Zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. We stellen het belang van de patiënt voorop en eerbiedigen zijn opvattingen. We zullen aan de patiënt geen schade doen. Op zich zijn dat mooie woorden, en daar sta ik helemaal achter, maar… en dit is een belangrijk punt, wie was Hippocrates en wat leerde hij? Het meest beroerde van wat hij leerde, was het systeem van diagnoses stellen op basis van symptomen en daarbij de behandeling zoeken. Hij was een man die absoluut niets te maken wilde hebben met wat hij bovennatuurlijk, tovenarij of godsdienst noemde. Nou hou ik ook niet van religieuze uitingen van het bovennatuurlijke, ben ik er zelfs van overtuigd dat die dingen juist heel veel narigheid in de mensen hebben veroorzaakt, maar hij schakelde daarmee ook de kracht die we in onze ziel hebben uit. Daarom ben ik soms wel wat huiverig voor de gevolgen van wat we doen, vooral als het gaat om reacties van collega’s. Maar de innerlijke drang om mijn intuïtie en mijn indrukken te volgen, wordt wel steeds sterker. We gaan daarmee niet in tegen de eed van Hippocrates, maar wel tegen zijn leringen en manier van werken. En daarnaast hebben we te maken met het zakelijke aspect, het winstbejag. Er is binnen de zorg een enorm systeem opgezet om er geld aan te verdienen. En nee, volgens mij heeft Hippocrates daar niets mee te maken, integendeel, die man zou zich waarschijnlijk omdraaien in zijn graf als hij kennis zou maken met ons systeem van zorgverlening, met de focus op grote hoeveelheden geld verdienen, maar het is wel iets waar wij als zorgverleners door vast gezet zijn. Eigenlijk, en dat meen ik serieus, zou ik er wel uit willen stappen en op zoek willen gaan naar andere mogelijkheden. Maar ik zou niet weten wat en hoe. Ik broed er nog wel even op door!”
Joke zat met een frons in haar voorhoofd te luisteren. “Ik had er wel van gehoord, van dat verdienmodel, dat jagen naar winst. Maar ik besef nu pas goed, dat dat betekent dat je dus eigenlijk verplicht bent om het schema van het ziekenhuis te volgen, want anders verdienen ze er minder aan. Doordat Jonathans zielskracht mijn pijn wegnam, konden ze me niet volstoppen met pijnstillers. Nou zullen pijnstillers niet zo ongelofelijk veel winst opleveren, denk ik, maar het gaat me even om het principe. Dat kon nog wel eens de eerste oorzaak zijn waardoor je problemen krijgt als ze ontdekken wat jullie doen. Ik vind het prachtig dat jullie kracht inmiddels al zo sterk is, dat je dingen kunt doen door alleen maar te focussen. Daardoor kunnen jullie collega’s er niet zo makkelijk achter komen wat er gebeurt, wat jullie doen, maar ik vermoed dat er een moment gaat komen dat je er niet meer omheen kunt, dat ze vragen gaan stellen. En dan?”
“Dan komen we bij wat ik net zei, dat ik er wel eens over zit te denken om eruit te stappen en andere mogelijkheden te gaan zoeken. Dan komt het zover dat we geen andere keuze hebben,” zei Patricia.
Anton knikte: “Dat klopt, ik denk dat het wel een keer zover gaat komen. Financieel hoeft dat voor ons geen probleem te zijn, we kunnen best verder met mijn inkomsten. Maar hoe zou dat bij jullie zijn, Jonathan, Joke?”
“Moeilijker,” reageerde Jonathan, “dan zouden we moeten rondkomen van de inkomsten van Jokes boekenverkoop. Heb jij een beetje zicht op de verkoop van jouw boeken, Joke? Zit daar een stijgende lijn in?”
“O ja, zeker wel, al moet ik zeggen dat er niet heel veel overblijft per boek. Het is een leuk zakcentje, ik geloof iets van vijf of zes euro dat ik per boek overhoud. Alle onkosten en belasting zijn daar al af. Bert en Annelies hebben daar een rekenschema voor op hun computer. Ik zie dat de verkoop best stijgt, maar nog niet genoeg om ervan rond te komen. Gelukkig gaat het goed met mijn boek over de zorg. Nog een paar weken, dan kan ik dat ook naar Annelies doormailen, zodat ze het kan lezen en het boek kan drukken. Dan gaat de verkoop waarschijnlijk weer iets omhoog.”
“Simon van Bloemenhof had de indruk gekregen dat de galerie ooit in een groot gebouw terecht zou komen, een soort museum dus. Daar zouden je boeken ook verkocht kunnen worden. Je zou dan meer mensen bereiken die gaan overwegen om ze te kopen,” opperde Anton. “Maar ik begreep van Simon ook, dat het nog wat jaren zou kunnen duren, voordat het zover is. Er zou eerst meer emotionele genezing moeten zijn, zoiets was in hem opgekomen. Laten we in elk geval eens gaan rondkijken of er mogelijkheden zijn om je boeken meer bekendheid te geven.”
“Dat zou mooi zijn…” antwoordde Joke.
.
Jonathan en Patricia voelden zich gesterkt door Joke en Anton en door elkaar, en kregen een steeds dieper verlangen om echt door te breken. Het voelde als een gevangenis om binnen de kaders van het systeem te werken.
Anton deed wat hij wel vaker deed als hij ergens tegenaan liep. Dan zocht hij contact met zijn soulvriend Huib. Hij belde hem en legde hem voor wat er gaande was. Huib was om te beginnen laaiend enthousiast over wat er tot nu toe al gebeurde, maar begreep ook dat Jonathan en Patricia naar meer verlangden. Huib dacht meteen aan Maurice en Jacqueline, gaf hun telefoonnummer aan Anton, zodat hij met hen kon overleggen of ze misschien konden helpen.
Anton besloot meteen te bellen, gewoon om te vertellen wat er gaande was en om te vragen of ze misschien konden helpen. Maurice vertelde dat ze, als ze wilden, gerust bij hen langs konden komen, eventueel bij hen konden logeren, maar dat ze ook met elkaar zouden kunnen spreken via een Zoom samenkomst. “De techniek staat tegenwoordig voor niets!” lachte hij. “Lijkt je dat wat? Of komen jullie liever langs?”
Ze spraken af, gezien de wisselende diensten van Patricia en Jonathan, dat het makkelijker was om via Zoom elkaar te ontmoeten. Zo gebeurde het dat ze een paar dagen later allemaal via de App met elkaar in contact waren, even onwennig, maar allemaal al snel op hun gemak. Hun echte connectie met elkaar was duidelijk aanzienlijk sterker dan het ongewone van zo’n Zoom-samenkomst.
Jacqueline nam al snel na de kennismaking het woord. “Waar jullie allebei mee zitten, is het systeem dat Hippocrates begonnen is, het systeem van alleen kijken naar het lichamelijke, en daarnaast het verdienmodel, het zakelijke systeem. We hebben ons er de afgelopen jaren meermalen over verbaasd hoe sterk dat is in ons zorgstelsel. Macht en geld, dat duo heeft een bijzonder duistere connectie en heeft ook de zorgverlening in de greep. Die beide systemen hebben jullie achter de tralies gezet, waardoor jullie in elk geval officieel geen bewegingsvrijheid buiten die kooi hebben. Dat maakt dat jullie, hoe mooi het nu ook al is, de kracht van jullie ziel niet voluit kunnen laten stromen. De kooi in jullie zelf houdt dat tegen. En daarom is het nodig dat die kooi nu openbreekt, niet alleen het deurtje openzet, maar dat de kooi helemaal afbreekt, zodat jullie je vleugels uit kunnen gaan slaan in jullie werk.”
Jacqueline en Maurice hielden hen goed in de gaten, zagen dat Jonathan en Patricia moeizame bewegingen maakten. Ze focusten op hen beiden en zagen dat ze allebei ontspanden.
“Pfff,” zei Jonathan, “dat voelde even heftig, pijnlijk zelfs!”
Patricia bevestigde dat: “Nou, gelukkig duurde het maar even. Volgens mij maakten jullie focus daar al snel een eind aan.”
Maurice grijnsde ondeugend: “Jackie, we zijn betrapt, die dokter heeft ons in de gaten!”
Ze lachten en wachten nieuwsgierig af of er nog meer zou gebeuren.
“Eigenlijk is er verder op dit moment niet veel te doen. Weet je wat ik verwacht? Dat de persoonlijke dingen waar jullie nog mee lopen, vanzelf zullen afbreken als jullie zielswerk de komende dagen gaat toenemen. Mochten jullie nou toch nog tegen dingen aanlopen, laat het ons dan weten! Wacht, Joke, vanuit jouw ziel komt een woordenstroom, maar je onzekerheid of je ze wel op de juiste manier naar buiten kunt brengen en of mensen wel op jouw woorden zitten te wachten, maakt dat ze regelmatig haperen. Als een afvoerbuis verstopt is, doe ik er soda en schoonmaakazijn in als ontstoppers. Dat doe ik nu in geestelijke zin met jouw toevoerbuis, zodat je woorden meer en meer zullen stromen, gewoon zoals ze komen vanuit het diepst van je ziel, dat ze zo naar buiten zullen komen.”
Joke vertelde dat ze die hindernis inderdaad nog steeds ervaarde.
“Ik vermoed dat dat binnenkort verleden tijd is. Laat het ons weten, lieve mensen, hoe het verder met jullie gaat! En Anton, ik heb voor jou op dit moment niets, maar ik wil je bedanken voor het werk dat je de afgelopen jaren gedaan hebt voor je vorige partner. Dat was, als ik het goed begrijp, niet Patricia, klopt dat?”
Anton glimlachte en knikte: “Joke en ik zijn jarenlang getrouwd geweest, en die relatie is begonnen met een indruk die ik kreeg, dat ik haar mocht helpen om volledig tot bloei te komen. Vanaf het moment dat ik ‘ja’ zei tegen die indruk, werd ik overweldigd met liefde voor haar, ondanks dat ik na verloop van tijd doorkreeg dat we geen soulmates waren. Kort na de jaarwisseling heeft ze in Jonathan haar soulmate ontmoet, en nadat ik het een paar weken moeilijk gehad heb om het feit dat ik haar moest loslaten, herkende ik mijn soulmate in Patricia.”
“Geweldig, Anton,” reageerde Maurice, zichtbaar ontroerd. “Geweldig, dat is echt zielswerk, zielstiming!”
“Je hebt het fantastisch gedaan Anton, je hebt Joke enorm geholpen in haar innerlijke genezing en je hebt haar tot bloei gebracht. Dat klopt toch, he Joke?” vroeg Jacqueline.
“O ja, zeker weten! Ik ben van een zwaar verwonde jonge vrouw veranderd in een vrouw die weet wat ze wil, die haar kern heeft leren kennen. Alleen dat onzekere in het schrijven, dat is weliswaar veel erger geweest, maar het was nog niet helemaal weg. Ik ben heel benieuwd hoe dat nu verder gaat. Ik zal het jullie zeker laten weten!”
.
Nog geen week later begonnen enkele collega’s van Jonathan en Patricia vragen te stellen. Dingen verliepen anders dan ze gewend waren, en ze hadden de indruk dat zij beiden ermee te maken hadden. Ze werden door het afdelingshoofd op het matje geroepen, ondervraagd en berispt.
Als weerwoord vroeg Patricia: “Wat kan ik doen tegen de kracht van mijn ziel?”
“Gehoorzamen, je weet dat je je aan de regels moet houden!”
“Maar hoe zit het dan met de eed die we afgelegd hebben? We hebben beloofd, dat we zouden doen wat we kunnen ten dienste van onze medemens, we zouden het belang van de patiënten vooropstellen, voor hen zorgen, hun gezondheid bevorderen, hun lijden verlichten en hen zeker geen schade doen. Op grond daarvan vraag ik je wat we dan verkeerd doen? Heb je klachten van patiënten gekregen?”
“Nee, dat niet, maar je weet ook dat je je aan de reglementen van het ziekenhuis moet houden, dat je de protocollen zoals die gelden moet volgen. Dus ik stuur jullie weg met een waarschuwing, stop met wat jullie gedaan hebben met wat jullie zielskracht noemen. Ik noem dat toverij! En dat is, als je het dan toch over Hippocrates hebt, absoluut iets wat we hier niet kunnen tolereren. Hippocrates had dat al gezien, dat toverij absoluut uit den boze was. Jullie hebben dankzij hem geleerd hoe je diagnoses moet stellen en hoe je de patiënten moet helpen en verzorgen. Hou je daaraan!”
Patricia en Jonathan werden weggestuurd, besloten er nog even niet met elkaar over te spreken, maar na werktijd in het huis van Jonathan en Joke samen te komen. Ze stuurden hun partners een berichtje hierover en gingen verder met hun werk.
Aan het eind van de middag waren ze alle vier present. Joke had een pan soep en broodjes geregeld, zodat ze tijdens de maaltijd in alle rust verslag konden doen van het gesprek met van het afdelingshoofd.
“Nou ja, gesprek… ik versta daar eigenlijk iets anders onder. Er was duidelijk geen connectie, maar dat was ons al bekend. Het is ons verboden om nog langer met ‘die zielskracht’ iets te doen, dat zou toverij zijn,” vertelde Jonathan.
“Ja, dat klopt,” reageerde Patricia, “dat vindt zij, maar de grap is, dat ik na dat zogenaamde gesprek voor het eerst merkte, dat ik niet meer hoefde te focussen, maar dat er gewoon gebeurde wat nodig was. Het leek wel of ik in een volgende versnelling gezet was. Dus ik kan het niet meer tegenhouden! Niet dat ik dat zou willen, maar het betekent wel dat hier problemen van zullen gaan komen.”
“Had jij dat ook?” vroeg Jonathan verbijsterd. “Ik dacht dat ik het me verbeeldde. Het was zo gek, ik kwam bij een patiënte die behoorlijk kramp in haar buik had, en ineens keek ze me verbaasd aan en zei dat het weg was. En toen dacht ik bij mezelf: dat is gek, ik heb me er helemaal niet op gefocust, ik was nog met mijn gedachten bij de woorden van het afdelingshoofd. Oké, we hebben dus promotie ontvangen!”
Anton had hen stilzwijgend gevolgd en kwam nu overeind, in actie. “Jullie komen nu dus echt op gevaarlijk terrein, tenminste naar het idee van jullie afdelingshoofd. Dat is de ene kant. De andere kant is, dat ik jullie zou willen aanraden, om vanaf nu jullie ervaringen op te gaan schrijven, het liefst in Word of zo, zodat je het makkelijk in een map kunt opslaan. Orden het naar datum of naar soort genezing, wat je maar handig lijkt, maar doe er wat mee, zorg dat je het op een rij hebt. Er komt nog een idee in me op, maar daar is het nu de tijd nog niet voor. Joke had ontdekt dat jullie werk ‘geneeskunst’ genoemd wordt, en dat dat feitelijk betekent, dat jullie werk een uiting van jullie ziel zou moeten zijn. Nou, bij jullie beiden is dat overduidelijk het geval inmiddels. Dus in theorie zouden jullie aansluiting moeten kunnen vinden bij de galerie. En terwijl ik zit te praten, komt er het volgende boven: Als jullie, ieder persoonlijk of gezamenlijk, daar moeten jullie zelf uitkomen, een website zouden maken, en daar al jullie ervaringen op vertellen, dan zou je een contactpagina erop kunnen maken, zodat mensen jullie om informatie of hulp kunnen vragen, en ik denk op diezelfde pagina een mogelijkheid om te doneren. Denk daar eens over na, over hoe je ermee om wilt gaan als je mensen hulp verleent buiten het systeem om, of je daar geld voor gaat vragen of vrijwillige donaties. Nou goed, zo’n site kun je nu dus nog niet maken, omdat je dan direct al in de problemen komt op je werk, maar zodra je ontslagen wordt, of zelf ontslag neemt, kun je die website direct vullen met de verslagen die je in Word gemaakt hebt. Vervolgens kunnen we aankloppen bij de mensen van de galerie, hen uitleggen hoe we het woord ‘geneeskunst’ zien en vragen of zij diezelfde link leggen en jullie verslagen willen toevoegen op hun site, met verwijzingen naar jullie website. Zoiets… Het lijkt wel of Jacqueline bij mij ook die doorstroom bevorderd heeft, ik heb normaal nooit zulke woordstromen! Wat denken jullie ervan? Hebben jullie er een klik mee?”
Patricia knikt: “Absoluut! Ik vraag me af of we al een opzet voor een website zouden kunnen maken, zonder dat die openbaar wordt. Dan zouden we elk Word-bestandje vast daarin kunnen opnemen.”
“Ik zal Huib eens bellen om te vragen of dat bij die website die zij gebruiken mogelijk is,” zei Anton, stond op en liep naar de keuken om Huib te bellen. Hij vertelde hem over de Zoom-samenkomst die ze gehad hadden en dat Patricia en Jonathan daardoor al sterker waren geworden. Hij vertelde dat ze op het matje geroepen waren en dat ze daarna allebei ervaren hadden dat alleen hun aanwezigheid al voldoende was om dingen te laten gebeuren die het afdelingshoofd tovenarij zou noemen.
“Geweldig man! Maar dan lopen ze dus de kans dat ze ontslagen gaan worden?” vroeg Huib.
“Klopt, ik vermoed dat het die kant op zal gaan,” zei Anton en legde hem uit welke indrukken hij rond een eigen website en eventueel de galerie had gekregen.
“Wat betreft de galerie, dat laten we nu nog maar even los. Ze gaan eerst hun ervaringen in Word zetten, maar zouden eigenlijk ook al graag de opzet van een website gaan maken. Wat denk je, die website die jullie gebruikt hebben om de galerie-website te maken, zou die voor hen ook geschikt zijn? Kunnen ze die ook maken, bewerken en ondertussen nog niet online zetten?”
“Zeker weten! Ze zouden allebei een eigen pagina kunnen maken voor hun getuigenissen, ervaringen. Daarnaast een contactpagina en misschien ook een pagina waarop ze aangeven hoe mensen hen financieel zouden kunnen ondersteunen. Ach, dat zou ook op de contactpagina zelf erbij kunnen. En zelfs onder de getuigenissen, nog veel makkelijker. Plaats een getuigenis, daaronder in iets kleinere letters of in een andere kleur zo’n tekst als ‘wilt u ons financieel steunen?’ en dan hun rekeningnummer. Ja, ik zou dat bij elk getuigenis er onder zetten, wel zo makkelijk. Die website die wij gebruikt hebben, is daar echt ideaal voor. En gratis, wij hebben nu wel een abonnementje, omdat we iets uitgebreid hebben, maar voor wat Patricia en Jonathan willen, kunnen ze volgens mij de gratis versie prima gebruiken! Ik mail je zo de gegevens wel even, en ze kunnen me altijd bellen als ze wat begeleiding nodig hebben. Zelf uitzoeken kost best even tijd, terwijl ik hen in een paar minuten kan uitleggen hoe het werkt.”
“Heel fijn Huib, ik zal je mail dan wel naar hen doorsturen! Bedankt!”
“Heel graag gedaan, en zeg hen maar dat ik ontzettend blij ben met wat ze doen. Dit is een stap in de goede richting van een volledig herstel van ons land!”
“Zo had ik het nog niet bekeken, maar ik ben het helemaal met je eens!”
.
Anton stuurde even later de mail die hij van Huib kreeg naar Patricia en Jonathan door en verzekerde hen ervan dat ze Huib echt moesten bellen als ze met de site aan de slag gingen!
Patricia en Jonathan spraken af, dat ze een gezamenlijke website zouden gaan maken, met ieder een eigen pagina vol verhalen van wat ze zoal hadden meegemaakt. Het leek hen slim om eerst eens flink aan het typen te gaan, en dan samen Huib te bellen om onder zijn leiding met de website te gaan stoeien.
.
Ze merkten dat het beschrijven van de getuigenissen niet eens zo veel tijd kostte als ze gedacht hadden. Herinneringen kwamen vrij spontaan boven en hun mapjes met verhalen groeiden al aardig.
Ze waren het erover eens geweest dat ze de getuigenissen op datum zouden ordenen, en hadden overlegd hoe ze dat het makkelijkst in hun computer konden opslaan. Het bleek allemaal eenvoudiger te zijn dan ze hadden gedacht.
Daarna kwamen ze weer bij elkaar in het huis van Jonathan en belden Huib. Hij had wel even tijd, ging achter zijn computer zitten en hielp hen op weg om een paar pagina’s te maken en om alvast het eerste bestandje van Jonathan erop te zetten.
“Niet te geloven,” riep Patricia halverwege het gesprek uit, “dit is gewoon kinderwerk joh, zo supersimpel!”
“Ja, valt best mee he,” zei Huib. “En als je even wilt kijken hoe het er voor een bezoeker van je website er uit komt te zien, zet je je pagina dan gewoon even aan. In theorie zouden mensen het kunnen vinden, maar zolang jij er geen reclame voor maakt op de sociale media of zo, dan zal niemand er naar zoeken. En als je op de Edit-site op het mobiel-tekentje links bovenaan klikt, krijg je te zien hoe het er op een mobiel uit komt te zien. Probeer maar even.”
Jonathan voerde uit wat Huib gezegd had. Ze ervaarden beide mogelijkheden, weergave op de monitor van de computer en weergave op de mobiel, als goed leesbaar en mooi overzichtelijk.
Na een kwartiertje, waarin Huib hen ook wat extra dingen leerde, zoals het toevoegen van afbeeldingen, het gebruik van verschillende lettergrootte en letterkleuren, hadden ze de opzet al klaar. Verder adviseerde hij hen om bij elk getuigenis even van de klacht van de patiënt bovenaan te zetten, als een soort titel, misschien in een andere kleur of zo.
Jonathan en Patricia bedankten Huib, zetten hun pagina’s weer op ‘uit’ en gingen aan de slag met de verslagen van Jonathan. Toen hij er mee klaar was, verraste Patricia hem door te laten zien dat ze al haar verslagen via mail naar hem toe had gestuurd voordat ze naar hem toe was gegaan. Zodoende konden ze ook haar verslagen er alvast opzetten.
Een paar dagen later was hun website ‘Geneeskunst, een uiting van onze ziel’ in opzet klaar voor gebruik en voorzien van de nodige getuigenissen. Ze hadden onder elk getuigenis in een andere kleur de vraag ‘Wilt u ons financieel steunen?’ en daaronder hun rekeninggegevens gezet. Ze hadden intussen ontdekt dat dat blokje tekst heel makkelijk elke keer te kopiëren was en dat de kopie dan verschoven kon worden naar het volgende getuigenis.
“Zeg Jonathan,” begon Patricia, “ik zie nu al een probleempje opdoemen.”
“Ik ook,” zei Jonathan, “maar vertel jij maar eerst.”
“Dit gaat een belachelijk lange lijst getuigenissen worden. Prachtig natuurlijk, maar de hele verzameling staat hier onder elkaar. Kunnen we niet beter sub-pagina’s maken, waarin we of per onderwerp, de ziekte of de symptomen of zo, of per maand gaan werken?”
Jonathan grinnikte: “Dat is zoiets als ‘je neemt me de woorden uit de mond’!”
“Of nog beter: ‘twee zielen, één gedachte’!” lachte Patricia. “Wat lijkt jou het beste, per onderwerp of per maand?”
“Als ik me probeer in te leven in een bezoeker van onze website, dan zou ik denken dat ze meer gebaat zijn als we het op onderwerp sorteren. En als we dat zouden doen, dan staan we nog voor de vraag hoe we dat gaan doen. Gaan we sorteren op diagnoses, of op symptomen?”
“Ik ben het met je eens, maar het lijkt me best lastig om het zo op te splitsen. Eigenlijk zouden mensen met een zoekopdracht over de site moeten kunnen surfen. Als dat kan, kunnen we gewoon volstaan met sub-pagina’s per maand.”
Ze zochten verder, en vonden de mogelijkheid om een zoekopdracht op elke pagina te plaatsen. Alleen kon dat niet in de gratis versie, dan moesten ze een abonnement nemen.
“Het is op zich niet duur, zeker niet als je bedenkt dat we het bedrag samen zouden betalen,” vond Patricia, “maar als we ontslag krijgen, heb jij eigenlijk geen financiële basis meer, dus ik wil jouw mening over een abonnement eigenlijk als doorslaggevend beschouwen.”
Jonathan knikte nadenkend. “Laten we de getuigenissen per maand er op gaan zetten, afwachten hoe het gaat, en dan later alsnog besluiten of we dat abonnement nemen. Ik bedenk trouwens net, dat onze ziel zich volgens mij niet zoveel aantrekt van symptomen en diagnoses, maar gewoon doet wat hij moet doen. Dus zoeken op symptomen en diagnoses heeft eigenlijk geen zin. Alleen zullen de meeste patiënten dat niet beseffen. Als we op onze Visie-pagina erbij beschrijven hoe onze ziel ermee omgaat, hebben we helemaal geen zoekopdracht nodig.”
“Goed idee, en dan nog wat… hoe gaan we het praktisch doen? Laten we de mensen bij jou of mij thuis komen?”
“Ja, dat is ook een goeie. Wij hebben wel een kamer over, maar dat is boven, dat lijkt me niet handig. En bij jullie?”
“Wij hebben de mogelijkheid om een kleine aanbouw te maken. Klein, maar groot genoeg voor het doel. Ik zal het met Anton overleggen. Joh, denk je trouwens dat dat nodig is? Ik bedoel, als we het bijvoorbeeld via Zoom zouden kunnen doen, zoals met Maurice en Jacqueline. Zou dat geen optie zijn?”
“Natuurlijk, dat zou volgens mij prima kunnen, misschien zelfs wel via de telefoon, alleen stemgeluid. En uiteindelijk misschien wel alleen op basis van de email die mensen sturen. Laat die aanbouw nog maar even zitten. Ik geloof niet dat we die nodig hebben!” zei Jonathan.
Patricia glimlachte. “Terwijl je sprak, ervaarde ik, dat het daadwerkelijk zo simpel gaat worden! In elk geval in een heleboel gevallen. Er komt me even dat beeld van Jokes beenbreuk voor ogen. Hoe zou het werken als iemand ons benadert met zo’n breuk?”
Jonathan barstte in lachen uit: “Gewoon een beetje krikkrak? Nee, zonder dollen, ik heb geen idee! De tijd zal het leren, of sterker nog… onze ziel zal het ons leren als het zover komt!”
.
Ze gingen allebei gewoon door met hun werk in het ziekenhuis, ondertussen dankbaar voor de website die helemaal klaar was voor de start.
Ze hadden weer plezier in hun werk, ondanks dat collega’s hen soms vreemd en vragend aankeken, hen een beetje als aliens begonnen te behandelen. Ze trokken zich er niets van aan, voelden zich sterk en zeker in wie ze waren en in wat ze deden, bleven vriendelijk, bleven overleggen zoals ze gewend waren en werkten in een rustig, maar stevig tempo door. Ze legden, net als voorheen, makkelijk contacten met de meeste patiënten en genoten als patiënten aangaven dat er iets bijzonders gebeurd was, pijn ineens verdwenen was of dat één van hun collega’s gevraagd had hoe het kwam dat hun herstel zo extreem vlot verliep. Inwendig lachten ze van blijdschap om die verhalen, maar vroegen zich ondertussen af hoelang het nog zou duren voordat de bom zou barsten.
Op een dag vertelde een patiënte aan Jonathan, dat een collega van hem gevraagd had hoe het kwam dat zijn pijn ineens weg was geweest, of Jonathan of Patricia misschien iets vreemds had gedaan. De patiënte had verwonderd gereageerd, dat Jonathan normaal met haar omging en dat ze Patricia al een paar dagen niet gezien had omdat ze vrije dagen had. En nu vroeg ze Jonathan verbaasd, waar dat over ging, waarom die vraag gesteld was.
Jonathan grinnikte en zei: “Ze denken dat we heksen, of magiërs zijn, dat we toverkracht hebben. En dat vertrouwen ze niet. Maar ik verzeker u, ik heb geen toverstokjes, geen keteltjes om kruidendrankjes in te brouwen en ik ben gewoon op de fiets naar mijn werk gekomen. Ik heb nooit iets gezien in bezemstelen, ik vind dat gewoon geen fijn vervoermiddel.”
De patiënte lachte zo hard, dat de tranen over haar wangen biggelden. “Jij bent echt knetter! Denken ze echt dat jullie toverkracht hebben?”
“Ja, en ze vertrouwen het niet. Volgens mij doe ik gewoon mijn werk, en Patricia ook.”
“Dat zou ik ook denken, en als je toch een kracht uitstraalt, dan is het in elk geval een goeie kracht die mij geholpen heeft!”
Jonathan glimlachte: “Laten we het daar dan maar op houden… Ik ga weer verder, mijn andere patiënten wachten op me!”
.
Ondanks verwonderde reacties van patiënten op de vragen van collega’s, en ondanks geheime onderzoekjes van het afdelingshoofd, kwamen ze er niet uit, konden ze niet ontdekken wat er aan de hand was. Het afdelingshoofd riep Patricia en Jonathan opnieuw bij zich, stelde dat ze merkte dat er meer en meer wonderlijke dingen gebeurden en probeerde hen uit te horen over hun werkwijze. Het enige antwoord wat ze kreeg was, dat ze gewoon zichzelf waren en hun werk deden.
De volgende stap die het afdelingshoofd maakte, was dat ze probeerde hen dingen te laten doen, waarvan ze vermoedde dat ze er misschien bezwaar tegen zouden maken, of dat ze hen er op zou kunnen betrappen dat ze het niet deden of niet goed deden. Jonathan en Patricia deden echter gewoon hun werk. Het enige waar ze soms tegenaan liepen, was dat ze volgens de protocollen patiënten bepaalde medicijnen zouden moeten geven, die ze niet meer nodig bleken te hebben. Dan ontstond er elke keer een woordenwisseling met collega’s, en meestal ook met het afdelingshoofd.
Jonathan en Patricia begonnen het behoorlijk vervelend te vinden en kregen minder plezier in hun werk. Ze vroegen Anton en Joke erbij voor overleg met z’n vieren. Anton en Joke hadden natuurlijk alles al op de voet gevolgd, maar nu Jonathan en Patricia steeds meer in het nauw gedreven werden, en ze niet echt graag meer naar hun werk gingen, vroegen ze zich samen af of het niet tijd geworden was om er een punt achter te zetten.
Nadat ze alle voordelen en nadelen besproken hadden, voelden ze allemaal in hun hart dat het inderdaad zo ver was. Omdat het bepaald geen kleine stap was, besloot Patricia te bellen met Jacqueline. En dat deed ze terplekke, terwijl de anderen er stilletjes omheen zaten.
Jacqueline nam op en zei: “Ha Patricia, het is zover he, tijd om te stoppen…”
Patricia was stomverbaasd: “Wat bedoel je?”
“Ik zag je naam in het venster van mijn mobiel en wist dat het tijd was om te stoppen, om ontslag te nemen. Hoe voelt dat voor jou?”
“Nou, eigenlijk hebben we het er daarnet met z’n vieren over gehad en waren we inderdaad tot die conclusie gekomen. Ik besloot je te bellen, om te kijken of het volgens jou ook klopte.”
Jacqueline schaterde! “Zo komisch he, hoe onze ziel werkt, hoe onze ziel precies weet wat we moeten zeggen! En nu verder? Wat zijn jullie plannen?”
“We zijn al een poosje bezig met een website, dezelfde type website als die van de galerie. Jonathan en ik hebben allebei een pagina op die site gemaakt, en daarop plaatsen we de verhalen van onze ervaringen, een soort getuigenissen. Verder hebben we een pagina erop over onze Visie, en een contactpagina, en overal zetten we er een oproepje bij om ons financieel te steunen. Ik denk dat die site maar eens de lucht in moet.”
“Dat lijkt mij ook! En weet je, het leuke vind ik, dat niemand jullie wat kan maken. Je doet immers niets?”
“Nee, klopt, een patiënte van Jonathan was ondervraagd door een collega, over hoe het kwam dat ze zo extreem snel opknapte. Die collega had gewoon gevraagd of Jonathan of ik iets gedaan had, en erbij verteld dat ze ons niet helemaal vertrouwde. Die patiënte vertelde dat aan Jonathan, en vroeg wat er dan aan de hand was. Hij had gezegd dat onze collega’s dachten dat we toverkracht gebruikten, heksen of magiërs waren, maar dat we geen toverstokjes bij ons hadden, gewoon ons werk deden en op de fiets naar het ziekenhuis gekomen waren, omdat we niet van vliegen op een bezem hielden. Die patiënte moest er vreselijk om lachen, wist uiteindelijk nog niets, en niemand kan ons ergens op pakken. Ze proberen van alles, laten ons behandelingen uitvoeren waarvan ze vermoeden dat we dat niet willen doen. Hun probleem is, dat ze niet zien wat er aan de hand is, en dat ze er allerlei meningen en conclusies in leggen die nergens op gebaseerd zijn. Aan de ene kant een zielige bedoening, aan de andere kant vreselijk komisch. Maar goed, we merken dat steeds meer collega’s ons mijden als de pest, ons als aliens beschouwen of zoiets. De sfeer is gewoon verziekt. Dus we willen die website in werking gaan stellen, en op een paar sociale media bekend maken. En we overwegen om de site van de galerie te benaderen, tenminste, die webbeheerder, om haar te vragen of het hen wat lijkt als wij erbij komen.”
“Op de galerie? Hoe zie je dat dan voor je?”
“Nou, eigenlijk net zoals wij het op onze eigen site gedaan hebben, die getuigenissen erop zetten, en dan verwijzen naar onze eigen website.”
“Ja, dat kan ik begrijpen, maar welk verband zie je tussen een galerie en geneeskunde?” vroeg Jacqueline.
“Geneeskunde… grappig, dat is het officiële woord ja, maar Joke kreeg het woord ‘geneeskunst’ in gedachten, dat het op een bepaalde manier ook een uiting van onze ziel is.”
“Jullie hebben helemaal gelijk, echt geweldig! Patricia, dit is nou zoiets waar ik helemaal blij van word! Wil je me de link van jullie website sturen?”
“Doe ik! En bedankt weer, echt fijn dat jullie zo’n steun voor ons zijn!”
“We doen niets liever… tot ziens!”
.
Diezelfde dag nog zetten Jonathan en Patricia de website open, schreven samen een ontslagbrief en begonnen hun site op Facebook en Twitter te promoten.
Nadat alles afgerond was in het ziekenhuis, ze opgelucht en blij daar vertrokken, reden ze samen naar huis, kochten onderweg een prachtige ijstaart en besloten het die avond met Anton en Joke erbij te vieren.
Voordat ze de ijstaart aansneden, mailden ze de link van hun website door naar Ilse, deden haar in dat bericht het voorstel om de getuigenissen ook op de galerie-website te zetten met een link erbij naar hun eigen website. Ze legden uit hoe ze op het idee gekomen waren, naar aanleiding van het woord ‘geneeskunst’ en verwezen naar de naam van hun site: ‘Geneeskunst, een uiting van onze ziel’.
Ilse mailde terug: “Bedankt, ziet er prachtig en indrukwekkend uit! Ik wist dat de ziel tot veel in staat was, maar dit had ik nooit verwacht! Ik ga al onze kunstenaars even een mail sturen over jullie verzoek, omdat dit nogal een erg bijzondere vorm van kunst is. Jullie horen zo snel mogelijk van me!”
Nog geen uur later mailde ze terug, dat ze van alle kunstenaars verbaasde, verraste en absoluut positieve reacties gekregen had, en vroeg of het voor hen oké was, als ze op dezelfde manier als op hun eigen site, ook op de website van de galerie die twee pagina’s maakte voor hen beiden. Jonathan en Patricia vonden het prima en checkten zo nu en dan de site van de galerie om te kijken hoe Ilse bezig was.
“Die dame is er echt een kei in, wat een tempo!” zei Jonathan verbaasd.
Zodra alles op de galerie-website stond, stuurden ze haar allebei een bedankje met de complimenten voor haar supersnelle werk. Ze kregen allebei een duimpje terug.
Het laatste wat ze die avond deden op hun mobiel, was op hun accounts van sociale media melden dat ze nu deel uitmaakten van de galerie. Ze legden kort uit waarom geneeskunst ook werkelijk bedoeld was als kunst, als uiting van de ziel, en gaven de link van de galerie erbij.
.
Een paar dagen later kwamen bij zowel Patricia als Jonathan mailtjes binnen van mensen die ergens last van hadden. Ze hadden met elkaar afgesproken dat ze de mailtjes rustig zouden lezen en het bewust binnen zouden laten komen. Standaard antwoordden ze:
.
Hartelijk bedankt voor uw bericht!
Kunt u ons schrijven hoe het op dit moment met u gaat?
.
De antwoorden varieerden van ‘het gaat wat beter’ tot ‘het probleem is helemaal weg!’
.
Zodra ze tussendoor tijd hadden, schreven ze een kort getuigenis, zetten dat op hun eigen website en mailden het door naar Ilse.
De eerste week hadden ze het nog rustig, de tweede week kwamen er al meer hulpvragen, en zo liep het aantal gestaag op.
.
Aan het eind van de maand checkte Joke hun betaalrekening. Ze was verrast door het aantal donaties dat binnengekomen was, liet het aan Jonathan zien. Samen besloten ze dat het weer tijd was voor een gezamenlijk overleg, altijd een goeie reden voor een gezamenlijke maaltijd!
Ook Anton en Patricia bleken al aardig wat donaties gekregen te hebben.
Zowel Jonathan als Patricia telde de bedragen die die maand binnengekomen op en kwamen tot de conclusie dat het saldo voor de eerste drie weken absoluut bijzonder was!
Het was Joke, die een voorstel deed: “Ik weet dat de kunstenaars die hun spullen via de website verkopen, daar tien procent van aan Ilse geven, als een soort salaris voor al het werk dat ze voor hen doet. Ik zou het fijn vinden als wij dat ook kunnen doen, elke keer aan het eind van de maand tien procent van het totaalbedrag dat we ontvangen hebben, naar Ilse overmaken. Wat denken jullie ervan?”
“Wat ik denk?” begon Jonathan met een verdachte trilling in zijn stem. “Wat ik denk, is dat jij een geweldige vrouw bent, zoals je je innerlijk achterna gaat in je eigen werk en in het samenleven en nou ook hierin. Ik ben trots op je en ik ben blij met je voorstel. Ik voel met diepe zekerheid dat het goed is om dat te doen!”
Patricia en Anton keken elkaar aan, glimlachten en knikten. “Wij doen mee! Joke, heb jij het rekeningnummer van Ilse?”
“Jawel, maar ik stuur haar toch eerst even een berichtje…”
Ilse reageerde verrast, was er blij mee, ook voor henzelf, dat ze direct steun van hun patiënten kregen.
Jonathan en Patricia maakten allebei de beloofde tien procent meteen over.
“Wow, dit voelt zo geweldig goed, zo krachtig!”
Een ander idee borrelde op, bij Patricia: “Ik zou Maurice en Jacqueline ook graag een deel geven, zien jullie dat zitten, elke maand tien procent, dus hetzelfde bedrag dat we ook aan Ilse overmaken?”
Jonathan en Joke keken elkaar aan en schoten in de lach. “Dit is heerlijk goochelen met geld!” lachte Joke, “laten we dat doen!”
Ze bedachten een sluiproute, vroegen aan Karel of hij het rekeningnummer van zijn ouders had. Hij gaf het hen met plezier, waarna ze het geld meteen overmaakten, met als mededeling ‘bedankt voor jullie hulp!’ en ze stuurden er een mailtje achteraan, waarin ze uitlegden wat ze besloten hadden.
De reactie van Maurice en Jacqueline was ontroerend: “We hopen van harte dat andere zorgmedewerkers jullie voorbeeld zullen volgen. En we hopen dat op deze manier geld en goed zullen komen op plaatsen waar het nodig is. Wat wij over houden, weet z’n weg wel weer te vinden!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb