Hoofdstuk 32.

De onderwijsinspecteur

Vandaag hebben we het gesprek met de inspecteur van onderwijs, was de eerste gedachte waarmee Ineke wakker werd en op staande voet buikpijn kreeg. Ze wilde heel graag mee, maar zag er als een berg tegenop. Zo’n inspecteur, in de eerste plaats een man, als ze het goed begrepen had, in de tweede plaats iemand die zo’n controlerende, en dus intimiderende en misschien ook wel manipulerende functie had. Ze voelde zich er bij voorbaat al beroerd onder!

.

Tegen de afgesproken tijd zag ze Bea en Patrick met Rosalie aan komen lopen. Rosalie sloeg zwaaiend en als altijd huppelend af richting het huis van Margreet en Huib, terwijl Ineke de deur uitstapte en Bea en Patrick tegemoet liep.

“Ha Ineke, heb je er een beetje zin in, of zie je er net als wij tegenop?”

“Hoi! Net als jullie dat laatste! Er hangt zoveel van af he…”

“Precies,” zei Bea, “en ook dat gevoel dat het van die ene persoon afhangt. Dat voelt best intimiderend, alsof hij je een belangrijk stuk van je leven kan geven, of kan besluiten het van je af te nemen. Nou ja, we hebben alles mooi op papier, daar had hij al positief op gereageerd. We gaan ervoor!”

Ze wandelden naar het dorpscentrum, waar de inspecteur hen had uitgenodigd in het gemeentehuis. Ze werden vriendelijk ontvangen door een vrouw, van wie ze vermoedden dat ze een secretaresse was. De vrouw ging hen voor naar een kamer, wees hen een paar stoelen waar ze mochten gaan zitten en ging zelf achter het bureau zitten.

“De inspecteur die u had uitgenodigd, is helaas ziek. Hij heeft mij gevraagd om waar te nemen. Ik ben nog niet officieel inspecteur, ik loop stage bij de onderwijsinspectie, maar ik ben al wel bevoegd om dit gesprek te voeren en hem verslag te doen. Hij laat u trouwens weten, dat hij echt onder de indruk is van wat u hem geschreven heeft. Ik heb het er hier bij gepakt, en ik zie dat u dezelfde bijlage bij u heeft. Handig, dat praat makkelijker. Ik wil beginnen bij uw verzoek voor toestemming voor een ontdekkingscentrum. Daarnaast heb ik natuurlijk ook gelezen over Rosalie, dus dat neem ik in gedachten mee. Begrijp ik het goed, dat u beiden haar ouders bent en dat u de groepsleerkracht bent die in het centrum wil gaan meewerken?”

Omdat iedereen knikte, ging ze verder: “Weet u wat ik zo lastig vind? Dat u alles zo helder op papier hebt gezet, dat ik niet eens weet wat ik nog zou kunnen vragen! En om eerlijk te zijn, de inspecteur heeft me toevertrouwd, dat dat voor hem ook gold. Eigenlijk zijn we enerzijds geschrokken van uw visie op het onderwijs, van de ervaringen van Rosalie, en anderzijds verheugd dat u niet alleen die kant laat zien, maar ook met een geweldige oplossing komt. Ik zal u vertellen, toen ik alles gelezen had, ben ik in gedachten teruggegaan naar mijn eigen schooltijd, en ik moet bekennen… dat ik uw bezwaren herkende. Ook de gevoelens van Rosalie trouwens, dat gevoel van niet begrepen worden, niet kunnen zijn wie je bent. Toch hebt u, mevrouw Luchtenburg, die stap genomen om de opleiding voor leerkracht basisonderwijs te gaan volgen. Hoe bent u daartoe gekomen en hoe hebt u dat ervaren?” vroeg ze aan Ineke.

Ineke dacht kort na hoe ze dat wilde uitleggen. “Voordat ik dat probeer uit te leggen… ik zou het fijn vinden als u me Ineke noemt. Ik weet niet of dat voor jullie ook oké is?” vroeg Ineke aan Patrick en Bea.

Ze knikten. “Graag zelfs,” zei Bea, “dat klinkt net wat persoonlijker.”

“Oké, noemen jullie me dan alsjeblieft Anita, dan houden we het simpel!”

Vervolgens keek ze Ineke weer aan, die meteen reageerde: “Als ik in gedachten terugga, naar het moment dat ik een richting voor beroepsonderwijs moest gaan kiezen… ik wilde iets met kinderen doen, dat stond als een paal boven water. Het eerste dat in gedachten kwam, was basisonderwijs, leerkracht worden. Dat ik zelf geen fijne ervaringen had gehad in mijn kindertijd, spoorde me alleen maar meer aan, want ik wilde het anders gaan doen, ik wilde naast de kinderen staan, hen volgen. Ik hoorde op de opleiding ook termen als kindgericht onderwijs, kind-volgend onderwijs. Geweldig! Maar ik kwam er tijdens mijn stage al snel achter dat dat feitelijk niet mogelijk was door alle eisen die er van hogerhand gesteld werden. Alle lesboeken moesten aan het eind van het jaar uit. Dat alleen al. Toen ik dat hoorde, vroeg ik aan de directeur hoe het mogelijk was, dat van alle kinderen geëist werd om hetzelfde tempo maken en dezelfde weg te volgen. Geloofde hij dan niet dat elk kind anders was? Weet u wat hij zei? ‘Och ja, ieder mens is anders, maar zo moet het nou eenmaal.’ Het onderwijs was dus een systeem, en het systeem zette alles vast. Ik vond het een ellende, voor mezelf en voor heel veel kinderen. Een forse groep kinderen lijkt er geen last van te hebben, maar ik geloof daar niet in. Dat lijkt alleen maar zo. Er is namelijk nog iets, wat later pas blijkt, wat je op de middelbare school al merkt, namelijk dat als je dingen moet leren voor een repetitie of tentamen, je bijna direct daarna weer heel veel vergeten ben. Als ik terugdenk aan al die uren, zoveel uren, elke week weer, dat ik maar zat te leren, in m’n kop te stampen. Wat een ongelofelijke hoeveelheid tijd heb ik daarin gestopt, tijd en moeite. Het heeft me zoveel gekost. Ik had in die tijd dingen kunnen doen, en ook willen doen, die ik zelf leuk vond. En weet je, als het nou wat opgeleverd had, maar ik schat dat ik van de middelbare school en de beroepsopleiding zeker driekwart vergeten ben, eerlijk gezegd denk ik nog wel meer. Van de basisschool zijn vooral de meeste dingen rond rekenen, Nederlandse taal en schrijven wel blijven hangen, omdat je dat nog zo vaak gebruikt. Maar de rest? Het meeste ligt op de vuilnisbelt! ZONDE VAN MIJN KINDERJAREN!” zei Ineke langzaam en met grote nadruk. “Dankzij Rosalie heb ik gemerkt dat het zelf ontdekken een verlangen in me opriep. Ik wilde ook zelf ontdekken! Moet je nagaan, volwassen, maar ik herkende haar verlangen. Ik heb dat ook aangegeven naar mensen bij wie ik op het landgoed woon, landgoed Bloemenhof, bij dat pension. Ik heb gezegd dat ik wil ontdekken hoe het is om te tuinieren, om daar dingen te leren, en te kijken of ik het leuk vind. Ik heb dat inmiddels een uur gedaan, ben met de tuinman meegegaan. En ik heb dingen ervaren, gevoeld, door voelen en hardop denken dingen ontdekt. Ik weet nog niet of ik tuinieren echt heel leuk vind, ik heb vooral genoten van het ontdekken. Dat ga ik morgenochtend in de keuken van het pension ook doen. Dan ga ik de eigenaresse helpen met het bakken van een taart. Ik heb nog geen idee hoe ik dat ga ervaren, ik weet alleen dat haar taart altijd verrukkelijk is! Als de mijne goed lukt, breng ik die naar één van de huizen op het landgoed, omdat daar een vergadering is van kunstenaars. Als school zo was geweest, zou ik er naar uit gekeken hebben, zou ik er plezier in gehad hebben. Maar zoals de werkelijkheid van school is… het spijt me, het doet me alleen maar verdriet!”

Anita zag dat de tranen haar inderdaad in de ogen sprongen, en ze voelde dat het geen toneelspel was. “Wat ben ik blij voor je dat ‘ons geweldige onderwijs’ je niet zo afgestompt heeft, dat je niets meer wilt leren, niets meer wilt ontdekken. En Rosalie heb je dus ook al leren kennen?”

Ineke knikte. “Ja, nog niet heel erg goed, maar de kennismaking was heel speciaal. Ze is heel open, vraagt wat ze weten wil, denkt door, verzet zich als ze denkt dat dat nodig is.”

Ineke ervaarde een lichte schrik bij Bea, naast haar. “Niets ernstigs hoor. Margreet wilde de baby boven even ophalen en dacht dat Rosalie beter beneden kon blijven om haar broodje te smeren. Het was tijdens de lunch. En Rosalie weerlegde dat zo eenvoudig, helemaal niet opstandig: ‘ik kan mijn broodje ook smeren als jij Gloria voedt.’ Ik zag Margreet even denken, voordat ze haar toestemming gaf. En toen ze weer aan tafel zaten bood Rosalie aan om ook een broodje voor Margreet te smeren, omdat zij dat niet zelf kon doen terwijl ze Gloria ging voeden. Het was gewoon lief, maar ook heel zelfverzekerd. Rosalie is op een fijne manier heel vrij. Absoluut niet brutaal of drammerig. Ze hoeft ook niet te drammen. Ze leeft gewoon met de volwassenen mee. Dat ze geen peuterverdrag vertoont, komt volgens mij doordat ze zich vrij mag ontwikkelen, en doordat dingen bespreekbaar zijn. Ik heb daar een keer met Huib over gesproken. Hij is de zoon van die vrouw van het pension. Hij is ook zo opgevoed, en is geworden wie hij is, zo noemt hij het. Alleen school, dat heeft hij als vreselijk ervaren… en zo zijn we weer bij ons onderwerp…”

Anita lachte: “Op een heel natuurlijke manier houd je een geweldig pleidooi voor jullie centrum! Hebben jullie nog iets toe te voegen, Bea, Patrick?”

“Nee, voor zover ik weet hebben we alles al opgeschreven,” antwoordde Patrick, terwijl Bea naar hem knikte.

“Ik heb er ook geen vragen meer over, dus ik wilde even overstappen op jullie andere vraag, namelijk over vrijstelling voor Rosalie. Dat hangt natuurlijk voor een groot deel samen met toestemming voor het centrum. Ik zal eerlijk met jullie zijn: de inspecteur en ik hebben vooraf overlegd en afgesproken, dat als er geen vreemde dingen naar voren zouden komen tijdens dit gesprek, dat we toestemming voor het centrum zouden geven. En dan zul je wel begrijpen dat je meteen vrijstelling krijgt voor Rosalie, zij mag naar het ontdekkingscentrum in plaats van naar school.”

Ze stopte even, keek haar gasten één voor één aan. Ze zag dat ze alle drie geëmotioneerd waren.

“Anita, we hebben dit zo gehoopt, voor Rosalie, voor andere kinderen, maar ook voor onszelf. Bea en ik hebben allebei werk, financieel en administratief. We verdienen er genoeg mee om van te leven, allemaal prima in orde, maar het heeft ons hart niet. We zijn al een poos op zoek naar waar we werkelijk van zouden kunnen genieten. En we kwamen tot de ontdekking dat we genieten van Rosalie, van haarzelf, het is een prachtige meid, maar ook van hoe ze ontwikkelt, hoe ze zelf haar weg in de wirwar van alles wat er bestaat vindt en daar hooguit iets sturing of hulp bij nodig heeft. En we ervaarden allebei, los van elkaar, dat we eigenlijk een diep verlangen hadden om niet alleen haar maar ook andere kinderen zo te begeleiden. Toen we dat van elkaar ontdekten, zijn we gaan brainstormen: wat willen we precies, waarom willen we het zo, hoe moet het er in de praktijk uit gaan zien en hoe bereiken we dat? Al dat soort vragen. Het was heftig, maar ook erg leuk, het versterkte ons verlangen. En nu heb jij ‘ja’ tegen ons verlangen gezegd, en ‘ja’ tegen Rosalie en…”

“En ‘ja’ tegen mij!” kwam Ineke er tussendoor.

Anita lachte: “Ik denk dat we een heel goede weg opgegaan zijn, jullie vooral, en ik vind het fijn dat ik daar iets in mee kan doen. Jullie centrum zal onder de onderwijsinspectie blijven vallen. Het is geen school, en toch is het op een bepaalde manier wel onderwijs, en ook vanwege de leerplicht. De onderwijsinspecteur zal dus zo nu en dan langskomen om te observeren en met jullie te praten. Niets ernstigs, maar ik denk dat je dat gewoon moet weten, zodat het je niet overrompelt. En dan heb ik nog een opmerking over subsidie. Zolang het systeem is zoals het nu is, is subsidie niet mogelijk, helaas. De onkosten zijn dus voor de ouders of van wie jullie ook maar giften krijgen.

Ik zal de papieren voor zowel de toestemming voor het centrum als de ontheffing voor Rosalie in orde maken en ze naar jullie toesturen. Hebben jullie nog vragen?”

“Ik niet,” reageerde Bea, “ik ben alleen maar heel erg blij, en ik wil je bedanken voor dit gesprek en dat je achter ons staat.”

“Daar sluit ik me bij aan,” vulde Ineke aan.

“En ik ook,” zei Patrick. “We hebben nog veel te doen voordat het centrum daadwerkelijk van start kan, maar dit voelt alsof we al een flinke hobbel genomen hebben. Het was voor ons alle drie toch best spannend.”

“O ja, dat begrijp ik, je moet maar afwachten wie je tegenover je krijgt en hoe die persoon erin staat, of die het kan begrijpen. Zo is het toch? Ik wens jullie heel veel succes met de bouw, de organisatie. Vergeet niet om voor de bouw, als je nieuw gaat bouwen, om een vergunning bij de gemeente aan te vragen. Of hebben jullie al een gebouw op ’t oog?”

“Nee, we willen in onze achtertuin gaan bouwen. We hebben een veel te grote tuin en zijn niet heel gek op tuinieren. Dit lijkt ons het leukst, lekker dicht bij wat we graag doen.”

“Ik begrijp het, alsof je leven meer één geheel voelt. Bedoel je zoiets?”

“Ja, leuk omschreven! Je voelt het heel goed aan, zo is het maar net!”

“Mooi, ik vond het fijn dat ik dit gesprek mocht doen. Het voelde goed! Jullie krijgen nog bericht van me, de officiële toestemming en vrijstelling!”

Vrolijk en dankbaar namen ze afscheid en gingen terug naar Bloemenhof. Samen vielen ze binnen bij Huib en Margreet. De eerste die ze zagen, was Rosalie die hen tegemoet rende: “Moet ik naar school?”

Bea ving haar op en riep het uit: “Neeeeeeee, jij hoeft niet naar school! Je mag samen met ons naar het ontdekkingscentrum!”

Rosalie juichte, wrong zich weer uit haar moeders armen, rende de kamer in en riep dansend: “Ik hoef niet naar school, ik ga naar het ontdekkingscentrum! Joepieeeee!”

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb