Hoofdstuk 50.

Waarom beveiliging?

Marieke liep met een glas thee de tuin in, hun mooie, grote, bloemrijke tuin. Het was nog te vroeg in het jaar om al vlinders te verwachten. Ze was dol op vlinders, ze waren zo verrassend in de manier waarop ze vlogen, ze konden zo leuk dwarrelen in hun vliegtochtjes, leken zich zo vrij te voelen.

Toen ze Johan, na hem jaren niet gezien te hebben, weer had ontmoet, had hij nog geweten hoe zij zelf als een vlinder was. Ze glimlachte bij de herinnering aan het prachtige, kleurrijke boeket dat hij voor haar meegebracht had toen hij voor de eerste keer hier haar huis binnen stapte. De verkoopster had van linten een vrolijke vlinder gemaakt en die er bovenop gelegd. En Johan had daar zo’n klik mee gehad, omdat hij haar herinnerde als een fleurige, vrolijke vlinder.

Ongelofelijk dat dat nog maar een jaar geleden was. Het vuur tussen hen, dat volledig uitgedoofd had geleken, was tijdens die ene ontmoeting opgelaaid tot vulkaanniveau. Johan was niet meer weggegaan, was elke dag na werktijd naar zijn huis gegaan om meer spullen op te halen en had uiteindelijk de laatste dingen die hij nodig had, verhuisd en de rest verkocht. Hij had ook zijn huis verkocht en was definitief bij haar ingetrokken. En daar hadden ze allebei nooit een seconde spijt van gehad!

Johan was druk voor zijn werk als rechter. Hij zette zich tegenwoordig alleen in voor vrouwen die seksueel misbruikt waren, tot prostitutie gedwongen waren of op andere manieren seksslaven van mannen waren geweest. Hij had bekendheid over de hele wereld gekregen, vooral onder collega’s en advocaten, maar ook steeds meer onder de ‘gewone’ burgerbevolking. Omdat hij de correspondentie al snel na de rechtszaken die hij voor Lisa gedaan had, en waarmee het allemaal begonnen was, niet meer aan kon, had de rechtbank waar hij werkte, besloten dat Marianne, de algemeen secretaresse, fulltime voor Johan mocht gaan werken. Marieke was er blij mee, omdat ze wist dat Marianne Johan en zijn uitgangspunten rond misbruikte vrouwen begreep, aanvoelde, en daarnaast ook zelf door een diep proces van innerlijke genezing heen gegaan was, en begreep hoe krachtig het was om als eenheid, één van ziel, te strijden tegen die misdaden die vrouwen aangedaan werden. Ze had een geweldige manier van omgaan met de overdaad aan correspondentie, deed dat praktisch, maar vooral met een innerlijke overtuiging, vanuit haar hart. Dat Marianne de hele dag in Johans nabijheid was, en dat ze zo goed met elkaar overweg konden, had haar nooit gestoord. Ze had wel eens nagedacht over het onderwerp jaloezie, maar had het oprecht weg kunnen lachen, omdat ze wist dat zij de enige was die Johans hart volledig gewonnen had, dat hun levens elkaar toebehoorden.

En nu verwachten ze hun eerste kind, straks als de herfst zou beginnen. Ze streelde met haar vrije hand haar buik, terwijl ze nog een slok thee nam. Ze dacht terug aan de ochtend waarop Johan ineens zijn hand op haar buik had gelegd. Ze had hem vragend aangekeken, toen hij vroeg hoe het met haar ging.

“Ik denk, nee, ik weet het zeker, dat je zwanger bent,” had hij verklarend gezegd. “Vorige week, toen we de liefde bedreven, voelde ik een schok, en zag ik een explosie waar allemaal vlinders uit voortkwamen. Ik weet het, het is een mal verhaal, maar ik weet dat het klopt.”

Die Johan… sinds ze weer bij elkaar waren, leefde hij zo vurig vanuit zijn ziel, dat ze er zeker van was geweest dat zijn malle verhaal klopte. Diezelfde dag had ze vanuit haar eigen binnenste geweten dat ze een meisje zouden krijgen, en dat ze net zo’n vrije tante zou zijn als zij zelf was. Een vrolijke vlinder!

Toch voelde Marieke zich de laatste dagen niet echt vrolijk. De vraag hoe het met haar werk voor haar eigen bedrijf voor privé beveiliging zou moeten, was bovengekomen, en niet meer weggegaan. En dat vond ze vreemd, ze had het altijd met plezier gedaan en zoveel vrouwen werkten ook als ze jonge kinderen hadden. Dat zou zij toch ook kunnen doen?

De vraag bleef echter terugkomen, en lange tijd had ze niet geweten wat ze ermee aan moest. Moest ze haar werk opgeven om voor hun kind te zorgen? Was dat nodig? Was dat beter? Ze kwam er niet uit, en tobde erover door. Ze had er nog niet met Johan over gesproken, eigenlijk wilde ze er eerst zelf een beetje uit komen, erachter komen wat er achter die vragen zat.

En vanmorgen was het haar ineens duidelijk geworden en was ze blij dat ze vandaag een vrije dag had, zodat ze er verder over kon nadenken. Ze had vannacht gedroomd over iets wat in haar jeugd gebeurd was. Haar vader, eigenaar van een groot en goed lopend bedrijf, werd bedreigd, serieus bedreigd. Ze had zijn dapperheid gezien en vooral daar doorheen zijn angst gevoeld. Zijn verlangen om zijn gezin te beschermen en zijn onzekerheid of hij daartoe wel in staat zou zijn. Zijn kinderen moesten naar school, maar waren ze daar en onderweg wel veilig? Nee, absoluut niet! Hij was bang dat de mensen die hem bedreigden, hem te grazen zouden nemen in zijn vrouw en kinderen. Hij verbood zijn vrouw zelf boodschappen te gaan, liet alles bezorgen op tijden dat hij zelf thuis was. Hij bracht de kinderen naar school en haalde hen op. Hij lichtte de leerkrachten in, waarbij hij ervaarde dat ze hem overbezorgd vonden. Van hen hoefde hij dus niet veel steun te verwachten. Het had aan hem gevreten, tot het moment dat de politie, door de bewijzen van de bedreigingen, de daders had kunnen pakken. Na die maanden van spanning was hij een wrak geweest en had het maanden geduurd voordat hij van zijn ergste angst af leek te zijn. Hij had geprobeerd gewoon de echtgenoot en vader te zijn die hij altijd geweest was, maar haar moeder en broers en zusje hadden gevoeld dat hij het niet echt voor elkaar had gekregen. Geen van hen had het hem kwalijk genomen, maar het was wel moeilijk geweest.

Die nachtmerrie had alle spanning van toen in alle heftigheid in haar teruggebracht. Blijkbaar was ze de ellende van zolang geleden nog niet kwijt! En ze merkte, dat die spanning van haar kindertijd zich mengde met de vraag waarom ze beveiliging regelde voor andere mensen. Ze wist het wel, door beveiliging probeerde ze grip te krijgen op het gevaar dat mensen bedreigde, probeerde ze er controle over te krijgen. Met de beste bedoelingen natuurlijk, voor de mensen die bedreigd werden, maar ten diepste leek het vast te zitten op de ellendige periode die ze als kind had meegemaakt.

Met een diepe zucht draaide ze zich om en liep het huis weer in. Was het wel veilig om de tuindeur dicht te doen zonder hem op slot te doen? Kon ze de ramen beter alleen op de kleine kiepstand laten of mochten ze wagenwijd open?

Verstandelijk wist ze dat niemand haar op dit moment bedreigde, tenzij mannen die wisten dat ze het risico liepen om door de vrouwen die ze nu nog mishandelden, maar die zich misschien van hen los zouden worstelen, bij Johan voor het gerecht gesleept konden worden… tenzij die mannen bij voorbaat wraak zouden willen nemen. Ze wist dat hun huisadres niet echt openbaar was, maar een beetje slimme gast, kon prima achterhalen waar Johan woonde. Ze hadden er maar één nodig, één zo’n kerel die hen kwaad zou willen doen…

De gedachten tolden door haar hoofd, de angst dat ze niet langer veilig zou zijn, de behoefte aan bescherming, alle onzekerheden, alle vragen, alle mogelijkheden over wat er mis zou kunnen gaan… Had dat te maken met haar zwangerschap? Was ze daardoor overgevoelig geworden?

Ze geloofde er niet zo in dat het een kwestie van hormonen was. Ze besefte wel, dat ze als aanstaande moeder straks haar kind wilde beschermen, en dat ze niet wist of ze dat zelf voldoende voor elkaar zou kunnen krijgen.

Met een klap smeet ze haar theeglas in de gootsteenbak, waar het in scherven uit elkaar spatte. Marieke greep haar hoofd met beide handen en schreeuwde het uit. Zonder woorden schreeuwde ze haar woede om het onrecht, en haar angst voor onveiligheid eruit. Ze liep de keuken uit en liet zich op de bank vallen. Ze huilde, wild en wanhopig…

.

Ondanks dat zijn werkdag er nog niet op zat, had Johan het gevoel, het dringende gevoel, dat hij zijn spullen moest opbergen, en naar huis moest gaan. Terwijl hij bezig was met opruimen, klopte Marianne op de deur en kwam op zijn “Kom binnen!” de kamer in.

“Johan, ik weet niet wat er is, maar ik heb het gevoel dat je naar huis moet gaan. Verder weet ik niets, maar deze indruk heb ik. Voel je vrij om te gaan!”

“Dank je, Marianne, ik had hetzelfde gevoel, daarom ben ik aan het opruimen. Morgen verder, en als er iets aan de hand is waardoor ik er morgen niet kan zijn, laat ik het je weten!”
“Natuurlijk, doe Marieke de groeten van me, en als je de kans hebt, zou ik het fijn vinden als je me laat weten of alles in orde is.”

“Ik zal het proberen! Bedankt voor je meeleven!”

Kort legde hij zijn hand op haar schouder en verliet het gerechtshof.

.

Op het moment dat hij hun huis binnenstapte, hoorde hij Marieke huilen, onbeheerst huilen. Hij smeet zijn tas onder de kapstok en hing zijn jas net naast de kapstokhaak, zodat hij op de grond viel, liet dat voor wat het was, en ging de woonkamer in. Daar zag hij zijn liefste op de bank liggen, huilend, helemaal overstuur. Hij liep rustig naar haar toe, noemde haar koosnaam ‘Vlinnie’ keer op keer, net zo lang tot ze iets overeind kwam en hem met wanhopige ogen aankeek.

Hij ging naast haar zitten en trok haar bij zich op schoot, trok haar dicht tegen zich aan. “Vlinnie meisje, wat is er gebeurd?”

Marieke begon opnieuw te snikken, terwijl ze met moeite antwoordde: “Niks… er is… niks… gebeurd… alleen… glas kapot… in de keuken… ik… ik ben… zo bang!”

Johan besloot nog niets aan het glas te doen, niet te gaan kijken hoe ernstig het was, en ook niet verder te vragen. Waar Marieke ook doorheen ging, ze had het nodig dat ze bij hem kon schuilen. Hij legde zijn hoofd tegen haar haren. Ongelofelijk hoe zijn vrolijke vlinder ineens veranderd was in een angstig meisje. Wie of wat had dit in vredesnaam veroorzaakt?

Toen ze eindelijk wat gekalmeerd was, begon ze te praten met zo hier en daar nog een snik tussendoor. Ze vertelde over die vragen die er boven waren gekomen, dagen geleden al, vragen en gedachten over haar werk in de beveiliging. En over haar droom, over wat ze had meegemaakt als kind en hoe ze dat samen met het gezin beleefd had, ervaren had, hoe ze zich gevoeld had, gevoeld had hoe bang en onzeker haar vader was geweest in die maanden van bedreiging.

“Alle angst kwam zo heftig boven! Johan, ik ben niet in staat om ons kind te beschermen als iemand ons kwaad wil doen. Ik geloof niet, ondanks mijn opleiding en ervaring, dat ik daartoe in staat zal zijn. Misschien wel, maar ik ben gewoon bang dat iemand haar iets aan zal doen. Haar, of jou, of mij…”

Johan zuchtte, ergens opgelucht dat er geen daadwerkelijk aanval of iets dergelijks geweest was, en antwoordde: “Dat zou maar zo kunnen, dat je daar niet toe in staat bent, of dat ik het niet voor elkaar krijg. Maar dat is eigenlijk niet waar het om draait. Het gaat niet om de vraag of jij en ik dat kunnen. Het gaat om jouw angst van vroeger, om de ellende waar je toen doorheen gegaan bent. Je vader heeft alles gedaan om je te beschermen, maar hij kon niets doen tegen het feit dat alle angst en onzekerheid als een verwonding in jou wortel schoten. Kan het zijn, Vlinnie, dat je de kant van de beveiliging bent opgegaan om controle over bedreiging uit te kunnen oefenen?”

Marieke knikte: “Tot die conclusie was ik net ook al gekomen. En ik weet nog niet wat ik er mee moet. Die vragen of ik wel door moest gaan met mijn beveiligingsbureau… ik weet het gewoon even niet meer.”

“En dat is helemaal oké. Ik denk dat je er goed aan doet om je even een poosje ziek te melden. Niet dat ik vind dat je ziek bent, maar omdat je vanuit de angst die nu naar boven komt, waarschijnlijk je werk niet echt heel goed kunt doen.”

Marieke knikte, aarzelend, omdat ze er een hekel aan had om niet sterk en zelfverzekerd te zijn. Toen ze dat verwoordde, grinnikte Johan: “Het past ook niet bij jou, jij bent wel sterk en zelfverzekerd, maar die verwonding van maanden ellende heeft je uit je evenwicht gebracht. Als jij de komende dagen door die angsten en onzekerheden heen gaat, wat bepaald geen feest zal zijn, zul je er alleen maar sterker en zelfverzekerder uit komen. Je echte ik zal meer naar voren komen, net als bij mij toen jij mijn muren afbrak, weet je nog?”

Marieke glimlachte verliefd. “Denk je dat ik die dag ooit zal vergeten? Het was de eerste mooiste dag van mijn leven! En daarna zijn er nog meer mooiste dagen gekomen, en als dit lieve meisje geboren wordt, zal dat weer een mooiste dag van mijn leven zijn. Het is zo dubbel Johan, mijn leven met jou is zo geweldig, en dwars daar doorheen voel ik me zo zwaar ellendig vandaag!”

Johan kuste haar gezicht waar hij haar maar raken kon. “Ik snap het, lieverd, ik voel met je mee, maar kan het niet van je overnemen. Je zult er zelf doorheen moeten, en daarna kun je weer volop genieten. En dan zal je ook met meer zekerheid weten of je met beveiliging verder wilt, of dat je iets anders wilt zoeken.”

“Ik zou niet weten wat…”

“Ik ook niet, maar je ziel weet het, en zal het je op tijd vertellen. Laat het maar los, waarschijnlijk krijg je ineens zo’n ‘Aha-gevoel’, en dan weet je het met grote zekerheid.”

Marieke glimlachte en gaf hem een zachte kus op zijn lippen. “Hoe laat is het trouwens, ik heb nog niets aan het eten gedaan.”

“Tijd zat, ik ben eerder naar huis gekomen. Ik voelde dat ik hier moest zijn, zelfs Marianne voelde het, ze kwam me waarschuwen dat ik moest gaan. Blijf jij maar lekker liggen, rust maar wat uit, dan zorg ik wel voor het eten. Wat was je van plan om vandaag te koken?” vroeg hij terwijl hij richting de keuken liep.

“Pas op!” riep Marieke, “in de keuken ligt glas op de vloer. Wacht, ik ruim het wel even op, het is mijn schuld per slot van rekening.”

Johan was in een paar seconden weer bij haar, pakte haar bij haar armen en duwde haar terug in de bank. “Die angst is de schuld, als je persé iets of iemand de schuld in de schoenen wilt schuiven. Blijf nou even lekker zitten of liggen, ik ruim de boel op en daarna ga ik koken. Had je al iets in gedachten gehad?”

“Ja, kipfilet, staat al gemarineerd in de koelkast, en ik had gedacht aan rijst met een paar uien en een blik ananas. De rijst apart, de uien apart, op het laatst pas stukjes ananas erdoor, en de kipfilet apart. Dus uiteindelijk drie pannen.”

“Klinkt lekker, en niet moeilijk, dus dat gaat helemaal goed komen!”

Marieke ging weer liggen, hoorde Johan in de keuken bezig met stoffer en blik en even later met pannen. Ze glimlachte, zichzelf verheugend over het feit dat zowel Johan als Marianne aangevoeld hadden, dat ze Johan hier nodig had. En hoe belangrijk zijn werk ook was, voor hemzelf en voor de maatschappij, hij had voor haar gekozen. Nieuwe tranen kwamen boven, druppelden op het kussen.

Naar hoofdstuk 51. Nieuwe ontdekking

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb