Patrick en Bea verwachtten Huib elk moment. Hij had gisteren gebeld met de vraag of hij met de makelaar Karel Mulder langs kon komen. Ze hadden geen idee wat ze konden verwachten, waarom hij met een makelaar wilde komen. Ze vonden het eerlijk gezegd een beetje vreemd en voelden zich er ook iets gespannen onder. Het feit dat ze Huib konden vertrouwen, hielp hen daar eigenlijk niet zoveel mee.
Huib kwam als eerste aan: “Goeiemorgen!”
“Ha Huib,” zei Bea terwijl ze hem binnenliet.
“Ik verwacht dat Karel elk moment kan komen. Wat is er Bea, je ziet er gespannen uit… voel je je niet lekker?”
“Wat kom je met een makelaar doen? Ik weet niet wat het is, maar we voelen ons er allebei gespannen en onzeker onder.”
“Och meis, dat is echt niet nodig! Maar ik weet dat ik jullie onzekerheid daarmee niet weg kan nemen. Nog even, hij komt zo, en dan weet je meer.”
Op hetzelfde moment werd er aangebeld. Bea opende de voordeur weer en zag een jonge man met een open, stralend gezicht. En ze voelde diep van binnen direct dat ze deze man kon vertrouwen. Hij kwam niet met verkeerde bedoelingen, had geen kwade intenties.
“Kom binnen, ik ben Bea,” nodigde ze hem vriendelijk uit.
“En ik ben Karel!” Lachend gaf hij haar een hand. “Dank je wel, dat je in alle drukte even tijd voor me wilde maken!”
“Mama!... Oh, sorry, ik wist niet dat we bezoek hadden. Oh Huib! Ben jij er ook!” Rosalie danste naar hem toe en omhelsde haar grote vriend.
“En wie ben jij dan?” vroeg ze met een scheef hoofdje aan de nieuwe bezoeker.
“Ik ben Karel, en ik kom even praten met je ouders. Hoe heet jij?”
“Rosalie, en ik ben de beste vriendin van Gloria, de baby van Huib, echt waar! Ze is zoooo lief!”
Karel lachte, legde zijn hand op haar schouder: “En ik denk dat jij de allerliefste vriendin voor haar bent!”
Rosalie knikte enthousiast en liep naar de woonkamer.
“Kom maar mee,” riep ze over haar schouder.
Lachend volgden Bea, Karel en Huib haar naar de woonkamer, waar ze door Patrick begroet werden.
Rosalie, benieuwd naar die nieuwe meneer, bleef in de woonkamer, ging in haar eigen hoekje achter haar laptop zitten en begon te typen. Ze besloot een verhaaltje te schrijven over de man die ze zo grappig vond door zijn leuke zwarte krullen en zijn mooie bruine ogen.
Karel en Rosalie hadden van elkaar in de gaten, dat ze op elkaar letten, elkaar observeerden. Ze glimlachten regelmatig naar elkaar en gaven elkaar knipoogjes.
“Mooi meisje,” zei Karel tegen Patrick, “grappig en vlot, leergierig ook, begreep ik van Huib.”
“Dat klopt, dat is ze zeker,” vertelde Patrick. “Ze weet haar weg goed te vinden!”
“Ik herken het van mezelf. Huib heeft gisteren al iets over jullie gezin verteld, en ik herkende veel van jullie in het gezin waar ik zelf uit kom. De vrijheid om te mogen zijn wie je bent, om te ontdekken en te leren. Ik heb maar een paar weken op school gezeten, omdat het verplicht was. Toen heeft mijn moeder me ervan afgehaald, omdat ze voelde dat ik wat anders nodig had en ik het op school absoluut niet goed had. Ze heeft voor me gevochten om me vrij te houden, gevochten voor thuisonderwijs. Sindsdien heb ik nooit meer een school van binnen gezien. En zie mij, ik ben nu makelaar, al een paar jaren. Ik doe het werk wat ik geweldig vind, en ik verdien meer dan ik me ooit heb kunnen voorstellen! Ik ben er gelukkig mee, echt gelukkig.”
Bea had inmiddels mokken koffie rondgedeeld en was erbij komen zitten. Ze had zijn introductie gehoord en voelde verwantschap. “Dus jouw moeder was net zo’n strijder als wij? Goed om te horen, we zijn niet de enige!”
“Nee, dat zijn jullie echt niet! Er zijn meer ouders die anders willen, alleen de meeste ouders schikken zich in het feit dat school verplicht is, weten of durven niet verder te kijken. Veel ouders hebben het ook te druk met hun werk, met zichzelf… denk ik. Maar dat terzijde. Ik begreep van Huib… nee, laat ik bij het begin beginnen!”
Rosalie vergat te typen, luisterde naar die leuke meneer, naar wat hij vertelde over het winkeltje dat Huib bij hem gekocht had, en dat Lisa daar geld voor had geleend.
Karel, die heel goed in de gaten had dat Rosalie luisterde, vertelde zijn verhaal een beetje eenvoudig, zodat zij het ook begreep. Hij vertelde over zijn verlangen om ook iets goeds te doen met al dat geld dat hij op zijn spaarrekening had staan, dat hij net zoiets wilde doen als Lisa, geld uitlenen of geld geven.
“En toen kwam Huib met jullie verhaal over een ontdekkingscentrum. Hij zei dat Lisa jullie daar geld voor had geleend. Dat vind ik top, echt waar! Maar jullie kunnen geen winst gaan maken om haar terug te betalen, jullie moeten je op de kinderen richten, niet op geld. En toen Huib er over vertelde, wist ik dat ik jullie wilde helpen. Ik wil jullie geen geld lenen, maar geven, zodat jullie je daar geen zorgen over hoeven te maken. Mijn spaarpot wordt elke maand bijgevuld, en dat gebeurt al jaren en dat zal zo blijven doorgaan zolang ik huizen kan verkopen. Daarom wil ik jullie vragen wat je nu nodig hebt, en ik wil vragen of je me op de hoogte wilt houden als je meer nodig hebt.”
Bea keek Patrick aan, knikte naar hem. Patrick vertelde aan Karel welk bedrag ze van Lisa te leen gekregen hadden. “Dat is genoeg voor de bouw en de inrichting. Daarna hebben we maandelijks geld nodig voor salarissen, voor onszelf en voor een medewerkster die we hebben aangenomen. En we moeten in de loop van de tijd waarschijnlijk nog op zoek naar een schoonmaker, we weten nog niet zo goed of we daar een groepje vrijwilligers voor willen zoeken of dat we iemand willen aannemen. En als we merken dat een kind iets nodig heeft wat we nog niet hebben, dan moeten we daar achteraan. We weten dat we dit project moesten opzetten, maar dat financiële is nog best een lastig punt. Dat tolt wel eens door ons hoofd.”
“Dat begrijp ik helemaal, maar zodra jullie echt aan het werk gaan in het centrum, zou dat niet meer nodig moeten zijn. En ik weet dat ik de mogelijkheid heb om op z’n minst een groot deel van die zorg weg te nemen. Ik heb de mogelijkheid om jullie dat bedrag dat jullie te leen gekregen hebben, te geven, zodat je die lening terug kunt betalen. Begrijp me goed, ik wil hier niet de rijke meneer uithangen, ik voel gewoon de noodzaak en het bijzondere van jullie project, en ik ben blij dat ik jullie kan helpen. Hoeveel ik maandelijks kan bijdragen, hangt af van hoe het met de huizenverkoop gaat, maar ik denk dat we daar heel ver mee komen. Daarnaast zullen ouders die hun kinderen bij jullie brengen, natuurlijk ook gaan bijdragen. Tenminste, dat neem ik aan…”
Patrick knikte: “We hebben wel ideeën daarover, maar moeten het nog uitwerken. Ook hoe we het bekend gaan maken, dat we in mei hopen te gaan beginnen. Naast de inrichting van het gebouw is dat onze eerste taak op dit moment. We hebben ons eigen werk stopgezet, kunnen een paar maanden financieel vooruit, dus we kunnen ons sinds een paar dagen helemaal gaan wijden aan wat nog moet gebeuren. Maar goed, een financiële bijdrage van ouders moet er dus zeker gaan komen.”
Karel knikte: “Dat komt vast goed. Naast mijn eigen bijdrage, zou ik willen voorstellen dat ik het op me neem om een soort fondswerving voor jullie op touw te zetten, een mogelijkheid voor mensen om hun steentje bij te dragen.”
Hij zag dat Bea’s voorhoofd begon te fronsen. “Vertel eens Bea, waar denk je over?”
Ze zuchtte diep: “Ik vind het fijn wat je wilt doen, die giften, en fondswerving, maar… hoe moet ik het zeggen… geldlijntjes zorgen meestal voor afhankelijkheid. Ik bedoel, wij hebben een visie gekregen en die willen we volgen. Ik wil niet dat we door mensen die giften geven aan de lijn gelegd gaan worden. Ik bedoel het niet persoonlijk hoor, gewoon algemeen.”
Karel knikte: “Zo is er al zoveel verkeerd gegaan, dat is helaas zo. Persoonlijk sta ik helemaal achter jullie plannen, en omdat ik ook weet dat geld macht uitstraalt, heb ik iets op papier gezet voor jullie. Mijn statement hierover. Ik wil graag geïnformeerd blijven over het centrum, maar dan alleen om mee te leven, gewoon omdat het mijn hart heeft, omdat ik zelf op zo’n manier ben opgevoed. Ik wil er verder geen enkele inmenging in.”
Hij haalde het papier uit zijn zak en liet het hen zien. “Als jullie hiermee akkoord gaan, zetten we onze handtekening er onder. Ik heb hem dubbel, één voor jullie en één voor mij, dan kunnen jullie, als ik toch een misstap zou maken, mij daar altijd mee terecht wijzen.”
Bea en Patrick kregen allebei een exemplaar en lazen het verhaal van Karels eigen achtergrond, zijn verlangen dat het onderwijssysteem totaal verandert en kinderen in vrijheid mogen gaan ontdekken wie ze zijn, wat er bij hen past en wat ze willen leren. Over de financiële kant schreef hij, dat hij alleen geld wilde geven en fondswerving op gang wilde brengen, maar dat hij verder nergens benoemd wilde worden als degene die het geld binnenbracht, niet op de website, niet in nieuwsbrieven, nergens. Zijn naam moest daarover geheim blijven!
Patrick en Bea keken elkaar aan, met gezichten vol emotie. Bea legde haar hand op Karels hand: “Dit wat jij wilt doen, is echt, is vanuit je binnenste, je ziel, je hart, noem het maar… Dank je wel!”
Karel glimlachte en stak haar zijn pen toe. “Als je wilt, mag je je handtekening onder beide brieven zetten.”
Rosalie had in grote lijnen begrepen wat Karel kwam doen. Ze snapte best dat er veel geld nodig was, en hij ging daarvoor zorgen, zodat haar ouders daar niet ongerust over hoefden te zijn. Ze liet zich van haar stoel glijden en kroop bij Karel op schoot. Ze sloeg haar armen om zijn nek en legde haar hoofd op zijn schouder.
“Dank je wel,” fluisterde ze. “Karel is een krekeltje in verhalen, en krekels vreten alles op, maar jij bent een Karel die geeft, dat vind ik mooi, zo mooi! Dank je wel…”
Ze bleef stil zitten, voelde hoe Karel zijn armen losjes om haar heen sloeg en hoorde hoe hij terug fluisterde: “Ik doe het met veel plezier, ik ben blij dat ik iets goeds kan doen. Net als krekeltjes, die doen ook iets goeds, ze maken mooie geluidjes, ze zingen liedjes. Misschien ben ik meer zo’n krekel.”
Rosalie grinnikte: “Je bent gewoon Karel.”
Ze kwam ineens overeind: “Als het ontdekkingscentrum klaar is, kom je dan kijken?”
“Als ik dat kan zonder de kinderen te storen, dan doe ik dat heel graag!”
“Kinderen storen? Kinderen leven samen met volwassenen. Ik stop soms even met lezen of typen, even met papa of mama praten, even naar Huib en Margreet, en dan later weer verder.”
Karel knikte: “Lekker vrij, vrij en gelukkig!”
Rosalie glimlachte: “Ja, vrij en gelukkig…”
Maak jouw eigen website met JouwWeb