Hoofdstuk 69.

De tuin en de drukkerij

Annelies had de voordeur nog niet bereikt, of Jan vloog al naar haar toe.

“Mam, mam, mag Joke mee om me te helpen met snoeien?”

“Hey Jan, waar heb je het over, wie is Joke?” vroeg Annelies.

“Kom maar, ze is binnen!”

“Goeiedag allemaal, wat is het hier ineens druk!” zei ze verbaasd.

“Zo gezellig mam, we hebben van mijn tuinkers gegeten, op een broodje kaas, zo lekker! En dit is Joke,” stelde hij haar voor. “Joke, dit is Annelies, mijn moeder.”

“Hey Annelies, Jan vertelde dat hij jullie klimop wilde snoeien, maar dat je dat te gevaarlijk vond. Begrijpelijk…” voegde ze er met een knipoog aan toe. “Jan en ik zijn net bezig geweest met de tuinkers, en het klikt gewoon goed, dus ik vroeg me af of je het goed zou vinden als ik met jullie mee ga om hem te begeleiden bij het snoeien. Lijkt je dat wat?”

Annelies, altijd erg voorzichtig, keek naar Bea en Patrick, die allebei direct hun duim opstaken om haar te laten weten, dat Joke oké was. Annelies keek naar Jan, die het antwoord wel uit haar mond kon kijken!

“Sorry, ik kijk altijd nogal de kat uit de boom,” zei ze tegen Joke, “maar ik vind het lief dat je dit voor Jan wilt doen. Ik lijk daar zelf niet het geduld voor te hebben. Daar baal ik wel van, maar ik weet ook niet hoe ik het kan veranderen. Wil je nu meteen meegaan?”

“Dat is wat mij betreft prima, ik ben hiernaast op vakantie met Anton, mijn man…”

Joke wees hem even aan en Anton stak met een knipoog zijn hand op. “Hij kan me wel een middagje missen.”

Joke stond op, waardoor Rosalie haar kans greep: “Annelies, mag ik ook mee gaan? Even, om te kijken hoe het met mijn boeken is?”

Annelies lachte: “Ik heb goed nieuws voor je! Bert heeft je vierde boek al klaar!”

“Echt? Marieke, mijn vierde boek is ook al te koop!”

Marieke die achter haar aan was gekomen, lachte: “Ik hoor het ja! Annelies, ik ben Marieke, en ik zou van elk boek van Rosalie er graag één van je kopen, kan dat zo? Of zal ik even naar jullie toe rijden? Of lopen, ik weet niet hoe ver het is?”

Johan kwam er ook bij: “Hoi, ik ben Johan, en als dat voor jullie oké is, loop ik wel even met Rosalie mee, want ik denk dat jij even moet gaan rusten Vlinnie!”

Marieke zuchtte: “Het lot van een hoogzwangere vrouw… rusten…”

Anton kwam tussenbeide: “Er is een heerlijke ligstoel op de veranda, ik zet hem straks wel even voor je neer, kun jij heerlijk in de schaduw liggen dommelen.”

“Oké, ik geef me over, regel jij de boeken maar, Johan!”

Annelies knikte: “Goed, uhm Jan, moet je niet nog even meehelpen met afruimen?”

“Nee, ik denk dat de gasten dat ook wel kunnen en anders mogen ze het ontdekken!”

Met een ondeugend gezicht keek hij de kring rond. “Willen jullie dat?”

Er ging een gejuich op.

“Dat komt wel goed, ik schrijf je tijd wel op Jan, je hebt er een dik volle ochtend op zitten!” zei Patrick. “Hij is echt heerlijk bezig geweest, maar ik neem aan dat Jan je dat zelf wel wil vertellen.”
Jan knikte zo hard, dat hij naar zijn nek greep omdat daar een spier protesteerde.

“Gooi je hoofd er niet af, Jan,” grapte Anton. “Tot ziens, kerel!”

Jan, die al bezig was naar de gang te gaan, draaide zich ineens om, rende naar Anton toe en gooide zijn armen om zijn nek. “Dank je wel Anton, het was zo fijn!”

Hij liet hem weer los, en was al weg voordat Anton kon reageren. Joke knipoogde naar Anton en ging Jan en zijn moeder achterna, samen met Rosalie en Johan.

“Bof ik even, op pad met onze twee schrijfsters!” lachte Johan en sloeg zijn armen op Joke en Rosalie heen. “Wist je dat al, Annelies, Joke schrijft ook, ze vergeet alleen haar boeken te laten drukken… niet handig voor de verkoop, ze verkoopt dan ook niets, totaal niets!”

“Joh, hou op, mijn boeken zijn nog niet goed genoeg om uit te geven en te verkopen. Ik vind het leuk om te schrijven, en verder niet, punt uit!” mopperde Joke.

Annelies grinnikte: “Johan maakt me wel nieuwsgierig, mag ik een keer een hoofdstuk van je lezen?”
Joke schokschouderde: “Och, dat mag wel, maar echt, het is het gewoon nog niet.”

“Ik beloof je, dat ik er eerlijk over zal zijn, over hoe ik het vind.”

Ze pakte een visitekaartjeshouder uit het schoudertasje dat ze altijd om haar nek hing als ze op pad ging, en gaf Joke een visitekaartje.

“Ons email-adres staat erop, stuur maar wat door, dat zou ik echt leuk vinden!”

“Ik denk dat het een mooi boek is mam, vast wel, Joke is gewoon geweldig, dus dan schrijft ze vast geen prutsboeken!” zie Jan overtuigend.

“Oké, oké, ik geef me over, al vind ik het idee vreselijk eng! Ik zal je vandaag nog een stuk sturen. Is één hoofdstuk genoeg?”

“Op zich is één hoofdstuk genoeg om te kijken hoe je schrijfstijl is, maar eerlijk gezegd… als het eerste hoofdstuk aan zou slaan, zou ik balen als de rest er niet bij is. Dus als je kans ziet een heel boek te sturen, graag!”

“Goed Annelies, omdat Johan en Jan me zo ophemelen en omdat ik niet het risico wil lopen dat jij vanavond zit te balen… zal ik een heel boek opsturen. Dat zal dan mijn laatste boek zijn, niet de eerste. Ik heb alleen de laatste nog op mijn laptop staan, vandaar.”
“Ik kijk er naar uit, een avondje lezen!” zei Annelies.

“Ik hoop dat je het zo gaat ervaren…” mompelde Joke.

.

Bij hun huis aangekomen, rende Jan vooruit naar de schuur, terwijl Rosalie Johan mee trok naar de drukkerij in een aangebouwd gedeelte van het huis.

Jan pakte de snoeischaar en kwam ermee naar Joke.

“Hij zit dicht, en ik mag hem van mama niet open doen.”

Hij wilde hem al aan Joke geven, maar Joke pakte hem niet aan.

“Even wachten Jan. Annelies, vind je het echt goed als ik Jan help?”

“Op zich wel, maar ik vind het nog steeds spannend. Een snoeischaar voelt voor mij als een te gevaarlijk wapen voor een kind van vier. Aan de andere kant, hij wil graag in de tuin werken, en moet dan ook leren hoe hij met een snoeischaar moet omgaan. Vind je het goed als ik even blijf kijken?”

Joke lachte: “Welja, maak jij het voor mij maar even spannend! Nee, grapje, is goed hoor, kom er maar bij.”

Ze liepen naar de klimop. “Die struik groeit werkelijk alle kanten op. Jan, heb jij al bedacht hoe je zoiets zou willen snoeien?”

“Ja, ik dacht dit, als ik nou zo doe…” hij pakte een lange uitloper van de klimop en trok hem bijna recht. “Dan kun jij hem hier afknippen,” stelde hij voor.

“Ik? Wil je het niet zelf doen dan?”

Jan keek vertwijfeld naar Annelies. “Mag ik?”

Annelies nam een kordaat besluit: “Ja, je mag het proberen. Hoe ga je hem vastpakken?”

Ze zag dat Jan hem op de goeie manier vastpakte.

“Mam, het is net een gewone schaar, er zitten alleen niet van die oogjes aan om je vingers in te stoppen. Zal ik dat slotje open maken?”

“Doe maar…” Annelies stond er vlakbij om in te grijpen als het mis zou gaan. Joke glimlachte. Ze wist van zichzelf dat ze onzeker was als het om haar boeken ging, maar Annelies had er flink last van als het om Jan ging.

Jan ontdekte, dat als hij iets in de handvatten van de snoeischaar kneep, het slotje makkelijk los kwam. Met grote ogen en een steeds groter wordende grijns op zijn gezicht maakte hij er een paar knipbewegingen mee.

“Mam, hij doet het! Ik zal echt voorzichtig zijn, ik beloof het!”
“En ik beloof dat ik vlakbij Jan zal blijven,” zei Joke, “ik zal de uitlopers bijna strak trekken maar ondertussen naast hem blijven. Zullen we eens laten zien hoe goed dat gaat, Jan?”

“Ja, trek maar aan die uitloper!”

Terwijl Joke vlakbij Jan bleef staan en zijn hand met de snoeischaar in de gaten hield, trok ze rustig de uitloper bijna strak.

“Waar moet hij nou afgeknipt worden?” vroeg Joke aan Jan.

Jan bekeek de tak met een schuin oog. Hij pakte hem een eindje van de struik af.

“Als ik hem nou hier afknip, dan schiet dat stuk terug, en ik denk dat het dan genoeg is. Wat denk jij?” vroeg hij aan Joke.

“Probeer maar, als het stuk nog te lang is, knippen we er nog wat van af. En als het te kort wordt, groeit hij wel weer aan, en laten we de andere uitlopers gewoon wat langer.”

“Ha, jij bent ook slim!” lachte Jan. “Nou, daar ga je dan, uitslover,” zei hij tegen de uitloper, en knipte hem een eindje van zijn hand vandaan af. Direct daarna zei Joke: “en nu de snoeischaar dicht knijpen, je hoeft niet hard te knijpen, maar hij kan het beste dicht blijven, dan heb je het minste kans om jezelf te bezeren.”

“Zie je wel, mam, Joke is echt slim!”

Hij grijnsde naar Annelies en gaf haar een kus, terwijl hij de snoeischaar bewust een stukje van hen af hield.

“Het gaat wel lukken, ga maar gerust werken!” fluisterde hij tegen haar.

“Dappere vent van me, ik vertrouw het jullie toe. Ik ga naar de drukkerij. Als jullie klaar zijn, kun je me daar vinden, goed?”

Jan knikte: “Komt goed, mam! En we zullen alles netjes opruimen!”

Annelies glimlachte, legde even haar hand op Jokes schouder en fluisterde: “Bedankt!”

Ze liep snel door, omdat ze het niet fijn vond dat deze nog onbekende vrouw haar tranen zou zien. Joke had het echter wel gezien, en had er totaal geen moeite mee, begreep haar onzekerheid en haar moed om haar kind los te laten in de handen van een vrouw die ze nog niet echt kende.

“Volgende uitslover, Joke!” haalde Jan haar uit haar gedachten.

“Uitslover?”

“Ja, die uitlopers zijn uitslovers, doen een wedstrijdje wie het eerst aan de andere kant van de tuin is. Het is toch niet normaal hoe snel ze groeien!”

Rustig aan gingen ze alle uitslovers langs, snoeiden ze totdat de struik er weer prachtig bij stond.

“Hebben we ze echt allemaal?” vroeg Joke.

“Volgens mij wel!” Jan keek nog even achter de andere struiken. “Hier is echt alles kort, ja, we zijn klaar!”

Hij kneep de snoeischaar dicht, en deed het slotje er weer op. Vrijwel direct deed hij hem weer open en voelde voorzichtig met een vinger aan de platte kant van één van de mesjes.

“Dat dacht ik al, vieze smeerpoets, je plakt!”  

Jan deed de snoeischaar weer dicht en liep naar de buitenkraan, draaide die open en wilde de snijbladen van de snoeischaar met zijn vinger schoon maken. Joke wilde hem net tegenhouden, toen hij zelf al door had dat dat misschien niet zo’n goed plan was. Hij pakte een borstel die in een bakje naast de kraan lag, en gebruikte die om de snoeischaar goed schoon te boenen, en droogde de snoeischaar af met de oude poetsdoek die naast de kraan hing.

“Zo meneertje, schoon en fris de schuur weer in,” kletste hij tegen de snoeischaar, terwijl hij het slotje er weer op deed. “Mooi schoon he?” vroeg hij aan Joke.

“Ik ben trots op je Jan, je hebt het geweldig opgelost,” prees Joke hem. “Leg hem maar op z’n plek, dan gaan we die lange sprieten die we afgeknipt hebben nog even in de container doen.”

Samen graaiden ze de afgeknipte uitlopers bij elkaar en brachten ze naar de container. Jan kon net bij het deksel, wipte hem handig open en probeerde de onhandig lange slierten erin te krijgen. Hij baalde, hij was er eigenlijk te kort voor. Hij besloot een slier om zijn hand te wikkelen en te proberen of hij hem dan zo als een pakketje erin kon gooien. Joke stond er glimlachend naar te kijken en volgde zijn voorbeeld.

“Goed plan Jan, als pakketje passen ze er beter in!”

Jan lachte toen hij zag dat Joke het op zijn manier deed. “Grapjas, jij kunt er toch wel zo bij?”

“Ja, dat kan ik wel, maar die uitlopers willen niet blijven zitten. Als we ze er als een klein pakketje in gooien, liggen ze al beneden in de bak voordat ze uit elkaar schieten. Dan komen ze vast niet weer naar buiten!”

“Nee, dat denk ik ook niet. Anders moet ik de snoeischaar weer ophalen en ze in kleinere stukken knippen.”

“Ik denk niet dat dat nodig is…”

Ze werkten stug door en waren best tevreden over hun werk. Jan gaf het deksel van de container weer een zetje, zodat die met een klap op de bak terug viel.

“Hoppa, die zit! Zie nou maar dat je er weer uit komt, stelletje uitslovers!” riep hij tegen de zijkant van de bak.

Joke schaterde!

“Kom op kerel, we gaan onze handen wassen. Ik heb trouwens geen klompen en jij hebt je klompen ook niet aan. Maar ik zie dat er wel een goeie borstelmat bij de deur ligt. Zullen we die maar eens gaan gebruiken?”

Ze veegden hun schoenen zo goed mogelijk af, controleerden elkaars zolen en gingen naar binnen, wasten hun handen in de bijkeuken.

Jan keek Joke aan: “Ik vond het geweldig, met jou samenwerken. Dat wil ik nog wel eens doen.”
“Weet je Jan, Anton en ik logeren meestal een paar keer per jaar in pension Bloemenhof. Ik beloof je dat ik je dan weer zal opzoeken.”

“Ja! En hoe lang blijf je nu?”

“Deze week en volgende week,” vertelde Joke.

“Kunnen we dan nog eens iets samen doen?”

“Vast wel, verzin jij maar iets. Ik stuur Annelies vanavond een mailtje, daar zal ik ook mijn telefoonnummer in zetten. Dan kun jullie me gewoon bellen om iets af te spreken.”

“Gaaf!” riep Jan uit, en sloeg zijn armen met zijn natte handen om Joke heen. Joke volgde zijn voorbeeld en drukte hem even tegen zich aan.

“Zeker gaaf, jongen,” zei ze met een stem waar de ontroering in hoorbaar was.

“Moet je bijna huilen?” vroeg Jan, terwijl hij haar met een scheef hoofd bezorgd aankeek.

“Bijna wel, hoorde jij het ook aan mijn stem?”

Jan knikte. “Waarom dan?”

“Omdat jij me zo blij maakt. Anton en ik hebben geen kinderen, en daardoor heb ik zoiets als vandaag met jou nog nooit gedaan. Ik vond het echt geweldig fijn! Kom, dan gaan we de anderen opzoeken in de drukkerij. Wijs me de weg maar!”

Jan liep voor Joke uit. Ze hoorde hem mompelen, alsof hij haar de weg wilde vertellen: “Hierheen, door de woonkamer, deze deur, door de gang, daar boven zijn onze slaapkamers, maar de drukkerij is daar, daar achter!”

Ze kwamen in een grote ruimte waar verschillende machines stonden. Een soort enorme printer, apparaten om de boeken te binden of te plakken. Kasten vol met papier en karton, en stapels boeken met fleurige kaften.

Joke liep naar Bert toe en stelde zich voor.

“Jan en ik hebben net even kappertje gespeeld met jullie klimop. Hij heeft nu weer een prachtig koppie!”

Bert lachte, vooral om de schaterende lach van Jan die door de grote ruimte schalde.

“Ik zie dat hij moe is, maar vooral dat hij super gelukkig is. Dank je wel, ook namens de klimop! En begreep ik het goed dat jij ook boeken schrijft?”

“Ja, en Johan, Jan en Annelies hebben me zover gekregen dat ik straks mijn laatste boek ga doormailen. Dus als je vanavond geen kind aan haar hebt, beschouw dat voor mij dan maar als een goed teken… ik vind het spannend, echt waar!”

“Ik geloof je Joke, ergens hebben we allemaal zo onze onzekerheden. Maar ik moet zeggen, door het ontdekkingscentrum, door de manier waarop de begeleiders met deze twee ontdekkers en met ons omgaan, heb ik het gevoel dat het steeds beter zal gaan, dat we steeds door putten en over bulten zullen gaan, maar daardoor sterker zullen worden, steeds meer onszelf. Zoiets vertelden Patrick en Bea ons, toen we voor het aanmeldingsgesprek bij hen waren. Annelies en ik zijn ook best onzeker, over hoe we met Jan om moeten gaan bijvoorbeeld. Hij is geen moeilijk kind hoor, helemaal niet, maar hij weet wat hij wil. Bea liet ons zien dat dat zijn sterke kant is, zijn kracht, hij weet wat hij wil. Maar wij vinden het soms moeilijk, hoe we hem moeten begeleiden.”

“Dat had ik je gisteren ook niet kunnen vertellen, maar vandaag heb ik dit geleerd: goed luisteren, vragen stellen en kijken en alleen helpen als het nodig is!”

Joke vertelde hoe ze had willen ingrijpen toen Jan de snoeischaar met zijn vingers wilde gaan schoonmaken, en hoe hij het zelf opgelost had. Ze vertelde over zijn handige manier van omgaan met die gekke lange slierten, om die in de container te kunnen krijgen.

“Ik heb geleerd, dat begeleiden absoluut niet betekent dat je de leiding neemt, wel dat je ingrijpt als hij zichzelf in gevaar brengt. Maar als hij andere minder slimme dingen zou proberen, zou ik niet ingrijpen maar vragen stellen. Om hem zelf te laten denken. Simpele vragen, zoals ‘waarom wil je het zo doen?’ of ‘kan het ook anders?’ Ik heb ervan genoten om dit te ontdekken. Ik heb zelf geen kinderen, en ik had nooit verwacht dat ik dit zou kunnen, omdat ik geen ervaring heb. Maar het verliep soepel, door wat ik van Anton, mijn man geleerd heb: ‘omgaan met elkaar is luisteren, kijken, vragen… en vooral je binnenste volgen!”

Johan applaudisseerde, waar Rosalie en Jan meteen aan mee gingen doen.

“Ja toe maar, maak me maar verlegen!” lachte Joke. “Even wat anders, jullie hebben dus een drukkerij en jullie hebben de verhalen van Rosalie in boekvorm hier liggen?”

Johan hield het stapeltje van vier boeken omhoog: “Tadaaaaaa, dit zijn haar eerste vier boeken! Alleen al hoe ze er uit zien, prachtig toch? Harde kaft, leuke foto’s voor en achter. Rosalie heeft er voor gekozen, dat er niets over haar op de kaft geschreven zou worden. Ze is gewoon een schrijfster…”

“… ja, en ik wil niet dat mensen mijn boeken kopen omdat ik nog maar een kind ben en dat zo schattig is!” vulde Rosalie aan.

“Gelijk heb je! Wat hebben de mensen ook aan al die informatie over de schrijfster. Het gaat toch om het verhaal?”

“Wil jij ook niets over jezelf op de achterkant?” vroeg Rosalie.

“Nee, ik denk het niet… moet ik nog even over nadenken, maar ik denk niets over mezelf, hooguit een kort stukje over het boek zelf, over het verhaal. Dan kunnen mensen een beetje inschatten of het hen een fijn boek lijkt.”

Rosalie knikte. “Zullen we naar Bloemenhof gaan? Ik denk dat Marieke de boeken wel wil zien.”

“Goed, maar ik wil zelf ook heel graag jouw boeken kopen. Zijn ze erg duur?”
Rosalie schaterde: “Welnee joh, Johan heeft voor vier boeken dertig euro betaald.”

“Ik doe mee, ik wil ook zo’n setje! De boeken van mijn lieve vakantie-vriendin!” knipoogde Joke naar Rosalie, die stralend naar de kast rende en van elke stapel een exemplaar afpakte en ze aan Joke gaf.

“Dat is dan dertig euro, alstublieft,” zei ze met een gewichtig stemmetje.

“Dat wil ik graag betalen, mevrouw de schrijfster, maar kan ik hier ook pinnen?”

Rosalie draaide zich om en wees naar het pinapparaat.

Annelies stond zachtjes hikkend van de lach het apparaat al gebruiksklaar te maken.

“Geweldig stel zijn jullie! Dertig euro alstublieft, mevrouw Joke,” lachte ze, terwijl de tranen over haar wangen druppelden, en steeds harder begonnen te stromen.

“Sorry, ik weet niet wat er gebeurt… O, ja, dank je wel, het pinnen is gelukt, wil je de bon mee? Bert, wil jij even de factuur uitprinten? Ik weet niet waarom ik nou huil, ik ben een beetje van slag of zo…”

Bert liep achter haar langs, legde even zijn hand op haar schouder en gaf haar een kus op haar wang. “Laat die tranen maar gaan, ze kennen de weg wel,” fluisterde hij.

“Och, malle!” reageerde Annelies, half huilend, half lachend.

Bert printte de factuur uit en gaf hem aan Joke.

“Dat is een officieel stukje van de drukkerij. Johan had er niets mee, en dat snap ik, maar wij moeten onze kosten en inkomsten aan het eind van het jaar verantwoorden, vandaar. Ik wens jullie heel veel plezier met de boeken en we zien jullie deze week vast nog wel een keer!”
“Joke blijft volgende week ook!” riep Jan blij. “En ze wil graag nog een keer met mij samenwerken, maar ik moet nog verzinnen wat we dan gaan doen!”

Bert lachte: “Jij verzint vast wel wat!”

Joke ging nog even naar Annelies toe, bedankt haar dat ze haar zoon even aan haar had toevertrouwd.

“Och, dat was toch niks, graag gedaan.”

“Het was wel wat, Annelies, het was niet makkelijk voor je, maar je deed het toch. En als het voor jou ook oké is, kom ik deze of volgende week nog een keer met hem samenwerken, hier of op het centrum.”

“Graag,” glimlachte Annelies door haar tranen heen. “Bedankt!”

Naar hoofdstuk 70. Boeken

Of naar de Inhoudsopgave