Hoofdstuk 104.

Het journalistenteam in actie!

Jeroen en Eric en hun journalistenteam merkten al snel, dat ze sinds het bezoek van Maurice en Jacqueline met veel meer gemak zich op de nieuwe manier van werken stortten. Ze waren meer ontspannen, lazen nieuwsberichten, documenten, luisterden interviews en debatten scrolden over allerlei onderwerpen door de sociale media, ontdekten nieuwe websites en genoten van de manier waarop hun ziel steeds helderder in staat was om mogelijkheden, ideeën en verrassende inzichten te geven tegenover al de ellende en leugens die ze lazen, zagen en hoorden.

Alle artikelen die ze schreven en ideeën die ze kregen voor interviews en dergelijke, zetten ze elke dag op een verzamelplaats in de computer, waar hun collega’s ze konden lezen, eventueel aanvullingen of wijzigingen er onder konden plaatsen. En halverwege de middag overlegden ze samen wat ze daadwerkelijk op hun website zouden gaan zetten, en waarover er zo snel mogelijk interviews gehouden of kleine documentaires gemaakt zouden worden.

.

Zo las één van hen, Patrick, dat er op een afdeling in het ziekenhuis van hun eigen regio onrust was ontstaan. De oorzaak werd volgens het personeel gevonden in een magische werkwijze van een arts en een verpleegkundige, die beweerden te werken vanuit hun ziel. Het afdelingshoofd beschreef in een bericht op Twitter dat ze het ervaarde als een soort tovenarij, dat ze het tweetal op gesprek gevraagd had, maar helaas niet verder met hen gekomen was. Ze had er mee geworsteld, omdat deze beide mensen absoluut niet werkten volgens de werkwijze van Hippocrates, van wie ze wel de eed hadden afgelegd, en ook niet volgens de regels van het ziekenhuis. Ze had via collega’s onderzoek naar het tweetal gedaan, om erachter te komen wat ze nou precies deden, maar hadden niets kunnen vinden. Zelfs patiënten die op onverklaarbare manier spontaan genazen of van wie hun pijn verdween, konden haar niet vertellen wat er gebeurd was.

Het afdelingshoofd was op zoek gegaan naar juridische mogelijkheden om het tweetal te kunnen ontslaan, omdat ze hen ervaarde als bedreiging voor de gezondheidszorg. Ze was blij dat het zover niet was gekomen, doordat het tweetal zelf ontslag had genomen.

Patrick reageerde in een persoonlijk bericht naar het afdelingshoofd met de vraag of ze meer kon vertellen, omdat hij geïnteresseerd was naar mogelijke bedreigingen in de zorg. Hij vroeg haar of ze misschien namen van die arts en die verpleegkundige kon geven. Hij besefte heel goed, dat ze dat officieel niet mocht doen, maar ze trapte erin, en gaf de namen.

Patrick ging met de namen op zoek naar meer informatie, en vond een vrij nieuwe website, waarop de beide zorgverleners vertelden over hun ervaringen in het ziekenhuis, een heel neutraal verslag, zonder de lelijke sfeer die hij bij het afdelingshoofd in haar persoonlijke reactie had bespeurd. Hij las dat Patricia en Jonathan ervaren hadden dat hun collega’s niet begrepen wat zielskracht was, dat dat niets te maken had met magie, maar gewoon met de kracht die in ieder mens was. Ze legden eigenlijk heel eenvoudig uit wat emotionele verwonding was, wat het veroorzaakt had en hoe ze zelf genezing daarvan ervaren hadden, en hoe ze gemerkt hadden dat er steeds meer van hun zielskracht vrij kwam daardoor. Ze verwezen op deze Visie-pagina naar hun beide persoonlijke pagina’s op de website, waar ze verschillende getuigenissen deelden.

Zo kwam het dat Patrick het verschil ontdekte tussen geneeskunde en geneeskunst. Geneeskunde werkte vanuit systemen, wetenschappelijke ontdekkingen, maar liet de ziel op z’n minst grotendeels buiten beschouwing. Geneeskunst, in de letterlijke betekenis, betekende echter iets anders, namelijk de kunst van genezen. Geneeskunst werkte dus vanuit de ziel, waar kracht uit straalde en creatieve ideeën uit naar boven kwamen.

De website boeide hem enorm, en hij wilde deze mensen eigenlijk heel graag ontmoeten. Hij gooide het diezelfde middag in de groep, waarop Eric reageerde: “Mail ze maar, en vraag wanneer we mogen komen. Ik denk dat deze mensen een enorme omslag gemaakt hebben en heel veel invloed zouden kunnen uitoefenen op andere zorgverleners, die nu misschien nog op de rand van ‘hoe moet ik verder’ lopen.”

Patrick verstuurde meteen een verzoek om een interview naar zowel Patricia als Jonathan. Zij waren, los van elkaar, verrast door het verzoek en zochten allebei de website van deze journalistengroep op om te bekijken wat voor soort journalisten dit waren.

Patricia belde Jonathan: “Heb jij die mail van ene Patrick van een journalistenteam al gelezen?”

“Jazeker, ik was net even op hun site aan het ronddwalen. Geweldig bezig, die gasten! Ik heb eigenlijk wel het gevoel dat we hen een interview mogen gunnen. Wat denk jij?”

“Ik denk dat het een geniale kans is om door te dringen tot collega’s die ook dingen beginnen te ervaren. Ik weet zeker dat die er zijn, niet alleen op de afdeling waar wij werkten, maar verspreid over het hele ziekenhuis. En in alle andere ziekenhuizen zal dat vast niet veel anders zijn.”

Terwijl ze elkaar nog aan de telefoon hadden, mailde Patricia terug: “Wij zijn er helemaal voor! Wanneer?”

Terwijl ze verder praatten over wat ze op de site van de journalisten hadden ontdekt, overlegde Patrick met Eric. Ze konden in principe diezelfde dag nog, ze konden bijna direct vertrekken.

Patricia en Jonathan reageerden verrast en nodigden hen uit bij Jonathan thuis. Patricia pakte haar schoudertas, schreef een briefje voor Anton, zodat hij wist waar ze was, en vertrok. Ze kwam bijna tegelijk met Patrick en Eric aan, en ervaarde hun open blik en vrije manier van spreken als een verademing. Geen opdringerig gedoe, zoals ze zo vaak gezien had op internet en televisie, maar gewoon spreken, vragen, luisteren, doorvragen. Dat begon al meteen bij de deur en toen ze binnen verder gingen bij een kop koffie. Ergens verbaasde het haar niet eens dat het bij het interview niet anders ging, dat het eigenlijk gewoon een gesprek was, een gesprek op de manier zoals je zou wensen dat gesprekken altijd zouden gaan. Hoe Patrick luisterde, daarin ervaarden Patricia en Jonathan allebei een oprechte belangstelling, een verlangen om te weten hoe zielskracht in hun omgang met patiënten gewerkt had en nog steeds werkte. Tijdens het interview voelde Jonathan aan zijn mobiel dat hij een bericht kreeg. Speciaal voor zijn email-berichten had hij die zoemer aangezet.

“Ik krijg net een mailtje van een patiënt, ik heb nog geen idee wie het is, of het iemand is die al eens eerder gemaild heeft, en ik weet niet waar het over gaat. Ik zou het fijn vinden als jullie mee filmen terwijl ik het lees en beantwoord. Maar natuurlijk alleen op voorwaarde dat jullie de naam van de patiënt wissen.”

“Heel terecht,” zei Eric, “ik zou niet willen dat enig patiënt zich gebruikt zou voelen voor onze website. Zal ik gewoon jou en jouw mobiel opnemen?”

“Lijkt me handig, begin maar,” zei Jonathan, en helemaal gericht op die opname vertelde hij erbij: “Ik krijg net een bericht van een patiënt, ik zal eens even kijken… ah, hier is haar mailtje. Deze dame heeft een wond opgelopen aan haar been en vraagt of ik daar iets voor kan doen, voordat ze naar een dokter gaat. Ik krijg de indruk dat het gaat om een wond op haar scheenbeen, en dat zijn niet bepaald de makkelijkste wonden, omdat de huid zo dicht op het bot zit. Ondanks die wetenschap in mijn achterhoofd, krijg ik de indruk dat de wond inmiddels geheeld is. Wat ik nu doe, is even terugmailen: ‘Ik heb je mail gelezen. Hoe gaat het nu met die wond? Groet, Jonathan.’ Ik wacht even af… het zou wel eens kunnen zijn dat de plek nog beurs is, maar dat gaat nu ook verdwijnen. Daar komt haar reactie: ‘Het voelt nog beurs en is nog wat gekleurd, maar de pijn is weg en de huid is dicht. Dank je wel, ik hoef niet meer naar de dokter.’ Daar kan ik zo van genieten he… o wacht, ze schrijft nog een berichtje: ‘Beurse gevoel en verkleuring zijn weg, alsof er nooit een wond geweest is. Wow, de kracht van jouw ziel is wel heel sterk! Ik ga meteen doneren, jij bent je salaris meer dan waard!’ Nou, dat vind ik een mooie bijkomstigheid, maar ik ben vooral blij en ook nog steeds verrast, dat mijn indruk dus klopte. Ik mail haar nog even: ‘Blij dat het zo opgelost is, en alvast bedankt voor je gift!’ En zo gaat het dus bijna elke keer.”

Eric zag door zijn cameralens dat Jonathan blij ontroerd was en Patrick, die dat ook zag, vroeg hem of hij ooit terug zou willen naar een ziekenhuis, om daar te werken.

“Op dit moment zeg ik daar zonder twijfel nee tegen, maar je weet natuurlijk nooit hoe het gaat lopen. Mijn nee is nu mijn waarheid, de waarheid die mijn ziel mij nu voor dit moment geeft. Maar ik weet dat onze ziel in het algemeen niets heeft met absolute waarheden. Onze ziel weet welke waarheid we op elk moment nodig hebben. Misschien komt er een dag dat mijn ziel mij aanspoort om te solliciteren in een ziekenhuis. Geen idee, dat zien we dan wel weer!”

.

“En nu?” vroeg Patrick aan Eric toen ze terug waren op hun werkplek.

Eric grijnsde. “Eigenlijk is de werkdag voorbij, maar journalisten maken vaak de gekste uren. Als ik eerlijk moet zijn, verlang ik ernaar om even wat te gaan eten, en daarna de opnames klaar te gaan maken voor de website. Ik weet dat ik dat ook morgen zou kunnen doen, niemand die daar een probleem van zou maken, maar ik voel die drang van binnenuit, vandaar… Ellen kent dat, dus die zal er geen probleem mee hebben als ik er vanavond mee aan de slag ga.”

“Ga je dat hier doen of thuis?” vroeg Patrick.

“Thuis, waarom vraag je dat? Zin om erbij te zijn?”

“Ja, ik ervaar net als jij zo’n drang om het af te maken. Niet om jou op je vingers te kijken of om je te corrigeren, maar het gevoel dat teamwerk ook bij dit deel nog belangrijk is.”

“Zielskracht in het kwadraat?” vroeg Eric.

“Ja precies, dat is het! Ik ga snel even een hapje eten, en dan kom ik naar je huis!”

“Patrick,” hield Eric hem tegen. “Ik ken je als harde werker hier, open en oprecht, gedreven, maar ik weet niet eens of je een partner, een gezin hebt.”

Patrick lachte: “Geeft niet, op deze manier komen we daar achter. Ik wist ook niet van het bestaan van Ellen, nu wel. En nee, ik woon alleen, nog geen soulmaatje gevonden.”

“Ga dan met mij mee joh, eet met ons mee!”

“Zou Ellen dat niet vervelend vinden?”

“Daar komen we vanzelf achter,” grijnsde Eric, “maar ik denk het niet. Ze staat open voor ons werk, ze staat open voor zielswerk, en ik vermoed dat als ze tijd heeft, erbij zal willen zijn als we na het eten aan het werk gaan.”

Lachend vertrokken ze. Eric introduceerde zijn collega bij Ellen, die hem enthousiast verwelkomde. “Ik heb meer gekookt dan ik normaal doe, ik wist niet waarom, maar ik had het gevoel dat ik dat zo moest doen. En als ik zo’n gevoel krijg, denk ik: het zal wel een reden hebben, en als ik het mis heb, dan eten we wat overblijft morgen wel op. Maar blijkbaar had ik het niet mis, mooie timing van mijn ziel, dat maakt me blij!”

.

De volgende ochtend bij het ontbijt bekeek Huib de ‘Soul-Journalistiek’-site en ontdekte het kersverse filmpje. “Margreet, moet je zien, Patricia en Jonathan zijn door die soul-journalisten geïnterviewd. Dit keer door Patrick, gefilmd door Eric.”

Samen bekeken ze het filmpje. Het maakte hen blij.

“Weet je wat ik net in gedachten krijg?” vroeg Margreet. “Eigenlijk zouden ook deze mensen een pagina op onze website moeten krijgen. Deze journalistiek is ook kunst, een uiting van hun ziel. Het voelt wel heel apart, maar ik heb toch het gevoel dat ze erbij horen. Hoe ervaar jij dat?”

“Datzelfde heb ik gedacht over de website van het ontdekkingscentrum. Zij hebben een pagina op hun website waarop ze ervaringen delen, en dat zijn stuk voor stuk ervaringen die alles te maken hebben met zielswerk. Zullen we die twee sites eens voordragen aan Ilse?”

Ilse reageerde verrast, en mailde terug: “Jullie halen me de woorden uit de mond! Ik zat over die site van ‘Soul-Journalistiek’ net hetzelfde te denken, en jullie hebben gelijk, ‘Ik ontdek mezelf!’ zou er ook bij mogen, als ze dat willen. Ik ga het even in de groep gooien, beide linken, en bij die van het ontdekkingscentrum specifiek de pagina met hun ervaringen.”

Een paar uur later, nadat Ilse zowel van alle kunstenaars groen licht had gekregen en ook van de journalisten en het ontdekkingscentrum een blijde reactie had gehad, was de digitale galerie verrijkt met twee nieuwe pagina’s. Ze had aan beiden gevraagd wat ze van hun site mocht overnemen, en had daar volledig de vrije hand in gekregen. Het had haar, vooral bij de website ‘Soul-Journalistiek’, heel wat werk gekost, maar ze had er zoveel blijdschap bij ervaren, dat ze er totaal geen probleem mee had dat ze overuren maakte.

.

Dat ‘Soul-Journalistiek’ nu was toegevoegd aan de digitale galerie, had tot gevolg dat het team ook die site door gingen zoeken naar nieuws. Vooral de pagina van het ontdekkingscentrum trok de belangstelling van Anneloes. Zij had zelf slechte herinneringen aan haar schooltijd, en ze kreeg een verlangen om eens op dat centrum rond te kijken. Ze maakte er een voorstel van om dat in de groep te bespreken. Haar collega’s herkenden haar weerzin tegen school. Ze herkenden ook allemaal dat ze het gevoel gehad hadden dat het aan henzelf lag, terwijl ze nu ervaarden dat het veroorzaakt was doordat hun ziel niet in een systeem gevangen had moeten worden.

“Al die systemen waren ten diepste vijanden van onze ziel.”

“Absoluut, systemen zetten ons vast.”

“Systemen dwongen ons in richtingen waar we helemaal niet heen wilden.”

“Dat niet alleen, maar ze vervormden onze ziel.”

“En zo raakten we onze vrijheid kwijt.”

“Inderdaad, en onszelf. Daardoor wisten we niet meer wie we waren…”

“Dus, samenvattend, supergoed idee Anneloes, om naar dat ontdekkingscentrum te gaan. Als de begeleiders het goed vinden, maak dan maar zo snel mogelijk een afspraak. Ik volg je wel met mijn camera!” lachte Eric.

.

Ineke vond het een prachtig idee en vroeg haar collega’s, de ontdekkers en hun ouders of zij er ook achter stonden. Niemand vond het een probleem, sterker nog, iedereen was enthousiast en verlangend het interview later op de site te kunnen bekijken!

Anneloes kreeg via Ineke dus toestemming voor een interview, maar wel met het dringende verzoek om rekening te houden met het feit dat er net een nieuwe onderzoeker was, Sita, die was net die dag voor het eerst en kwam nogal verlegen over.

.

De volgende morgen vertrokken Anneloes en Eric naar ‘Ik ontdekt mezelf !’. Het eerste wat hen opviel, was dat een jong meisje open deed en hen vroeg: “Komen jullie filmen? Dat vind ik leuk! Mag ik straks ook een stukje filmen?”

Eric hurkte bij haar neer: “Hoi, ik heet Eric, en ik vind het prima als jij een stukje gaat filmen. Hoe heet jij?”

“Sita Grevink.”

“Sita, ik vind het leuk dat je me vandaag een beetje gaat helpen met filmen. Ik ga nu eerst even de andere mensen groeten.” Eric kwam overeind en keek in het verbaasde gezicht van Ineke.

“Kan het zijn dat jij Ineke bent?” vroeg hij glimlachend.

“Ja, dat klopt, en ik ben helemaal verbaasd. Aan de andere kant laat dit wel heel erg goed zien, wat het met een mens doet als hij bezig kan zijn met dat wat echt zijn hart heeft, of haar hart in dit geval. Ongelofelijk!”

“Ik denk dat we daar straks iets mee moeten doen,” stelde Anneloes voor. “Dit geeft de kern van waar het om gaat, zo goed weer!”

“Dat lijkt me een goed plan! Vertel, wat was jullie idee voor vanmorgen?” vroeg Ineke.

“Net als altijd, gewoonweg onze ziel volgen. We hebben zelfs geen vragenlijst, we houden ervan om met mensen te praten, naar hen te luisteren. We noemen het nog steeds een interview, maar bij ons werkt het meestal meer als een gesprek. Al pratend tot de kern komen, dingen ontdekken, en dat sluit weer helemaal bij jullie aan, ontdekken!”

Ineke lachte: “Zo is dat, daar zijn we hier goed in!”

Terwijl Anneloes met Ineke in gesprek was, hielp Eric Sita om op de tafel te gaan zitten. Hij gaf haar zijn camera, bleef hem zelf aan de band vasthouden voor noodgeval en liet haar zien hoe ze hem aan kon zetten en hoe ze op de kleine monitor kon zien wat ze opnam.

“Hoef ik niet door dat kleine raampje te kijken?” vroeg ze verbaasd.

“Door de lens? Het mag wel, maar het hoeft niet. Probeer maar uit wat je fijn vindt.”

In het begon vond Sita het vooral fijn om wel door de lens te kijken, ze fluisterde dat dat steviger was, maar na een poosje kreeg ze last van haar andere oog, dat ze gespannen dicht gehouden had. Ze probeerde het op de andere manier, maar merkte dat ze het moeilijk vond om de camera dan stil te houden. Eric hielp haar een beetje door de camera te ondersteunen.

“Stuur jij hem maar, ik hou hem aan de onderkant een beetje vast,” fluisterde hij naast haar oor.

Annelies en Ineke vertelden elkaar over hun eigen ervaringen tijdens hun schooljaren. Die ervaringen kwamen aardig overeen. Vervolgens vroeg Annelies hoe ze hier in het ontdekkingscentrum werkten. Aan de hand van wat voorbeelden vertelde Ineke, dat samenleven hun basis was, een basis van gelijkwaardigheid.

“Wij als begeleiders weten misschien meer dan de ontdekkers, maar hebben het recht niet hen dingen voor te kauwen. We geven hen de kansen waar ze ten diepste zelf om vragen. Neem Sita nou, het is haar tweede dag hier. Ze was gisteren heel erg verlegen, onbekende mensen, onbekend gebouw, geen idee wat er van haar verwacht werd. Zij kon niet weten dat wij niet iets specifieks van haar verwachtten. Ze had gisteren echt moeite om haar draai te vinden, en vanmorgen was dat niet anders, totdat ik tijdens onze vergadering vanmorgen vertelde dat we vandaag bezoek zouden krijgen van een journalist en een cameraman. We hebben even gesproken over wat jullie werk inhoudt, en zonder dat Sita iets zei, zag ik haar open gaan, als een bloemknop in de zon. Pas toen jullie kwamen, werd me duidelijk waar dat door kwam. Zij heeft een enorme klik met camera’s.” Ineke onderbrak zichzelf even, zwaaide lachend naar de camera: “Je doet het geweldig Sita!”, keerde zich weer naar Anneloes en vertelde dat ook hun dagen nooit volgens een vooropgezet plan verliepen. “We hebben hier Rosalie, lopen jullie mee met de camera?” Ze schoot in de lach toen ze zag dat Eric een arm om Sita heen sloeg, haar op zijn heup nam, en met zijn vrije hand de camera bleef ondersteunen. “Rosalie zit heel vaak in de kamer hiernaast, als ze de drang voelt om aan haar boek te werken. Ze heeft al heel wat boeken geschreven, tot nu toe boeken over dieren, of eigenlijk vanuit dieren. En ze kreeg nu een verhaal in haar gedachten over een paar kinderen die er zelf op uit trekken. Ik heb er nog niets van gelezen, ik ben eigenlijk ontzettend nieuwsgierig naar dat verhaal. Rosalie, mogen we je even storen?”

Rosalie keek op. “Oh de journalist en de cameraman! Ben jij dan de journalist?”

“Ja, dat klopt, ik heet Anneloes, en voor mijn werk ben ik journalist. Ik vond school vroeger heel vervelend, en ik was benieuwd of het hier op het ontdekkingscentrum anders zou zijn dan op een school.”

“O ja, heel anders, ik heb een poosje op school gezeten, en ik vond het verschrikkelijk! Ik moest precies doen wat de juf zei, maar ik vond haar opdrachten echt niet leuk! Ik hou van lezen en nog meer van boeken schrijven. Tussendoor zoek ik dingen op op internet, zo ontdek ik ook heel veel.”

“En andere dingen, met een pen schrijven, rekenen, doe je dat ook?”

“Ja hoor, dat heb ik tussendoor geleerd, net als typen, dat heb ik thuis geleerd. Typen is best makkelijk, als je hoofd maar weet waar elke letter zit, dan gaat het vanzelf.”

Anneloes glimlachte: “Dat klopt, dat heb ik ook gemerkt. Weet jij nog hoe je het geleerd hebt?”

Rosalie keek haar met een scheef hoofd aan: “Nee, maar dat vind ik ook niet meer belangrijk. Ik kan het nu en ik vind het fijn.”

Anneloes dacht even na: “Denk je dat alle kinderen het op dezelfde manier kunnen leren?”

“Nee, dat denk ik niet, alle kinderen zijn anders. Ze moeten ontdekken hoe ze het handig vinden.”

Ineke haakte daarop in: “Weet je wat me hier opvalt? Dat kinderen lang niet zoveel oefening nodig hebben als op school. Ik denk dat dat voor een deel komt doordat ze ergens mee beginnen op het moment dat zij eraan toe zijn, en ook door wat Rosalie zegt, doordat ze moeten ontdekken wat voor hen de makkelijkste manier is om het te kunnen leren. Op school worden methoden vaak doorgedrukt, moeten kinderen allemaal op dezelfde manier iets leren. Zonder daar lelijk over te willen doen, kan ik wel zeggen, dat je dan ingaat tegen de natuurlijke manier van ontdekken van een kind. Ieder kind is anders, daar zijn we van overtuigd, en daarom moeten we ieder kind ook anders helpen te ontdekken. Helpen doen wij sowieso altijd alleen als er een hulpvraag is. Soms vragen we wel of we ergens mee moeten helpen, maar eigenlijk is dat zelden nodig. De ontdekkers weten dat ze bij ons mogen aankloppen en doen dat ook. Zullen we nog even langs Jan gaan? Al weet ik niet waar hij op dit moment is…”

Bea, die haar opmerking hoorde, wees naar een kamer er tegenover. “Daar, hij heeft iets nieuws ontdekt. Jullie hadden het net over leren typen, nou, daar is hij nu mee bezig!”

Anneloes volgde Ineke naar de andere kamer en zag tot haar verbazing een jongen die zo te zien, volgens schoolse termen, een jongste kleuter moest zijn.

“Jan, mogen we je even storen?” vroeg Ineke.

Jan schudde zijn hoofd: “Nee, doe maar niet, ik ben een verhaal aan het typen.”

Sita bleef hem even filmen, terwijl iedereen in stilte toekeek. Daarna nam Ineke hen weer mee naar de gang, waar Anneloes vroeg: “Je collega zei net dat Jan bezig wat met leren typen, maar het ziet er niet naar uit dat hij het tienvingersysteem aan het leren is. Ow, wacht eens… het woord zegt het al, dat is een systeem!”

Bea, die bij hen gebleven was, schoot in de lach: “Precies! En op zich een handig systeem, als je het eenmaal geleerd hebt. Rosalie zag mij met alle vingers typen en wilde het op die manier, omdat ze merkte dat het met twee vingers niet echt vlot ging. Ik heb haar toen laten zien hoe ik mijn vingers over het toetsenbord verdeelde, heb haar een typecursus van internet gegeven, en daar heeft ze heel even mee gewerkt, eigenlijk alleen om te ontdekken hoe de vingers volgens dat systeem geplaatst werden. Ze vond dat handig, onthield het en ging er mee aan de slag. Of ze het exact zo doet als het in die cursus geleerd werd, weet ik niet, maar ik weet wel dat ze razendsnel kan typen en dat ze daar plezier en gemak van heeft. Wat wil je dan nog meer?”

“Ik zou het niet weten!” lachte Anneloes.

Eric wees aan Sita hoe ze de camera uit kon zetten en vroeg haar of hij haar nog heel even mocht filmen en haar wat mocht vragen. Ze knikte enthousiast. Eric zette haar weer op een tafel en begon haar te filmen, terwijl hij haar vroeg: “Hey Sita, hoe vond je het om alles te filmen?”

“Zo leuk, ik dacht niet dat ik echt alles zou mogen filmen, maar dat mocht wel. Ik ben zo blij! Wanneer komt het filmpje op televisie?”

“Nou, het komt niet op televisie, maar het komt wel op onze website, dus je kunt het op de computer bekijken. Ik zal je zo een kaartje geven waar de naam van onze website op staat.”

Hij praatte nog even met haar door, over wat ze thuis graag deed, ja fotograferen natuurlijk, en hoe ze het op het ontdekkingscentrum vond.

“Ik vind het hier nu leuk! En later wil ik hetzelfde werk doen als jij! Mag ik dan bij jullie werken?”

“Als jij zover bent, moet je maar langskomen!” zei Eric, die natuurlijk niets kon beloven.

.

Terug op de werkplek gingen ze direct aan de slag met monteren. De opname viel ontzettend mee, het was Eric en Sita samen best goed gelukt om de camera redelijk stil te houden. Ze begonnen met een stukje over Sita, waarin Anneloes haar even voorstelde, en vertelde dat zij alles samen met Eric gefilmd had. Ze merkten dat ze eigenlijk heel weinig eruit wilden knippen. De contacten waren zo puur geweest, de reactie van de kinderen zo natuurlijk, dat het jammer zou zijn om daar wat van af te halen. Vlak voor de lunch kregen ze het voor elkaar om hun filmpje op de site te plaatsen, en lieten het, zonder er iets bij te vermelden, tijdens de lunch aan hun collega’s zien.

Jeroen vatte de reacties van de collega's samen: “Je kunt zien dat je niet zelf gefilmd hebt, het beeld is niet helemaal stabiel, maar eigenlijk vind ik dat in deze setting ontzettend leuk. Het is gewoon echt, het is zoals het is. Topwerk, jongelui!”

“Dank u, dank u,” lachte Eric, “ik zal meteen even een berichtje naar het centrum doen, dan kunnen ze samen met de kinderen kijken hoe het geworden is.”

“Als de kinderen daar zin in hebben…” zei Anneloes met een grijns op haar gezicht. “Dat vind ik zo sterk daar, die kinderen hebben echt zelf de keuze wat ze gaan doen, hoe ze het gaan doen. De enige restrictie die ze hebben, is dat ze zich aan een paar basisregels moeten houden. Zelf je spullen opruimen, een ander geen kwaad doen. Veel meer is het niet, echt geweldig! En als er dingen besproken moeten worden, dan doen de volwassenen dat niet over de hoofden van de kinderen heen, maar dan leggen ze de kinderen uit wat er aan de hand is, en komen ze samen tot een besluit of een actie of een plan.”

“Wij zijn gewend om die kleintjes kinderen te noemen,” reageerde Eric, “dus ik neem je niet kwalijk dat je dat nog steeds doet, maar daar noemen ze hen ontdekkers. En dat vind ik zo top, dat maakt al dat er geen onderscheid is, dat leeftijd er niet toe doet. Ook de begeleiders zijn min of meer ontdekkers. Zoals indirect ook blijkt uit wat die vrouw over dat leren typen zegt, dat elk kind dat op z’n eigen manier leert, zelf uitzoekt wat handig is. Ik denk dat dat voor een volwassene een hele ontdekking is!”

.

Een paar collega’s waren op berichten vanuit de politie gestuit, berichten waarin verteld werd hoe agenten een stel agressieve jonge mensen te pakken hadden genomen. Uit opnames die op de sociale media verspreid werden, bleek duidelijk hoe de agenten, zoals al jaren gebeurde, geen seconde overwogen of het ook anders kon, maar er meteen op los sloegen om de jongeren op de grond te krijgen, zodat ze hen makkelijk in de boeien konden slaan.

“Hier in de regio schijnt dit niet meer zo gedaan te worden,” wist Christian. “Er zou behoorlijk wat verandering te zijn binnen het corps. Daar zou ik wel eens op af willen. Eric, heb jij ook zin in een interview bij de politie?”

“Welja, bel Martin Verkamman maar. We hebben hem begin van het jaar ook geïnterviewd. Vraag maar wanneer we er terecht kunnen, dan ga ik wel met je mee.”

Christian belde met de regionale politie en kreeg via de telefonist Martin aan de telefoon. Hij legde uit voor welke groep hij werkte en dat hij graag een gesprek met Martin zou hebben over hun manier van werken. “En de aanleiding daarvoor is een reeks berichten over politiegeweld. We vragen ons af hoe jullie met soortgelijke situaties omgaan.”

Martin reageerde enthousiast: “Aha, jij bent een collega van Eric en Jeroen. Ze hebben me eerder geïnterviewd en sindsdien volg ik jullie site. Ik ben jouw naam daar ook tegengekomen. Wanneer zou je dat interview willen doen?” vroeg hij.

“Zo snel als jij maar kunt,” reageerde Christian. “Onze cameraman staat klaar, dus als het voor jou geen probleem is, kunnen we direct komen.”

Martin schoot in de lach: “Dat is nog eens doorpakken. Moment, even met mijn vaste collega overleggen. George, kunnen we zo een interview met een journalist doen?”

“Zo meteen? Wat mij betreft wel, we hebben geen buitendienst, zitten hier toch maar in ons neus te peuteren,” zei George met een grote grijns op zijn gezicht.

“Welja, toe maar,” zei Martin grinnikend. Aan de andere kant hoorde hij Christiaan ook lachen. “Je hoorde zeker wel wat mijn collega zei?”

“Ja, dat was duidelijk genoeg hahaha, jullie hebben in elk geval een schone neus, dat is een goed begin! Maar verstond ik het ook goed, dat we kunnen komen?”

“Wat ons betreft wel. Hou wel in je achterhoofd dat je op een politiebureau nooit kunt voorzien wat er voor onverwachte dingen tussen kunnen komen. Maar buiten dat zijn jullie welkom!”

Terwijl Christian en Eric op weg gingen, maakte Martin nog even het verslag waar hij mee bezig was, af. Hij sloeg het net op, toen de beide mannen binnen kwamen. Hij liep naar hen toe, begroette hen vrolijk en nodigde hen uit om bij zijn bureau te komen zitten. Hij bood hen koffie aan, vertelde dat, in tegenstelling tot veel politiebureaus, de koffie hier heerlijk was, waarop ze toestemden om een kopje koffie erbij te nemen.

“Mijn collega George gaf me net aan dat hij al te lang uit zijn neus gepeuterd had en echt verder moest met zijn bureauwerk. Hij had nogal een stapel... Dus jullie moeten het toch alleen met mij doen,” zei Martin. “Vertel maar wat jullie willen weten, en of jullie hier terplekke willen filmen of liever ergens anders.”

“We kunnen het gewoon hier doen. Mag ik de camera ook richting je collega’s verderop laten dwalen?” vroeg Eric.

“Op zich kan dat wel, maar kun je hen dan een beetje wazig over laten komen, zodat ze onherkenbaar zijn?”

“Geen probleem, ik plaats er bij het monteren wel een waas overheen. Zal ik dat bij jou ook doen?”
“Nee, niet nodig, ik weet alleen dat niet al mijn collega’s van publiciteit houden vanwege nare ervaringen en zo. Vandaar dat ik dat vroeg. Ik heb er zelf geen probleem mee, zeker bij jullie niet. Ik heb het gevoel dat ik jullie goed genoeg ken, via jullie website…” glimlachte Martin. “Goed werk, jullie doen de naam eer aan, echt soul-werk!”

“Leuk om te horen,” reageerde Eric glimlachend, “Ben jij al zover om te beginnen, Christian?”

Christian zette net zijn lege koffiekopje neer en knikte. Hij wachtte even tot Eric de camera daadwerkelijk liet draaien en begon met de introductie van Martin op het politiebureau en vertelde dat hij vragen had naar aanleiding van het politiegeweld dat vandaag in het nieuws was.

“Wat ik me afvroeg toen ik het las en de filmpjes van omstanders bekeek, was hoe jij op zulke situaties zou reageren. We weten dat je vanuit je binnenste leeft en werkt, maar maakt dat in zo’n geval verschil, denk je?”

“Ik weet wel zeker dat het verschil maakt, maar ik kan niet zeggen wat ik in die specifieke situatie gedaan zou hebben. Op het moment dat mijn collega en ik ergens naar toe geroepen worden, proberen we direct te checken of we indrukken krijgen, of we aanvoelen wat nodig is. Wat wij zelf de laatste tijd veel merken, is dat heel veel geweld van mensen voortkomt uit hun verwondingen, uit frustraties, uit angsten. Dat is een open deur in trappen natuurlijk, want ergens, diep van binnen hebben we dat altijd wel geweten. Het probleem is alleen dat we er behoorlijk aan gewend waren geraakt om alleen af te gaan op wat we zagen en hoorden. En als je alleen daarop afgaat, dan krijg je symptoombestrijding, en dat lost uiteindelijk zelden iets op. Doordat we binnen ons team steeds meer luisteren naar ons innerlijk, naar indrukken en intuïtie, komen we bij dieperliggende problemen uit en kunnen we vaak praktischer helpen. Dat is niet altijd eenvoudig, vooral niet als mensen in een agressieve modus terecht gekomen zijn. Daarom vind ik ons algemene buitenwerk, het surveilleren, ook zo belangrijk. We stoppen regelmatig ergens, bij winkelstraten vooral, maken her en der een praatje. Het is belangrijk om de mensen een beetje te leren kennen, te begrijpen wat er speelt. En soms komen we op een idee, een praktisch idee, waarmee we iemand verder kunnen helpen. Dat op zich is al mooi, maar een fijn bijverschijnsel is, dat mensen weer een beetje vertrouwen in ons beginnen te krijgen. De politie is een tijdlang meer de vijand dan de vriend van de burger geweest. En ja, dat is op allerlei plaatsen nog steeds zo, en ik hoop echt dat dat gaat veranderen. Dat is niet alleen voor de burgers beter, maar voor de agenten zelf ook. De sfeer hier is opgeknapt, echt waar, we vertrouwen elkaar meer, nog niet optimaal, maar wel veel meer dan voorheen. We hebben veel meer zin in ons werk dan een tijdje geleden. En dat soort dingen stralen we ook uit naar de mensen die we willen dienen, ja toch?”

Christian knikte: “Ja, dat klinkt als een begrijpelijk gevolg. En kun je ook wat praktische voorbeelden noemen van situaties waarin je gemerkt hebt dat je anders reageerde dan voorheen, anders dan voordat jullie vanuit je innerlijk begonnen te werken?”

“Jawel, ik heb samen met mijn vriend en collega van een regio verderop aan het begin van dit proces gestaan, en wij hebben afgesproken dat we allebei een overzichtje, een soort logboek, bijhouden, waarin we onze ‘gouden momenten’ noteren. Dat zijn van die momenten waarvan je denkt: dat zouden we in het verleden anders hebben gedaan, maar deze oplossing is veel fijner!”

“Hebben jullie dat op een website staan?”

“Nee, daar heb ik eerlijk gezegd nooit aan gedacht. Ik zou ook niet weten hoe dat moet, een website opzetten, maar dat zou misschien nog door iemand anders gedaan kunnen worden, dat is alleen maar een praktisch iets. Nee, ik heb tot nu toe gewoon alles in Word gezet, een Word-bestand per maand. Zo heb ik het met mijn collega afgesproken. Dan hou je het een beetje overzichtelijk. Ik zal even voor je kijken, ik heb het hier op de pc staan…”

Martin zocht het nieuwste bestand op en las een paar voorbeelden voor. “Ogenschijnlijk onbenullige voorbeelden, maar de mensen zijn geholpen, geraakt, en kunnen verder. En daar gaat het toch om?”

Christian en Martin spraken nog een poosje erover door, terwijl Eric bleef opnemen. Tot slot bood Christian aan om Martin, als hij dat wilde, te helpen met een website. “We hebben onze eigen website gemaakt met een klantvriendelijk programma. Voor het plaatsen van teksten en eventueel filmpjes vanaf YouTube of Twitter, kun je de eenvoudige, gratis versie gebruiken. Denk er maar eens over na. Een website maken klinkt heel ingewikkeld, maar ik verzeker je dat je binnen een uur denkt: ‘is dat alles?’ Bel me maar, als je het wilt gaan doen! Overleg maar met je collega van die andere regio.”

“Dat ga ik straks meteen doen, want ergens lokt het me wel! Het zou een mooie manier kunnen zijn om zielswerk naar buiten te brengen, en dat zou naar andere mensen, ook collega’s van elders, weer ondersteunend kunnen zijn.”

“Je zou er in elk geval iets mee uitstralen!”

.

Christian en Eric waren bijna klaar met het website-klaar maken van de opname, toen Martin naar Christian belde.

“Ik heb met mijn collega Marcel overlegd, Christian, en we zouden het geweldig vinden als je ons helpt met het opzetten van die site. Wanneer zou jij kunnen?”

“Vanavond? Kun jij vanavond?”

“Ik wel, maar mijn collega niet.”

“Dat geeft niet, we kunnen de website op poten zetten en jullie teksten plaatsen. We hoeven hem nog niet online te gooien, dat kan later, maar als de opzet klaar is, en jij krijgt het plaatsen van teksten, het maken van lay-out in de vingers, dan kun je Marcel zo vertellen hoe hij de teksten erbij op kan zetten of voor zijn eigen regio een website kan maken. En als dat niet zou lukken, spring ik gewoon weer in, goed?”

“Best, echt fijn dat je dat wilt doen. Kun je vanavond bij ons thuis komen? Dat is gezelliger dan op het bureau. Dan zorg ik dat ik mijn bestanden daar heb.”

“Helemaal goed, je ziet me tussen half zeven en zeven uur wel verschijnen.”

Martin gaf hem nog even zijn adres door en sloot het gesprek af. Daarna belde hij Marcel: “Vanavond komt Christian me helpen om de website op te zetten. Wil je jouw bestanden er ook op? Of wil je voor jouw regio liever een eigen website?”

“Wat mij betreft mag het op dezelfde site. Ik neem aan dat er toch geen namen van collega’s of burgers bij vermeld worden, toch?”

“Nee, dat lijkt me ook niet nodig. Vanavond komt Christian me helpen om de website op te zetten. Wil je me je bestanden sturen? Dan zetten we die er meteen ook op, en dan vertel ik jou later wel hoe je nieuwe tekst moet plaatsen. Volgens Christian is het super simpel.”

Marcel beloofde het meteen door te sturen naar de privé-mail van Martin, zodat hij er thuis mee aan de slag kon.

Christian genoot van het contact met Martin, van de verhalen die hij geschreven had en van zijn luchtige manier van omgaan met het maken van de website. Hij stuurde hem een beetje, zorgde dat hij een Visie-pagina maakte, een pagina voor zijn eigen regio, en een pagina voor de regio van Marcel. Ze kopieerden de teksten uit de bestanden naar de website, controleerden of er geen namen in genoemd werden en maakten er een eenvoudig maar mooi geheel van. En Martin zag het helemaal zitten om Marcel instructies te geven hoe hij zijn eigen pagina kon aanvullen.

“Dan heb ik nog iets, iets wat heel apart klinkt, maar ik ga het je toch vragen: Als kunst een uiting is van je ziel, zou jij je werk zoals je het nu doet dan ook kunst kunnen noemen?”

“Uiting van je ziel, er is een website van een galerie, die heeft dat ook in de naam… In eerste instantie zou ik zeggen: kunst en politiewerk hebben geen bal met elkaar te maken, maar als je erbij aangeeft dat kunst een uiting van je ziel is, dan is eigenlijk alles wat je vanuit je ziel doet kunst, ja toch?”

“Precies, dat is wat ik graag wilde horen,” lachte Christian. “Ik zou jullie site graag willen aanbevelen bij die galerie-site. Gewoon allebei je eigen pagina, waarop je je ervaring deelt. De webbeheerder doet al het werk voor je, je hoeft alleen maar je site door te geven, en later je aanvullingen.”

“Ik ken de site via Elly, mijn vrouw. Haar schilderwerken staan erop. Ik weet dat ze het er al over had dat er meer op de site kwam, eigenlijk een verzameling zielswerk. Ach ja, het woord ‘kunst’ is ook maar een woord… Ik zal het eens met Marcel overleggen, ik voel er zelf eigenlijk wel voor…”

“En zou je het ook goed vinden als ik op onze site, van Soul-Journalistiek, een verwijzing naar jullie site zet?”

“Tjonge,” reageerde Martin geëmotioneerd. “Weet je hoe dit voelt Christian...”

“Voor mij voelt het als bundeling van zielskracht!”

“Precies, net wat je zegt! Doe het maar! En er zijn meer van dat soort ‘projecten’, het ontdekkingscentrum, waar je collega’s geweest zijn, en de Soul-Drukkerij, De Schuilplaats.”
“Joh, Martin, wil je alles wat je weet even voor me op de mail zetten? Het zou me niet verbazen als er meer in zit voor interviews.”

Martin grijnsde: “Geweldig man, deze samenwerking is superkrachtig!”

.

Christian kreeg zijn lijstje van Martin. Samen met zijn collega’s ging hij de verschillende groepen af om interviews af te nemen. Niet elke groep bleek al een website te hebben, maar ze waren het er allemaal over eens dat het wel supergaaf zou zijn om een website te gaan maken. Christian kreeg daar een soort vrijstelling van zijn werk voor, om de diverse mensen daarmee op weg te helpen.

Zo ontstonden nieuwe websites:

Soul-Drukkerij Bakker

De Schuilplaats

Soul-Rechtspraak

Alle bestaande en nieuwe sites kregen een vermelding op ‘Soul-Journalistiek’, met een link naar het interview dat ze bij hen gehouden hadden.

.

Christian stelde ook voor om hun sites voor te stellen aan de mensen van de galerie. Bert van de drukkerij vond het idee leuk, maar gaf aan, dat de schrijvers van wie zij boeken drukten, zelf al een pagina daar hadden en dat klanten via Ilse automatisch bij de drukkerij terecht kwamen. Annelies besloot wel, dat het handig was om op hun eigen site linken te zetten van de websites van de andere Soul-groepen.

De website van De Schuilplaats, waarop verhalen van de bewoonsters gedeeld werden, en de website van de Soul-Rechtspraak kwamen wel op de website van de galerie.

Veel van de mensen ervaarden hoe krachtig het was om elkaars sites te delen. Bezoekers van de sites surften van de ene site naar de andere. Bij de galerie was het zelfs merkbaar in het toenemen van het aantal aankopen. Bij andere sites vooral in reacties. In elk geval was er een krachtveld ontstaan, dat groter en krachtiger was dan ze hadden kunnen bedenken!

.

En het werk van Soul-Journalistiek ging gewoon door. Ze schreven en interviewden over uitkeringen, uitkeringsinstanties, armoedebestrijding, leugenachtige problemen in de media, in de journalistiek zelf, het belastingsysteem, de wetgeving op allerlei niveaus, tot aan het regeringssysteem toe.

Ze legden de vingers op allerlei manieren op zere plekken, luisterden naar hun innerlijke stem en voelden wat er nodig was om het land weer op te bouwen.

Veel, er was veel nodig, maar wat ze samen met de andere groepen die ze de laatste tijd bezocht hadden en met wie ze contact onderhielden, ervaarden, was dat ze samen waren als een krachtbron die anderen optilden naar een niveau van zelf denken, van luisteren naar jezelf, van voelen wat je werkelijk wilt of wat er nodig is en ontdekken wie je ten diepste bent in de diepten van je ziel.

.

En samen vroegen ze zich af: Hoe lang zal het nog duren, voor we werkelijk een opwaartse spiraal in ons land gaan zien?

Diep van binnen voelden ze, dat dat niet lang meer zou duren!

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb