Op diezelfde ochtend ging Ellen met een zekere spanning naar de rechtbank. Ze liep meteen door naar Marianne, de secretaresse bij wie ze de aangifte kon afgeven. Ze groetten elkaar als vage bekenden, collega’s die elkaar zo nu en dan zagen.
Ellen legde uit waar ze voor kwam. Ze gaf Marianne de envelop met de aangifte en de USB-stick die voor de rechter bedoeld was. Marianne opende de envelop en bekeek de aangifte vluchtig, meer om te zien of alles ingevuld was wat de rechter nodig zou hebben, dan om achter de inhoud te komen.
“En die USB-stick hoort bij de aangifte?” vroeg ze.
“Ja, daar staat alles op aan bewijslast en een overzicht van mijn cliënte.”
“Oké,” mompelde ze, terwijl ze nog een blik op het papier wierp. “Gedwongen prostitutie? Met BDSM? Jakkie…”
Ze schoof de papieren en de USB-stick weer in de envelop en niette hem dicht. Ze schreef de datum op de envelop, en gaf de aangifte een case-nummer.
Ellen zag het en verwoordde wat ze daarbij voelde: “Ik heb er nog steeds moeite mee dat mensen die aangifte doen, een nummer krijgen. Ik begrijp dat het handig is, praktisch, maar ik heb al een paar keer gemerkt, dat mensen ook bij hun nummer naar binnen geroepen werden en als nummer behandeld werden. Neem nou de vrouw van deze aangifte,” Ellen wees even naar de envelop, “ze is een vrouw die zwaar verwond is geraakt door het gedrag van haar ex-man, en door de mannen die hij bij haar liet om plezier met haar te maken. Ze was zijn slaaf, hun slaaf. Ze is door hen gemarteld, verkracht, en ze moest blijven glimlachen, ze moest blijven doen alsof ze genoot en vooral haar eigen gevoelens onderdrukken. Ze moet wel volledig kapot geraakt zijn in die tijd.
Gelukkig heeft ze nu een partner, met wie ze een echte connectie heeft, hij is overduidelijk haar soulmate. Die man wil alleen het beste voor haar. Maar om zo’n vrouw een nummer te geven… dat doet me gewoon pijn. Ik hoop dat we een rechter krijgen die in staat is haar als vrouw, als gemartelde vrouw te zien.”
Marianne had ademloos geluisterd, en knikte langzaam. “Ik begrijp precies wat je bedoelt. Voor de administratie kan het eigenlijk niet anders, maar voor de praktijk is het geen optie om mensen als nummer te roepen of te behandelen. En voor deze vrouw weet ik maar één rechter die dat echt zou kunnen, die haar als vrouw zou behandelen. Dat is rechter Simons. De andere rechters zijn niet onaardig tegen me, maar altijd zakelijk, alsof ik ook een nummer ben. Maar bij rechter Simons voel ik me een mens, sterker nog, bij hem voel ik me vrouw. Hij flirt niet met me hoor, maar is gewoon vriendelijk, hartelijk. Hij behandelt met niet als ‘slechts’ de secretaresse of de gastvrouw, niet als een lagere in rang, maar als gelijke, ja, echt als vrouw.
Hij zou een goeie zijn voor deze rechtszaak, denk ik. Ik heb daar in feite natuurlijk niets over te zeggen, maar ik zal vanmiddag wel een goed woordje voor deze vrouw doen als ik haar aangifte aan de rechters voorleg. Ik zal proberen hen te sturen, door aan te geven, dat ik denk dat rechter Simons me erg geschikt lijkt voor deze vrouw en haar situatie. Ik weet nog niet precies hoe, maar daar kom ik vast wel uit.”
“Dat zou geweldig zijn! Ze heeft iemand nodig die hart voor haar heeft, en dat heeft rechter Simons. Zo ken ik hem ook wel,” antwoordde Ellen.
“Dat is het precies, bedankt, zo zal ik het brengen, dat ze iemand nodig heeft die hart voor haar heeft. Ik zal er alleen voor moeten zorgen dat de andere rechters zich dan niet op hun tenen getrapt voelen.”
Marianne glimlachte naar Ellen. “Fijn dat we even zo konden praten, als mensen in plaats van alleen maar als vage collega’s.”
Ellen gaf haar een hand: “Ik ben er ook blij mee, Marianne. En alvast bedankt voor je inzet. Ik wacht rustig af tot ik bericht krijg van de rechter die hiermee aan de slag gaat! Tot ziens!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb