Voordat het donker werd, haalde Maurice zijn schilderij naar binnen. Hij zette het in de slaapkamer tegen de voorkant van de kledingkast en zette zijn tablet met de foto ernaast. Hij keek van de ene naar de andere.
“Hoe vind jij het resultaat, Jackie?” vroeg hij.
Ze kwam naast hem op de bedrand zitten en keek ernaar.
“Het is gek, maar ik had nooit gedacht dat ik dit zo mooi zou vinden. Het is niet precies, maar het is precies goed. Lekker cryptisch,” lachte ze. “Ik meen het, het is precies goed, het is prachtig.”
Jacqueline trok voorzichtig haar tekening uit het schetsblok en zette dat ook met haar tablet ernaast. Samen genoten ze van de grote verandering die er in hun tekenen en schilderen had plaatsgevonden. Vrijheid, zoveel meer vrijheid! En ze verlangden naar meer…
.
Ze waren ruim op tijd in de eetkamer voor de maaltijd.
“Zullen we maar vast gaan zitten?”
“Gewoon doen hoor,” zei Annerieke, die net binnenkwam met een grote schaal met salade. Een jonge vrouw, kwam achter haar aan met eenzelfde schaal, met een iets andere salade. Annerieke waste in de hoek achter een gordijntje haar handen en droogde ze goed af. Daarna kwam ze naar Maurice en Jacqueline toe.
“Goeiedag, dat gebeurt me nou werkelijk nooit, dat er nieuwe gasten zijn die ik niet zelf ontvangen en rondgeleid heb. Maurice en Jacqueline, de ouders van Karel… welkom op Bloemenhof. Ik ben Annerieke, jullie gastvrouw, kokkin en bakster. En deze jongedame, Janneke, is sinds vandaag onze nieuwe medewerkster in de keuken. Ze gaat het werk van Bianca overnemen.”
Janneke gaf de gasten ook een hand, en deed een stap achteruit, alsof ze zich achter Annerieke wilde verschuilen.
“Bianca heeft ons alles laten zien en allerlei dingen verteld. En ik denk dat we onze draai al aardig gevonden hebben. Je hebt een prachtig pension, eenvoudig maar met een heerlijke sfeer. Hoe noemde jij het ook alweer Jackie? Een heerlijk lichte sfeer, toch?”
Jacqueline knikte: “Klopt, het voelt hier heel licht, een goede plaats om te zijn!”
“Dat is fijn om te horen! Heeft Bianca ook verteld dat er elke avond koffie en thee in de woonkamer is rond acht uur?”
“Jazeker, met gebak, door jou gebakken, als ik het goed begrepen heb,” zei Maurice. “Reken maar dat we van de partij zijn!”
“Leuk! De andere gasten zijn er nog niet, maar eigenlijk staat alles voor de maaltijd al klaar, dus als jullie zin hebben, begin dan maar vast.”
“Is het pension vol deze week?” vroeg Jacqueline.
“Ja, alle kamers zijn bezet, maar drie stellen zouden vanavond in een restaurant gaan eten. Dus met het avondeten zijn alleen Bob en Anneke hier.”
Maurice knikte: “We hebben hen al ontmoet. Wij zaten achter het pension te schilderen en te tekenen, dat doen we graag. En toen we klaar waren, bleken ze al zo’n half uur achter ons te staan, hadden ze gekeken hoe we bezig waren.”
“O echt? Wat grappig! En wat hebben jullie geschilderd en getekend?”
“Ik heb de werkschuur van Huib geschilderd, en Jackie heeft jouw huis met een stuk van de moestuin en dat grote kippenhok getekend. Wat een machtig groot ding zeg, ideaal! En slim, die dubbele wand, zo kan er nooit een roofdier bij je kippen!”
“Daarom is dat ook zo gemaakt. En hoog, zodat ik er bijna rechtop in kan staan.”
“Handig! Wat denk je, Jackie, zullen we eens een hapje gaan eten?”
Jacqueline keek licht verschrikt op. “He? O ja, sorry, ik was mijlen ver weg met m’n gedachten. Niet erg attent, maar zo nu en dan heb ik dat. Dan voel ik de pijn van iemand, en soms gebeurt het dan dat ik globaal zie wat er is gebeurd, waardoor die pijn ontstaan is.” Ze stak haar hand uit naar Janneke, die haar eigen hand vertwijfeld daarin legde. “Zoveel jaren, al van je tienertijd… meiske, wat ongelofelijk gaaf dat je er nu uit bent, dat je vrij bent. Maar ze hebben je kapot gemaakt, zo ongelofelijk kapot gemaakt. Ik ben blij voor je dat je hier je plek gevonden hebt. Dit is een oord van genezing, van genezing van binnenuit, genezing van alles wat rond je ziel, rond je hele wezen verwoest is. Het gaat goed komen, Janneke, maar je zult door veel pijn heen moeten. Laat het een bemoediging voor je zijn, dat die pijnperiodes niet het einde zijn, maar juist het begin van je echte leven, van een leven zoals jij bent. Jouw echte ik zal naar voren komen. Je zult gaan ontdekken wat er werkelijk bij jou past, wat vanuit je ziel naar boven zal komen. De mensen hier op Bloemenhof weten waar ik over praat, dus als je vragen hebt… wijzelf zijn hier tot zaterdagochtend, en daarna kun je het ook altijd aan de bewoners hier vragen.”
Jacqueline zuchtte diep, liet Jannekes hand los en liet haar hoofd zakken met gesloten ogen.
Maurice glimlachte naar Janneke. “Schrik hier maar niet van, ze stort voor een paar seconden in, maar komt zo weer boven water! Er is heel veel kracht van haar ziel naar jouw ziel gestroomd, dat kost haar veel, maar haar ziel herstelt snel, dus maak je daar maar niet ongerust over. Ah kijk, daar is ze alweer.”
Jacqueline glimlachte naar Janneke. “Ik hoop dat ik je niet al te veel heb laten schrikken. Eerlijk gezegd overviel het me behoorlijk. Het was sterker dan voorheen. We zijn afgelopen weekend zelf weer door een stukje genezing heen gegaan, en dan wordt die kracht van binnenuit naar anderen ook sterker, dan voel ik beter, scherper, worden de indrukken helderder en straalt mijn ziel nog meer kracht uit dan ik al gewend was. Het voelt alsof alles even een tandje hoger en harder is gegaan, en dat is even wennen, maar het is goed. Je kunt wel een extraatje gebruiken, Janneke, je hebt het hard genoeg nodig!”
Terwijl ze sprak, kwamen er tranen in Jannekes ogen. Annerieke legde een hand op haar schouder. Ook al was ze al veel gewend op het gebied van zielskracht, dit was voor haarzelf ook overweldigend.
“Janneke, kun je vertellen wat er op dit moment in je gebeurt?” vroeg ze.
“Ja, maar het is heel raar, dat zeg ik maar vast. Ik voel me ook heel raar, alsof ik een pudding in m’n hoofd heb, zo’n bibberpudding. Mijn hersenen deinen heen en weer. Ik voel me een soort duizelig, maar ik ben niet echt duizelig. En wat ik net voelde, nadat je die eerste dingen over me uitgesproken had, dat was zo apart. Alsof er touwtjes, die vast gezeten hadden aan de binnenkant van mijn schedel, alsof die voorzichtig losgetrokken werden. Ik voelde het los schieten, het was een heel klein beetje pijnlijk, maar het was bij elk pijnscheutje ook meteen weer over. En die draden, die werden door mijn schedel heen losgetrokken.”
Ondertussen waren Bob en Anneke binnengekomen en aan tafel gaan zitten. Ze keken wat verwonderd naar de nieuwe gasten, die kunstenaars, die met Annerieke en die nieuwe vrouw in gesprek waren.
“Zullen we vast eten opscheppen?” fluisterde Anneke tegen haar man, “anders is het net of we hen afluisteren.”
Ze stonden op en liepen naar het buffet. “O ja, de andere gasten zouden er vanavond niet zijn. Ik dacht al, wat is er weinig vandaag,” grinnikte Anneke. “Het ziet er wel weer heerlijk uit. Ik denk dat ik van allebei de salades een beetje neem.”
“Ik ook, leuk om te vergelijken,” reageerde Bob.
Ondertussen ging het gesprek tussen Janneke en Jacqueline verder.
“Ik begrijp dat je denkt dat het raar is, maar voor ons is niets te raar. Die draden hebben te maken met die eerste man. Hij heeft je vastgezet. Niet alleen met wat hij deed, maar ook met zijn woorden. Kom maar even iets dichterbij, dit is alleen voor jou. Hij gebood jou te zwijgen, manipuleerde je met de dreiging van de dood. Mag ik nog heel even je beide handen vasthouden?”
Janneke legde haar handen in Jacquelines handen. “Hij dreigde je te zullen doden als je aan iemand zou vertellen wat hij met je deed. En daarmee kwam je in een geestelijke gevangenis terecht. Er zijn meer van dat soort gevangenissen, je bent in meer vastgezet, maar deze gevangenis is de grootste, het meest dreigend. Dit is een kwestie van leven of dood. En de dood heeft lang genoeg over jou geheerst, en de angst voor de dood ook. Alle banden die met die eerste man ontstaan zijn, al die touwen die hij geestelijk gezien in jouw hoofd heeft vastgezet, daar zijn er net een paar van los gesprongen, en de rest gaat ook, de rest gaat ook los, gaat helemaal los. Je gaat van dood naar leven. Je hoeft niet te sterven, Janneke, je mag leven, echt leven. Die draden van de dood…”
Annerieke en Maurice keken gespannen naar wat er gebeurde. Ze voelden allebei dat het goed was, ondanks dat ze dit niet op deze manier kenden. Annerieke bleef schuin achter Janneke staan, omdat ze het gevoel had dat ze straks zo zou neerstorten. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Janneke voelde hoe een intens warme stroom vanuit Jacquelines handen via haar handen haar lichaam in stroomde. Haar ogen werden groot en haar mond viel open van verbazing. Ze keek naar haar armen, naar haar romp en haar benen. Ineens wierp ze haar hoofd naar achteren, keek omhoog en straalde! En terwijl Jacqueline van haar stoel af gleed en de grip op Jannekes handen verloor, fluisterde Janneke stralend: “Ik leef! Ja, ik leef!”
Tranen stroomden over haar wangen, terwijl ze bleef stralen. Het leek wel of er licht van haar uit ging! Ze bekeek haar handen, vroeg zich af of ze betoverd waren. Ze tintelden. En in haar hoofd voelde ze opnieuw draden losschieten, kleine pijnscheutjes. Ze voelde hoe ze door haar hoofd getrokken werden, uit haar hoofd verdwenen. Ze legde haar handen op haar hoofd en fluisterde, nog steeds huilend en stralend: “Ze zijn weg, ze zijn weg! Ik leef!”
Terwijl Annerieke Janneke in de gaten hield, was Maurice bij Jacqueline op de grond gaan zitten. Het zag er niet naar uit dat ze zich pijn gedaan had, en ze ademde rustig. Haar handen voelden ijzig koud, maar haar gezicht, haar romp en haar benen waren normaal op temperatuur. Maurice pakte haar handen vast, en focuste zich daarop. Hij voelde hoe er van zijn eigen ziel kracht naar haar uit ging. Het duurde dan ook niet lang of ze knipperde met haar ogen en wilde direct overeind komen.
“Doe maar even rustig aan,” zei Maurice, “je hebt zoveel gegeven, dat je even een soort bewusteloos raakte.”
“Dat zeg je goed,” zei ze, terwijl ze nog even bleef liggen, “een soort bewusteloos. Ik was niet echt bewusteloos, maar leek wel volkomen krachteloos. Maar ik hoorde Janneke praten, en dat klonk verdraaid goed! Je hebt mijn dag gemaakt, jongedame!”
Voorzichtig rolde Jacqueline zich op haar zij en kwam steunend op haar handen overeind. Maurice bleef op haar gefocust om haar op te kunnen vangen als het nodig was, en om bewust naar haar te stralen.
“Ja Maurice, we zijn een mooi stel samen. Ik straal, ga onderuit, en jij straalt naar mij en ik kom weer overeind. Zo gaat-ie goed, zo gaat-ie beter! En jij, Janneke, hoe voel jij je inmiddels?”
“Het is echt weg, ik voel dat ik leef. Ik voel ook nog heel veel onzekerheid, en van alles wat ik nog niet kan pakken, zoiets. Maar ik leef, ik sta niet meer onder die vloek van die man, niet meer onder zijn manipulatie, niet meer onder zijn doodsbedreigingen. Ik ben er los van! Ik voelde leven in me stromen, de kilte die er altijd was, is weg. En dat is niet alleen lichamelijke kilte, het is ook wat ik emotioneel altijd voelde, alsof ik leeg was, alsof ik halfdood was. Ja, dat was ik ook, geestelijk of emotioneel was ik dood. Maar nu niet meer, ik kan nu voelen, die onzekerheid kan ik voelen, en dat is niet leuk. En ik voel dat er meer is wat nog niet goed is, dingen die niet fijn voelen, maar ik ben blij dat ik ze voel. Het is goed, het is echt goed. Kan ik echt deze week bij jullie komen als het nodig is?”
“Heel graag,” zei Jacqueline. “We zijn hier niet voor niets, niet alleen voor ons eigen plezier. Het voelt alsof jullie van Bloemenhof en wij even een weekje knetterhard samen mogen werken. Kun je wat met die gedachte, Annerieke?”
“Joh, ik ken het niet op die manier, ook niet wat je net naar Janneke deed, maar het voelt zo goed. Ik weet wel, dat er heel veel gebeurt vanuit Bloemenhof, en ik vind het super mooi dat jullie nu, van buitenaf, bij ons komen om ons te ondersteunen, verder te helpen… ik weet het niet precies, wat allemaal, maar ik ben blij dat jullie er zijn en ik kijk uit naar wat er deze week nog gaat gebeuren!”
.
Maurice en Jacqueline genoten van de frisse, goed gevulde salade en het zoete puddinkje als dessert.
“Het is maar goed dat het puddinkje klein is, anders zou ik vanavond geen zin meer hebben gebak,” zei Jacqueline.
“Bij mij net zo,” zei Maurice, “en ik kan toch best aardig wat hebben! Weet je waar ik zin in heb, vanavond? Om die digitale galerie eens van begin tot eind door te spitten, om te proeven hoe ver die kunstenaars zijn, en ondertussen zullen we waarschijnlijk wel flink stralen naar die mensen.”
Jacqueline grinnikte: “We lijken wel vulkanen…”
“Lijken? We zíjn vulkanen! Het was prachtig wat er net in Janneke gebeurde.”
.
In de woonkamer van het pension zitten de gasten met elkaar te praten. De drie stellen die in een restaurant gegeten hadden, waren terug en zaten op hun mobieltjes wat te scrollen.
Maurice glimlachte: “Dat is de moderne manier van uitbuiken, denk je ook niet?”
“Vast wel, zullen we het ook doen? Die galerie opzoeken?”
Ze hadden hun tablets al van boven gehaald en zochten de website. Zoals ze gewend waren, lieten ze zich leiden door hun innerlijk, wat dit keer betekende, dat ze alle pagina’s stuk voor stuk af gingen en grondig doornamen.
“Mooie naam voor de galerie, ‘Kunst, de uiting van onze ziel’, en mooi beschreven, hun visie en werkwijze…” mompelde Maurice.
Jacqueline humde bevestigend en klikte door naar ‘Onze Kunstenaars’.
Hun zachte reacties op verschillende kunstwerken trokken de aandacht van Bob en Anneke. Ze strekten hun halzen om mee te kunnen kijken. Maurice had het al snel in de gaten en vroeg of ze het leuk vonden om samen te kijken. Op hun enthousiaste reactie keek hij naar het grote beeldscherm.
Bob zag het en reageerde: “Dat wordt altijd gebruikt voor een fotoserie, die dan vanuit hier afgedraaid wordt… even kijken, misschien kunnen we het wel loskoppelen. Hebben jullie een snoer van jullie tablet, dat we op deze monitor kunnen aansluiten?”
Maurice haalde er één uit de hoes van zijn tablet. “Altijd bij de hand!” lachte hij.
Bob verbond de beide apparaten, zodat ze wat Maurice op de tablet aanklikte, in het groot op de monitor konden zien.
“Dat is het houtwerk van Huib, kijk, die paraplubakken in de gang, wat leuk,” werd er achter hen gefluisterd. De foto’s hadden de aandacht van alle aanwezigen getrokken. Jacqueline en Maurice voelden, dat het stralen van hun ziel toenam. Ze ervaarden het kijken naar de verschillende kunstwerken als een welkome afleiding, een afleiding waardoor ze de zwaarte van het stralen goed konden volhouden.
Rustig gingen ze de werken van alle kunstenaars langs. De gasten werden geraakt door verschillende objecten, de ene door het ene, de andere door het andere.
Maurice en Jacqueline hoefden niets te zeggen, ze gingen van kunstwerk naar kunstwerk, genoten ervan en versterkten de kunstenaars en de aanwezige gasten door hun zielskracht.
Annerieke en Janneke kwamen binnen, voorzagen iedereen van taart en bleven nog een poosje kijken. Janneke reageerde niet hoorbaar, maar voelde inwendig van alles en nog wat roeren. Annerieke ervaarde de kracht die van de kunstwerken uitging, ervaarde dat sterker dan vorige keren als ze ernaar had zitten kijken. Sterker, ze voelde, begreep dat dat kwam door de aanwezigheid van Maurice en Jacqueline.
Ze glimlachte en fluisterde: “Ik ga Bianca even vragen of ze ook zin heeft om hier haar koffie te drinken, ik ben zo terug.”
Niet veel later schoven de drie dames aan. Bianca voelde ook het grote verschil, en fluisterde naar Annerieke: “Zo heb ik het nog nooit ervaren, er gaat zoveel kracht van de kunstwerken uit, hoe kan dat?”
“Door de aanwezigheid van Jacqueline en Maurice, de kracht van hun ziel straalt naar ons hier in de woonkamer, en ook naar de kunstenaars van de werken. Jij krijgt dus dubbele portie vanavond,” grinnikte ze toen de eerste poppenjurk op het scherm verscheen. Er ging een gemompel door de groep gasten.
“Dat is nog eens wat anders dan de poppenjurkjes van de speelgoedwinkel…”
“Nou, echt wel! Wat mooi!”
“Zo fijntjes, zo speciaal!”
Jacqueline keek om naar Bianca en knipoogde naar haar.
Maak jouw eigen website met JouwWeb