Hoofdstuk 43.

Katja gaat aan de slag

Thuisgekomen startte Katja de laptop op en zette een mok koffie. Ze besloot maar direct te zoeken op haar eerste indruk, namelijk of je glas ook kon solderen. Ze vond een site, waarop er niet veel geschreven was over het onderwerp, maar waar ze in elk geval ontdekte, dat het ook te doen was voor hobbyisten. Diep van binnen was ze vast van plan om expert te worden, maar ze besefte dat het handig was om als hobbyist te beginnen. Uitproberen, verder zoeken en je kennis en vaardigheden uitbouwen.

Ze knikte tevreden, dit was wat ze wilde, eenvoudig beginnen en dan kijken hoe ze het kon verfijnen, verbeteren. Ze zocht verder om te achterhalen welke gereedschappen en misschien behalve glas ook andere materialen ze nodig had.

Al zoekend merkte ze dat ze voorlopig het meeste klik had met een vorm van solderen, glas smelten met een soldeerbrander. Een gewone soldeerbout zou geen optie zijn, omdat ze er dan glaslijm bij nodig had, en dan zou je die randjes tussen de glasscherven blijven zien. Haar verlangen was om de glasstukjes aan elkaar te smelten zonder iets ertussen en zo te vormen tot een kunstwerk van nog onbekende vorm of omvang. Of het zou lukken? Daar had ze geen idee van, maar ze wilde het graag op deze manier proberen. Ze besloot op zoek te gaan naar een soldeerbrander.

Om haar ogen te beschermen, zou ze op zoek te gaan naar een veiligheidsbril. Om te voorkomen dat ze haar handen zou branden, had ze werkhandschoenen nodig en pincetten om de stukjes glas vast te houden.

Ze twijfelde hoe dat in de praktijk zou werken, wist ook niet goed wat de mogelijkheden waren. Als ze met twee pincetten twee stukjes glas bij elkaar moest brengen, zou ze die soldeerbrander dus ergens in vast moeten klemmen. Eigenlijk leek haar dat niet zo’n veilig idee. Als dat ding los zou schieten… Dan toch beter het ene stukje glas neerleggen of ergens in vast zetten, met een pincet het tweede stukje erbij vasthouden en de soldeerbrander in de andere hand nemen. Ze zag het voor zich, maar het leek haar niet eenvoudig. Nou ja, dat waren nieuwe dingen wel vaker niet, dus daar wilde zich niet door laten tegenhouden.

Ze had glas nodig, glazen schaaltjes, vaasjes, drinkglazen, wijnglazen… Die zou ze wel opzoeken in de kringloopwinkel. Een hamer en een stevige bak, waarin ze de glazen voorwerpen voorzicht kapot zou kunnen tikken.

Een tweede bak en een zeef, zodat ze de scherven zou kunnen zeven en het gruis in die bak kon opvangen. Ze hoopte daar ook mee te gaan experimenteren. Ze zag voor zich dat ze een wat grotere scherf warm zou maken, en daar wat gruis op zou strooien en het iets zou laten smelten zodat het wel vast zou zitten, maar ook goed zichtbaar bleef.

Oude doeken, een stevige werktafel, wat oud bestek of fijne schroevendraaiers, waarmee ze in zacht glas zou kunnen prikken, er gleufjes in kon maken.

Ze had haar lijstje aardig compleet, dacht ze. Voor de zekerheid liep ze naar Huibs werkschuur, om hem te vragen of hij nog advies had.

Huib reageerde enthousiast toen ze hem vertelde over wat haar bij Olivia en Koos was overkomen en wat er vanmorgen bij Bianca gebeurd was.

“Wat vind ik dat ontzettend leuk voor jou, dat jij nu ook je hobby gevonden hebt. Iets moois maken uit wat kapot is, glasscherven. Dat klinkt als een klok, Katja. Ik heb er een klik mee, het lijkt me, dat het echt bij jou past. En weet je al hoe je het aan gaat pakken?”

Katja liet haar boodschappenlijst zien. “Dit is wat ik denk nodig te hebben. Het enige wat ik me afvraag, is waar ik een goeie werktafel kan vinden.”

“Als je die niet kunt vinden bij de kringloopwinkel, dan maak ik er één voor je van resthout. Hoeft niet mooi te zijn, als het maar stevig is. En ik mis nog iets, namelijk een plaat waarop je kunt werken. Zoiets als een snijplaat in de keuken, maar dan een plaat die niet smelt of in de brand vliegt. Een plaat van graniet of zo. En een idee dat in me opkomt, is een mogelijkheid om een stukje glas in vast te klemmen, zodat je je handen vrij hebt voor het andere stukje glas en de soldeerbrander. Mijn bankschroef is wel erg grof voor zoiets, maar er bestaan vast wel kleinere bankschroeven die handig voor jou zouden zijn. Vraag er eens naar bij de doe-het-zelf-zaak. Zullen we samen op pad gaan om alles bij elkaar te zoeken? Of ga je liever alleen?”

Katja keek bedenkelijk: “Samen vind ik wel fijn, maar heb je daar wel de tijd voor?”

“Die tijd zou ik er graag voor maken, ik zou het alleen even met Margreet moeten overleggen. Zullen we haar even gaan vragen?”

Huib deed zijn werkoverall uit en ging haar voor. “Als het voor Margreet oké is, nemen we de pick-up, voor het geval je een werktafel tegenkomt!”

Margreet begroette hen verrast: “Hadden jullie ook zin in koffie?”

Huib keek Katja aan, zag dat ze glimlachend knikte. “Goed, doen we, eerst koffie en dan leggen we meteen uit wat ons plan is.”

.

“Vertel maar,” opperde Margreet toen ze met koffie terugkwam, “je maakt me nieuwsgierig.”

Katja vertelde over dat ze ontdekt had, welke hobby bij haar paste en haar verlangen om de spullen die ze nodig had te gaan kopen.

Margreet grijnsde en knikte: “En Huib wil je graag de weg wijzen in het dorp, klopt dat?”

Huib knipoogde naar Katja. “Tja, Margreet kent me door en door…”

“Ik vind het een mooi plan! Willen jullie na de koffie gaan?”

Huib knikte: “Dat lijkt me een goed idee, dan zijn we, neem ik aan, ruim voor de lunch weer terug.”

“Oh, die lunch wacht anders wel een paar minuten hoor. Als het me te laat wordt, eet ik alvast wat. Maak je daar maar niet druk over!”

Terwijl ze koffie dronken, vertelde Katja meer over wat er aan haar ontdekking vooraf gegaan was. Margreet schudde haar hoofd: “Het is toch ongelofelijk mooi, hoe dit gewoon gebeurt. Ik ben echt blij voor je, straks kun je mooi aan de slag om prachtige dingen te gaan maken.”

“Ik denk niet dat ze meteen zo prachtig zullen zijn, ik moet het eerst proberen voor elkaar te krijgen,” zei Katja.

“Het kan zijn dat het eerste werkstukje misschien simpel is, of niet helemaal zoals je zou willen. Maar dat geeft niet, dan begin je gewoon aan de tweede, en word je er steeds handiger in. Ik ben heel benieuwd wat dit allemaal gaat worden!”

“Anders ik wel!” lachte Katja.

.

Ze besloten eerst naar de kringloopwinkel te gaan. Tot hun verbazing vonden ze daar werkelijk alles wat ze nodig hadden, behalve een soldeerbrander, een granieten plaat en een kleine bankschroef of iets dergelijks. Ze laadden de spullen in de pick-up en wandelden naar de doe-het-zelf-zaak.

“Handig he, zo’n dorp, alles zit zo’n beetje op loopafstand,” zei Huib.

“Ja, ideaal!” vond Katja.

In de winkel groetten ze de eigenaar van de zaak en liepen op Huibs aanwijzing door naar de plaats waar hij wist dat ze kon vinden wat ze nodig had. Bankschroeven in verschillende maten. Katja koos de kleinste, streelde er met haar hand overheen en zei: “Klein maar stoer en sterk, deze moet ik hebben!”

Een eindje verder zag ze soldeerbouten en soldeerbranders. Onderweg had ze Huib al verteld dat ze er tegenop zag om met een gastankje te gaan werken, omdat dan dat slangetjes misschien in de weg zou zitten. Huib wist dat er ook soldeerbranders in de vorm van een soort pen waren, die je gewoon los kon gebruiken, doordat er een vulling in zat zoals bij aanstekers. Hij wist dat je ze elke keer als ze leeg waren, rechtstreeks op het gastankje weer kon vullen. Hij zag meteen degene die hij bedoeld had, liggen, wees haar aan, wat ze bij elkaar nodig had, de soldeerbrander in de vorm van een pen en een gastankje.

“Wat denk je, voorlopig maar een klein tankje doen? Als de hobby je goed bevalt, kun je altijd nog een grotere tank nemen.”

Katja lachte: “Welja, zo’n grote als op de camping!”

“Ja, daar lach je nou om, maar stel nou eens dat dit de hobby van je leven blijkt te zijn en je elke dag uren ermee bezig bent. Dan heb je best wat gas nodig! Nee, zonder dollen, ik begrijp wel dat je dat nu nog niet ziet zitten, neem maar lekker dat kleintje mee, wel zo schattig!”

Katja grinnikte: “Ja, heel schattig, bijna knuffelig!”

Huibs lach bulderde door de winkel! “Malle meid! Kom op, gaan we kijken of… oh wacht, hieronder zie ik ze al, een granietplaat. Die krijg je niet in de fik en ook niet gesmolten! Zal ik die voor je meenemen?”

Katja knikte, en dacht dat ze nu alles hadden. “Laten we alles dan maar meenemen naar de kassa.”

Ze maakten een praatje met de eigenaar, Katja vertelde wat ze wilde gaan doen en rekende af.

“Jongedame, maak er wat moois van!” zei de eigenaar als groet.

“Dat zal ik zeker proberen,” beloofde Katja.

.

Huib reed de pick-up naar De Schuilplaats. Samen brachten ze de kleine werktafel naar binnen. Katja had al wat ruimte gemaakt in de woonkamer door de eettafel en de ene stoel die daarbij had gestaan, te verplaatsen naar haar schuur. De andere stoel zou ze bij de werktafel gebruiken.

Ook de andere spullen brachten ze naar binnen. Terwijl Huib de bankschroef goed vastklemde aan de tafel, zette Katja het glaswerk dat ze gekocht had op het wandmeubel.

Ze schoof de bak met de hamer daarin voorlopig onder de tafel.

“Ga je hier binnen glas kapotslaan?” vroeg Huib.

Katja voelde die vraag op een pijnlijke manier binnenkomen, alsof ze betrapt was op een fout. Ze wachtte even met antwoorden, omdat ze er probeerde achter te komen wat er in haar gebeurde. Dit was eigenlijk wat ze bijna dagelijks gevoeld had als kind, dat ze bang was voor het oordeel dat ze iets fout deed. Haar ouders hadden zo vaak laten horen en met blikken laten merken dat ze het al wéér fout deed. Eigenlijk had ze in hun ogen niet veel goeds kunnen doen.

Huib zag dat zijn vraag haar geraakt had. Hij had zijn vraag eigenlijk ook wel als rot ervaren, maar zag nu dat er bij Katja van alles gebeurde. Waarschijnlijk had zijn vraag zo beroerd geklonken om juist iets bij haar te raken. Dat overkwam hem wel vaker. Erik, zijn vader, had dat ook regelmatig gehad, dat hij iets kon zeggen wat dan heel hard binnenkwam, terwijl hij wist, als hij er later op terug keek, dat hij niets bijzonders gezegd had. Erik noemde dat de kracht van zijn ziel die dan achter zijn opmerking zat. Hij voelde het zelf ook altijd, maar kon het niet tegenhouden, wilde het ook niet tegenhouden, omdat hij dan tegen zichzelf in zou gaan, én een stukje proces bij de ander zou tegenhouden. Net als zijn vader vond Huib het rot dat hij de aangever van zo’n stuk proces was, maar hij wist dat het goed was, dat ze er alleen maar beter uit zou komen.

Katja zuchtte hoorbaar. “Zo, dat was weer een heftige! Olivia heeft gisteren de dikke korst rond mijn ziel opengebroken, en jij had de eer er ook nog eens in te prikken. Het gevoel dat ik het fout deed. Jouw vraag of ik het glas hier binnen kapot zou slaan. Puur verstandelijk had ik kunnen reageren: ‘Ja, maar ik ga niet slaan, ik ga het glas onderin die bak vasthouden en dan zachtjes met die hamer tikken, net zolang tot het breekt.’ Maar emotioneel ging ik even overhoop.”

“Ik zag het gebeuren,” zei Huib, “en ik baalde even dat ik de aangever was, dat ik in een wond prikte.”

Katja glimlachte. “Ik kan me voorstellen dat je dat niet leuk vindt. Op het moment vond ik het zelf ook niet leuk, maar ik overzag wel ineens iets wat standaard gebeurde in mijn kindertijd. Alles wat fout ging, of fout leek te gaan, sterker nog, alles wat anders ging dan mijn ouders vonden dat het moest gaan, was fout, was mijn fout! Jouw vraag voelde niet fijn, door die verwonding, maar het ging niet zo diep als gisteren na Olivia’s opmerking. Ik ben er alweer bovenop! En wat je vraag betreft, ik ga het hierbinnen doen ja, want er is nauwelijks risico dat het boven die bak uit gaat springen. En hier kan ik het in nood met de veger bij elkaar vegen en weer in de bak gooien. Het zal hier dus niets beschadigen. Hetzelfde geldt voor deze kleine emmer. Mooi he, de zeef past er perfect op. Vanuit de grotere bak zal ik elke keer als ik glas kapot getikt heb, het glas hierin zeven, zodat ik de stukjes van het gruis kan scheiden. Ik wil eerst met de stukjes gaan werken, maar heb ook wel ideetjes voor dat gruis. Ik laat de bak en de emmer mooi onder de tafel staan. Daar kan in principe niemand ze omgooien. En ze staan niet in de weg! En deze lage bak ga ik gebruiken om de stukjes waarmee ik aan het werk ga, in te doen. Die laat ik op tafel staan, zodat ik eruit kan pakken wat ik nodig heb. Heb ik je een beetje gerust kunnen stellen?”

Met een ondeugend gezicht keek ze Huib aan. Huib schoot in de lach.

“Katja, ik had er geen zorg om, echt niet. Het was maar een vraag, net zoiets als…  hou je van een appel of van een peer… ga je het glas binnen of buiten kapot slaan? Meer in die sfeer, dus geen angst dat je iets kapot zou maken of zo.”

“Ik begrijp het, het is goed! Reuze bedankt voor je hulp Huib, ik vond het fijn om het niet alleen te hoeven doen, en ook praktisch om samen te zoeken en te sjouwen. Dank je wel!”

“Graag gedaan, het was gezellig! En nogmaals, ik ben blij voor je dat je aan de slag kunt met iets wat je hart heeft. Geniet ervan en laat ons weten als er wat is, of ook als het goed gaat en je iets leuks gemaakt hebt! Ik ga naar huis, lunchtijd… vergeet jij in je enthousiasme niet te eten?”

Katja grinnikte. “Je kent me al aardig goed he, ik ben niet zo van eten. Ik weet dat ik daar beter op zou moeten letten. Aan de andere kant voel ik me altijd best gezond, dus het zal ook wel niet zo nadelig zijn om er wat makkelijk mee om te gaan.”

“Eigenlijk heb je gewoon gelijk, eten als je trek krijgt, niet omdat het twaalf uur is. Dat is dus weer zo’n ingeslepen dingetje. Ik zal daar zo eens met Margreet over praten, kijken of we daar wat mee willen, iets in dat ritme willen veranderen. Ikzelf eigenlijk niet, ik hou wel van dat ritme. Alleen als ik lekker bezig ben, dan voelt het wel eens storend dat ik er dan uit moet stappen. Aan de andere kant lukt me dat ook prima. Het scheelt dat ik graag eet, en bijna alles lekker vind. Fijne dag verder, Katja!”

“Jij ook, Huib, groetjes aan Margreet!”

.

Na toch maar een boterham gegeten en een glas thee gedronken te hebben, ging Katja aan de slag. Om te beginnen tikte ze een vaasje kapot. Ze hield hem bij de bodem vast, en tikte met de hamer tegen de bovenrand. Haar plan lukte, de stukjes glas vielen in de bak en niet erbuiten. Ze kon er makkelijk stukjes uit pakken, dus besloot ze nog niet te gaan zeven. De stukjes die ze pakte, deed ze in het bakje op de tafel. De bodem van het vaasje had ze nog in haar handen. Er zaten nog ongelijke delen van de zijkant aan vast. Ze besloot dat als basis te gaan gebruiken. Eerste wilde ze proberen of ze twee stukjes glas aan elkaar kon smelten. Ze bedacht dat het glas misschien makkelijk kon breken als ze het op het oppervlak zou verwarmen. Ze besloot het aan de rand te verwarmen, op de breekrand, waar het net afgebroken was.

Ze deed haar veiligheidsbril op en haar werkhandschoenen aan voor noodgeval, als het glas toch in stukjes zou springen. Ze grinnikte. Daar had ze na Huibs vraag niet bij stilgestaan, dat het juist bij het verwarmen van het glas mis zou kunnen gaan, dat er kleine scherfjes in het rond zouden kunnen springen. Ze zou het rot vinden als dat gebeurde, maar niet onoverkomelijk. Veger en blik konden heel veel opruimen! En gelukkig liep ze hier nooit op blote voeten. Terwijl ze hier over nadacht, voelde ze een verlangen opkomen naar een groter huis, een huis waarvan ze een kamer alleen voor dit werk zou kunnen gebruiken. Een kamer waarin het niet uit zou maken als er wat splinters op de vloer terecht zouden komen. Nou ja, dat was van later zorg, eerst wilde ze dit uitproberen, later zou ze op zoek gaan naar een grotere woning!

Nadat ze de soldeerbrander gevuld en uitgeprobeerd had, pakte ze met een pincet een stukje glas. Ze deed de soldeerbrander aan, en richtte het vlammetje even naar de breekrand van de scherf. Ze deed het nog een keer, en daarna steeds iets langer. Ze zag dat het glas iets begon te smelten. Leuk, dit werkte dus! Nou nog aan een ander stuk glas vast zien te krijgen!

Ze pakte de onderkant van het kapotte vaasje, en zag voor zich hoe ze het wilde proberen. Ze hield de scherf tegen de plek waar ze ‘m hebben wilde en richtte de vlam op de plek waar ze elkaar raakte. Ze hield de brander een poosje aan, en verwarmde zo twee punten tegelijk. Toen ze de indruk had dat ze voldoende tegen elkaar aan gesmolten waren, liet ze die plek iets afkoelen en liet toen de scherf los… Hij bleef zitten! Ze draaide de vaasbodem om en zag, dat het punt waar de scherf eraan vast zat, ook aan die kant nog wel wat hitte kon gebruiken om hem ook daar helemaal één te laten worden. Ze zette de brander aan, en richtte hem op de plek waar ze nog net dat sneetje tussen scherf en vaasbodem had gezien. Even later was er niets meer te zien van een sneetje, zaten ze perfect aan elkaar. Ze had zelfs niet de indruk dat ze wat gesmolten glas weg zou moeten halen, het zag er mooi egaal uit. Misschien zou dat bij dikkere scherven nodig blijken te zijn, dat ze er met een mesje of een schroevendraaier een verdikking weg zou moeten halen. Als dat nodig zou zijn, zou de bankschroef goed van pas komen. Ze had per slot van rekening maar twee handen…

Het eerste stukje zat aan het kapotte vaasje vast. Ze bekeek het van allerlei kanten en was tevreden. De techniek leek goed te zijn, eenvoudig en goed werkend. Als ze ooit grotere dingen zou gaan maken, zou ze misschien van die glaslijm erbij moeten gaan gebruiken, of dikkere scherven moeten gebruiken, nog beter. Dat zou ze dan wel weer zien.

Ze pakte haar mobiel en maakte een foto vanuit verschillende hoeken. Ze stuurde ze in een mailtje naar Huib en schreef er als onderwerp bij: ‘HET WERKT!!!’

Ze kreeg een mailtje terug met een hele rij lachebekjes en ‘ziet er netjes uit, ik zie de smeltlijn eigenlijk helemaal niet!”

Vol goede moed ging Katja verder. Een enkele keer maakte ze een foto, zodat ze, als ze al die foto’s langs ging, haar project zag groeien.

Vanuit de basis van de vaas ontstonden van stukjes glas slierten, die als takken omhoog leken te groeien. Toen de eerste tak al aardig lang was besloot ze aan de binnenkant van het vaasje verder te gaan werken, zodat er niet alleen takken aan de rand zouden komen, maar ook in het midden. Het kunstwerk groeide en groeide.

Ze was zo ingespannen bezig, dat ze een beetje schrok van een klopje op het raam. Ze lachte toen ze Bianca met Julian zag. Ze legde de soldeerbrander veilig weg en deed, terwijl ze naar de voordeur liep, haar veiligheidsbril af en haar handschoenen uit.

“Hey, ik kom even kijken of het lukt! Ik kwam Huib tegen, en hij vertelde dat je al begonnen was. Dus je hebt alles kunnen kopen wat je nodig hebt?”

“Ja joh, alles, in elk geval voor mijn eerste werkjes,” antwoordde Katja terwijl ze haar hand op Julians schouder legde. “Kom je ook even kijken, Julian?”

Hij lachte en pakte haar bij haar mouw. “Ja, kom maar mee, jij mag ook kijken.”

Ze liep voor hen uit en wees naar de werktafel. “Dat is het begin van mijn eerste project!”

“Oh my, wat is dat bizar, bizar mooi! Dat glasscherven samen zoiets moois kunnen vormen! En je doet het gewoon op de onderkant van een kapotte vaas… Laat eens zien joh, hoe je het doet!”

Katja glimlachte, deed haar veiligheidsbril weer op, haar handschoenen aan en zag dat Julian haar bevreemd aan keek. “Sorry Julian, ik zie er nu vast uit als een griezel, maar het is veiliger zo!”

Bianca lachte, en daardoor ontspande Julian ook. “Ha, hij reageert echt mooi op jou,” concludeerde Katja. “Nou, ik neem dus een stukje glas met mijn pincet, zoek het plekje waar ik hem hebben wil, en richt het vlammetje van de soldeerbrander daarop. Ik heb gemerkt dat ik het niet eens voorzichtig hoef te doen. Dat deed ik in het begin wel, even aanraken en weer loslaten en dan de tijd dat de hete punt het glas raakt langer maken, maar dat is dus niet eens nodig. Het glas smelt gewoon rustig terwijl ik het vlammetje erop richt.”

Bianca durfde niet dichterbij te komen, omdat Julian en zijzelf geen bril op hadden, maar kon zelfs van een afstand zien dat de glasrandjes smolten. Katja drukte ze zachtjes tegen elkaar, terwijl de vlam het glas van beide kanten goed samensmolt.

Katja deed de soldeerbrander weer uit en legde hem opzij. Triomfantelijk keek ze Bianca aan: “Zo eenvoudig is het dus! Voor mij net zo simpel als naaien voor jou!”

Ze pakte haar mobiel en maakte weer een paar foto’s. Ze liet haar verzameling foto’s aan Bianca zien. “Zo is de struik gegroeid, leuk he?”

“Ja, echt fantastisch! Het meest fantastisch vind ik trouwens hoe jij er zichtbaar van geniet. Je hebt gevonden wat je zocht!”

“Ja, zeker weten! Alleen deze ruimte… op dit moment lukt het zo wel, maar eigenlijk wil ik op zoek naar een wat groter huis, waarin ik een kamer kan inrichten voor dit werk. Ik ga er binnenkort eens naar zoeken, een huis hier in de buurt, zodat ik nog wel langs kan komen. Ik heb het met mijn huisgenoten goed, en met de medewerkers heb ik fijn contact, en nu leer ik jou net wat beter kennen. Eigenlijk jammer om weg te gaan. Maar als ik in de buurt wat kan vinden, kan ik wel makkelijk even aanwippen.”

“Dat zou inderdaad fijn zijn. Ben je er verder ook wel aan toe? Ik bedoel, voel je je er al sterk genoeg voor?”

“Beetje een grensgeval, maar ik neem aan dat ik niet volgende week al een huis zal hebben, dus ik heb nog wat tijd om aan het idee te wennen en ernaartoe te groeien, sterker te worden.”

“Mooi, jammer dat je dan binnenkort weggaat, maar ook goed. Daar zijn deze huizen voor bedoeld he, tijdelijk, om tot rust te komen en een eind te genezen en je weg te zoeken. En wat werk betreft heb jij je weg nu ook gevonden!”

Bianca stond op en omhelsde Katja. “Echt, ik ben zo blij voor je! En je werk… jij mag ook wel gaan denken richting de galerie. Het zou er perfect bij passen! Hou je vast een beetje bij hoeveel uren je hieraan werkt?”

“Oh nee he, moet ik dat ook gaan doen? Ik ben nu bijna vier uren bezig, dat weet ik wel. Ik zal de uren opschrijven. Ik vind het stompzinnig, maar ik snap dat als er iemand is die het wil kopen, ik er iets voor mag vragen. Hoeveel vragen jullie per uur?”

“Wat lijkt jou een goed bedrag per uur?” kaatste Bianca de bal terug.

“Vijftien euro?” En toen Bianca knikte, protesteerde Katja: “Nee, dat is toch veel te veel, dan zit ik nu al op zestig euro, en ik ben nog lang niet klaar!”

“Ach, zo’n jurkje voor de pop…”

“Ik weet het, je hebt gelijk, vijftien euro voor een uur is niet gek, is eigenlijk best normaal, maar het voelt gek.”

“Herkenbaar, het gaat nu beter, maar ik heb er heel veel moeite mee gehad!”

“Dan ga ik er maar van uit, dat het bij mij ook steeds beter zal gaan. Ik zal in elk geval de uren bijhouden, en dan zien we wel!” Katja stopte een moment. “ ‘Glas groeit’, sorry, even wat anders, maar die woorden kwamen ineens in mijn gedachten, als naam voor mijn eerste werk. ‘Glas groeit’… klinkt goed!”

“Ja, mooie naam! Nou Katja, wij gaan weer,” zei Bianca.

“Dan ga ik weer verder. Leuk dat jullie even langskwamen! Tot later!”

Naar hoofdstuk 44. Olivia geniet!

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb