Hoofdstuk 90.

Nog meer bevrijding!

Zoals elke voorgaande middag kozen Maurice en Jacqueline ook deze donderdag een foto op hun tablets uit om een schilderij en een tekening van te maken. Ze genoten van het weer, bijna windstil, zonnig, en een fijne temperatuur.

“Zo jongedame, we gaan er weer eens lekker voor zitten!” Maurice keek verliefd naar zijn vrouw, boog zich naar haar over om zijn handen om haar gezicht te leggen en haar een innige kus te geven. “Geniet jij ook zo van deze week?”
“O ja, reken maar. Weet je, de combinatie van alles is zo geniaal. Wat er door ons heen gebeurt, is geweldig. De tijd om hier samen creatief bezig te zijn is heerlijk ontspannen. Onze kamer is fijn, het bed ligt heerlijk, het eten is fantastisch. De andere gasten zijn vriendelijk en de vaste bewoners hier zijn allemaal lichtpuntjes in deze omgeving! Ik kan werkelijk niets bedenken wat ik deze week niet prettig zou kunnen vinden… Nou, dat lijkt me een goed teken! Ik hoop dat we hier vaker naar toe kunnen.”
“Kunnen wel, geen probleem, maar je bedoelt, neem ik aan, of onze ziel ons dringt om opnieuw hier te gaan logeren.”
“Ja precies, het is gewoon geweldig, hoeveel er ook van hieruit gebeurt!”

Ze bekeken de foto die ze op hun tablets hadden gekozen. Beide foto’s waren natuurfoto’s die ze de vorige dag van de bosrand gemaakt hadden, terwijl de zon net achter de bomen begon te verdwijnen.

“Zet ‘m op deerne!” lachte Maurice.

Jacqueline trok een mal gezicht naar hem en lachte.

Maurice zocht de verf die hij vooral in het begin dacht nodig te hebben op. Hij wilde met de lucht beginnen, en ging iets nieuws proberen. Hij mengde de kleuren dit keer niet op zijn palet. Hij bracht de verf puur aan op het doek en streek het iets uit in horizontale richting. Toen hij dat met rood, geel en twee tinten blauw gedaan had, maakte hij een brede penseel nat en begon er in dezelfde richting mee over het doek te strijken, zodat de kleuren elkaar begonnen te raken en te mengen. De bovenrand was nog voornamelijk blauw, maar zodra hij zijn penseel goed uitgespoeld had en de zonnekleuren begon uit te vegen, eerst in het midden en vervolgens steeds verder naar de zijkanten, begon het blauw langs de rand van de zonnestralen te verkleuren. Maurice, in eerste instantie toch nog wat gespannen, begon zich steeds meer te ontspannen, te genieten van de voor hem nieuwe methode en het prachtige resultaat.

Jacqueline was ook met de lucht begonnen. Ze had even moeite gehad om te beginnen, om voor zich te zien hoe ze die vegen die ze in de lucht gezien had, op papier te krijgen. De punt van het potlood was te scherp, maar de zijkant van de punt hielp haar op gang. Ook zij kreeg er steeds meer plezier in, doordat ze voor zich begon te zien hoe de strepen tot stand zouden komen, al voordat ze die werkelijk getekend had.

“Jackie, moet je toch zien, zomaar in een paar minuten…”

Jacqueline keek op. “Oh wow, hoe heb je dat voor elkaar gekregen?” vroeg ze verwonderd.

“Kleine kloddertjes verf aanbrengen, iets uitsmeren en daarna met deze brede penseel er overheen. Een beetje nat, die penseel heb ik regelmatig even iets in het water getipt. En ik heb het gevoel dat ik er met die waaierpenseel nog licht overheen ga strijken.”

“Probeer eens…” spoorde Jacqueline aan.

“Oooh, wat een effect, zo fijntjes!” fluisterde Maurice. “Jackie, dit is zo fantastisch, ik voel me er zo vrij in. Hoe gaat het met jou dan?”

Ze hield haar schetsblok zo, dat hij het goed kon zien.

“Meid, wat zijn we goed bezig! Jouw lucht is ook prachtig! Zo apart, ik mis de kleuren er niet eens in. Het lijken net schaduwen, en toch zie ik direct dat het een zonsondergang is. Kom op, we gaan verder!” zei hij stralend.

Ze pakten allebei hun foto’s er nog een keer bij, prentten de bosrand in hun hoofd, de verschillende bomen, hoofdzakelijk loofbomen, maar ook een paar naaldbomen. Jacqueline pakte haar potlood van tussen haar lippen en begon met de punt, die nu goed scherp was door het vegen, met de naaldbomen. Ze werkte in een snel tempo, gedreven, voortgedreven.

Maurice begon juist met de loofbomen. Hij mengde niet op zijn schilderspalet, maar bracht kleine beetjes groene verf met een vrij fijne penseel op het doek aan, rechtstreeks uit de tube. Hij gebruikte vooral groen, maar ook her en der een stipje bruin. Toen hij de indruk had dat hij genoeg verf had aangebracht voor een paar loofbomen, begon hij een kleine cirkelende bewegingen met zijn penseel te maken, ook nu weer met wat extra water. De groene verf pikte zo hier en daar een beetje bruin mee, waardoor lichte verkleuringen van het groene blad ontstonden. Ook nu weer raakte hij terwijl hij bezig was, steeds meer ontspannen. Hij begon te genieten van het resultaat van deze eenvoudige bewegingen. Hij gebruikte nog wat bruin om onderaan de stam wat zichtbaar te maken.

“Nou de naaldbomen…” mompelde hij. Hij pakte zijn palet, deed er een groene en een heel klein beetje bruine verf op, pakte zijn waaiervormige penseel, maakte hem schoon en sloeg hem een beetje uit en begon hem met de uiteinden door de groene verf te halen, de verf een beetje uit te smeren over het palet. Hij pakte er een stipje bruin bij, mengde dat met de uitgesmeerde groene verf, zodat het groen niet zo heldergroen meer was. Hij voegde net zoveel bruin toe, totdat hij het gevoel had dat de groene verf de kleur van de naaldbomen wel ongeveer weergaf. Ondertussen dacht hij na over de naaldbomen. In de bergen waren ze meestal zoveel mooier. Jammer dat ze hier niet goed pasten, dat de grond of de hoogte waarop ze geplant waren, niet goed voor deze bomen was. Maar goed, hij zou proberen de naaldbomen hier hun vorm en kleur te geven, zoals ze bedoeld waren, niet half dor, maar levend en stoer!

Met het waaierpenseel maakte hij de takken, schuine takken, behoorlijk symmetrisch boven elkaar. Jacqueline keek hoe hij het deed. Toen hij even stopte, zei ze: “Als je het zo ziet, hoe je dat doet, lijkt het werkelijk kinderspel!”

“Zo voelt het ook,” grinnikte hij en ging vrolijk verder.

Jacqueline had iets meer moeite gehad met de naaldbomen, maar was er uiteindelijk heel tevreden over. Haar potloodpunt was inmiddels niet zo ongelofelijk scherp meer, en dat kwam haar goed uit. Ze volgde hetzelfde systeem als Maurice gedaan had, draaide rondjes met haar potlood op de plaats waar ze de loofbomen had gezien. Ze draaide en draaide en vormde zo de loofbomen, de bovenlijn van de bomen, de zijkanten die over elkaar heen vielen, de onderkanten en tekende daaronder vluchtig schetsende de boomstammen. Ze bekeek het resultaat, was verrast door het effect, en begon aan het hek dat Huib daar ooit met zijn vader had neergezet. Ook dat tekende ze met vluchtige strepen. Het was een hek, maar het deed er niet toe hoe het er precies uitzag. Op de korte voorkant die nog overbleef, verscheen het gras, met links een klein stukje van één van de woningen van De Schuilplaats.

Ze hield de tekening van zich af en liet het schetsblok toen op het gras naast zich vallen. Ze rekte zich uit en haalde een paar keer diep adem.

“Het voelt… alsof ik me helemaal leeg gegeven heb,” zei ze tegen Maurice.

“Ik ben ook net klaar, en ik voel me al net zo. Ik heb het idee dat we gewoon knetterhard gewerkt hebben, in een flink tempo. En sowieso was het intensief… volgens mij heeft onze ziel ook nu weer flink zitten stralen. Het voelde goed, maar soms ook alsof ik ergens doorheen moest breken.”

“Creativiteit bevrijden…” mompelde Jacqueline.

Ze hoorde een geluid van voetstappen door het gras achter zich en draaide zich om.

“Mogen we dichterbij komen?” vroeg Anneke voorzichtig.

“Ja hoor, we zijn klaar, zitten net even uit te blazen,” glimlachte Jacqueline.

Ze pakte haar schetsblok op en sloeg het open bij haar nieuwste creatie.

“We hebben dit keer dezelfde foto gebruikt. Eigenlijk best grappig, hetzelfde plaatje, op twee totaal verschillende manier weergegeven. Spreekt het jullie een beetje aan?” vroeg Maurice, terwijl hij omkeek.

“Ja, o ja!” Anneke kwam helemaal los. “Niet eens zozeer wat betreft het resultaat, al vind ik ze allebei mooi, maar ze doen iets… Weet je, wij boetseren allebei graag, maar voelden ons de laatste tijd best wel wat vastlopen. Ik had gewoon geen zin meer om er nog mee bezig te zijn, alsof ik ergens tegenaan botste waar ik niet doorheen kon komen. En nu, het lijkt wel of jullie werk dat hek waar ik tegenaan liep, doorbroken heeft. Als we hier langer zouden blijven, zou ik zo naar de winkel gaan om klei te halen!”
“Wat let je, je hebt nog een hele vrijdag!” zei Jacqueline. “Huib zal vast wel weten waar je hier klei kunt kopen.”

Anneke schudde langzaam haar hoofd. “Nee, zaterdag gaan we naar huis, snel opruimen, en dan uitwerken wat zich op dit moment in mijn hoofd aan het vormen is. Ik denk dat ik er even wat aantekeningen van moet gaan maken.”
“Anneke, wacht even,” riep Jacqueline haar terug, terwijl ze opstond, naar haar toe liep en haar hand op haar schouder legde.

“Jouw geheugen is niet iets wat je krampachtig onder controle hoeft te houden. Jouw ziel weet heel goed wat hij wil maken, en slaat dat vanzelf op. En mocht het zaterdag toch verdwenen zijn, dan was het misschien een manier om je te helpen met loslaten. Jouw geheugen is een vat dat gevuld wordt vanuit je ziel. En dat zal blijven gebeuren, elke keer opnieuw. Het gevoel dat er dingen uit je geheugen verdwijnen, is een vals gevoel, een gevoel dat door verwonding is ontstaan. Op school hebben we al geleerd dat we alles moeten onthouden. Daardoor zitten we vast in dat geheugenprobleem dat we ‘vergeten’ noemen. Maar we vergeten niet echt, onze ziel weet wat we moeten weten. En die kramp van het onthouden gaat verdwijnen, laat maar los, zodat je ontspant.”

“Zo… dat was geen lesje biologie, dat waren woorden met inhoud, met kracht. Ik hoor de afgelopen dagen meer over zielskracht en leven vanuit je binnenste… dat is het zeker he?”

“Ja, dat is het… En als jullie boetseren, ga je dat steeds meer ervaren. Voel maar gewoon, voel maar hoe de klei voelt, voel maar welke kant je uit moet wrijven of kneden. Wat maakt het uit hoe het er uit ziet, als het maar goed voelt voor jou! Als dat het geval is, ziet het er namelijk goed uit! Neem nou ons werk, wij waren pietje precies, allebei. Maar door een stuk bevrijding en genezing zijn we veel losser geworden, hebben we er meer plezier in en ervaren we dat er meer kracht vanuit gaat. Wat willen we dan nog meer?”

Bob glimlachte: “Dat lijkt me geweldig, dat wil ik heel graag ervaren, en ik geloof absoluut dat we dat gaan ervaren.”

Jacqueline keek hem aan, haar hoofd scheef. “Het kan ook wel zijn, dat jij iets anders gaat ervaren, namelijk dat boetseren totaal niet bij je past. Schrik er niet van, het zal duidelijk worden wat er dan wel bij je past. Probeer maar steeds te voelen waar je echt zin in hebt!”

Maurice was inmiddels aan het opruimen, had zijn glazen pot, zijn schilderspalet en alle gebruikte penselen al afgespoeld.

“Ik ga Maurice even helpen,” kondigde Jacqueline aan.

Bob en Anneke liepen diep in gedachten verder over het landgoed…

.

Chocoladetaart met kleine dotjes slagroom… Maurice en Jacqueline hadden ervan gesmuld voordat ze op hun gemak naar De Schuilplaats kuierden.

Ze waren nog een eindje op afstand, toen ze zagen dat Cynthia zwaaide, opstond en naar de voordeur liep.

“Kom binnen! Janneke en ik heb Sandra en Willeke al warmgedraaid met onze enthousiaste verhalen,” lachte ze.

“Ja, en dat niet alleen,” vulde Willeke aan terwijl ze zich voorstelde, “we hebben ook gezien hoe ze veranderd zijn. Dus dat roept wel verlangen op naar iets dat we eigenlijk nog helemaal niet kennen.”

“Hallo, ik ben Sandra, en ik sluit me bij Willeke aan. Een soort gespannen verwachting ervaar ik. Ik vind het best een beetje eng, maar ik verwacht, hoop dat er bij mij ook wat gaat veranderen. Dat lijkt me heerlijk!”

“Het is ook absoluut geen pretje om met angst te leven, Sandra. Die angst die je als kind al meekreeg, en die je telkens weer deed bevriezen. Als kind al… en daarna stapelden de problemen zich op, walsten mensen over je heen… mannen en vrouwen… wat moet dat spannend voor je zijn om hier met drie vrouwen te wonen, want voor jou zijn vrouwen ook niet te vertrouwen! Die angst, die maakt dat je niet in staat bent om te doen wat je weet dat je zou moeten doen. Dat bevriezen, dat verstarren, en niet meer in staat zijn tot het zoeken van een oplossing. Al die verschillende vormen waardoor je je geen weg door de misère hebt kunnen banen. Die angst smelt als was voor de zon…” Jacqueline legde een hand op haar hoofd, en voelde haar kracht in snel tempo naar Sandra stromen. Maurice ving haar op toen ze in elkaar zakte en maakte meteen een geruststellend gebaar naar Sandra.

“Ze komt zo weer op krachten, een paar seconden, verwacht ik.”

Sandra liet zich op de grond zakken, ging naast Jacqueline zitten en pakte haar hand. Jacqueline opende haar ogen en keek haar verbaasd aan.

“Dat is wonderlijk, er stroomt nu kracht van jou naar mij!”

“Echt? Ik voelde wel iets aparts, maar dat verbaasde me niet doordat ik me al zo anders voelde sinds je je hand op mijn hoofd legde.”
“Hoe is het met je angst?”

“Op dit moment voel ik totaal geen angst. Even wachten hoor… Ik haal even een paar mensen die me misbruikt hebben voor ogen, ik voel afschuw van wat ze gedaan hebben, maar geen angst meer. En dat had ik anders wel, als ik aan één van hen dacht… maar nu niet, terwijl ik een heel rijtje in gedachten voorbij zag gaan!”

Willeke deed een paar stappen dichterbij, hopend dat Jacqueline haar ook kon helpen. Eigenlijk wist ze niet zo goed waarmee ze geholpen wilde worden. Ze kon het leven, zoals het nu was, best goed aan. Ze had haar draai hier al snel gevonden, had in het begin de leiding genomen over het groepje, en dat was haar goed afgegaan. Nu was er iets meer overleg, kon ze in het leiding geven een stapje terug doen. En verder was ze altijd opgewekt, vaak vrolijk.

“Verlangend he,” glimlachte Jacqueline, terwijl Maurice haar steunde om overeind te komen. “In het circus rennen de dieren hun eigen rondjes. En de mensen feitelijk ook. Maar er is er één die zich nergens wat van aan trekt, de clown. Die lijkt geen programma te hebben, hij doet maar wat, maakt de mensen met zijn malligheden aan het lachen. Leve de lol! Weet je hoe hij er uit ziet als hij in de kleedkamer zijn masker wegpoetst? Als een normaal mens. En weet je wat er vaak achter het masker verscholen zit? Een verdrietig en gebroken mens. Hij geniet van zijn clownsmasker, omdat hij dan geliefd is, en zich vrolijk voelt, maar uit ervaring weet hij, dat als hij alleen in zijn kleedkamertje zit, de depressie, de lusteloosheid en al die andere nare gevoelens met grote vaart weer bezit van hem nemen. Dat masker lijkt je redding, als je in een groep bent. Niemand ziet hoe je je werkelijk voelt, en zo blijf je overeind. Ja, je blijft nog steeds overeind, maar als je alleen bent, in je eigen huisje, voel je de duistere kilte op je afkomen. Dat masker is niet wie je bent Willeke, dat masker is een bescherming. Stel je voor dat ik het masker wegneem, van je gezicht haal, wat blijft er dan over? Wat gebeurt er dan?”

Met grote angstogen keek Willeke naar Jacqueline, terwijl ze haar handen langzaam naar Willekes gezicht bracht om haar onzichtbare masker weg te nemen. Ze streelde met haar vingertoppen over Willekes haargrens, langs haar oren en naar haar nek.

“Het masker komt los, ik neem het wel voor je mee. De echte Willeke mag zichtbaar worden.”

Op het moment dat Jacqueline het onzichtbare masker wegnam, stortte Willeke in. Sandra kon maar net voorkomen dat ze met haar hoofd op de grond knalde. Willeke rolde zich op in foetushouding en begon zachtjes te snikken, en na verloop van tijd steeds harder te huilen, tot schreeuwen toe. Terwijl Jacqueline naast haar op de grond ging zitten en haar hand op haar hoofd hield, gebaarde Maurice geruststellend naar de andere vrouwen.

“Ongewenst geboren, ongewenst geleefd… Meisje meisje, hoe heb je dat volgehouden? En dan ook nog dat misbruik er overheen… Ik vertel je dit: jij bent wel degelijk gewenst! Jouw ziel is krachtig en vurig, en gaat tevoorschijn komen. Jij, dat ongewenste baby’tje, hebt het in je om mensen te willen genezen, mensen tot zichzelf en tot hun doel te brengen. Ten diepste is dat jouw verlangen, maar doordat je zelf vanaf het begin verwoest bent, heb je dat verlangen nooit echt kunnen zien, niet kunnen voelen. Ik roep dat verlangen, dat krachtige, vurige verlangen om te genezen in jou naar voren!” riep Jacqueline.

Willeke kromp even in elkaar, terwijl haar handen als vuisten tegen haar buik duwde. Daarna ontspande ze en leek ze te slapen. Janneke, met tranen in haar ogen, kwam dichterbij, met een sierkussentje van de bank. Ze keek vragend naar Jacqueline, die knikte. Janneke tilde voorzichtig het hoofd van Willeke wat op, legde het kussentje eronder en wilde weer weglopen.

“Janneke,” fluisterde Jacqueline. “Jij bent tot leven gekomen he? Deze jongedame hier kan wel wat nieuw leven gebruiken. Wil je je hand op haar leggen, en haar wat van jouw nieuwe leven geven? En jullie, Cynthia en Sandra, kom maar, doe maar mee, Willeke heeft ons allemaal nodig, en ze mag ervaren dat we bereid zijn om er voor haar te zijn.”

“O ja, graag!” fluisterde Cynthia, waarop de andere vrouwen bevestigend mompelden.

“Maurice, geef jij haar wat basis? Versteviging aan haar voeten en enkels…” vulde Jacqueline aan.

De gezamenlijke kracht was zo sterk, dat Willeke al snel haar ogen open deed en verbaasd rondkeek.

“Blijf nog maar even liggen, we helpen je samen even op weg,” knikte Jacqueline naar haar.

Willeke liet haar hoofd weer op het kussentje zakken en voelde hoe een hele rij handen haar schouders, zij en enkels zacht vasthielden. Ze voelde hoe er kracht stroomde, vooral bij haar hoofd en enkels, maar ook vanuit de handen van haar huisgenoten.

“Dit wil ik ook kunnen…” fluisterde ze.

“Ja, dat klopt, dat heb je altijd al gewild, je ziel heeft het altijd al gewild, maar alle ellende die je ervaren hebt, heeft het voor jou onmogelijk gemaakt om er iets van te merken. Maar je kunt het, nu misschien nog maar licht, maar ook de kleine kracht is belangrijk. Als je op wilt staan, mag dat nu wel hoor. Ik wil het jullie allemaal aanraden om hier bewust mee om te gaan, elkaar eraan te herinneren en aan te sporen je kracht te gebruiken. Nu voelt het misschien als kleine kracht en zal het niet alle problemen oplossen. Maar geef niet op. Het zal groeien! Bedenk dat jullie samen zijn, vier keer een kleine beginnende kracht, is voldoende kracht om heel wat problemen op te lossen. En dan denk ik vooral aan pijn, waar dan ook in je lichaam. Dus zelfs als het om lichamelijke pijnen gaat, kun je elkaar dus op deze manier helpen.

En verder… jullie hebben krachtige mensen om je heen hier op Bloemenhof, en jij op je werk Cynthia. Vraag hen om hulp als je denkt dat jullie het zelf niet redden. Samen krijgen we de shit er onder!”

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb