Johan stond voor zijn kledingkast, had moeite om te kiezen. Zou hij iets kiezen om indruk te maken op Marieke? Zijn mooiste pak? Of zou hij iets kiezen waarin hij zich thuis voelt? Na een korte, stille en toch schreeuwende strijd in zijn gedachten, koos hij voor het laatste. Hij wilde zijn wie hij was. En ook al was hij dat behoorlijk kwijt geraakt, hij wist nog wel in welke kleding hij zich echt thuis voelde: een spijkerbroek en een gezellige trui.
Hij had zin in vanavond, verlangde ernaar om Marieke weer te zien. Hij vroeg zich af of hij een droom van zijn studiejaren najoeg, of dat er werkelijk zoiets zou kunnen bestaan als zielsverwantschap. Als dat laatste zo was, en daar was hij ergens wel van overtuigd, zou het dan zo zijn dat zij werkelijk zijn zielsverwant was? Dan zou zij dat toch ook moeten ervaren?
Voor de spiegel schudde hij zijn schouders, alsof hij die vragenlast van zich af wilde schudden. Hij besloot dat hij vanavond gewoon wilde genieten van de reünie met zijn oud-studiegenoten, de jonge vrouwen met wie hij destijds zoveel tijd had doorgebracht, wandelend, discussiërend, lachend en zelfs huilend.
Onderweg reed hij langs een bloemenwinkel. Hij had even de neiging om rode rozen te kopen, maar dan zou hij daarmee meteen zijn hartsverlangen van het verleden op tafel leggen. Dat leek hem niet handig. En hij vroeg zich trouwens af of rode rozen wel bij Marieke pasten.
Zijn oog viel op een gemengd boeket met vrolijke, felle kleuren. Het was een bijzonder boeket, en de prijs was al net zo bijzonder, bijzonder hoog. Maar dat maakte hem niet uit, het boeket klikte met zijn eigen enthousiasme over het weerzien van de beide vrouwen uit zijn studietijd, en dan vooral Marieke. Hij legde het boeket op de toonbank en wachtte tot de verkoopster er folie omheen gedaan had.
Toen ze met linten wilde beginnen, vroeg hij haar of ze linten van dezelfde kleuren als van de bloemen wilde nemen, zodat het één geheel zou zijn. De verkoopster keek hem even bevreemd aan, omdat dit standaard was wat zij en haar collega’s deden. Zonder hem een antwoord te geven deed ze wat hij haar verzocht had. Ze nam de verschillende linten bij elkaar in haar hand en vormde er iets van wat eerst op een klavertje vier leek. Toen leek ze even te haperen, alsof ze niet wist hoe ze verder moest, en in plaats van het klavertje op het folie te nieten, deed ze iets onverwachts. Uit een la pakte ze een potloodje met een rond gummetje aan het uiteinde en bevestigde de linten daar op. Johan keek fronsend toe, zich afvragend wat ze gemaakt had. Ineens zag hij het…
“Een vlinder! Je hebt een vlinder gemaakt!” riep Johan verrast uit.
De verkoopster knikte en antwoordde vriendelijk: “Ja, ik was bezig er gewoon wat rondjes van te maken, en toen zag ik er ineens een vlinder in. Ik herinnerde me dat we deze potloodjes nog in de la hadden liggen. Dat gummetje is net een vlinderkopje, vind u ook niet? Vindt u het trouwens wel leuk?”
“O ja, hij is geweldig leuk geworden, en het past precies bij de vrouw aan wie ik het boeket wilde geven. Echt een gave verrassing!”
Bij de verkoopster brak de zon ineens door. Blij lachend zei ze: “Die mevrouw boft! De stelen van de bloemen zijn trouwens al afgesneden, zodat ze het boeket meteen in de vaas kan zetten. Zal ik de vlinder op het folie plakken of zal ik hem bovenop de bloemen leggen?”
Johans gezicht ontspande helemaal in een vrolijke lach: “Een vlinder zit liever op bloemen dan op folie, denk je ook niet? Leg hem er maar los op. Zie je wel, dat diertje is helemaal op z’n plek daar!” zei hij toen ze de vlinder op de bloemen gelegd had.
Ze lachte en sloeg het bedrag aan op de kassa. Johan rekende af en ging met een blije groet weer naar buiten. Hij legde het boeket op de bijrijdersstoel en legde de vlinder er zolang naast.
Een kwartier later naderde hij het huis van Marieke en naderde zijn hartslag een hoogtepunt. Hij parkeerde de auto, haalde diep adem. Hij pakte het boeket en legde de vlinder er weer bovenop. Hij deed de auto op slot en liep naar de voordeur.
Op zijn bellen werd al snel open gedaan door Ellen. “Ha Johan! Dat had je nou niet hoeven doen, zo’n mooi boeket!” Ze stak haar handen plagend uit om het van hem over te nemen. Hij had haar direct door en hield de bloemen iets achter zich. “Misschien een andere keer, jongedame, deze zijn voor onze gastvrouw!”
Ellen lachte: “Ze boft maar, het is echt een mooi boeket. Mag ik hem wel even voor je vasthouden, zodat jij je jas kunt ophangen?”
“Nou, vooruit dan maar!” Lachend gaf Johan haar het boeket.
Ellen slaakte een kreetje. “Wat gaaf, die vlinder! Waar heb je die vandaan?”
Johan hing zijn jas op en nam het boeket weer van haar over: “Van de verkoopster van de bloemenzaak. Ze was eerst zo maar wat aan het cirkelen met die linten en zag er toen ineens een vlinder in. Dat potloodje heeft ze erbij gedaan om hem een lijfje te geven. Grappig he?”
“Ja, dat is het zeker, en het is ook net wat voor Marieke, die is zelf net een vlinder!”
Johan grinnikte: “Dat was precies wat ik dacht toen ik ontdekte wat die verkoopster gemaakt had. Waar is onze mooie vlinder?”
“In de keuken bezig om de laatste hand te leggen aan onze maaltijd.”
“Ik ben net klaar!” Marieke kwam de kamer in. “Wat gaaf om je weer te zien Johan, ik wist niet dat ik de vriendschap van ons trio zo gemist had!”
Dat ze met deze opmerking zichzelf een beetje voor de gek hield, liet ze wijselijk achterwege.
Johan beaamde het: “Dat besefte ik ook toen Ellen belde over die rechtszaak van Lisa. Ze noemde jouw naam, en ik zag me weer lopen met mijn beide vrouwen. Weet je dat nog, dat ik jullie zo noemde? Oh wacht, deze zijn voor jou, en ze zijn volgens de verkoopster al afgesneden, dus je kunt ze zo in het water zetten.” Johan hield haar de bloemen voor.
“Ooooh, wat mooi, wat een prachtige kleuren! En die vlinder, tjonge…” Johan zag dat de tranen in haar ogen schoten. “Een vlinder, ik heb me altijd een vlinder gevoeld, en nou krijg ik zo’n leukerd van jou! Dank je wel!”
Ze gaf Johan een kus op zijn wang en met een “Even in een vaas zetten hoor!” ging ze terug naar de keuken. Daar nam ze eerst de tijd om haar hart weer tot rust te laten komen.
Johan, die haar een vlinder gaf. Was dat toeval? Of had hij haar zo aangevoeld? Ze pakte een grote glazen vaas en vulde die voor de helft met water. Ze strooide de helft van het bloemenvoedsel in het water en roerde dat even om. Daarna plaatste ze het boeket erin.
In de woonkamer zette ze de vaas op de koffietafel en plaatste de vlinder er schuin tegenaan. Ze keek er even naar: “Perfecte plek, goed in het zicht en goed in het licht… morgen, als de zon weer wat wil schijnen! Hoe kwam je op dat idee van die vlinder?” vroeg ze aan Johan.
“Het was de verkoopster die op het idee kwam. En toen ik zag wat ze gemaakt had, wist ik dat het perfect bij jou paste. Ik heb altijd genoten van jouw vlinderachtige manier van leven.”
Marieke bloosde. Het raakte haar dat hij haar gedrag zo omschreef, dat hij haar zo ervaren had en dat hij daar zelfs van genoten had.
“Ik ben als een vlinder,” reageerde Marieke, “ik ben altijd vlinderlicht door het leven gegaan, en zo wil ik blijven leven. Vrij als een vlinder, fladderend als een vlinder, kleurig als een vlinder. Om die reden zorg ik altijd dat ik heel veel bloemen in mijn tuin heb, ook een paar vlinderstruiken, die altijd uitgroeien tot enorme planten. Ze zorgen er samen voor dat ik altijd veel vlinders in mijn tuin heb. Die horen gewoon bij mij.
En oh, als ik daar stilletjes op mijn schommelbank zit, dan komen ze soms heel dichtbij. Ik probeer vaak om ze op mijn vinger te laten overstappen. Daar is echt geduld voor nodig, en dat heb ik op zo’n moment ook. Meestal durven ze de overstap wel te wagen. Dan haal ik rustig mijn hand dichterbij, om de vlinder goed te kunnen bekijken. En soms denk ik dan, dat we elkaar echt aankijken, alsof we in elkaars ziel kunnen kijken…”
Dromerig staarde Marieke voor zich uit, terwijl Johan glimlachend naar haar staarde. Dit was de vrouw aan wie hij ooit zijn hart verloren had, en naar wie hij nu weer zo’n intens verlangen ervaarde.
Marieke haalde zichzelf abrupt uit haar droom: “Hebben vlinders eigenlijk wel een ziel? Als dat zo is, zal het wel een kleintje zijn! In elk geval zijn ze mijn favorietjes!” voegde ze er lachend aan toe.
Ze keek Johan aan, die even verward met zijn ogen knipperde alsof hij zelf ook uit een droom moest wakker worden. Hij ervaarde het als een opluchting dat hij de kookwekker in de keuken hoorde, zodat hij niet hoefde te reageren op een moment dat zijn hart finaal van slag was.
Ellen volgde Marieke naar de keuken en even later kwamen ze met twee ovenschalen de kamer in. Ellen had voor Johans komst de tafel al gedekt, zodat ze meteen konden aanschuiven. Johan zag twee soorten lasagne in de ovenschalen.
“Hmm lekker, lasagne!” Johan snoof de heerlijke geur op.
“Dit is een standaard lasagne, volgens een soort basisrecept,” wees Marieke. “En deze is meer gekruid. Ik houd van allebei, en nu we met z’n drieën zijn, was dat een mooie reden om ze allebei te maken. Scheppen jullie zelf op?”
“En morgen eet je weer lasagne,” bedacht Ellen, “want dit is machtig veel, zoveel kunnen we vast niet op.”
“We zullen zien, ik vind het geen probleem om de restjes morgen op te warmen, maar ik vind het ook prima als het helemaal op gaat. Dus smul maar zoveel als je wilt!”
“Ik begin met een beetje van beide soorten,” zei Johan, terwijl hij van beide een kleine schep op zijn bord deed, “om te proeven welke ik het lekkerst vind.”
“Strak plan, dat alle navolging waard is!” kwam Ellen er met een quasi-serieus gezicht achteraan.
“Ik weet al, dat ik ze allebei heerlijk vind. Ik begin met de standaard versie, die andere vind ik lekker om mee te besluiten.”
“Gekruide lasagne als dessert, ik kan me er wat bij voorstellen,” mompelde Johan, waarna hij een hap nam.
“Nou nee,” antwoordde Marieke, “ik heb nog een bak ijs in de vriezer, voor het geval we daar straks nog trek in hebben. Maar we kunnen die ook voor later op de avond bewaren.”
“Wat voor soort ijs heb je?” vroeg Ellen gretig.
“Vanille-ijs met chocoladerasp, een soort stracciatella, maar dan met grof geraspte stukjes chocolade. Zelf gemaakt, omdat echte stracciatella heerlijk is, maar de stukjes me nogal eens pijn bezorgen aan mijn gebit.”
“Klinkt goed, en ik vermoed dat we die het beste later op de avond kunnen nemen, want die beide lasagnes zijn gewoon té lekker!” zei Johan welgemeend.
“Fijn! Er zit trouwens een beetje saus naast je mondhoek,” gaf Marieke aan. Voordat Johan daar iets aan kon veranderen, boog Marieke al met een servetje over de tafel en veegde de saus van zijn gezicht.
“Wat doe je nou?” riep Johan gespeeld verontwaardigd uit. “Die saus is een perfecte lippenstift!” En om te laten zien wat hij bedoelde, drukte hij zijn lippen in een hap lasagne, waardoor hij ze bedekte met een laagje tomatensaus.
Ellen verslikte zich bijna in haar eten. Net als Marieke hing ze dubbel van het lachen boven haar bord.
“Dit…” schaterde Ellen, “dit heb ik zo gemist. Dat superstomme, onnozele gedrag van jullie! Heerlijke gekte!”
Johan likte lachend zijn lippen af en ging er met het servetje nog een keer overheen. Hij grijnsde naar Ellen en Marieke: “Dat voelde inderdaad super, weer even zo knettergek doen. Ja, ik heb het ook gemist, als ik alleen ben doe ik zoiets niet, en op mijn werk al helemaal niet.”
“Juist op je werk zou je zulke gekke dingen er tussendoor moeten doen. Er is al zoveel spanning in een rechtszaal, even lachen ontspant!” Marieke probeerde weer serieus te worden, al hikte ze nog een beetje na van het lachen.
“Ik meen het Johan, zo als net was je altijd, serieus en knettergek door elkaar. Wat jammer dat je dat kwijt geraakt bent! Je bent toch niet zo’n stoffige rechter geworden, je lijkt toch niet op die saaie collega’s van je?”
Johan begon zijn collega’s te verdedigen: “Mijn collega’s zijn prima mensen hoor, daar heb ik niets… Nee, je hebt gelijk,” onderbrak hij zichzelf. “Ze lijken prima mensen, maar ze zijn saaie pieten. Ze hebben standaard humor, die dus geen humor is. Het borrelt niet van binnenuit op, ze hebben hun grapjes van anderen overgenomen en leggen ze op het moment dat zij dat geschikt achten, op tafel. Verdorie, ik ben net zo geworden! Nee, ik meen het, ik baal daar van!”
Johan liet zijn schouders zakken, en keek met zijn lippen strak op elkaar geklemd naar zijn lasagne, alsof dat zijn vijand was en hij die wilde aanvallen.
“Johan, het is niet waar wat je zegt. Je bent niet net als hen geworden. Je hebt je wel zo gedragen, in hun bijzijn. Maar je bent van binnen nog steeds dezelfde malloot die je in onze studietijd was. De malloot op wie ik verliefd was… Oeps, wat zeg ik nou, ik klap uit de school… Jammer dan, ik heb het nu al gezegd.”
Marieke was knalrood geworden en terwijl Johan haar verrast aankeek, boog ze zich snel over haar bord om uitvoerig een nieuwe hap af te snijden en die met trillende handen onhandig in haar mond te stoppen. Al kauwend bleef ze naar haar bord kijken. Ze schaamde zich, dat ze het er zomaar uitgeflapt had!
Ellen legde haar hand op Marieke’s arm: “Hey joh, dat is toch geen schande? Ik kan het me levendig voorstellen, eerlijk gezegd.”
“Ja, maak jij het nog maar een beetje erger,” mopperde Marieke verontwaardigd, “jij hebt makkelijk praten! Veilig getrouwd met de beste die je tegen het lijf kon lopen. Weet je, nu we toch open en eerlijk zijn,” ze keek haar beide gasten aan, “sinds die tijd heb ik regelmatig rondgekeken onder het mansvolk, maar ik heb nooit ervaren wat ik destijds met jou ervaarde. Iets magnetisch, ik weet niet wat het was, misschien domweg puberliefde. Hmm, een beetje late puberliefde, we waren immers al volwassen. Maar het was er wel, ik kon er met geen mogelijkheid omheen. En nadat we elkaar uit het oog verloren, heb ik dat gemist, heb ik jou gemist.”
Dat laatste zei ze specifiek tegen Johan. “Nou ja, zo was het dus. Eet lekker verder, zou ik zeggen,” maakte ze zich er met een grijns vanaf.
Johan had al die tijd met licht geopende mond naar haar gekeken, zijn hoofd scheef, verbijsterd, alsof hij een honkbalknuppel tegen zijn hoofd gekregen had. Hij voelde de pijn van een jarenlang gemis, en dwars daar doorheen een diep verlangen naar de vrouw tegenover hem. Omdat hij even geen woorden had, nam hij nog wat lasagne, zodat hij in elk geval wat te doen had.
Ellen zag zijn reactie, voelde hoe diep het hem geraakt had. Ze besloot terplekke, hoe gezellig het vanavond ook zou zijn, dat ze met een smoes wat vroeger weg zou gaan, zodat die twee samen konden uitvinden of ze de vonk die er overduidelijk nog tussen hen was, de kans durfden te geven om tot een vuur te laten exploderen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb