Er zijn van die dagen dat alles tegelijk lijkt te komen. Vandaag is zo’n dag…
Vaak voelen zulke dagen akelig, dan wordt het je te veel. Vandaag is niet zo’n dag, vandaag voelt al ‘dat vele’ juist feestelijk!
.
Het begon met Bianca. Zoals ze Katja beloofd had, had ze de poppenjurk die ze aan het fabriceren was toen Katja bij haar kwam, aan de kant gelegd. Ze was diezelfde dag nog begonnen aan de jurk voor Katja’s pop. Ze had een poosje zitten dubben welk model ze zou maken, of het iets zou zijn dat ze al kende, of juist iets heel nieuws. Iets moderns of klassieks? Iets mals, iets…
Er kwam uiteindelijk iets heel bijzonders in haar op. De witte satijnlinnen stof, had een licht streepje, niet door kleurverschil, maar door verschil in draaddikte. Ze ontdekte het ineens toen ze een beetje met de stof aan het spelen was, de stofdelen die ze in beide handen had, scheef tegen elkaar legde. Bianca zag het ineens voor zich: kleine lapjes aan elkaar naaien met die vrij duidelijk zichtbare draadrichting allerlei kanten op, zodat het zou lijken op scherven die aan elkaar geplakt waren.
Ze tekende eerst een eenvoudig patroon voor een jurk, zomaar een schets. Het deed haar een beetje denken aan Japanse gevechtskleding voor dames, een beetje kimono-achtig. Makkelijk aan te trekken, sluitend met wat knoopjes op de rug, wat vast niet bij die gevechtskleding hoorde, en een band om de middel met een strik op de rug. De mouwen nonchalant wijd over de armen vallend.
Ze werkte de schets uit, nauwkeuriger in de maat die bij Katja’s pop hoorde, elk pand, elke mouw afzonderlijk. Ze was niet gewend om een patroon te tekenen, maar in dit geval leek het haar handig, zodat ze makkelijker de ‘scherven’ binnen de maten van het patroon aan elkaar zou kunnen naaien.
Het was een enorme klus, al die losse stukjes stof knippen, stukjes met zijkant van ongeveer drie tot vijf centimeter, alle stukjes zigzaggen, en dan zo aan elkaar naaien, dat de draadrichtingen niet gelijk waren met die van de stukjes stof ernaast, maar haaks of schuin daarop.
“Het lijkt wel een puzzel,” mompelde Bianca. Ze werkte uren achter elkaar. Het werk was op zich saai, maar ze vond er rust in, ze deed het met plezier. Toen het voorpand al voor meer dan de helft klaar was, legde ze de lap van aan elkaar genaaide stukjes in het zonlicht en keek ze er schuin langs. “Opzet geslaagd!” zei ze blij tegen zichzelf, “de draadrichtingen zijn net genoeg zichtbaar om te kunnen zien dat het stukjes zijn, scherven. En al die naden tussen de ‘scherven’, daar ga ik die gouden draad overheen naaien.”
Toen ze alle patroondelen op de juiste grootte klaar had liggen, keurig gepast op de getekende patronen, pakte ze de verschillende onderdelen, speldde ze aan elkaar en zag hoe het kimono-achtige jurkje ontstond.
“Je wordt een stoere pop, maar ook een mooie pop, een zelfverzekerde pop… en dat is allemaal precies wat bij jouw bazin hoort!”
Ze naaide de panden aan elkaar, zette kleine knoopjes in de vorm van bolletjes vast op het rugpand en maakte van wit garen lusjes om de knoopjes mee vast te zetten. Ze knoopte de tailleband met een mooie strik op de rug vast en bekeek de pop van alle kanten. “Ik ben dik tevreden met jou. En nou ga ik je weer uitkleden, want ik ga je jurk nog versieren met gouddraad…”
Ze pakte de bol gouddraad. Raffia-achtig, zo had Katja het gevoeld. Dat klopte wel, het voelde niet zacht als wol, maar een beetje apart, soort stug, met heel kleine haartjes. Ze legde de draad over de naden van de stukjes in de jurk. Ze vroeg zich af in welke richting ze de draad zou laten lopen, of dat uitmaakte. Ze besloot het per stukje te doen, gewoon over de randen heen. Ze legde de bol op haar dienblad, zodat hij niet van tafel zou rollen, legde het uiteinde over een naad van een scherf, en begon het met kleine steekjes over de draad heen vast te zetten. Ze knipte de dikkere draad pas af, toen het hele scherfje ermee omringd was. Ze bekeek het resultaat en was heel tevreden. Het dunne goudkleurige naaigaren was nauwelijks zichtbaar, zodat het de iets dikkere draad was die opviel. Ze begon aan het volgende scherfje en werkte ze zo achter elkaar af.
Ze twijfelde over de losse tailleband. Als ze daarmee hetzelfde zou doen, zou het makkelijk beschadigen door de strik die ze erin moest leggen. Ze besloot met het naaigaren overdwarse stiksteekjes te maken over alle naden. Het effect was bijna hetzelfde, maar net wat fijner om de band straks te kunnen strikken.
Op de ochtend dat de jurk helemaal klaar was, stuurde ze Katja een berichtje, dat ze mocht komen kijken. Het gezicht van Katja sprak boekdelen toen ze haar pop op de tafel voor het raam zag staan. Ze deed een stap dichterbij, boog zich voorover en bekeek de jurk met stijgende verbazing.
“Het lijken wel scherven, aan elkaar gesoldeerd met goud! Ik vind het prachtig, moet je haar nou zien staan, zo zelfverzekerd alsof ze de hele wereld aan kan! Ja, dit is ze, dit ben ik, opgebouwd uit scherven, maar als ik uiteindelijk helemaal genezen ben, zal ik net zo prachtig zijn.”
“Ten diepste ben je dat al, ik kon het toen je de pop kwam brengen al zien, weet je nog, er zit goud in jou, zoiets zei ik, en zo voelde ik het ook. En dat zal steeds meer zichtbaar worden!” beloofde Bianca haar. “En dan nu het lastigste, de factuur. Ik heb het nog niet aan Ilse doorgegeven, omdat ik er eerst met jou over wilde praten. Als ik alle uren reken, kom ik op 720 euro uit.”
Voor ze verder kon praten, legde Katja haar hand op Bianca’s arm. “Stop maar, ik begrijp wat je wilt zeggen, en ja, het is veel, maar het is het waard. Jouw kunst, jouw uiting van je ziel, heeft mij gebracht bij een keerpunt. Het is dat geld meer dan waard! Stuur je gegevens maar door naar Ilse. Dan krijg ik van haar zeker de factuur, toch?”
Bianca knikte: “Ja, zij regelt dat allemaal.”
“Dan komt dat helemaal goed! Mag ik de pop alvast meenemen?” vroeg Katja.
“Ja, bijna, ik wil er nog wat foto’s van maken, voor de collage van het eindresultaat.”
Bianca pakte haar mobiel, maakte foto’s van alle kanten van de pop en gaf haar daarna aan Katja.
“Het was een groot werk, maar het was heerlijk om te doen. Ik hoop dat jouw schervenkoningin je heel vaak zal bemoedigen!”
Katja lachte: “Schervenkoningin, perfecte naam, ietwat ongebruikelijk, maar het past prima, een koningin die opgebouwd is uit scherven…”
Ze pakte de pop van Bianca aan en omhelsde haar met haar vrije arm. “Dank je wel, Bianca, ik ben er echt heel blij mee!”
“Ik ook, ik heb ervan genoten, en jouw blijdschap doet me onwijs goed!”
Katja ging terug naar huis, waar ze een mooi plekje voor haar schervenkoningin vond, in het volle licht op het wandmeubel.
Ondertussen stuurde Bianca een mailtje naar Ilse, naar het email-adres van de galerie, om te vertellen dat ze haar eerste kunstwerk verkocht had. Ze vermeldde de klant en de prijs en voegde foto’s toe.
Ze kreeg een jubelende mail terug: ‘Het eerste werk dat ik namens jullie mag verkopen, een feestje waard! En wat is die jurk bijzonder, en die naam die je eraan gegeven hebt, Schervenkoningin… toepasselijk!’
Bianca mailde terug: ‘Het is voor mij ook het eerste werk dat ik verkoop. Zet je er op de site ‘Verkocht’ bij? Ik had tegen Katja ook al gezegd, dat het tijd was voor een feestje als ik mijn eerste jurk zou verkopen. Ik weet alleen nog niet hoe, waar en wanneer en met wie. Alleen de kunstenaars? Of ook alle andere bewoners van Bloemenhof?’
Ilse antwoordde dat ze er over na zou denken, dat ze vast wel iets samen konden organiseren. Ze zou het zelf leuk vinden om ook de bewoners van hier erbij te vragen, misschien zelfs ook Rosalie en haar ouders. Op de één of andere manier hoorden ze allemaal bij elkaar.
Bianca vond het een goed plan, ook al besefte ze dat haar eerste verdiensten daardoor voor een groot deel opgeslokt zouden worden. Dat voelde even wat minder, maar de vreugde om het nieuwe begin overwon met gemak!
.
Ilse had net de factuur voor Katja gemaakt en opgestuurd, toen ze een bericht van Huib kreeg over een kast die hij voor iemand gemaakt had. Alle praktische gegevens had hij erbij getypt en foto’s toegevoegd. Hij zou zelf de kast naar de klant brengen, op verzoek van de klant, en rekende daar ook de vervoerskosten voor, brandstof en tijd.
“Wow,” fluisterde Ilse, “nummer twee! Mooie kast trouwens, echt een kunstwerk, niemand anders zal een zelfde kast hebben…”
Ook voor Huib regelde ze de factuur en mailde die naar zijn klant door.
Daarna zette ze de beide kunststukken van Bianca en Huib op de site. Voor Bianca deed ze hetzelfde als ze voor Huib al gedaan had. Ze splitste haar pagina op in ‘Te koop’ en ‘Verkocht’ en plaatste de Schervenkoningin in de laatste categorie.
In haar overzicht in Excel nam ze de gegevens van de beide facturen over, splitste het bedrag op in 90% voor de kunstenaar en 10% voor zichzelf en liet het vakje ‘betaald’ nog even open. Ze besloot hooguit één keer per dag de bankrekening te raadplegen en dan het geld naar de kunstenaar en haar 10% naar zichzelf over te maken en de datum van betaling in het vakje ‘betaald’ te zetten. Ze opende het bestand van haar draaiboek, en schreef dit besluit onder het kopje ‘Dagelijkse activiteiten’.
.
Weer hoorde ze het zoemertje van een nieuw bericht op haar mobiel. Daniëlle Fraser mailde foto’s en gegevens van een kunstwerk dat ze had verkocht.
“Nou moe, het is wel raak vandaag,” mompelde Ilse. Ze bekeek de foto’s, met de titel ‘Vaas’. Daniëlle had de vaas nog maar net klaar gehad, foto’s gemaakt en naar de winkel gebracht. De eerste klanten die binnen gekomen waren, waren er meteen helemaal weg van geweest. Ze had hen uitgelegd, dat ze hem al konden meenemen, en dat ze van de websitebeheerder van de galerie een factuur toegestuurd zouden krijgen, dat dat sinds kort hun werkwijze was.
Ilse bekeek de foto’s. “Mooi ding, echt een kunstwerk! Inderdaad een vaasvorm, maar ik zou er maar geen water in doen!” lachte ze. De ‘Vaas’ bestond uit draadwerk, versierd met edelstenen. De steentjes onderaan waren beduidend groter dan de bovenste, alsof Daniëlle ze op volgorde van groot naar klein had gelegd en zo van beneden naar boven had gewerkt.
Ilse bekeek de gegevens. Ze nam de klantgegevens over in de factuur en op het overzicht van Daniëlles verkoop-overzicht. De bedragen waren opgesplitst in werkuren en materiaalkosten.
Ze mailde Daniëlle terug: ‘Derde kunstwerk dat vandaag verkocht is, het begint ineens te lopen. Ik heb de factuur ondertussen naar je klant doorgestuurd, en de foto’s op jouw pagina onder het kopje ‘Verkocht’ gezet. Mooie ‘Vaas’ trouwens, echt een kunstwerk!’
.
Het vierde bericht kwam van Margreet, een verzoek om een offerte. Margreet had naar aanleiding van de maten van het wandkleed waar de klant om vroeg, een inschatting van werkuren gemaakt en vroeg of ze dat in de offerte wilde opnemen. Ook een beschrijving van het te maken wandkleed, de maat en het onderwerp had ze voor de offerte beschreven.
Ilse sprong op van haar stoel, maakte een rondedansje en ging weer zitten.
“Wat een dag!”
Ze maakte de offerte en stuurde die naar de klant. Daarna stuurde ze Margreet bericht dat ze nummer vier vandaag al was, en dat de offerte onderweg was naar de klant, met het verzoek per omgaande te laten weten of het akkoord was, zodat Margreet ermee aan het werk kon gaan.
Margreet mailde terug: ‘Nummer vier? Het begint dus ineens te lopen? Bijzonder! Ik wacht nog even met werken totdat je dat akkoord gekregen hebt, ik hoor van je!’
En dat hoorde ze, nog geen kwartier later. De klant ging akkoord, Margreet kon aan het werk.
.
Ilse stelde een groepsmail samen, waarin ze vertelde wat er die ochtend, ja, alleen nog maar in de ochtend, gebeurd was. Bovenaan het bericht schreef ze met grote letters: ‘Tijd voor feest’
Ze opperde dat het inderdaad tijd voor feest was, vroeg aan de kunstenaars of ze het daarmee eens waren, of ze ideeën hadden en of ze het ermee eens waren om ook de andere Bloemenhof familieleden en de mensen van het Ontdekkingscentrum erbij uit te nodigen.
Diezelfde dag kreeg ze van iedereen blije reacties en samen concludeerden ze dat ze het uitgebreid wilden vieren, met al de genoemde mensen erbij, en besloten ze een barbecue te houden. Het was weliswaar vroeg in het jaar, nog fris tot soms zelfs koud, maar ze zouden altijd binnen kunnen eten, terwijl de barbecue buiten in de gaten gehouden werd. Huib nodigde iedereen uit om bij hen thuis te komen. Hij regelde met enkele anderen wat barbecues en zou samen met Sjaak zorg dragen voor al het andere dat binnen nodig zou zijn.
En de onkosten? Iedereen was het er over eens, dat ze de onkosten onder alle kunstenaars zouden verdelen. Dat er van vier mensen iets verkocht was, voelde voor hen allemaal als ‘ons werk’. Er heerste dan ook tijdens de voorbereiding en op de feestmiddag zelf een vrolijk ‘wij-gevoel’. De galerie was een feit, een fantastisch feit!
Maak jouw eigen website met JouwWeb