Hoofdstuk 56.

Fiona onderweg

Met een glas thee zat Fiona op de schommelbank in haar tuin, de beste plaats om tot rust te komen en na te denken. Hier, op dit adres, was ze samen met Daniël begonnen, alweer bijna elf jaar geleden. Daniël had de knoop tot het kopen van dit huis doorgehakt, toen hij merkte dat Fiona zich hier echt thuis voelde. Ze was hem daar altijd dankbaar voor geweest!

Ze hadden een goede tijd met elkaar gehad, maar na tien jaar huwelijk hadden ze vaag aangevoeld dat ze iets misten. Ze hadden besloten er een poosje tussenuit te gaan, om zich alleen op hun relatie te focussen. Ze hadden een week doorgebracht in pension Bloemenhof, en daar heel eenvoudig, alleen al door te kijken naar de andere stellen daar, en door een paar opmerkingen van sommigen van hen, ontdekt dat ze het diepste wat er nodig was tussen twee mensen, zielsconnectie was.

En juist dat hadden ze gewoon niet. Wat kon je daaraan doen? Niets! Je kon er niets aan veranderen. En daarom hadden ze besloten uit elkaar te gaan. En omdat Daniël wist, dat Fiona zich in dit huis echt thuis voelde, had hij besloten zelf een ander huis te gaan zoeken. Hij had een huis gevonden en was vertrokken. En hun echtscheiding was in goed overleg verlopen. Hij gunde haar een goed leven, zij gunde hem hetzelfde, en in overleggen waren ze gewoon goed geweest.

Fiona dacht terug aan hun contacten in het afgelopen jaar. Nog steeds waren hun gesprekken, vrijwel altijd telefonisch, zonder een kwaad woord, maar het echte contact was er niet. Zeker nu Fiona al maanden door wat ze bij Bloemenhof een proces van innerlijke genezing noemden, heen ging, besefte ze steeds beter waardoor ze voor elkaar gekozen hadden. Ze voelde dan ook geen enkele neiging hem iets te verwijten. Ze hadden voor elkaar gekozen, doordat innerlijke verwonding hen naar elkaar toe getrokken had. Zeker nu ze zelf door dat proces van genezing heen ging, herkende ze dingen in zichzelf, die ze ook in Daniël ervaren had. En zo begon ze steeds beter te begrijpen hoe hun relatie ontstaan was, maar ten diepste geen relatie was.

“Pfff, ingewikkeld, een relatie die geen relatie was, en nog niet is,” mompelde ze voor zich uit. “Hoeveel huwelijken en ‘relaties’ hobbelen niet op diezelfde manier door?”

Ergens verlangde ze naar een echte relatie, maar aan de andere kant wist ze van binnenuit heel zeker, dat ze eerst wilde ontdekken wie ze zelf was. Misschien dat ze haar soulmate in de loop van de tijd tegen zou komen, dan zou ze wel weer zien hoe ze daarop zou reageren, maar ze zou er zeker niet naar gaan zoeken. Voorlopig zou ze het rustig aan doen, per dag leven, haar werk in de boekhandel doen en hier thuis wat lezen en rommelen, en van de tuin genieten.

Dat werk in de boekhandel… ze had er geen hekel aan, maar betrapte zich er wel steeds vaker op, dat ze in de loop van de middag op de klok begon te kijken of het nog geen tijd was om te sluiten. Ze besefte dat dat geen goed teken was.

Een diepe denkrimpel verscheen in haar voorhoofd. Stel nou dat ze die baan zou opgeven, niet logisch natuurlijk, want dan zou ze geen inkomen meer hebben, maar… wat dan wel? Wat zou ze dan de hele dag willen doen?

Gisteren had ze op internet zitten surfen. Via de Facebook-berichten van Margreet was ze terecht gekomen bij hun galerie-site. Ze had daar al vaker gekeken, maar nu Margreet meldde dat er nieuwe kunstenaars bij gekomen waren, was ze benieuwd geweest naar hun werk. Vooral het werk van Katja Ros had haar geboeid: beeldjes, prachtige beeldjes, opgebouwd uit stukjes glas. En ze had een resoluut besluit genomen, had via de contactpagina een bericht gestuurd met de mededeling dat ze Katja’s werk ‘Glas groeit’ heel graag wilde kopen. Ze had een factuur toegestuurd gekregen via de mail, met de belofte daarin dat ze het email-adres en huisadres van Katja zou krijgen zodra ze betaald had. Dat laatste had ze direct gedaan, en diezelfde avond kreeg ze inderdaad de gegevens van Katja, zodat ze met Katja kon afspreken wanneer ze het kunstwerk zou komen halen.

.

Fiona keek op haar horloge, nog een half uurtje om te mijmeren, dan zou ze in de auto stappen en naar Katja gaan. Ze had al een doosje in de gang gezet, waar ze het kunststuk in kon vervoeren. Misschien had Katja het zelf al wel goed ingepakt, nou ja, dat zou ze nog wel zien!

Ze pakte haar mobiel en ging terug naar de website van de galerie. Ze bewonderde opnieuw het glaswerk van Katja. En ineens kwam er een herinnering boven, zag ze zichzelf als heel jong kind met klei spelen. Zij deed toen eigenlijk net zoiets als wat Katja met stukjes glas deed. Als kind maakte ze kleine bolletjes van klei en plakte die op elkaar. Ze lachte bij de herinnering aan die eerste keren, de frustratie over de bolletjes die niet aan elkaar wilden blijven plakken. Op een gegeven moment was ze begonnen ze met duim en wijsvinger tegen elkaar te dwingen, maar dat had ze niet mooi gevonden. Uiteindelijk had ze de klei gelaten voor wat het was…

Fiona staarde voor zich uit. De precisie die ze als kind had gehad, de drang om die bolletjes aan elkaar vast te krijgen zonder dat ze een deukje zouden oplopen. Ze vroeg zich af of het wel mogelijk zou zijn om een bouwwerkje, een kunstwerkje als je dat zo zou willen noemen, wel zou kunnen maken van perfect gerolde balletjes. Dan moest je daar wel heel handig in zijn!

Ze had zin om het eens uit te proberen, en besloot wat eerder te vertrekken en onderweg even een pak klei te kopen, gewoon om te proberen. In de winkel vond ze verschillende soorten klei die niet gebakken hoefde te worden, maar aan de lucht zouden drogen. Ze nam twee soorten mee, om uit te proberen of het veel verschil maakte. Ze keek verder in het schap wat voor soort materialen erbij gebruikt werden. Prachtige gereedschappen, maar daar wilde ze nog niets mee. Ze had keukenmesjes en andere spullen genoeg, daar zou ze eerst wel eens mee gaan prutsen. Ze rekende af en ging terug naar haar auto.

Ze merkte dat ze onderweg zat te neuriën. Blijkbaar voelde ze zich prettig bij het idee dat ze weer iets met klei zou gaan proberen. Zou dit haar ding zijn, zou dit bij haar passen? Het zou best een leuke hobby kunnen worden…

Ze naderde het aangegeven adres, net een paar minuten voor de afgesproken tijd.

“Wat een prachtige omgeving, beetje heuvelachtig, echt Limburg hier! Ooohh wat een huis! Zou Katja een groot gezin hebben?”

Ze stapte uit, liep naar de voordeur en belde aan. Katja had haar al aan zien komen en liet haar binnen. In de woonkamer stond ‘Glas groeit’ midden op de eettafel.

“Dat is ‘m!” zei Katja.

Fiona staarde ernaar, terwijl haar mond langzaam open zakte en haar gezicht steeds meer begon te stralen. “Wat is dit mooi! Wat ben ik blij dat ik dit tegengekomen ben! Weet je wat er vanmorgen gebeurde, toen ik nog een keer op jullie website ging kijken?” vroeg ze, terwijl ze zich naar Katja keerde. “Ik herinnerde me ineens, dat ik als kind altijd graag met stukjes klei bezig was, bolletjes opstapelde en er zo een beeldje van probeerde te maken. Flink frustrerend, het lukt niet, ze rolden van elkaar af en als ik met duim en wijsvinger ze op elkaar probeerde te drukken, werden ze lelijk. En nu ik dit zie, denk ik dat het mooi is dat jij iets gemaakt hebt vanuit stukjes, maar dat dat natuurlijk niet betekent dat ik iets soortgelijks zou moeten proberen. Ik heb net klei gekocht, ik ga vanavond uitproberen, hoe het voelt, niet alleen met m’n vingers, maar ook van binnen, of het voelt als iets waar ik echt een klik mee heb, of ik daar dagelijks uren mee bezig wil zijn. Ik heb nu nog een baan, in een boekwinkel, dus financieel red ik me daar mee, maar ik merk dat ik te vaak wil dat de klok wat sneller gaat, snap je? Blijkbaar is het niet echt wat bij me past, maar wat dan wel? Werken met klei? We zullen het zien!”

Katja glimlachte, en vertelde hoe ze zelf tot haar werkwijze gekomen was. Het was ineens duidelijk geweest. “Zo te horen gaat het bij jou iets anders, je gaat het uitproberen. Als dit, werken met klei, is wat bij jou past, dan hoop ik dat je het zult voelen doordat je ervan geniet, dat je er helemaal bij betrokken bent en je er vrij in voelt.”

“Ja dat! Je er vrij in voelen! Daar verlang ik zo naar, Katja. Ik voel me sowieso al vrijer doordat ik door allerlei pijnpunten heen gegaan ben. Ik heb het gevoel dat ik voorzichtig uit mijn bekrompen cirkeltje aan het komen ben, nee, eigenlijk nog net niet. Het is meer dat ik het bekrompen cirkeltje gevoeld heb, ontdekt heb, maar ik zit er nog in. De cirkel wordt dunner, dat wel, maar ik zou ‘m wel een klap met een hamer willen geven!”

“Als werken met klei jouw kern is, dan zul je dat waarschijnlijk daarmee doen, die cirkel kapot slaan, en er doorheen schieten. Jij gaat geen bestaande dingen maken, geen vastliggende portretten, meer abstract met wat natuurlijke grappen er doorheen. Ik zie een gezicht voor me, dat is op zich niet abstract, maar wat ik zie, is dat de neus op de plek van het ene oog zit, een oog op de plek van een oor, een ander oog op de plek van de mond, een oor hier waar die neus had moeten zitten. Zoiets dat niet klopt, ja, dat is het meer, niet alleen abstract maar ook bestaande dingen, maar dan zo dat je er de draak mee steekt, dat je de bestaande dingen maakt tot iets wat niet klopt. Ja, de draak ermee steken, als een soort parodie op de werkelijkheid. Klikt dat voor jou? Eerlijk gezegd ben ik er zelf verbaasd van, maar ik zie het gewoon voor me. Ik dacht eerst dat ik alleen een vrije beweging zag, wat iets abstracts tot gevolg had, en toen ineens dat gekke gezicht. Het voelt alsof het allebei kan, of een mix.” Katja keek Fiona vragend aan.

“Je doet me denken aan een vrouw die ik een eind verderop ontmoet heb,” vertelde Fiona. “Ze woont op het terrein van een pension waar ik toen logeerde. Zij begon ineens dingen te vragen, die zo machtig raak waren!”

“Een pension? Bloemenhof?”

“Ja daar, ken je dat pension? Ken je die mensen?”

“Jazeker,” zei Katja, “mijn huisgenote Maureen en ik hebben op dat terrein gewoond, in De Schuilplaats. Sjaak en Lisa hebben dat laten bouwen voor vrouwen die een veilige plek nodig hadden nadat ze ontsnapt waren aan gedwongen seksueel misbruik.”

Fiona knikte bedachtzaam: “Lisa… Het was Lisa, dankzij haar vragen konden Daniël en ik, toen tien jaar getrouwd, het aan om de keuze te maken elkaar vrij te laten. Wij hadden niet wat Lisa en Margreet met hun partners hadden, geen soul-connectie. We hebben het goed gehad samen, maar altijd op een bepaald niveau. We waren niet in staat echt elkaars hart te bereiken. Dus na die vakantieweek hebben we besloten uit elkaar te gaan, en daar zijn we allebei dankbaar voor. Daar in dat pension is er van binnen van alles gaan rommelen, en na onze vakantieweek, en vooral na onze scheiding, ging er van alles door me heen. Ik heb nooit geweten dat ik zo vast zat in overtuigingen, in meningen van mensen, meningen waarin ik vroeger mee moest gaan, want anders… maar ja, dat stelt niets voor vergeleken waar jullie doorheen gegaan zijn, gedwongen seksueel misbruik, wat moet dat afschuwelijk geweest zijn!”

Katja knikte. “Zonder twijfel, maar daarmee is jouw verwonding niet minder belangrijk, niet minder ernstig. Het heeft jou vastgezet en je bent nog steeds niet gekomen tot waar jij voor bestaat. Maar je zit er wel heel dichtbij.”

Fiona glimlachte: “Ja, heel dichtbij, ik voel steeds duidelijker, dat het met klei te maken heeft en dat ik een schop ga geven tegen de bestaande dingen, en dan vooral in de zin van die overtuigingen, die vastgeroeste meningen. Het moet zó en niet anders! Nou, de pot op, vanaf nu gaat het dus wél anders, totaal anders, alles op z’n kop!” Fiona lachte: “Ik zie het echt voor me, ik weet niet of het me gaat lukken, want ik heb ten diepste nauwelijks ervaring met klei, maar ik zie het eerste beeld dat ik wil maken al voor me. En ik voel dat het niet gladjes hoeft te zijn, niet perfect, niet zo gesmeerd. Als het me lukt om te maken wat ik voor me zie, mag ik je daar dan foto’s van sturen?”

“O ja, graag, ik ben heel benieuwd!” antwoordde Katja enthousiast. “Wat ontzettend leuk, dat dit niet alleen de verkoop van mijn eerste werk is, maar dat het zoveel dieper gaat!”

“Ja heerlijk,” reageerde Fiona, “heerlijk, niet zo oppervlakkig, zo van ‘geld is betaald’, dat heb ik overigens al wel gedaan, ‘en nu even ophalen, doei’. En wat zei je nou, is dit je eerste werk?”
“Ja, ik zag het voor me, en begon, en ik ben er uren mee bezig geweest. Het waren de beste uren tot dan toe in mijn leven, dat verzeker ik je!”

“Bijzonder…” verzuchtte Fiona, “het is zo mooi, dan moet het inderdaad wel jouw kernding zijn, dat wat bij jou past!”

“Zeker weten, dat is het. Ik heb nog niet heel veel gemaakt, we zijn nog maar net hierheen verhuisd, met alle drukte die daarbij kwam kijken. Vind je het leuk om mijn werkkamer even te zien?”

Fiona knikte gretig en liep achter Katja aan. “Wat een bijzondere meubels, leuke stijl, met al die tierelantijnen eraan. Is dat Rococostijl of lijkt het er alleen maar op?”

“Om eerlijk te zijn, ik weet het niet! Ik vind wel dat het er wel op lijkt, maar als ik foto’s van Rococo opzoek, is het dat weer niet. In elk geval wist ik dat ik zwarte meubels wilde, dun zwart materiaal. En ik kreeg net vanmorgen het idee, om met rode stof, fluweel of iets wat daar op lijkt, de rekjes waarop ik mijn werk wil neerzetten, wil bekleden. Knalrood in dat zwarte stramien van de kast. En dan mijn glaswerk erin…”

“Dat gaat mooi afsteken! Maar waarom alleen rood? Is het een idee om meerdere kleuren te gebruiken?”

“Zou het dan niet te bont worden?” overwoog Katja.

“Misschien, maar misschien is het juist mooi, een paar knalkleuren, dat blauw van korenbloemen, en felgroen, beetje donkergroen. Joh, het is maar een idee, probeer het anders eens uit met gekleurd papier, dan hoef je niet meteen allemaal lappen stof te kopen.”

“Ik ziet het voor me, zoals jij het zei. En eigenlijk voel ik alleen voor rood en korenblauw. Ik weet niet waarom, maar dat is wat ik voor me zie. Leuk, door jouw idee begon er bij mij wat te schuiven. Ik ga op zoek naar die stof, rood en blauw, liefst fluweel, beetje sjiek.”

“Door die felle kleuren gaan je werken nog beter tot hun recht komen!” verzekerde Fiona haar. “Maar joh, ik ga naar huis, ik heb echt heel veel zin om met die klei aan de slag te gaan. Ik ben zo benieuwd hoe ik het ga ervaren… Ik ben in elk geval blij voor jou dat je je werk en deze prachtige plek gevonden hebt! Ik hoop je nog eens te ontmoeten!”

“Dat zou ik ook fijn vinden! Jij had zelf al iets meegenomen voor het vervoer, toch? Dat is dus zoiets… ik moet nog gaan bedenken welk materiaal ik zal gaan gebruiken om mijn werk makkelijker in te vervoeren.”

“Ik heb er geen verstand van, maar dat ga je vast vinden! Reuze bedankt voor je glaswerk en het gesprek, het was fijn, bemoedigend!”

Fiona zette het glaswerk voorzichtig in de doos die ze meegebracht had en legde aan beide kanten een doek, zodat het niet om kon vallen.

“Daar gaan we!”

.

Thuisgekomen trok ze een blik soep open, warmde het op en at het zo vlug ze kon op. Die klei, die kon geen minuut langer wachten dan strikt noodzakelijk was! Het voelde alsof haar leven ervan afhing.

Ze legde een glazen snijplank op haar eettafel, een plantenspuit in de buurt en de pakken klei er bij. Ze opende het ene pak en sneed er met een scherp mes een flinke hoek vanaf.

Wat ze in eerste instantie in gedachten gehad had, waren mensjes die in gekke houdingen stonden, houdingen die voor de meeste mensen niet mogelijk waren. Nu ze echter de klei voor zich zag, wilde ze dat helemaal niet meer. Eigenlijk voelde ze zich leeg, blanco, had ze geen idee wat ze wilde maken.

Ze begon, voor haar gevoel doelloos, te kneden, te vormen, uitstulpingen te maken en weer terug te duwen. Die uitstulpingen gaven haar ineens een idee, en ze begon er opnieuw mee. Ze noemde wat ze nu in gedachten kreeg ‘Duizendpoot?’, speciaal met een vraagteken, alsof ze zichzelf en anderen wilde vragen:

‘Wil jij een duizendpoot zijn?’

‘Moet jij een duizendpoot zijn?’

‘Hoe lang blijf jij nog een duizendpoot?’

Ze maakte vanuit de homp klei nieuwe uitstulpingen, als armen en benen zonder handen en voeten. De homp kreeg geen hoofd, maar bovenaan een haak in de vorm van een vraagteken. De uitstulpingen waren van verschillende lengtes en diktes. Sommige waren recht, andere krom. Als je je voorstelde dat de homp in het centrum een mens was, dan zag je wel, dat die persoon zich in een heleboel bochten probeerde te wringen.

Ze zorgde ervoor dat de homp, die steeds kleiner werd doordat ze er steeds meer van gebruikte om handloze armen en voetloze benen uit te trekken, op de snijplank kon blijven rusten. De zogenaamde armen en benen gingen dus alle kanten op, behalve naar beneden. De homp, het persoontje, zat op de snijplank en werd één en al arm en been… Het persoontje zelf?... Verdween!

De arme ‘Duizendpoot?’ was klaar, bestond alleen nog uit armen en benen. Verbijsterd staarde Fiona ernaar. Verbijsterd, omdat het zomaar ineens ontstaan was. Eerst was ze maar wat aan het kneden geweest, toen kwam het idee, en nu, korte tijd later, was ‘Duizendpoot?’ klaar. En wat ze voelde, was alsof er iets uit haar gekropen was, en dat het vol passie gebeurd was.

.

Ze pakte haar mobiel, maakte foto’s van alle kanten en stuurde die in een mailtje naar Katja. Als onderwerp typte ze ‘Mijn eerste kleiwerk’. Ze schreef erbij:

.

‘Duizendpoot?’

‘Duizendpoot?’ bestaat alleen maar uit armen en benen, uit rennen en vliegen

Het persoontje dat er ooit was, is totaal verdwenen…

.

Fiona vertelde erbij, hoe het ontstaan was, en hoe ze het ervaren had, wat ze tijdens het werken gevoeld had.

.

Katja las de mail, bekeek de foto’s, en was minstens zo verbijsterd als Fiona zelf. Dit was precies wat ze had bedoeld, de combinatie van realiteit en fantasie, en de wereld op z’n kop. Ze had in dit ogenschijnlijk onnozele werkje iets heel belangrijks aangegeven, een punt waarin zoveel mensen vastzaten, tentoongesteld.

Ze liet het aan Maureen, die in de keuken bezig was, zien.

“Fantastisch! Is dat van die vrouw die jouw ‘Glas groeit’ gekocht heeft? Zij hoort er ook bij joh, bij de galerie!”

“Dat wilde ik ook aan Huib gaan vragen, ik mail het bericht even aan hem door.”

Het duurde maar een paar minuten voor ze antwoord kreeg: ‘Geniaal! Wie is die Fiona? Kunnen we haar bij onze digitale galerie betrekken? Die vrouw heeft een boodschap met zielskracht!’

Katja mailde terug: ‘Fiona heeft mijn eerste glaswerk, ‘Glas groeit’ gekocht. Ze was hier vanmiddag, heeft vorig jaar met haar toenmalige man Daniël in Bloemenhof gelogeerd. Zal ik haar vragen of ze erbij wil, of zullen we haar eerst de rust geven om meer te maken? Eerlijk gezegd dacht ik eerst ‘wachten’, maar denk ik nu ‘waarom?’ Er gaat meer komen van haar, veel meer! Ik ervaar in haar mail de passie waarmee ze bezig geweest is. Die dame is niet meer te stoppen!’

Huib antwoordde: ‘Vraag haar voor de galerie, alsjeblieft! En als ze toestemt, sein dan Ilse in, dat ze een nieuw pagina mag aanmaken! En als ze vraagt naar prijzen, dan kun je haar vast wel op weg helpen. Lukt dat niet, geef haar dan mijn email, dan help ik haar!’

.

Het had even wat voeten in de aarde, maar toen werd Fiona enthousiast. Ze besloot mee te doen met de digitale galerie. Ze pakte een briefje om een overzichtje te maken van uurloon en materiaalkosten. Ze besefte dat ze niet alleen klei, maar ook andere hulpmiddelen, gereedschappen zou moeten gaan kopen, en dat ze die beetje bij beetje in de materiaalkosten kon verwerken. Ze stuurde haar eerste foto en een berichtje over ‘Duizendpoot?’ en hoe ze aan de prijs gekomen was, naar Ilse.

Een vaste werkplek had ze nodig. Ruimte genoeg in huis, er was beneden nog een kamer over. Ze ging op zoek naar een oude tafel, kocht wat gereedschappen die haar konden helpen haar werk iets te verfijnen. Ze legde een grote werkplaat op haar werktafel en ging aan de slag. Ze merkte al snel, dat ze de gereedschappen nauwelijks gebruikte. Ze genoot van het kleien met haar handen, het voelen van de frisse klei, het vervormen van de klei onder haar huid.

In eerste instantie maakte ze een hele verzameling ‘Duizendpoot?’-figuurtjes, stuurde foto’s met nummers erbij naar Ilse, en stelde voor om ze met die nummers erbij op de site te zetten, zodat mensen zelf konden kiezen welke ‘Duizendpoot?’ ze wilden hebben.

Ilse reageerde dat het een goed plan was. Eigenlijk had ze niets met ‘duplicaten’ in de kunst, maar in dit geval leek het haar geweldig, omdat de figuurtjes wel dezelfde naam en uitstraling hadden, maar toch heel verschillend waren.

Fiona mailde terug, dat ze deze figuurtjes niet eindeloos zou maken, maar dat ze op dit moment nog geen ander onderwerp, geen andere indruk had. “Blijkbaar zijn er veel duizendpoot-achtige mensen en dus veel ‘Duizendpoot?’-figuurtjes nodig…”

Ilse mailde een duimpje terug, ten teken dat ze het daarmee eens was.

.

Fiona maakte net als de andere kunstenaars ook een account bij Facebook en Twitter aan, en begon haar foto’s met bijschriften en verwijzingen naar de website van de digitale galerie te delen. Het duurde even voordat ze wat reacties kreeg, doordat ze nog zo weinig vrienden en volgers had, maar die stroomden uiteindelijk via de accounts van de digitale galerie en de andere kunstenaars binnen. Niet lang daarna begonnen mensen te kopen…

.

Fiona besloot grotere voorraden van de gladde klei te kopen, en iets minder grotere van de klei waarin wat korreltjes voelbaar waren. Ze kocht een paar tweedehands open kasten, borg haar spullen op in de gesloten gedeeltes, en gebruikte de open vakken om haar creaties ten toon te stellen. Zoals Katja fluwelen stof wilde gaan gebruiken, besloot Fiona gekleurd papier op de planken van haar kasten te leggen. En half onder elke beeldje, intussen niet alleen meer ‘Duizendpoot?’-figuurtjes, legde ze een kaartje met de naam en het nummer van het beeldje. Telkens als er een klant iets kwam ophalen, kon ze hen zo het juiste beeldje met het bijbehorende kaartje meegeven.

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb