Er ging een lichte schok door Lisa heen, toen de eerste verdachte, de burgermeester, binnengebracht werd. Hij keek haar in een flits even aan, maar liep toen met gebogen hoofd verder naar zijn plaats.
Johan begroette hem en zijn advocaat vriendelijk. “U hebt kunnen lezen wat de aanklacht tegen u is. Op papier hebt u al kunnen reageren, en vandaag wil ik zowel op de aanklacht als op uw reactie ingaan.”
Johan begon bij Ellen, die de aanklacht kort samenvatte. Vervolgens kreeg de advocaat van de tegenpartij het woord. Het kwam erop neer, dat de burgermeester niets ontkende, alleen wel één punt van tegenwerping had: hij had niet beter geweten dan dat Lisa ernaar verlangd had om dit werk te doen…
Johan gaf Ellen de gelegenheid om de burgermeester te ondervragen.
“Bent u getrouwd?”
“Jawel.”
“Zou u uw vrouw willen behandelen met BDSM en haar vervolgens willen overgeven aan andere mannen, zodat zij van haar diensten gebruik zouden kunnen maken?”
“Natuurlijk niet!”
“Lisa was getrouwd met Henk. Is het nooit in u opgekomen dat het vreemd was dat die man zijn eigen vrouw op deze manier gebruikte?”
“Ik heb er wel eens aan gedacht, ik vond dat wel apart. Maar omdat Lisa het allemaal geweldig leek te vinden, heb ik dat losgelaten met het idee dat iedereen anders is, dat iedereen anders in situaties staat.”
“Ik begrijp uw gedachtegang. Even iets anders…” Ellen pakte de rituele kaars en de papieren die de burgermeester had ingevuld. “Herkent u deze kaars?”
“Jazeker, die had Henk in zijn kantoor.”
“Dat klopt ja. Hebt u enig idee wat de tekens op deze kaars betekenen?”
De burgermeester knikte: “Niet precies, maar ik weet dat het occulte tekens zijn, duivelse tekens, zoals sommige mensen ze noemen. Ze helpen mensen om hun doelen te bereiken, en daar geloof ik heilig in.”
“En uw persoonlijke doelen hebt u opgeschreven op deze papieren en daar vervolgens een ritueel van gemaakt, om het daarna te bekrachtigen door seks te hebben met Lisa. Heb ik dat zo goed omschreven?”
“Ja, daar komt het eigenlijk wel op neer.”
“U hebt dit meerdere keren gedaan, telkens met nieuwe doelen. Ik ben zo vrij geweest dit als bewijsmateriaal mee te nemen en van te voren te lezen, zodat ik een idee had waar het u om te doen was. Ik heb begrepen dat het uw hoofddoel was om meer macht te krijgen, hogerop te komen op de politieke ladder. U bent nu burgermeester van een relatief kleine plaats, maar u streeft naar de politiek top. U wilt uiteindelijk het liefst minister president worden. Klopt dat?”
De burgermeester bevestigde haar conclusie: “Ja, ik wil vanuit een hogere positie ons land leiden.”
Ellen vervolgde: “Ik heb altijd geleerd, dat ik moet werken aan mijn carrière. Ik moet studeren, mijn literatuur bijhouden, het werk voor mijn cliënten zo goed mogelijk doen. Met andere woorden: mijn positie hangt in principe af van mijn talenten en mijn inzet. Hoe staat u daar tegenover?”
“Het lijkt me een wat vreemde vraag voor een rechtszaak,” aarzelde de burgermeester, terwijl hij vragend naar Johan keek.
Johan knikte: “Dat lijkt zo, maar ik ga er vanuit dat Ellen hiermee een bedoeling heeft en dit niet zomaar naar voren brengt, klopt dat?” Vragend keek hij Ellen aan.
“Dat klopt zeker, ik zou graag willen weten hoe u denkt over de relatie tussen uw positie enerzijds en uw talenten en inzet anderzijds.”
“Ik denk dat het een goed uitgangspunt is, en daar ben ik zeker mee bezig.”
“Waarom ging u daarnaast dan nog naar Henk en Lisa?”
De burgermeester haalde zijn schouders op: “Zoals een heleboel mensen een kruiwagen nodig hebben om iets te bereiken, zo heb ik dit aangegrepen. Ik weet zeker dat dit soort dingen je eigen inzet ondersteunt om verder te komen.”
Ellen vervolgde: “En heeft het u gebracht wat u hoopte?”
“Nog niet helemaal, want zoals u weet ben ik nog geen minister president, maar ik heb wel elke keer nadat ik bij hen geweest was, nieuwe connecties gekregen. Dat heb ik ervaren als een bevestiging, dat het klopte dat mijn bezoeken aan Henk en Lisa mij zouden helpen.”
Ellen knikte: “En als u nu, op dit moment, heel even de tijd neemt om te voelen of die nieuwe connecties mensen waren die het juiste wilden voor u én voor het volk waarover u minister president zou willen worden... Wat voelt u dan? Waren dat mensen die het beste zochten, of mensen die alleen op geld en macht uit waren?”
Het bleef even stil, terwijl de burgermeester zijn hoofd boog en nadacht.
Toen hij Ellen weer aankeek, stonden er tranen in zijn ogen: “Dat was een pittige vraag… het doet pijn om door die vraag te beseffen… verdorie! Nee, het waren geen goede mensen, geen mensen die het beste voor ons land of de wereld zouden willen. Zij waren uit op mijn geld, ik heb ze veel moeten betalen. En ze gingen er van uit, dat ik hen mee zou nemen in mijn klim naar de hoge top in de politiek… Feitelijk probeerden ze mij als kruiwagen te gebruiken!”
Zijn antwoord verraste alle aanwezigen. Ellen had even moeite om verder te gaan. Met een stem die haar emotie verried, stelde ze haar laatste vraag:
“Als u destijds geweten had dat Lisa gedwongen werd tot prostitutie binnen een sfeer van duistere rituelen, zou u dan bij haar weggebleven zijn?”
De burgermeester sloeg zijn handen voor zijn gezicht, terwijl hij knikte.
Totaal onverwacht kwam hij overeind, keek Ellen even kort aan, en wendde zich vervolgens tot Lisa: “Lisa, ik kan niet anders zeggen dan dat het me vreselijk spijt dat ik dit gedaan heb. Ik heb eraan meegeholpen dat jij beschadigd raakte, dat had nooit mogen gebeuren! Ik wist niet dat je gedwongen werd, integendeel, ik dacht dat je genoot. Maar dat maakt de ellende niet minder. Ik wil je nog een keer zeggen dat het me spijt, dat het me heel erg spijt. Voor wat dat na al die keren nog waard is…”
Johan wist heel goed, dat hij officieel niet had mogen toestaan dat de verdachte opstond. Het had intimiderend kunnen zijn, dat zou het meestal ook zijn als een verdachte dat deed. Maar hij had gevoeld hoe de burgermeester er aan toe was en liet hem daarom begaan. En door wat er daarna gebeurde, was hij daar heel dankbaar voor.
Hij hoorde een stoel schuiven en zag in zijn ooghoek iemand in de zaal gaan staan. Lisa kwam naar voren en ging voor de burgermeester staan. Terwijl de tranen over haar wangen stroomde, stak ze hem haar hand toe. Hij legde zijn hand erin, waarop zij haar andere hand op zijn hand legde.
“Ik ben niet bevoegd om een oordeel over u te vellen, dat laat ik aan de rechter over,” zei Lisa met een snelle blik naar Johan, “maar ik wil wel tegen u zeggen, dat ik heel erg blij ben met uw reactie. Ik zie en voel dat het geen reactie is om onder straf uit te komen of zo. Ik zie en voel dat u het meent.”
De burgermeester knikte en antwoordde met een schorre stem: “Het had nooit mogen gebeuren, ik had het nooit mogen doen… dank je wel voor je reactie, Lisa.”
Ze knikte naar hem en liep terug richting de tafel waar haar stoel achter stond, maar werd halverwege die route opgewacht door Sjaak. Hij omhelsde haar, kuste haar voorhoofd: “Wat ben ik trots op jou, mijn prachtige vuurvogel!”
Lisa schoot in de lach en ging toen Sjaak haar weer losliet, terug naar haar plaats. Achter haar hoorde ze mensen snuffelen en hun neuzen snuiten. Ook Johan pakte zijn zakdoek erbij, en Ellen en de burgermeester kregen van iemand anders een paar tissues.
Johan keek Ellen aan: “Heb je verder nog vragen?”
Ze schudde haar hoofd, keek de burgermeester aan en legde even haar hand op zijn hand. “Bedankt, dat u uw hart hebt laten spreken. Ik denk dat u terug mag naar uw plaats, toch?” vroeg ze aan Johan. Ze kreeg een bevestigende reactie, waarop zowel Ellen als de burgermeester hun plaats aan de tafels weer innamen.
Johan richtte zich tot de advocaat van de burgermeester: “Ik heb begrepen dat u Lisa nog vragen wilde stellen?”
De advocaat keek hem aan, keek vervolgens naar de burgermeester en overlegde kort met hem. “De vragen die ik Lisa had willen stellen, doen niet meer ter zake edelachtbare.”
Johan knikte hem toe: “Dat is dan duidelijk. En mag ik u verzoeken mij voortaan bij mijn naam te noemen. Ik heet Johan, voor iedereen hier. Ik weet dat het ongebruikelijk is in rechtbanken, maar ik heb de afgelopen tijd ontdekt, dat het in de rechtbank maar om één ding gaat, namelijk het onderzoeken van wat er gebeurd is en daarover recht spreken. Ik weet dat ik in de rechtszaken wel het laatste woord heb, maar ik wil dat we diep tot ons laten doordringen, dat ik daar niet kan komen, als we er niet allemaal bij samenwerken.
Ik zie achter in de zaal Marianne, onze secretaresse en gastvrouw bij de balie”. Johan wees haar even aan, waarop Lisa zich half omdraaide en naar haar glimlachte. “Volgens onze gewoonten staat zij op de ranglijst bijna onderaan. Alleen de schoonmakers staan onder haar. Maar ik verzeker u met klem: zonder de schoonmakers zou het hier een bende worden. Zonder Marianne zou de sfeer niet zijn wat het nu is. Mensen die hier komen, zijn gespannen. Sommigen een beetje, anderen trillen over hun hele lichaam. Marianne is degene die de scherpe randjes daar vanaf haalt door de manier waarop ze iedereen ontvangt. Daarnaast zorgt zij voor de organisatie, voor de planningen, de dagvaardingen die ik trouwens liever uitnodigingen noem.
Ikzelf hoor volgens de traditie tot de topgroep die we rechters noemen en de advocaten staan net onder ons. Ik kan daar niet meer tegen, ik kan het niet langer accepteren dat mijn collega’s die andere taken uitvoeren, tegen mij op zouden moeten kijken.
Dat betekent voor de aanklagers en de verdachten dat ook zij niet tegen iemand van ons hoeven op te kijken. Natuurlijk hebben ze ons nodig, maar ik wil die beide partijen als mensen behandelen, zoals ik zelf ook een mens ben.
En dan kom ik nu op datgene waar we net allemaal getuigen van waren en kan ik alleen maar dankbaar zijn voor dit uur. Ik kan nu nog niet laten weten wat mijn besluit is. Ik nodig u allen daarvoor uit voor aanstaande maandag. Voordat de vakantie begint, zou ik dit willen afsluiten. U krijgt nog bericht hierover van Marianne. Heeft hier in de zaal nog iemand een dringende vraag?”
Ellen keek verrast op en fluisterde tegen Lisa: “Die vraag heb ik nog nooit horen stellen door een rechter.”
Lisa glimlachte: “Volgens mij gaat vandaag alles anders, alles beter dan ooit!”
Terwijl zij fluisterden tegen elkaar, stond Sjaak op: “Ik heb niet zozeer een vraag, maar ik wil wel mijn dankbaarheid uiten voor de bijzondere manier waarop jullie vandaag gesproken hebben: Ellen en Lisa, de burgermeester en jijzelf Johan. Ik heb gevoeld, dat in dit uur muren neergingen en harten spraken. En dat is het mooiste voor ons allemaal! Dank jullie wel!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb