Hoofdstuk 51.

Nieuwe ontdekking

Marieke hing met een mok koffie op de bank. Ze had het advies van Johan om zich ziek te melden, opgevolgd. Een collega nam voor haar waar, wat fijn leek, maar wat ze diep in haar hart vreselijk vond. Ze stond op toen ze haar koffie op had, en liep traag de trap op. Misschien zou ze in de kinderkamer een beetje opknappen, een beetje het gevoel krijgen, dat er nog leuke dingen in het leven waren. Ze wist heel goed dat ze blij was met de baby die op komst was, maar ze voelde niets dan narigheid. De wolk van angst, die haar gisteren gevangen hield, leek te zijn opgelost en plaats gemaakt te hebben voor een wolk van deprimerende gevoelens, alsof het leven geen zin meer had. Wat ongelofelijk tegenstrijdig allemaal!

De kinderkamer was nog niet klaar. Ze hadden de kozijnen en de deur roomwit geschilderd, een roomkleurig behang op de muren geplakt en een leuke houten wieg op de kop getikt. Ze streelde met haar hand over de houten rand, en dacht aan Huib, die zo’n mooi bed voor henzelf gemaakt had. Ze keek naar de plek waar ze een commode zou willen hebben, en daar tegenover een kledingkast. Zou Huib zoiets voor hen kunnen maken? Ze zou het vanmiddag met Johan overleggen, of straks, tijdens de lunch even met hem bellen.

Ze keek nog eens naar de muren. Op zich vond ze roomwit best mooi, maar alles bij elkaar was het best saai. Kon ze maar schilderen, dan zou ze er vlinders op schilderen, een heleboel!

Marieke zuchtte, een zucht van deprimerende leegheid. Het was of er niets meer te doen was als haar werk uitviel. Stel je nou toch voor, als ze helemaal met haar werk zou stoppen! Natuurlijk zou er dan de zorg voor de baby zijn, maar die lieve ukkepuk zou vooral het begin heel veel uren slapen. Wat moest zij dan doen? De hele dag poetsen? Babykleren wassen? Kom op zeg, daar wilde ze geen dagen mee vullen! Natuurlijk zou ze doen wat er nodig was, maar de boel hoefde echt niet vlekkeloos schoon te zijn!

Johan had het gehad over ontdekken wat ze echt leuk zou vinden, voor het geval dat niet het beveiligingswerk zou zijn, dat ze een Aha-gevoel zou ervaren. Ze kon zich er nog niets bij voorstellen. Ze slenterde de kamers door, trok hier en daar een la open. O ja, dat is ook zo, dacht ze terwijl ze een deur in een verder niet gebruikte kamer opende. Een doos met knutselspullen van lang vervlogen jaren. Die stamde nog uit de tijd dat ze op de middelbare school zat! Ze herinnerde zich nog goed hoe ze met papier had zitten frutselen, allemaal malle dingen maakte. En ze wist nog, toen ze hierheen ging verhuizen, dat ze had staan twijfelen of ze die troep, zoals ze het toen noemde, niet beter weg kon gooien. Het leek zo kinderachtig, moest je nou zien, al die vouwblaadjes… was dat niet voor kleuters? Nou ja, zij was toen tiener, puber, en ze knutselde er toch aardig wat mee af. Blijkbaar was het iets minder leeftijdgebonden dan het leek.

Ze tilde de doos op, deed de kast dicht, en nam de doos mee naar beneden. Ze zou even goed gaan kijken wat er allemaal in zat, en weg gooien wat ze toch niet meer zou gebruiken. Ze zette de doos op een stoel van de eethoek en ging zelf op de stoel ernaast zitten. Eén voor één haalde ze alle pakjes en overige spullen uit de doos, legde het verspreid over de tafel. Ze keek ernaar, een beetje verward. Ze pakte een pakje vouwblaadjes. Het was al open, zodat ze er zo een paar blaadjes uit kon trekken. Ach kom, ze trok meteen maar alle blaadjes eruit. Ze grinnikte. Ze probeerde zich te herinneren wat ze er in het verleden mee deed, wat ze ervan maakte. Eigenlijk wist ze dat niet meer, ze kreeg het niet voor ogen, en daarom begon ze gewoon maar wat te proberen.

Het eerste vouwblaadje, net als alle andere een vierkantje, pakte ze bij een hoekje. Ze begon te vouwen, heel smalle reepjes te vouwen, zodat het een harmonica-figuurtje kreeg, niet met evenwijdige richeltjes, maar met richeltjes vanuit dat ene hoekje. Eigenlijk werd het meer een waaier. Ze glimlachte toen hij klaar was en legde hem apart. Ze nam een ander blaadje, een andere kleur, en deed er hetzelfde mee. Op dit moment leek er niet meer fantasie in haar ziel te huizen. Ze vond het jammer, maar aan de andere kant wel lekker rustig. Ze vouwde maar wat, steeds hetzelfde, en ondertussen kon ze haar gedachten rustig hun gang laten gaan.

Ze had al aardig wat waaiertjes klaar, verspreid over de tafel liggend, toen ze ontdekte dat het tijd was voor de lunch, althans… voor Johan. Ze zou hem eerst even bellen en daarna zelf wat gaan eten. Op het moment dat ze haar mobiel pakte, ging hij net over. Ze glimlachte, twee zielen één gedachte, het was Johan.
“Ha Vlinnie, hoe was jouw ochtend?”

“Een beetje raar, de angst is weg, dat was vanmorgen al zo, maar ik voel me de hele ochtend een beetje somber, depri. Ik slenter maar wat rond, heb in de kinderkamer rondgekeken en vervolgens in de kamer ernaast een oude knutseldoos gevonden. Allemaal oude troep van mijn puberteit. Ik heb ‘m mee naar beneden genomen, heb wat zitten vouwen met vouwblaadjes. Dat voelt machtig onzinnig, maar de hele dag niets doen, is me ook niks waard.”
“Dat kan ik me helemaal voorstellen. En vanmiddag? Verder met vouwen?”

“Och, ik weet het nog niet zo, misschien als de zon weer een beetje doorbreekt, dat ik dan nog even de tuin in slenter. O ja, wat ik je nog wilde vragen. We hebben nog een commode en een kledingkast voor de kinderkamer nodig. Vind je het een goed idee om aan Huib te vragen of hij dat voor ons kan maken?”
Johan raakte meteen enthousiast. “Wat een goed idee! Als je zin hebt om hem te bellen, doe maar! En anders bel ik vanavond zelf wel. Ja, echt een goed plan, lijkt me leuk als hij dat maakt!”

“Mooi, dan bel ik hem zo even! He, dat fleurt me gewoon al een beetje op! Even wat leuks te doen, de ochtend voelde zo leeg,” zei Marieke. “Als ik meer weet stuur ik je wel een berichtje.”

“Doe maar niet lieverd, ik zit vanmiddag in de rechtszaal, dus dan kan ik hem toch niet bekijken. Ik hoor het wel als ik thuiskom. Als het een beetje mee zit, kan ik vanmiddag weer een beetje op tijd thuis zijn.”

“Dat zou fijn zijn, ik mis je, Mallootje van me!”

“En ik ben blij dat ik weer een beetje Vlinnie in je stem hoor. Hou je vanmiddag maar lekker rustig, doe maar waar je zin in hebt, dat heb je gewoon even nodig! Ik ga weer verder, lieverd, tot vanmiddag!”

“Ja, tot dan, succes met die rechtszaak!”

“Je hoort thuis van me hoe het gegaan is!”

Na wat heerlijk smakkende kusjes over en weer, sloten ze hun gesprek af.

Marieke besloot eerst met Huib te bellen. Ze miste die Bloemenhof-mensen, de familie zelf, en De Schuilplaats. Een heerlijke omgeving daar, niet alleen de natuur, maar vooral de contacten, zo fijn! Misschien moesten ze…

“Ha Huib, met Marieke van Velzen! Hoe is het met jou?
“Prima! En met mijn beide vrouwen ook! Gloria is alweer bijna een jaar joh, eind augustus. Ze kruipt lekker rond, houdt ons goed bezig. En hoe is het met jou?”

“Oh, wel goed… zwangerschap valt me tot nu toe mee, oh, wacht eens, dat wist je nog niet, volgens mij. We verwachten een meisje in oktober.”

“Een meisje? Heb je een echo laten maken?”
“Nee, ik weet het gewoon, net zoals Johan gewoon wist dat ik zwanger was, hij had de week ervoor, toen we elkaar plat knuffelden, een explosie ervaren en had geweten dat ik van die keer zwanger zou zijn. Ik had er eerst wat moeite mee, maar wist even later dat het een meisje was, nou ja, dan zal die zwangerschap ook wel kloppen, dacht ik toen. En dat is dus ook zo, ik heb al een beetje een buikje.”

“Gaaf joh! En met je werk, is het druk daar?” vroeg Huib.

Marieke zuchtte diep: “Valt wel mee, ik heb me gisteren ziek gemeld, dus voor mijn vervanger is het fijn dat het niet heel druk is.”

“Ziek gemeld, wat mankeert eraan?”

“Gisteren een angstaanval als gevolg van een nachtmerrie over mijn kindertijd. Ik heb een beroerde dag gehad gisteren. En angstaanvallen gaan niet zo best samen met beveiliging, dus was het beter om me ziek te melden. En ik moet eerlijk zeggen, dat voelt akelig leeg. Ik heb op het moment geen angst meer, loop hier maar wat te slenteren.” Ze grinnikte, “en ik heb een doos met onder andere heel veel vouwblaadjes gevonden, dus ik ben maar wat gaan vouwen. Je moet toch wat… Maar waar ik jou voor belde, is de vraag of jij het ziet zitten om voor oktober voor ons een commode en een kledingkast te maken? Ik herinner me nog dat je voor Lisa zo’n leuke stang aan die kledingkast had gemaakt. Zoiets zou ik ook mooi vinden. Zou dat lukken, denk je?”

“Oh jawel, ik krijg meer dan genoeg opdrachten, maar voor oktober moet dat prima te doen zijn. Heb je verder nog voorkeuren?”

“Nee, die kledingkast van Lisa vond ik prachtig, en gewoon een commode met wat kastruimte er onder. Dat vond ik bij Lisa trouwens ook leuk, met open vakken, maar ikzelf heb er liever deurtjes voor.”

“Prima, ik heb het opgeschreven. Nog een vraagje over jullie baby, klopt het dat zij net zo’n vlindertype wordt als jij bent?”

“Ja! Ja, dat klopt, dat had ik met opzet niet verteld. Ik was benieuwd wat voor versiering je zou gaan maken. Maar ja, vlinders dus, ze wordt net zo’n fladdertje als ik, hopelijk lekker vrij. Zo voel ik me op dit moment niet…”

“Dat komt wel weer, nog meer dan voorheen. Je bent gisteren door een diepe angst heen gegaan, waarschijnlijk komt daar nog wel meer van langs, en hoe meer dat geneest, hoe meer jij je weer vlindervrij gaat voelen!”

“Ja, ik weet dat het zo is, ik heb het bij Johan gezien, en bij Lisa, en nu ben ik zelf aan de beurt. Niet fijn voor nu, maar geweldig voor later, laat ik daar maar van uit gaan!”

“Doe dat! Ik ga je bestelling op mijn werklijst zetten, en dan hoor je nog van me!”

“Fijn Huib, dank je wel alvast! Geef je vrouwen maar een dikke knuffel van me, en neem er zelf ook één!”

“Hahaha, doe ik!”

Ze hoorde hem nog lachen toen ze op het punt stond het gesprek weg te klikken. Een glimlach vormde zich om haar mond en bereikte haar hele gezicht! Opgewekt liep ze naar de keuken, maakte een dubbeldekker broodje klaar met piccalilly, sla, kaas en komkommer, sneed het geheel in vieren en genoot even later, zittend aan de eettafel, van de frisse smaak daarvan. Terwijl ze met haar ene hand zo nu en dan haar broodje naar haar mond bracht, keek ze naar de waaiertjes en begon ze met haar andere hand te ordenen, legde ze half over elkaar. Twee waaiertjes vormden een vleugel van een vlinder. Twee andere waaiers legde ze er in spiegelbeeld tegenover, nog een vlindervleugel. Ze legde haar broodje neer, schoof het bord aan de kant en pakte nog een vouwblaadje. Ze begon die ook te vouwen als een harmonica, maar dan in met evenwijdige richels. De uiteinden bracht ze met duim en wijsvinger bij elkaar en plaatste het tussen de vlindervleugels.
“Zo, dat wordt het lijfje. Nu alleen nog een kopje met sprietjes, dan heb ik een vlinder!” zei ze hardop, verrast dat haar geknutsel van vanmorgen, wat ze zo onnozel had gevonden, haar zo’n resultaat opleverde. Ze pakte een vouwblaadje van de kleur van het lijfje, knipte er twee strookjes vanaf en wikkelde dat om de uiteinden die ze zojuist met duim en wijsvinger bij elkaar had gehouden.

“Tja, nou nog vastmaken… met plakband is niet mooi, dat glimt te veel. Dan toch maar met lijm.”

Ze had nog een potje lijm in de doos staan, een potje dat bij de punt natuurlijk helemaal verstopt geraakt was. Met een speld peuterde ze de opgedroogde lijm eruit en begon de plooien van het lijfje aan de uiteinden met een heel klein druppeltje lijm dicht te plakken. Terwijl ze het met haar ene hand samengeknepen hield, wikkelde ze het strookje er omheen om het te verstevigen en mooi af te werken. Ze zette het met een beetje lijm vast, op een plek die ze voorbestemde om de achterkant van de vlinder te worden. Het stukje papier van het strookje dat nog uitstak, knipte ze er af. Hetzelfde deed ze met het ander uiteinde van het lijfje, waarna ze de plooien van het lijfje voorzichtig iets open boog.

“Hoe hou ik jou iets open?” vroeg ze zicht hardop af… “Nou ja, dat zie ik straks nog wel, misschien blijf je wel vanzelf een beetje open als je vleugels aan je lijf zitten! We zullen wel zien…”

Ze knipte, vouwde, lijmde, maakte voelsprietjes en bevestigde alle onderdelen van de vlinder aan het lijfje. Zo maakte ze er een mooie vlinder van. Daar lag hij dan op tafel, haar eerste kunstwerk van de dag, dacht ze lichtelijk cynisch. “Toch is het gek, zulk simpel werk, en dan zo’n grappig effect”.

Ze draaide de vlinder een beetje, liet het licht er op een andere manier op vallen.

“Eigenlijk zijn die vleugels te zwaar, ze kunnen niet door één plooirandje van het lijfje gedragen worden. Als ik die vlinder rechtop zou zetten, zouden de vleugels hangen… Maar ik kan ze wel met een speld in het behang vast zetten! In de kinderkamer!”

Marieke stond op, zocht tussen haar naaispullen, waar ze nooit iets meer mee deed dan eens een gaatje dichtnaaien of een knoopje vast zetten. Ze vond een doosje vol met spelden. “Yeah, ik wist het! Ik wist dat ik die had, spelden zonder gekleurd bolletje, met alleen een heel klein metalen dopje. Alleen… als ik die door het papier steek, gaat dat papier dan op den duur daar niet overheen scheuren? Dan valt de boel alsnog naar beneden!”

Ze besloot haar toevlucht tot een klein stukje plakband te nemen. Ze nam de vlinder, het doosje spelden en de plakbandhouder mee naar boven. Ze scheurde een paar vierkantje stukjes plakband af en plakte die voorlopig op de plakbandhouder. Ze opende het speldendoosje, pakte er een speld uit, en prikte die in het midden van een stukje plakband. Ze vouwde de middelste plooi van het vlinderlijfje iets open, prikte vlak onder het koppetje de speld er doorheen, schuin in het behang. Met één hand bleef ze de vlinder vast houden, pakte met de andere hand een tweede speld, waarmee ze het plakbandje aan de eerste speld dieper de plooi in duwde, zodat het daar vast kwam te zitten. Stap voor stap, speld na speld ging ze verder, totdat alle vleugelwaaiers, het lijfje en het kopje op meerdere plekken aan het behang geprikt zaten. Toen liet ze de vlinder voorzichtig los en lachte: “Vlieg maar vlinder, maar kom wel hier terug, anders blijft de muur zo kaal!”

Ze zag dat de zon vol op de vlinder scheen. Het zag er leuk uit, maar zou de kleur van de vlinder daardoor niet vervagen? Ze wist eigenlijk wel zeker dat dat zou gebeuren. Hoe kon ze dat voorkomen?

De vitrage, die ze naar beide zijkanten open hadden getrokken en met een koordje bij de muur hadden vastgebonden, maakte ze los. Zo, dat scheelde al wel iets, de zon scheen er nu minder fel op.

Verder moest ze denken aan de haarspray die ze in het voorjaar gekocht had. Er stond op dat het haar haar zou beschermen tegen verkleuring door UV-stralen. Marieke was niet iemand die veel met haar haren deed, en de spuitbus stond er dus nog onaangebroken. Ze pakte een blad printerpapier, haalde de spuitbus uit de badkamer en besloot het raam en de deur wagenwijd open te zetten om zo weinig mogelijk last van de geur te hebben. Ze schoof het printerpapier voorzichtig een stukje achter de vlinder om het behang niet onder te spuiten en bespoot de vlinder licht aan de randen terwijl ze het printerpapier meebewoog om de vlinder heen. Tot slot kreeg het middelste gedeelte van de vlinder een beurt, totdat ze zeker wist dat alles van de vlinder een laagje haarspray over zich heen had gekregen.

Ze liet de spullen die ze boven gebruikt had in de vensterbank en op de grond achter en ging naar beneden. Ze had zin om meer vlinders te maken, zelfde soorten als die eerste, maar ook andere met meer fantasie.

.

Zo gebeurde het dat Johan haar even na vieren aan de eettafel bezig vond met de derde vlinder, de eerste waarbij ze het aandurfde om de vleugels van meer kleuren te maken.

Marieke merkte wel dat Johan binnenkwam, maar ze was zo enthousiast bezig, dat ze nauwelijks aandacht aan hem schonk. Johan keek naar haar, keek naar haar bord waar nog een deel van haar broodje op lag, keek naar de waaiers die al klaar waren, en had geen idee wat ze daar verder mee wilde. Hij verwonderde zich, vroeg zich af hoe ze dit met zoveel verschillende kleurtjes voor elkaar gekregen had, maar zei niets. Hij was blij voor haar, dat ze iets gevonden had, waar ze zo heerlijk mee bezig kon zijn. En hoe meer hij naar de losse waaiers keek, en de manier waarop ze bezig was zag, hoe meer hij het gevoel kreeg, dat ze haar diepste vorm van creativiteit gevonden had. Nog steeds zei hij niets, kuste haar pas toen ze met een stralend gezicht op keek. “Sorry, ik zat er zo helemaal in, dat het niet echt tot me doordrong dat je er was. Hoe vind je dit?”

“Mooi, echt bijzonder mooi, die verschillende kleurtjes, ik begrijp niet hoe je dat voor elkaar gekregen hebt.”

“Dat vroeg ik me eerst ook af, ik wilde het zo graag zo, een soort gemengd, al die kleurtjes in één waaier. Toen ben ik vouwblaadjes in snippers gaan scheuren en heb ik de snippers op een heel vouwblaadje geplakt. Daarna heb ik ze net zo gevouwen als bij de vlinders die ik in de kinderkamer op de muur geprikt heb. Kom mee Johan, je moet ze echt even zien!”

Voor hem uit roffelde ze de trap op en liep de kamer binnen.

“Wat ruik ik hier?” vroeg Johan verbaasd. “Is dat die haarspray?” Hij zag de spuitbus op de grond staan.

“Ja, die ik in het voorjaar gekocht heb. Het zou je haar beschermen tegen verbleken door de zon. Toen dacht ik, dat dat vast ook wel zou helpen voor die gekleurde vouwblaadjes. En om de zon een beetje tegen te houden, heb ik toch ook maar de vitrage los gemaakt en dicht laten hangen. Vind je dat niet erg?”

Johan keek haar glimlachend aan, pakte haar bij haar schouders en keek in haar vrolijke ogen. “Erg? Waarom zou ik dat erg vinden als ik zie hoe heerlijk jij bezig bent geweest? Ik ben blij voor je! En die muur wordt helemaal vrolijk, helemaal vlinder!”

Hij trok haar tegen zich aan, voelde hoe de vrolijke spanning van het bezig zijn langzaamaan verdween.

“Hoe ging het met je rechtszaak?”

“Alweer net als bij Lisa. Je zou denken dat het een keer anders zou moeten gaan, maar het gaat elke keer weer zo. Je had die beklaagde moeten zien. Een stoere kerel die een tengere vrouw gemangeld heeft, haar pooier is geweest. Zo stoer als hij was, heeft hij als een verslagene zitten snotteren. Ik zag dat Ellen na afloop naar hem toe ging, even met hem sprak, hem in haar armen nam terwijl hij huilde, huilde… ongelofelijk!”

“Je bent de beste rechter voor al die vrouwen, lieverd, ik ben daar zo blij mee! En blij voor mezelf, dat zo’n geweldige man mijn maatje is, mijn soulmate!”

Stralend keek ze hem aan: “Lieve Malloot, je had het over een Aha-gevoel, zo’n diepe ontdekking. De switch voelt belachelijk, van beveiliging naar papier vouwen, maar ik denk wel dat ik daarin mijn Aha gevonden heb! Ik voel dat er een stroom op gang gekomen is, en ik denk niet dat het me gaat lukken om die nog te stoppen. Wat vind jij ervan? Vind je het niet een belachelijke verandering?”

Johan schudde licht zijn hoofd terwijl hij haar glimlachend aankeek. “Nee, totaal niet, het is zoveel meer dan dom wat papier vouwen. Wat jij maakt, deze eerste vlinders hier, maar zeker waar je net nog mee bezig was, dat is kunst Marieke, Vlinderkunst!”

“Maar ik kan er geen spat mee verdienen, vind je dat geen probleem?”

“Nee hoor, ik verdien genoeg voor het hele gezin, zelfs al zouden we nog een hele rij kinderen hier achteraan krijgen. Ik hoef geen luxe. Jij, dit huis met onze mooie tuin, straks kinderen, dat alles is mijn luxe, daar ben ik meer dan blij mee! Dus ga jij maar lekker verder, ga op zoek naar papier wat je mooi vindt, dit soort papier, ander papier, maakt me niet uit, als jij er maar blij van wordt!”

Terwijl ze rustig naar beneden liepen, vroeg hij haar of ze al honger had.

“Nou je ’t zegt, een beetje wel ja.”

“Als je dan zo eens de rest van je lunch gaat opeten, dan maak ik er koffie of thee voor je bij en daarna ga ik op m’n gemak koken. Ondertussen kun jij je derde vlinder afmaken. Tenminste, ik neem aan dat dat ook een vlinder wordt?”

“Klopt ja! Inderdaad zeg, ik heb mijn broodje nog niet eens helemaal op. Nou ja…”

Even later kwam Johan bij haar zitten met twee mokken koffie. Terwijl ze die rustig opdronken, vertelde Marieke over haar gesprek met Huib.

“En weet je waar ik zin in heb? Om zodra de scholen weer begonnen zijn, daar een week te gaan logeren in het pension. Misschien hebben Alexander en Ellen daar ook wel zin in.”

“Dat lijkt me heerlijk, Marieke, het is de beste plek om vakantie te houden. Zou je het leuk vinden als we Marianne ook meevragen?”

“Ja, goed idee! En vraag haar ook eens of ze binnenkort weer komt eten of zo. Het is zo’n gezellige, lieve vrouw. Je boft met zo’n collega!”

“Dat ben ik helemaal met je eens!” Johan legde zijn hand onder haar kin, en tilde haar hoofd even iets op, zodat ze hem weer aankeek. “Nog steeds geen spatje last van jaloezie?”

“Jaloezie? Om Marianne? Nee, echt niet, ze is de beste collega die jij je kunt wensen, en ik…”

“… en jij bent de beste vrouw die ik me kan wensen. Voor jou geen enkele andere!” vulde Johan aan. “Mocht je ooit nare gevoelens er over krijgen, gedachten van twijfel of wat ook maar, kom je er dan mee naar mij?”

“Dat beloof ik je, maar ik kan me niet voorstellen dat dat ooit nodig zal zijn!”

“Dat verwacht ik ook niet, maar toch…”

Johan pakte zijn mobiel, zocht de website van Pension Bloemenhof en scrolde door de beschikbare weken heen. “De tweede week van september is nog vrij. Doen?”

“Ja! Doen!”

Johan vulde het reserveringsformulier in en kreeg korte tijd later een vreemd mailtje van Huib terug. Hij keek Marieke vragend aan: “Hij schrijft dat hij onze reservering ontvangen heeft, en het leuk vindt om ons weer eens te zien. Maar wat bedoelt hij met ‘zeg maar tegen Marieke dat ik het gedaan heb en dat het me zelfs heel goed bevallen is om het bij mezelf te doen’?

Marieke schoot in de lach: “Ik had gezegd dat hij namens mij zijn vrouwen maar een dikke knuffel moest geven en dat hij er zelf ook één moest nemen. Gekke vent! Hij vroeg trouwens of het klopte dat onze dochter net zo’n vlinderachtig type zou worden als ik was. Leuk he?”

“Mooie bevestiging Marieke! Supermooi!”

Johan legde zijn handen zacht om haar gezicht en kuste haar.

“Moet je je voorstellen, nog een lieve vlinder in huis…”

Of naar de Inhoudsopgave