Hoofdstuk 77.

Karel Mulder

Karel had aan de indruk om een dag vrij te nemen, gehoor gegeven. Hij hing een bordje voor de deur van zijn makelaarskantoor, waar op stond:

.

Vandaag afwezig

Morgen ben ik er weer

Tot dan!

.

Waarom hij vrij zou moeten nemen, daar had hij in eerste instantie geen idee van, totdat het ontdekkingscentrum in zijn gedachten kwam. Hij belde kort met Patrick, die hem meteen hartelijk welkom heette. En zodoende wandelde hij daar naartoe. Rustig, omdat hij toch een beetje het gevoel had dat je echt stil moest zijn in een centrum als dit, ging hij naar binnen en werd meteen hartelijk begroet door Jan, die bezig was met een houten boerderij.

Omdat hij verder niemand zag, ging hij op zijn hurken naast Jan zitten en vroeg fluisterend hoeveel koeien hij had.

“Je hoeft niet te fluisteren hoor, alleen een beetje zacht praten,” vertelde Jan. “Ik weet niet hoeveel koeien...”

“Maar dan weet je aan het eind van de dag toch niet of ze er allemaal nog zijn? Moet een boer niet weten hoeveel koeien er zijn?” vroeg Karel.

Jan haalde zijn schouders op: “Ik weet niet, ik denk het wel.”

Hij begon al zijn koeien bij elkaar te zetten. “Zo dames, het is tijd om naar de stal te gaan. Maar eerst zal ik jullie even tellen. Ja, zo, ga maar naast elkaar staan…”

Hij zette ze keurig op een rij en begon hen te tellen.

“Tien, het zijn er tien, meneer. Ik heet Jan, en jij?”
Karel grinnikte: “Ik heet Karel.”
“Ben jij ook boer?”
“Nee, ik ben makelaar, ik verkoop huizen,” vertelde Karel.

“Echt?” vroeg Jan verbaasd, “is dat niet vreselijk moeilijk? Huizen zijn duur!”

“Ja, dat klopt. Maar ik hoef ze niet zelf te kopen, ik verkoop ze voor de mensen van wie het huis is. Als jij een huis hebt, een eigen huis, en je wilt ergens anders gaan wonen, dan wil je je huis verkopen aan iemand anders. Maar je weet niet hoe dat moet. Dan bel je een makelaar, zoals ik ben, en dan zeg je: ‘kom maar even langs om foto’s te maken, dan wil ik graag dat jij mijn huis voor mij verkoopt’. En dan ga ik foto’s maken, dan schrijf ik een verhaal en dan maak ik een advertentie voor in de krant en op de computer. Wacht, ik zal je even laten zien…”

Karel pakte zijn mobiel en tikte zijn site aan. “Kijk, iemand woont in dit huis, maar hij wil naar een ander huis. Ik heb foto’s gemaakt en een mooi verhaal over het huis, en dat heb ik hier allemaal op gezet. Alle mensen die hier in ’t dorp zo’n soort huis willen kopen, kunnen het zien. En als ze denken dat ze dit huis misschien wel willen kopen, dan bellen ze mij en vragen of ze het huis een keer mogen bekijken. Dan ga ik met hen mee, dan kijken ze rond in het huis, en buiten bij het huis en als ze denken dat ze het willen kopen, dan help ik hen daarbij. Het geld dat ze betalen is bijna helemaal voor die mensen die er eerst in woonden, want het huis was van hen. Maar een beetje van de prijs is voor mij, omdat ik hen geholpen heb om het te verkopen.”

Jan knikte langzaam. “Ik denk dat ik het wel snap, maar het lijkt me nog steeds moeilijk. Boer zijn is makkelijker, dan zorg je gewoon voor je dieren en je tuin. Simpel!”

“Misschien wel voor jou, maar niet voor mij. Jij vindt het denk ik heel leuk om boer te worden, maar ik vond het heel leuk om makelaar te worden. En als je dat echt met je hart wilt, dan kun je het ook wel leren. Klopt het dat jij graag boer wil worden?”

“Yep, met dieren en een grote moestuin, een vrouw en een heleboel kinderen,” somde Jan op.

“Een heleboel kinderen?” vroeg Karel.

“Ja, ik wil ook graag broertjes en zusjes, maar ik heb ze niet. Maar als het mooi weer is, zoals nu, kan ik goed alleen in de tuin werken, dan heb ik geen broertjes of zusje nodig. Ik maak onze tuin altijd netjes. Ik heb van Joke geleerd om de klimop te snoeien.”

“Is Joke jouw moeder?”

“Nee joh, Joke is op vakantie op Bloemenhof. Ze is heel lief! Heb jij ook een lieve vrouw?”

“Nee, ik woon alleen,” antwoordde Karel.

“Ze komt nog wel,” zei Jan overtuigend.

“Denk je?” vroeg Karel.

Jan keek hem aan: “Echt wel!”

.

Karel ontdekte dat Patrick met een brede grijns in de deuropening stond te kijken en te luisteren.

“Hey Karel, dat je het maar vast weet, ze komt nog wel!”

Jan keek hem fronsend aan: “Het is echt waar hoor!”

“Ik geloof je graag, ik hoorde hoe je het zei, niet alsof je het verzon, maar met de kracht van je ziel.”

“Nou, ik ben benieuwd!” antwoordde Karel. “In elk geval heb je een boer-in-opleiding hier, mooie kerel!”

“Ja, dat is hij zeker! Zin om even rond te kijken?” vroeg Patrick.

Karel knikte gretig, waarop hij hem naar de volgende kamer bracht. “Hier lunchen we, en drinken we koffie. De kinderen hoeven niets daarvan mee te nemen, Bea en Ineke doen samen of met Jan de boodschappen. Rosalie zit nog helemaal in haar boekenschrijverij, ze doe de laatste weken weinig anders.”

“Moet ze dan geen andere dingen leren?” vroeg Karel.

“Jawel, dat komt nog wel, ze is nu vijf, dus ze heeft nogal wat jaren te gaan. En ze leert snel als iets haar interesse heeft. Kom maar mee, ze zit in de volgende kamer.”

Daar zat Rosalie inderdaad geconcentreerd te typen.

“Ze typt met tien vingers?”

“Ja, met twee frustreerde haar, ze wilde het net zo leren als wij, en dat leerde ze snel. Dat heet innerlijke motivatie, Karel.”

“Ja, ik ken het, maar toch is het bijzonder wonderlijk om zo’n jong kind zo bezig te zien. Best bijzonder, ik ben zelf ook een soortgelijke weg gegaan in plaats van de standaard weg, maar als ik dit dan zo zie, heb ik er bijna moeite mee, voelt het alsof het niet klopt. Ik besef dat het wel klopt hoor, het is denk ik meer de macht van de gewoonte, je weet niet beter dan dat kinderen van die leeftijd spelen, knutselen, zoiets, niet dat ze verhalen zitten te schrijven. Je had het net trouwens over boeken, bedoel je dat ze uitgegeven worden?” vroeg Karel zich af.

Patrick reikte naar een stapel boeken in de kast: “Deze zijn van haar, ‘Eekje’, ‘Rea’, ‘Pier’, ‘Weslie’, en ‘Vlinnie’. Ze is nu bezig over een bij, ik weet niet of ze daar al een titel voor heeft.”

Karel bekeek de omslagen van de boeken.

“Die foto’s heeft ze zelf gemaakt, behalve die van ‘Vlinnie’, die is gemaakt door een zwangere vrouw die hiernaast gelogeerd heeft, en met papieren vlinders de muur van hun kinderkamer versierd heeft.”

“Wat een ontzettend leuk resultaat, zowel die muur als deze boeken…”

Karel sloeg ‘Vlinnie’ open en las de eerste bladzijde.

“Weet je wat me opvalt Patrick, ze schrijft helemaal niet kinderachtig, niet kinderlijk. Het komt behoorlijk volwassen over, bijna als een wetenschapper die op een grappige manier zijn onderzoek over vlinders beschrijft,” zei Karel verbaasd.

“Ja, dat klopt, zulke reacties hebben we al meer gehad. Weet je hoe ze dat zelf verklaart? Dieren hebben ook een ziel, en hun ziel en haar ziel hebben contact met elkaar. En hoe vreemd het misschien ook klinkt, ik geloof haar, omdat ik hier het resultaat zie. Tenminste, ik vind dat het wel zo overkomt zoals ze het uitlegt.”

Karel knikte en zette de boeken terug op de plank.

“Denk je dat ik even bij haar mag kijken? Of zou ik haar dan te veel storen?”

“Het is onderhand koffietijd, ga jij maar bij haar kijken, dan ga ik voor koffie zorgen. Wil jij ook koffie?”

“Graag!”

Karel liep rustig naar Rosalie toe, en zei zacht: “Ga maar gerust verder hoor, ik kom alleen even kijken, als dat tenminste geen probleem voor je is.”

Rosalie schudde bijna onmerkbaar haar hoofd, en typte verder. Pas toen ze de alinea klaar had, sloeg ze haar werk op en keek ze om naar haar bezoeker.

“Hoi, ik ben Rosalie. Oh wacht eens, ik zie het al, jij bent bij ons thuis geweest, over dat geld. Even denken… Karel Molenaar hahaha, nee, Mulder, maar dat is ook een molenaar toch?”

Karel lachte om haar woordspeling. “Je hebt helemaal gelijk, ik heet Mulder, en die naam betekent molenaar, maar ik ben makelaar, dus ik maal geen granen, maar ik verkoop huizen.”

“En daar verdien je goed mee, zo goed dat je het centrum wilde helpen met je spaargeld. Ik ben er blij mee, Karel, het is hier zo fijn!”

“Mooi, klopt het dat je tegenwoordig alleen maar bezig bent met boeken schrijven?”

“Ja, ik loop over, het verhaal komt vanzelf, net een rivier vanuit mijn ziel, het gaat maar door. En dan moet ik het gewoon opschrijven. Ik vind het heerlijk om te doen, maar ik wil eigenlijk ook nog wel andere dingen ontdekken. Bea denkt dat dat vanzelf wel gaat gebeuren. Ik denk, dat ik ook wel eens boeken ga schrijven waarvoor ik informatie op internet moet opzoeken, omdat ik er zelf te weinig van weet. En dan ontdek ik meteen weer nieuwe dingen. Weet je wat ik soms wel doe, als ik moe ben van het schrijven, als ik me een beetje lek geschreven voel? Dan doe ik even een spelletje op de computer. Dat is ook ontdekken. Kijk, ik heb dit spelletje bijvoorbeeld, die vind ik nog steeds leuk, dan moet ik drie dezelfde plaatjes bij elkaar zoeken. Het lijkt simpel als ik het zo zeg, maar soms moet ik echt heel erg goed zoeken. Ik hoor de koffiemachine, we gaan gezellig wat drinken, kom je mee?”

Karel glimlachte naar haar en knikte. “Drink jij ook koffie?”

“Nee, niet meer, ik heb vaak koffie met een heleboel warme melk gedronken, kinderkoffie, maar ik heb er geen zin meer in. Ik drink nu vaak water en bij mijn brood meestal karnemelk.”

“Vind je dat niet zuur?”

“Lekker fris juist, ik hou wel van een beetje zuur!” lachte Rosalie.

Ze keek even om de hoek of ze nog iets uit de keuken moest ophalen.

“Ga maar vast zitten hoor, ik haal even de melk en suiker.”

Even later kwam ze terug, ging weer naar de keuken en plofte naast Karel neer nadat ze een potje met theelepeltjes en een trommel speculaasjes op tafel had gezet. Ze gaapte diep.

“Ben je moe?” vroeg Jan.

“Valt wel mee hoor, maar ik vind het wel fijn dat we even pauze hebben. Ik heb hard gewerkt vanmorgen.”

Ineke kwam net binnen en hoorde haar laatste woorden.

“Je mag straks gerust wat langer pauze nemen, Rosalie, je hebt je al dagenlang uit de naad gewerkt. Ha Karel, leuk dat je er ook bent!”

“Dank je, dat vond ik nou ook, het is best bijzonder hier. Ik heb dan zelf ook wel zo’n jeugd gehad met heel veel vrijheid en zelf ontdekken, maar om Jan en Rosalie hier zo bezig te zien en de relaxte sfeer hier te proeven… super mooi! Verwachten jullie binnenkort al meer ontdekkers?”

“We hebben voor zover ik weet nog geen aanmeldingen, maar we verwachten over een kleine drie jaar wel een paar tegelijk erbij, de kinderen die op landgoed Bloemenhof wonen. Die worden over drie jaar vier, en hun ouders hebben al aangegeven dat ze het geweldig zouden vinden als hun kinderen hier konden komen.”

“Hopelijk krijgen ze snel meer kinderen, dan hebben jullie een beetje een constante aanstroom,” grinnikte Karel, zich ondertussen afvragend of Ineke de vrouw was die Jan bedoeld had. Hij vond haar aardig, vriendelijk. Misschien moest hij haar eens uitnodigen voor een etentje of zo. Gek genoeg voelde hij er helemaal niets voor. Hij probeerde het los te laten en het gesprek aan tafel te volgen.

Jan had een koe en een stier van zijn speelgoed boerderij meegenomen aan tafel. Hij liet de stier achter op de koe springen.

“Die stier vindt dat leuk, maar volgens mij is het voor die koe helemaal niet leuk. Die stier die beukt maar wat.”

Karel moest eigenlijk vreselijk lachen om Jans conclusie, maar hield zich in, wilde hem niet het gevoel geven dat hij hem uitlachte. Tot zijn verrassing ging Patrick er serieus op in.

“Ik weet niet hoe een koe het ervaart, Jan, maar ik weet wel, dat het voor een vrouw echt niet fijn is als een man zo met haar omgaat.”

Jan glimlachte. “Papa zegt altijd dat je lief moet zijn voor je vrouw, dat ze moet voelen dat je van haar houdt, dat ze het aan aaaaalles moet merken! Echt alles! En ik voel het dat hij het meent, dat hij ook zo van mama houdt. Weet je wat ik mooi vind, als hij zo doet…”

Jan keek Karel aan. “Ik doe even of ik papa ben en jij mijn mama.” Hij streelde met zijn vingertoppen langs Karels voorhoofd, streek zijn krullen een beetje naar achteren. “En dan kijkt hij er zo lief bij, dat kan ik niet zo goed.”

“Dat komt omdat je nu even een mooi toneelstukje doet. Als ik jouw vrouw zou zijn, en je zou echt van mij houden, dan zou ik het ook in jouw ogen zien, denk je niet, Jan?”

Jan straalde: “Ja, zo is het!”

“Jong geleerd, oud gedaan, hoop ik dan maar,” zei Karel glimlachend.

“Zo simpel kan het dus gaan,” reageerde Bea. “Ik zou het niet in mijn hoofd halen om seksuele voorlichting te geven, maar als een ontdekker op zo’n manier er over praat, kunnen we het niet afdoen met ‘vraag thuis maar’, dan nemen we het gewoon serieus, proberen te reageren op een manier die aansluit bij wat hij zegt.”

Karel knikte. “Ik vind het mooi, het voelt goed, gewoon echt en oprecht.”

Na de koffie liet Jan zijn moestuin nog even aan Karel zien.

“Ik moet het nu goed in de gaten houden. Als het droog en warm weer blijft, moet ik de plantjes een beetje water geven. Samen met Patrick heb ik hier een regenton neergezet.”

Om te laten zien dat hij echt werkte, plaatste hij de gieter er onder en deed het kraantje open.

“Zie je, het regenwater van vannacht!” zei hij triomfantelijk. “Vandaag hoef ik geen water te geven, ze hebben vannacht genoeg gehad. Maar als het een paar dagen droog blijft, dan geef ik het ze ’s morgens vroeg. Sjaak zegt, dat aan het begin van de avond beter is, maar dan ben ik er niet. Dan is ’s morgens het slimst.”

“Ik vind het ontzettend gaaf wat jij hier al geleerd hebt. En ik zie dat je er plezier in hebt. Ik kom over een poosje weer eens kijken, goed?”

“Ja, heel goed!” zei Jan, terwijl hij Karel een high five gaf.

.

Karel wandelde op zijn gemak het terrein af. Hij had tijdens de koffie het gevoel gehad dat hij even bij Huib langs moest gaan. Hij was Huib een beetje als vriend gaan beschouwen en vroeg zich af hoe Huib dat ervaarde. Hij was niet van plan het hem ronduit te vragen, maar hoopte het te kunnen merken als Huib hem onverwacht aan zag komen.

Hij was nooit eerder op het terrein geweest, en vroeg daarom even aan een man die hij tegenkwam, waar hij Huib kon vinden. Anton wees hem de richting: “Hou maar rechts aan, loop het eerste huis voorbij, dan kom je even later bij een grote werkschuur. Als Huib daar niet aan het werk is, zal hij waarschijnlijk thuis zijn, net een eindje verderop. Dus gewoon rechts aan houden, dan vind je het vanzelf, huis van een ander, werkschuur van Huib, huis van Huib.”

Karel lachte. “Bedankt! Dat gaat vast wel lukken!”

Anton legde een hand op zijn schouder. “Mocht Huib vragen wie je de weg gewezen heeft, zeg dan maar dat het Anton was. Ik beschouw Huib een beetje als mijn zoon,” voegde hij er met een knipoog aan toe.

“Klinkt goed, Anton. Ik heet Karel, ik ben makelaar hier in de regio. Huib heeft via mij een pand in het dorp gekocht waar hij wat van zijn werk in tentoonstelt.”

“Aha, ben jij dat! Huib zal het leuk vinden dat je langskomt, hij sprak positief over je. ‘Een man die zijn binnenste volgt’, zo noemde hij jou. Fijne tijd daar, doe hem de groeten maar!”

“Zal ik doen, Anton!”

Met een voldaan gevoel liep Karel verder. Dat was een fijne bemoediging die hij van Anton gekregen had! Hij liep het huis ‘van een ander’ voorbij en vond de enorme werkschuur van Huib. Net op dat moment kwam Huib naar buiten, keek verrast op toen hij Karel in het oog kreeg.

“Hey Karel, wat leuk om je te zien! Hoe wist je me zo te vinden, op goed geluk?”

“Nee, met hulp van Anton, je krijgt bij deze de groeten van hem!”

“Leuk, dank je! Anton komt regelmatig met zijn vrouw Joke in het pension logeren. Die man is als een vader voor me.”

“Joke… ik was net bij het ontdekkingscentrum. Jan vertelde dat Joke hem geholpen had om een klimop te snoeien.” Karel grinnikte: “Ik vroeg hem of Joke zijn moeder was. ‘Nee joh, Joke is op vakantie op Bloemenhof’, reageerde hij verontwaardigd. Kostelijk ventje trouwens. Maar goed, dat zal dus dezelfde Joke zijn!”

“Klopt, Joke is dol op Jan, is al een paar keer bij hem langs geweest, zowel in het centrum als bij hem thuis. Ik wilde net naar huis gaan, een verlate bak koffie drinken. Loop je mee? Ik was zo druk aan ’t werk, dat ik de tijd vergat. Meestal komt Margreet me dan halen, maar ze zal zelf wel druk bezig geweest zijn, want ik heb haar niet gezien of gehoord!”

Ze waren bijna bij het huis, toen ze een vrouwenstem hoorde roepen. “Julian, waar ben je?”

Huib zag hem net om de hoek van het huis dribbelen, en riep: “Hij is hier, ik neem hem wel mee! Hey Julian, kom maar!”

Huib boog al voorover om hem onder zijn armen te kunnen grijpen, maar Julian liep hem voorbij, recht op Karel af. Karel, intuïtief, pakte hem onder zijn armen en tilde hem op.

“Zo meneertje, mag ik jou meenemen?” vroeg Karel, terwijl Julian hele verhalen tegen hem vertelde, totaal onverstaanbaar. Hij schaterde van de pret, vond zijn eigen verhalen blijkbaar nogal komisch.

Karel liep met het ventje op zijn arm achter Huib aan, waar ze Margreet en Bianca aantroffen. Karel herkende Margreet, groette haar, en keek toen naar Bianca, waarop de woorden van Jan direct in zijn gedachten kwamen. Er was iets… maar wat? Het verwarde hem voor een moment, maar hij herstelde zich snel en stelde zich voor: “Hey, ik ben Karel, en dit vrolijke manneke is jouw zoon zeker?”

Bianca knikte: “Klopt, ik heet Bianca, en dit is mijn zoontje Julian. Kom maar, Julian!”

Bianca wilde niet dat haar zoon de nog onbekende gast tot last was, maar Julian had daar duidelijk andere gedachten over. Hij sloeg zijn armpjes om Karels nek en hield hem stevig vast terwijl hij doorging met een totaal onverstaanbaar relaas.

“Bianca, vertaal het eens voor me, ik vind het nogal frustrerend dat ik hem niet versta.”

“Ik zou het direct voor je doen, als ik wist wat hij zei. Hij is een moppentapper, ligt elke keer in een deuk om wat hij zelf vertelt, maar niemand weet waar het over gaat,” reageerde Bianca. “Geef hem maar hoor.”

“Dat hoeft niet, ik heb geen last van hem, eigenlijk geniet ik wel van zijn vrolijkheid. Vind je het goed als ik hem nog even bij me houd? Ik zal hem geen kwaad doen, je mag het met arendsogen zelf in de gaten houden, als je wilt,” zei hij met een ondeugend gezicht.

Bianca was een beetje van haar stuk gebracht. Direct toen hij de hoek om gekomen was en ze elkaar aangekeken hadden, was ze al geschokt geweest door zijn verschijning, vooral door zijn houding en uitstraling, de manier waarop hij naar haar keek, alsof hij haar al jaren kende. Ze besloot het hem te vragen: “Kennen wij elkaar ergens van?”

“Voor zover ik me kan herinneren niet,” antwoordde Karel, “leuk dat je het vraagt, want ik had net eerlijk gezegd het gevoel dat ik je al jaren kende. Ik heb mijn leven lang aan de kust gewoond. Jij dan?”

“Nee, ik kom hier oorspronkelijk niet vandaan, maar ook niet van de kust, dus ik zou niet weten waar we elkaar van zouden moeten kennen. Nou ja, misschien komen we er in de loop van de ochtend achter,” probeerde ze zo nonchalant mogelijk te doen, terwijl ze zich ergerde over de opwinding die zich van binnen van haar meester had gemaakt.

Huib kwam met twee koppen koffie naar buiten. “Zullen we daar in het gras gaan zitten? Dan hebben de dames een beetje privacy voor hun vrouwenkwebbels.”

Margreet wilde protesteren, vooral omdat ze benieuwd was hoe het zich tussen Karel en Bianca verder zou ontwikkelen. Ook Huib had iets gevoeld, had er wel een vermoeden over, een behoorlijk zeker vermoeden, maar zei er niets over. De reden om op het gras te gaan zitten, was juist bedoeld om rustig met Karel te kunnen praten, en ondertussen te kunnen observeren wat er tussen Karel en Bianca zou kunnen zijn.

Julian protesteerde even toen Karel hem op de grond zette om zelf op het gras te kunnen gaan zitten. Op een heel natuurlijke manier, alsof hij het dagelijks deed, sloeg hij zijn arm om Julian heen en trok hem tussen zijn benen op het gras.

“Kom hier maar zitten Julian, gezellig in de mannenkring.”

Huib gaf Karel zijn koffie aan. “Zwart toch he?”

“Ja hoor, nog steeds!”

Zolang hij nog koffie in zijn mok had, hield hij Julian in de gaten, om te voorkomen dat hij geen hete koffie over zich heen zou krijgen. Het leek wel of Julian het aanvoelde, zolang er nog koffie was, bleef hij rustig zitten.

Karel zette de lege mok naast zich neer, terwijl hij met Huib in gesprek bleef. Hij had besloten om niet te letten om de dames, hij had zonder dat al moeite genoeg met de onrust in zijn lijf. Hij zette zijn handen achter zich neer en leunde een beetje achterover. Julian kwam overeind, en stortte zich tegen Karel aan, waarop Karel net deed alsof hij viel. Hij kreeg het voor elkaar om op een pijnloze manier op het gras terecht te komen, languit op zijn rug, met Julian schaterend en trappelend op zijn buik.

“Jij boef, wat doe je nou? Gooi je me zomaar ondersteboven?”

Karel negeerde de verschrikte kreet vanaf de veranda, pakte Julian met beide handen in zijn zij en begon hem te kietelen. Julian kronkelde en gierde het uit van de pret.

“Zo,” zei Karel, terwijl hij weer overeind kwam, “nou weet je het manneke, met ome Karel valt niet te spotten, dan krijg je gewoon een heleboel kietels in je zij!”

Huib schoot in de lach: “Ome Karel? Heb je veel neefjes en nichtjes?”

“Welnee, helemaal niet. Ik ben helemaal niet gewend aan kleine kinderen, als ik ze ontmoet via mijn werk, vind ik dat eerlijk gezegd meestal lastig. Maar met Julian gaat het als vanzelf, heel bijzonder. Woont hij hier in de buurt?”

Huib knikte: “Ze wonen op de zolder van het pension. Bianca werkt daar, zorgt dat de boel netjes blijft. Voorheen deed Margreet dat, samen met Lisa, maar omdat Margreet en Lisa zich wilden wijden aan hun gezin en hun hobby, ik zou willen zeggen hun werk, want het is meer dan een hobby, een creatief werk van binnenuit, hebben we besloten om iemand anders aan te nemen voor het huishoudelijk werk. Lang verhaal kort, Anton, die je net ontmoet hebt, had een werkneemster die net een zoontje had gekregen, en die het vreselijk vond dat ze, als ze weer zou gaan werken, hem telkens bij andere oppassers zou moeten dumpen. Anton begreep dat als ze hier kon wonen en werken, er altijd iemand van onze familie zou zijn die zou kunnen inspringen. In de eerste maanden was dat niet nodig, ze werkte op de uren dat hij boven lag te slapen, en nu hij wat meer wakker is, neemt ze hem vaak mee, zit hij in de keuken in de box, of op de gastenetage, daar hebben we tegenwoordig ook een box staan. Meestal zijn ze samen op die etage, omdat de gasten dan aan het ontbijt zitten, en zodra die boven komen, vertelt hij hen hele verhalen. De mensen genieten ervan, dus hij is daar eerder aanwinst dan last! Zo te zien ervaar jij het ook zo!” grijnsde Huib.

“O ja, absoluut! Ja, we hebben het over jou, Julian, je bent geweldig! Wat nou, wil je controleren of ik een pruik op heb?”

Karel schaterde, terwijl Julian diverse krullen op echtheid controleerde. Huib zag dat Margreet Bianca moest tegenhouden, omdat ze Julian tot de orde wilde roepen. Hij grinnikte. Wat hij gevoeld had… Karel en Bianca… het zou hem niet verbazen als die twee een diepe klik hadden maar dat nog niet goed konden thuisbrengen.

Karel had de handen van Julian los gemaakt uit zijn krullen.

“Enne… de vader van Julian? Woont die ook op zolder?”

“Nee, we kennen de vader niet. We weten alleen dat Bianca ooit door haar vroegere vriend overweldigd is, zwanger geworden is en dat die vent haar in de steek gelaten heeft. Ze was er achteraf blij om, ze besefte heel goed dat een vriend die haar tot seks dwong, geen hart voor haar had. En hij wilde hun kind ook niet, dus was er geen enkele basis om op te bouwen. Maar het kind… ze zette door, wilden hem ontvangen en een moeder voor hem zijn. En ze is een geweldige moeder, laat hem zoveel mogelijk vrij, maar houdt hem wel in de gaten. Dit kereltje gaat prima passen op het ontdekkingscentrum.”

Karel keek hem aan: “Heftig, om zoiets mee te moeten maken… er gaat nogal wat mis op het gebied van vrouwen. Weet je nog, dat je met me meeging met die twee vrouwen die dat grote huis gekocht hebben? Katja en Maureen… weet je trouwens wat ik toen voor indruk kreeg? Ik heb het hen niet gezegd, omdat ik niet dacht dat ze het zelf zo ervaarden… Ik voelde dat ze een soulconnectie hadden.”
Huib grijnsde: “Ze hebben laatst, na de nodige periodes van diepe genezingsprocessen, ontdekt dat ze soulmates zijn, dus dat heb je goed aangevoeld. Het gaat goed met hen, ze hebben nog steeds veel genezing nodig, maar kunnen elkaar daar nu nog beter in ondersteunen.”

Huib had de neiging om aan Karel te vragen of hij zelf ooit zo’n diepe connectie gevoeld had, maar hield zijn mond. Als Karel daar iets over wilde vertellen, moest hij daar zelf maar mee beginnen.

“Ik zit nog even te denken aan wat je net over Bianca vertelde… begrijp ik het goed, dat ze dus geen partner heeft? Ook geen vriend? Is ze niet aan het daten?”
“Nee, daar doet ze niet aan, dat wil ze niet, zowel door haar eigen ervaring, als door wat ze bij ons ziet. Ze wacht op haar soulmate, of op z’n minst iemand met wie ze een echte relatie kan opbouwen. Soulmates zijn niet voor het oprapen he…”

Karel schudde zijn hoofd en keek hem aan: “Nee, dat klopt. Weet je wat Jan net vroeg? Of ik al een lieve vrouw had. En toen ik ‘nee’ zei, zei hij heel stellig, dat ze nog wel komt. Ik vroeg nog of hij het meende. Ha, hij was verontwaardigd! ‘Echt wel!’ zei hij.”

Karel viel stil, keek even naar Julian, die tegen hem aan in slaap gevallen was. Hij keek Huib aan: “Kun jij een geheim bewaren?”

“Zonder probleem, waar zit je mee?”

“Met een verward innerlijk, want ik denk dat ik de vrouw die Jan bedoelde, gevonden heb. Een vrouw met een geweldig zoontje. Toen ik Bianca net zag, was het alsof ik haar al jaren kende, alsof er een diepe connectie met haar was. Ik denk dat ze het zelf ook gevoeld heeft, want ze vroeg of we elkaar ergens van kenden. Dat lijkt er dus niet op… Maar ja, verwarring alom vanbinnen, want ik dacht meteen dat ze natuurlijk al getrouwd was, of op z’n minst een vriend, een partner had, samenwoonde, verzin het maar! En nu vertel je dit, heb ik dus eigenlijk veel meer duidelijkheid en ligt de weg open naar een mogelijke relatie… en voel ik me nog veel meer verward! Maar nogmaals, houd dit tussen ons, ik moet nog uit zien te vissen wat ik hiermee ga doen.”

“Volg jij je hart maar, daar ben je goed in. Jij weet diep van binnen wat je het beste kunt doen. In elk geval alles op alles zetten om haar hart voor je te winnen. En ik vermoed dat je gelijk hebt, dat zij die klik ook gevoeld heeft, want ze volgt je tip om jou met arendsogen in de gaten te houden, letterlijk op. Ze kijkt meer naar jou dan naar Margreet, en ik betwijfel of dat alleen om Julian is. Ik zie haar zo nu en dan heel diep zuchten. Ik bedoel maar!”

.

Bianca stond op en kwam naar de mannen toe.

“Ik ga terug naar het pension, Annerieke verwacht me voor de lunch. Och, Julian is in slaap gevallen… ik vond hem al zo stil! Zal ik hem even overnemen?”
Ze boog al voorover om hem te pakken, maar Karel legde zijn hand op haar arm.

“Als je nou eens lekker gaat lunchen, dan kan Julian rustig blijven slapen. Als hij wakker wordt, breng ik hem wel naar je toe.”

Bianca, voor een moment verstard door de trilling die door haar heen schoot toen ze zijn hand op haar arm voelde, vroeg nu: “Weet je dat wel zeker? Ik wil je niet tot last zijn?”

“Tot last zijn? Jij? Bianca, dat zou je niet eens voor elkaar krijgen, al zou je het willen! En Julian is me ook niet tot last, die heeft m’n hart al gestolen. Heb je een schone luier voor noodgeval?”

“Jawel, in die tas die daar bij Margreet staat. Weet je het echt zeker?”

“Ja, ik weet het helemaal zeker, jij ook?”

“Ja en nee, op zich vertrouw ik je wel, maar ik ben niet gewend om Julian aan een ander over te laten.”
“Dan mag je daar nu aan gaan leren wennen, want ik hoop eigenlijk… dat dit niet de laatste keer is. Maar daar praten we straks nog wel even over verder. Ga maar lekker eten, we zien elkaar straks weer!”

Bianca keek vertwijfeld naar Huib, die meteen reageerde: “Ik hou het wel in de gaten of ze elkaar niet opvreten. Ga maar gerust, geniet maar even van je vrijheid.”

Bianca grinnikte kort: “Ik weet niet of dat gaat lukken, genieten, ik voel me er nogal apart onder, maar goed… tot straks dan maar. Zal ik na de lunch hierheen komen?”

“Nee hoor, als jij in of bij het pension blijft, vinden we je wel als Julian wakker is. Ik heb de hele dag vrij, ik heb alle tijd!”

“Oké, tot straks dan maar…”

Ze liep weg, zwaaide nog even naar Margreet, die haar een knipoog gaf en haar duim opstak, keek nog één keer achterom naar het mannentrio en verdween om de hoek van het huis.

Of naar de Inhoudsopgave