Hoofdstuk 54.

Ellen, vuriger dan ooit

Na de laatste rechtszaak, was Ellen vrijwel direct naar huis gegaan. Zelfs na zoveel van hetzelfde soort rechtszaken, waarbij ze seksueel misbruikte vrouwen verdedigde en gewelddadige pooiers en echtgenoten en andere verdachten ondervraagd had, was ze nog steeds niet gewend aan de heftigheid van deze zaken. De verwoesting die de daders hadden aangericht, en dan de manier waarop ze braken en tot bekentenis en spijtbetuiging kwamen. Elke keer opnieuw, en toch wende het niet!

.

Thuis ontdekte Ellen dat Alexander niet thuis was. Eigenlijk vond ze dat niet eens erg, ze had behoefte aan rust, even niets, even geen stemmen, geen woorden, niet nadenken… Ze was echter niet bedacht op de stemmen, de woorden, de gedachten in haar hoofd. Alsof haar hele systeem op z’n kop ging!

Terwijl ze op de bank lag, haar schoenen uitgeschopt onder de tafel, kwamen er allerlei vragen langs, reële vragen die ze begreep, en ook voor haar gevoel onmogelijke en onredelijke vragen.

‘Wat heeft het voor zin om zulke kerels te ondervragen?’

‘Denk je echt dat ze hun gedrag zullen veranderen?’

‘Wie denk je wel dat je bent, om steeds hetzelfde spelletje met die verdachten te spelen?’

‘Wat haal je voor trucjes met hen uit?’

‘Je bent gewoon een feministe die…’

Ineens werd Ellen woedend! Ze sprong op en schold, tegen niemand in het bijzonder, meer tegen de gedachten in haar hoofd:

“Wat heeft dit met feminisme te maken?!

Ik heb helemaal geen klik met feminisme!

Ik heb een klik met vrouwen, vooral vrouwen die in een valkuil getrapt of getrokken zijn, vrouwen die mishandeld en misbruikt zijn!

Ik wil, ik eis dat vrouwen als mensen behandeld gaan worden!

Het moet afgelopen zijn met dat ellendige, verwoestende misbruik!

Dat is alles waar het om draait, dat is wat ik wil!”

Ze hijgde van haar eigen woeste uitval, wachtte even en ging weer liggen.

Een zachte stem fluisterde: ‘Waarom juist zulke vrouwen? Waarom niet andere vrouwen of mannen die slachtoffer zijn van iets anders?’

Ze herkende de zachte stem, haar eigen innerlijke stem, die haar al zo vaak geleid had, die haar zo sterk hielp in de rechtszaken.

Ja, waarom juist zulke vrouwen?

Ellen dacht er over na, ging in de tijd terug naar Lisa, die door haar ex-man tot prostituee was opgeleid door middel van BDSM. Wat had ze het met haar te doen gehad! Zo’n kwetsbare vrouw, die van binnen zo enorm sterk en vurig bleek te zijn. Hoeveel vrouwen zijn er zo kapot gemaakt, al voordat die ellende van onvrijwillige prostitutie begon, vrouwen die in zichzelf een enorme passie ergens voor hebben, maar door een ander neergedrukt en vastgezet waren en daardoor een makkelijke prooi werden voor welke vorm van misbruik ook.

Waarom juist zulke vrouwen?

Ellen ging verder terug in de tijd, zich afvragend waar haar verlangen om voor een ander, een slachtoffer, op te komen, begonnen was. Ze wist dat ze bewust na het basisjaar rechten gekozen had voor de advocatuur. Maar waarom? Had dat een reden of was dat gewoon wat ze graag wilde, wat bij haar paste?

Ze dacht terug aan haar eigen kindertijd, haar jeugd. Voor zover ze zich kon herinneren was ze nooit verkracht, nooit op die manier misbruikt. Wat ze zich wel herinnerde, was hoe ze monddood gemaakt was, hoe haar eigen mening, haar wil, haar verlangen er niet toe gedaan hadden. Ze moest gewoon gehoorzamen, alsof ze een robotje was. Ze wist nog goed dat ze zo vaak moeite had moeten doen om haar woede te onderdrukken om het feit dat zij als persoon genegeerd werd, over het hoofd gezien werd. Ze voelde nu de vaak stille onderdrukking, ze voelde hoe de woede opnieuw in haar begon te koken. En doordat ze er nooit woorden aan had mogen geven, wist ze nu ook niet wat ze er over kon zeggen, hoe ze het uit kon schreeuwen. Nee, niet met woorden, maar de woeste schreeuw van pijn en frustratie kwam als die van een brullende leeuw naar buiten, een schreeuw die in golven kwam, minutenlang en uiteindelijk overging in huilen, klagend huilen en tenslotte in een zacht gesnik.

Een half uur later kwam ze tot rust.

“Zo’n keelpijn,” fluisterde ze, “zo’n keelpijn, en m’n hart, m’n hart is eruit gebonsd, geëxplodeerd…”

Voorzichtig stond ze op, schuifelde naar de keuken, liet de koude kraan even lopen totdat het water echt goed koud was, en vulde een glas. Ze nam een klein slokje, durfde het nauwelijks door te slikken. De slikbeweging deed zo’n pijn!

Het koele water verlichtte de pijn een beetje, dus ze waagde zich aan een tweede slok, een derde, en langzaam maar zeker dronk ze het hele glas leeg. De pijn was iets minder geworden, maar was nog lang niet helemaal weg. Ze ging terug naar de bank, ging zitten, en terwijl ze zichzelf wiegde, legde ze haar hand op haar hals. Tot haar verbazing zakte de pijn tot bijna het nulpunt. Ze haalde haar hand weg, keek ernaar.

‘Hoe kan dat?’ vroeg ze zich in gedachten af. ‘Hoe kan de pijn zo wegzakken als ik mijn hand er op leg?’

Ze voelde hoe haar hartstreek ook nog erg pijn deed. Ze legde haar hand erop, en voelde wat er gebeurde, voelde hoe haar hart tot rust kwam en de pijn verdween.

‘Hoe kan dat?’

Ze legde haar hand nog een keer op haar hals, en het laatste beetje pijn verdween.

“Het lijkt wel of ik een magiër geworden ben,” fluisterde ze verbijsterd. “Op die manier wil ik wel magiër zijn…”

Ze dacht terug aan het diepste verlangen dat ze had, om vrouwen door haar verdediging los te trekken van de verdachten die hen gekweld hadden. Ten diepste wilde ze genezing brengen, maar niet door medicijnen, niet als arts of zo. Het had haar van jongs af aan bezig gehouden, de pijn van andere mensen, mensen die niet vrij waren. Eigenlijk mensen zoals zij zelf geweest was, onderdrukt, monddood gemaakt. Nou, monddood was ze allang niet meer. Ze had geleerd naar haar binnenste te luisteren en voelde zich gesterkt in de rechtszaal door de aanwezigheid van Johan en ook Sjaak en Lisa, die standaard naar de rechtbank kwamen, zelfs nu William er was. Ha, ze namen dat lieve kereltje gewoon mee!  Ja, hun aanwezigheid was krachtig. Ze had steeds gevoeld hoe hun zielskrachten zich bundelden om het kwaad aan te pakken, niet door de verdachten neer te sabelen, maar door dwars door de muren van hun verwrongen ziel heen te breken en de kern te bereiken. Ook zij, zelfs die ellendige verdachten, waren mensen met een ziel die in wezen goed was. Een ziel die kapot gemaakt was, misbruikt was door duistere gedachten en ingevingen. En elke keer als ze doorbrak bij een verdachte was daar het gevoel van triomf, niet een triomf die neerbuigend of denigrerend naar de verdachte was, maar een triomf over de overwinning over kwaad en pijn. Ze had intussen wel begrepen, dat ze door de manier waarop ze de verdachten aanpakte, en door de kracht van haar ziel, ondersteund door de zielskracht van haar lieve vrienden, iets pijnlijks bij hen veroorzaakte, maar dat dat pijnlijke er wel voor zorgde dat er iets wezenlijks, iets dieps bij hen openbrak. Feitelijk zette ze elke keer op een sterke manier een proces van innerlijke genezing in werking, juist door vanuit de kracht van haar ziel, verlicht door haar ziel hen aan te pakken met de juiste, de pijnlijkste vragen die ze maar kon stellen.

Ellen glimlachte en zei hardop tegen zichzelf: “Ik heb dus perfect werk. Ik wil graag genezing brengen, en ik wil misbruikte vrouwen bevrijden van hun onderdrukkers. Voor beide partijen breng ik een proces van genezing op gang, en de vrouwen kunnen in vrijheid hun leven weer oppakken, hun weg zoeken. En die daders, ja, die gaan wel de gevangenis in, maar innerlijk zijn ze door mijn vragen een stuk vrijer dan voorheen. Ja, ik heb echt een perfecte baan!”

Ze stond op, blij dat ze de diepte door gegaan was, en belde het nummer van Marieke. Marieke was de eerste die haar zou begrijpen. Marieke kende haar van haver tot gort. Kort deed ze verslag van wat er gebeurd was, en het was zoals ze had verwacht: Marieke begreep het helemaal, vertelde dat ze zelf ook door een diep stuk proces heen gegaan was en daarin ontdekt had, dat ze niet verder wilde met haar beveiligingsbedrijf. Ze vertelde enthousiast over haar nieuwe ontdekking, over vouwen met simpel gekleurd papier en dingen maken die zo eenvoudig leken, maar toch zo leuk waren en dat ze het ervaarde als iets wat helemaal bij haar paste, veel beter dan de beveiliging. Daarom wilde ze dit uitdiepen, ermee verder. Ze voelde het van binnenuit stromen, duwen, als iets wat blij was dat het er eindelijk uit mocht, bijna vulkanisch! Marieke beloofde dat ze een paar foto’s van haar vlinders zou doorsturen.

“Bijzonder, Marieke, zoiets totaal anders dan waarvan je dacht dat het echt bij jou paste… Maar, voor ik het vergeet, er is nog iets, er is iets geks gebeurd. Ik heb zo allemachtig geschreeuwd, gebruld als een leeuw, en gehuild, dat ik een vreselijke keelpijn en pijn in mijn hartstreek had. Het was zo erg, dat het gewoon eng was. Ik heb voorzichtig koud water gedronken, dat verlichtte wel een beetje, maar de ergste pijn bleef.”

Ze vertelde wat er door haar handen heen gebeurd was.

“Heb jij daar ooit van gehoord, dat zoiets mogelijk is?”

“Nee, nooit… jawel, toch wel! Weet je, ik ben zo dol op de tuin, op bloemen, en soms word ik dan gestoken, en vooral als het door een bij of een wesp is, is dat best heel pijnlijk. Dan leg ik er ook altijd mijn hand op, neem er de tijd voor om ook innerlijk tot rust te komen van de schrik. En daarna is de pijn altijd weg, of op z’n minst bijna weg. Zou dat ook met de kracht van onze ziel te maken hebben?”

“Ik zou niets anders kunnen bedenken, ik voel me geen tovenaar!”

Marieke lachte: “Nee, ik ook niet, maar die kracht zit wel in ons, moet wel van onze ziel zijn. Ik zal het er straks eens met Johan over hebben. Als hij een andere oplossing heeft, laat ik het je nog weten. En nu ga ik ophangen, snel even die foto’s naar je opsturen en dan eten koken. Neem je lekker wat rust vanavond? Dat kun je wel gebruiken, ga maar even wat leuks voor jezelf doen…”

“Komt goed, ik ben benieuwd naar het resultaat van jouw creativiteit!”

Even later kwamen de foto’s binnen. Ellen opende de bestandjes nieuwsgierig en was verbijsterd over wat ze zag.

“Is dat alleen maar vouwpapier? Dat kan niet…” fluisterde ze voor zich uit. Ze stuurde die woorden in een mailtje terug, waarna ze een foto kreeg van de rommel die Marieke op de eettafel gemaakt had. Inderdaad, simpele vouwblaadjes die mensen voor kleuters bedacht hadden…

‘Ongelofelijk! Zo mooi, zo gaaf! Ga hiermee door!!!’ mailde ze terug.

Als antwoord kreeg ze een paar vrolijke lachebekjes.

.

Een paar dagen later mocht Ellen weer een vrouw verdedigen, een iets oudere vrouw dan ze gewend was, een vrouw die meer dan tien jaar gedwongen geweest was om als seksslaaf te werken. Ellen had zo met haar te doen. Ze zag er zo afgetobd uit, zo afgeleefd. Cynthia Schutte, volgens de papieren nog geen dertig jaar, ruim een derde van haar leven misbruikt…

Ellen voelde zo’n woede opkomen, wist dat ze die niet in bijzijn van Cynthia kon uiten. Daarom fluisterde ze tegen Cynthia dat ze nog even naar het toilet moest, en zocht ze Marianne, Johans secretaresse op.

Marianne zag aan haar gezicht wat er aan de hand was, ze voelde als een donderwolk, een vulkaan die op het punt stond om uit te barsten. Marianne stond op, legde haar handen op Ellens schouders en zei: “Scheld maar tegen mij, gooi het er maar uit.”

Niets verbaasde Ellen meer, ook niet dat Marianne geen uitleg nodig had. Ze haalde diep adem en brulde, brulde als een woedende leeuwin die zag dat haar welpje aangevallen werd.

Later, toen ze tot rust gekomen was en wat water had gedronken, benoemde ze het ook zo. “Mijn cliënte, Cynthia, voelt als mijn welpje, ik moet haar verdedigen, ik moet haar redden! En dat ga ik verdorie ook doen!”

Marianne glimlachte: “Dat ga je zeker doen, en ik loop met je mee, want ik zie dat het bijna tijd is, en ik wil getuige zijn van jouw brul om bevrijding en redding!”

Ellen zuchtte diep, nam een paar seconden de tijd om haar lichaam te helpen ontspannen en liep met Marianne terug naar de rechtszaal.

“Waar bleef je zo lang?” vroeg Cynthia fluisterend.

“Niet op het toilet, ik moest even mijn woede om het onrecht dat jou is aangedaan, eruit gooien. Ik ben zo blij voor je dat je hieruit bent, dat je nu op De Schuilplaats een woonplek gekregen hebt. Het is maar tijdelijk, maar je mag er blijven zolang als nodig is, en het is daar goed.”

“Woede? Om mij?” Cynthia keek haar verbijsterd aan.

Ellen knikte en fluisterde: “Wat jou is aangedaan, zou geen enkele vrouw mogen overkomen, maar we gaan beginnen, daar komt Johan, de rechter.”

.

Na afloop kwam Johan naar Ellen en Cynthia toe.

“Cynthia, hoe gaat het met je?”

“Goed, ik ben blij, maar ik begrijp niet hoe dit allemaal kon gebeuren. Ik had verwacht dat hij alles zou ontkennen.”

“Je had een krachtige dame naast je. Ellen, ik heb van Marieke gehoord waar je afgelopen week doorheen gegaan bent, en ik heb het gevoeld in je spreken. Er was een soort woede in. Ik moest denken aan een leeuw die vecht voor haar welpen, een leeuwin in jouw geval. Nou Cynthia, deze leeuwin heeft voor je gevochten en ik verzeker je, je bent nu vrij! De verdachte zal gestraft worden, al kan ik nog niet met zekerheid zeggen hoe, maar hij komt niet vrij. Hij heeft bekend, van binnenuit, en dat is het mooiste dat er is. Tjonge Ellen, ik heb je nu al zoveel keren meegemaakt in dit soort rechtszaken, maar nog nooit met zoveel vuur als nu. Het lijkt wel of je nu helemaal bent losgebroken!”

“Zo voel ik me ook. Ken je die film van X-men?”

Johan knikte: “Jean, die vuurvogel werd toen ze vrij brak…”

“Ja, zo voelde ik me, en zo voel ik me nog steeds.”

“Dat zal zo blijven, je bent vrijer en daardoor krachtiger dan ooit,” beloofde Johan haar, “en wat je over je handen verteld had tegen Marieke, klopt ook. Cynthia, klopt het dat je hoofdpijn hebt?”

Cynthia knikte: “Ja, van alle spanning, denk ik”

Johan knikte naar Ellen: “Vraag haar maar…”

Ellen keek Cynthia aan: “Klopt het dat de pijn vooral op de overgang van je voorhoofd naar de bovenkant van je hoofd zit?”

Cynthia knikte verbaasd.

“Mag ik er mijn hand even opleggen?”

Cynthia knikte weer, zich afvragend wat dat met haar hoofdpijn te maken had.

Ellen legde haar hand op Cynthia’s hoofd, voelde hoe er iets begon te stromen, hoe dat toenam en hoe het ook weer afnam. Toen haalde ze haar hand weer weg. Cynthia keek haar met grote ogen aan, voelde met beide handen verbijsterd aan haar hoofd. “Alle pijn is weg… hoe kan dat?”

Ellen glimlachte: “Kom, dan breng ik je thuis, en dan zal ik het je onderweg vertellen!”

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb