Hoofdstuk 166.

Simons werkmeubels

Even later kwamen de beide pick-ups van Simon en van Bloemenhof het terrein op rijden. Ze namen de zijweg naar het huis van Annerieke. Simon, Sjaak en Huib sprongen uit de wagens en maakten de kleppen van de beide laadbakken open. Samen sjouwden ze het bureau en de kast, die gelukkig uit kleinere kasten was opgebouwd, van Simons kantoor naar binnen en naar boven. Ze zetten ze op de plaatsen die Simon aanwees.

“En de dozen met de spullen van je kantoor, zijn dat die dozen die in de woonkamer staan?” vroeg Huib.

“Dat klopt ja, die zijn van het kantoor. Als we die eerst naar boven brengen, dan kunnen we de dozen met keukenspullen en zo straks van de pick-up halen en hier in de woonkamer zetten. Die ga ik binnenkort wel samen met Annerieke doorsnuffelen.”

“Klinkt goed,” zei Huib met een ernstig gezicht, “dat is nou wat je noemt een romantische bezigheid!”

Met moeite lukte het Sjaak om niet in de lach te schieten, zeker toen hij zag dat Simon Huib met een fronsend gezicht aankeek. Huib hield zijn gezicht in de plooi, alsof hij zijn opmerking echt serieus gemeend had.

Het duurde even voordat Simon hem door had. Hij schudde zijn hoofd: “Gast, ik moet nog wennen aan die gekkigheid van jou, en ook wennen aan ‘romantische bezigheden’.” Lachend maakte hij bij de laatste woorden met zijn vingers de beweging van aanhalingstekens. “Zonder dollen, jij met je malle fratsen, mijn leven is echt helemaal op z’n kop gegaan, jongens. En dat is prachtig hoor, ik heb er geen seconde spijt van, maar zoals met zo’n opmerking van jou, heb ik wel even zo’n lichte schok, vraag ik me af wat er aan de hand is, of ik wel goed bezig ben.”

Huib legde zijn hand op Simons schouder: “Pa, je bent prima bezig, zoals ik eerder al zei, je maakt mijn moeder gelukkig, en dat is voor mij genoeg. Maar ik vind het wel leuk om je een beetje te plagen. Daar bedoel ik niets lelijks mee hoor, gewoon een beetje gein trappen. Je zult er maar aan moeten wennen!” Hij gaf Simon een vriendschappelijke klap op zijn schouder en pakte de eerste verhuisdoos op. “Kom op kerels, naar boven met die zooi!”

Simon schudde lachend zijn hoofd en wierp Sjaak een blik van verstandhouding toe. Sjaak grijnsde: “Het is even wennen Simon, maar je hebt een geweldig zoon aan Huib, dat verzeker ik je!”

Simon knikte: “Ja, dat weet ik, maar ik merk dat ik nog wel wat onzeker ben over hoe mensen dingen bedoelen. Geplaagd worden met je meisje… en dat op mijn leeftijd!”

Lachend pakten ze allebei een doos en gingen Huib achterna naar boven.

.

Even later stonden de dozen met kantoorspullen boven en de dozen met keukenspullen en andere prullaria, zoals Simon het noemde, in de woonkamer.

 “Simon, loop je nog even mee naar boven?” vroeg Huib, “dan wil ik graag van je weten hoe je het nieuwe bureau en de nieuwe kast wilt hebben. Ongeveer hetzelfde als je huidige meubels?”

“Nou, daar heb ik net al even naar gekeken. Ik heb hier meer ruime dan in mijn vorige huis. En ik heb mijn bureau altijd wat aan de kleine kant gevonden, dus het zou fijn zijn als je een grotere kunt maken. Ik zat te denken, op de plaats waar hij nu staat, en dan van muur tot muur. Denk je dat dat haalbaar is?”

Huib keek even en twijfelde. “Op zich wel, ik kan het zo groot maken als je maar wilt. Maar ik kan hem niet op die breedte maken en dan hier de trap op krijgen. Wat ik in gedachten krijg is dit: Als ik hem nou in drie delen maak, het middenstuk ongeveer zo breed,” hij mat het met zijn armen uit, “en dan aan beide kanten een stuk dat je er aan vast kunt koppelen. Dan zetten we het middelste stuk hier neer, en dan maak ik die losse stukken hier ter plekke eraan vast. Hoe lijkt je dat?

“Daar hoef ik niet over na te denken,” zei Simon. “Super handig! Dus ja, doe het maar zoals je in gedachten had.”

“Komt goed pa!” Huib mat de lengte die er was van muur tot muur en trok daar aan beide kanten een centimeter van af om de muur niet onnodig te beschadigen. Hij zette de lengte en breedte van het bureau in zijn mobiel. “En de kast, ook iets groter dan die je nu hebt?”

“Ja, dat kan, misschien net een stuk zoals dit gedeelte erbij aan?” Simon wees op een smaller gedeelte van zijn kast, waarin hij mappen in lades bewaarde. “En de indeling van de hele kast wil ik graag ongeveer net zoals die nu is. En dat extra stuk lijkt me handig om daar ook van die lades in te hebben. Het aantal mappen groeit namelijk bij elke nieuwe opdracht.” Hij trok een la open om Huib een idee te geven.

“Dus in dat extra stuk ook lades, duidelijk! En wil je alle lades zeker ook weer in zo’n rail laten lopen?" Huib keek Simon vragend aan.

Simon voelde weer zo’n verlegenheid opkomen. Dit keer over het idee dat hij Huib misschien te veel vroeg. “Is dat haalbaar, denk je?” vroeg hij onzeker.

“Ja hoor, geen enkel probleem. Bij de bouwmarkt hebben ze ook zulke rails,” Huib keek even welk type rails er in zaten.

“Bevallen deze rails goed?” vroeg hij voor de zekerheid. “Er bestaat ook een net iets grovere rail, voor lades die een zwaardere last te dragen hebben.” Terwijl hij sprak, bewoog hij de lade in en uit.

“Hij loopt wel goed toch?” vroeg Simon.

“Ja, hij loopt op zich prima, maar deze lades zijn nog niet vol. Als er meer in zit, heeft hij denk ik een iets grovere rail nodig.”

Simon zuchtte: “Jongen, ik weet het gewoon niet. Een huis bouwen is mijn dingen, maar die kasten, daar heb ik geen verstand van. Tot nu toe bevalt dit prima, maar ik merk dat mijn administratie rustig aan wel meer mappen krijgt. Doe maar wat je goed lijkt, die grovere is waarschijnlijk wel beter, maar ik laat het maar liever aan jou over.”

Huib glimlachte: “Ik ga er van uit dat je nog jaren met dit werk door gaat, en dat je daardoor wel meer mappen krijgt. Dus ja, ik denk dat we die grovere maar nemen, al was het maar voor de zekerheid.”

“Goed Huib, doe maar! En dan nog wat, over de financiën… dat ik je nou mijn zoon mag noemen, maakt niet dat je het gratis voor me hoeft te doen. Ik wil graag dat je een normale rekening voor me opmaakt, afgesproken? Laten we dit maar gewoon zakelijk houden.”

“Is goed pa, ik zal eerst een offerte voor je maken, keurig zoals het hoort. Dan heb ik ook mijn administratie straks goed op orde. Dan ga ik daarna met het fijnste deel van het werk aan de slag: de spullen kopen en er iets moois van maken. Heb je nog voorkeur voor een versiering? Voor iets speciaals?”

“Ik had die vraag van je kunnen verwachten, want jij levert geen standaard spul. Maar eerlijk, ik weet het niet,” zei Simon. “Mag ik dat ook aan jou overlaten?”

“Komt wel goed, ik zal er mijn gedachten over laten gaan. Het moet praktisch worden, maar mag ook mooi zijn. Als ik iets bedacht heb, zal ik het je vertellen.”

“Goed, doe dat maar,” lachte Simon blij, “waar is Sjaak trouwens gebleven?”

“Ik denk naar huis, naar Lisa. Hij had het er onderweg al over, hij zit behoorlijk in over haar veiligheid.”

“Dat kan ik me voorstellen, het is ook nogal wat waar dat lieve kind doorheen gegaan is.”

“Nou, veel te veel…” zuchtte Huib met een diepe rimpel in zijn voorhoofd.

Naar hoofdstuk 167. Simon en vrouwen

Of naar de Inhoudsopgave

Maak jouw eigen website met JouwWeb