Het was net twaalf uur geweest, toen Marianne weer op de deur van Johans werkkamer klopte. Johan stond op en opende de deur voor haar: “Kom binnen Marianne! Heb je iets te drinken meegenomen of zal ik even koffie voor je halen?”
Marianne had moeite om hem niet met grote ogen aan te kijken. Zij was altijd degene geweest die voor de koffie zorgde, dat hoorde bij haar werk. Wat was er in vredesnaam met deze rechter aan de hand?
Ze antwoordde: “Ik heb zelf drinken bij me. En u?”
Johan keek haar recht in haar ogen: “Vanaf vandaag ben ik voor jou geen ‘u’ meer, en geen ‘rechter Simons’, maar ‘jij’ en ‘Johan’. Ik heb me er altijd al ongemakkelijk bij gevoeld, alsof ik boven jou zou staan. Ik heb zelf geen drinken bij me, ik ga eens even gaan kijken of ik nog weet hoe dat koffieapparaat werkt.”
“Laat mij het maar gewoon doen, het is mijn werk,” protesteerde Marianne.
“Ja, zo staat het in de ongeschreven wet, maar jij hebt al meer gelopen vandaag dan ik, dus ik neem het even van je over.” Met een knipoog leidde hij haar naar een makkelijke stoel en liep zijn kamer uit om koffie te halen.
.
“Zo,” begon hij, toen hij terug was en zelf in zijn andere makkelijke stoel ging zitten. “Wat gaat er allemaal door je heen?”
Marianne schoot in de lach: “Ik vraag me vooral af wat er met u… o sorry, met jou gebeurd is. Je bent altijd al wat toegankelijker geweest dan de andere rechters, maar nu?!”
“Nu ben ik op aarde terug gekomen en een normaal mens geworden? Zoiets?”
Marianne schaterde! “Zo zou ik het niet willen omschrijven, maar het komt waarschijnlijk op hetzelfde neer. Hoe komt het dat je vandaag zo anders bent?”
Johan grijnsde, nam een hap van zijn boterham, kauwde en slikte door.
“Als kind was ik een eenling. Ik had niet echt vriendjes, voelde me niet thuis tussen al die andere kinderen. Ik hield van leren, maar vond school een ellende. Na de middelbare school ging ik rechten studeren. Daar leerde ik twee vrouwelijke studenten kennen, Marieke en Ellen. Zij waren op een bepaalde manier net als ik, anders dan onze leeftijdgenoten. We konden echt heel goed met elkaar overweg. We hebben avonden gediscussieerd over onderwerpen rond het recht en over allerlei andere mogelijke en onmogelijke onderwerpen. We hebben lange wandelingen gemaakt. Ha, dat was zo geweldig! Dan liep ik vaak tussen hen in, met mijn armen om hun schouders en noemde hen ‘mijn vrouwen’. Het was gewoon vriendschappelijk, maar… met Marieke voelde ik wel een heel bijzondere klik, magnetisch gewoon. Ik wist gewoon dat zij mijn vrouw was, mijn soulmate, maar door alle afwijzing in mijn kindertijd had ik niet het lef om haar ook maar iets van mijn hart te laten voelen. Na het eerste studiejaar zijn zowel Marieke als Ellen een andere richting op gegaan. Ellen bleef wel rechten studeren, maar koos de richting van de advocatuur.”
Johan zag Marianne knikken en stopte even omdat het leek of ze hem iets wilde vragen. “Is dat Ellen Hendriks? Die leuke advocate, zo totaal anders dan al die andere gedegen advocaten?”
Johan lachte: “Precies, die ja, geweldige omschrijving! En Marieke… zij ging de kant van beveiliging op. En daardoor zijn we elkaar uit het oog verloren. Nu zijn we wat jaren verder, en al die jaren heeft het als een amputatie gevoeld, dat ik Marieke kwijt was. Maar ik had nog steeds geen lef om haar te benaderen. Laatst belde Ellen me over die zaak van Lisa, je weet wel…”
Hij zag dat Marianne knikte, en ging verder: “Ellen vertelde over Lisa en dat ze een rechter nodig had die haar aanvoelde. Ze zei, dat Marieke Lisa zou gaan helpen met beveiliging, en dat Marieke geopperd had dat ik er prima geschikt voor zou zijn. Ze wist dat ik vanuit mijn hart leefde, of eigenlijk geleefd had. Ik ben in mijn werk behoorlijk vast komen te zitten, was nauwelijks in staat om te voelen, af te tasten wat mijn cliënten werkelijk nodig hadden, wat er aan de hand was en wat recht was… ik kon het niet echt meer vanuit het hart. Maar, ik zal een lang verhaal kort maken, we hebben gisteren de avond met z’n drieën doorgebracht, Marieke, Ellen en ik. En dat was zo goed!”
Hij vertelde Marianne over de bloemen en de vlinder, over Marieke’s bekentenis over haar verliefdheid tijdens hun gezamenlijke studiejaar. Hij deelde openlijk wat het met hem gedaan had, en dat ze uiteindelijk, na Ellens vertrek, besloten hadden om samen verder te gaan.
“We hebben al teveel jaren verspild, we willen niet langer zonder elkaar verder gaan, dus ik ga verhuizen. Ze woont in een leuk vrijstaand huis met een mooie tuin vol bloemen, omdat ze zo van vlinders houdt. En gisteravond merkte ik dat mijn diepste verlangen was dat zij weer voluit die vlinder zou zijn die ze in wezen is. Zij had onze contactbreuk ook als vreselijk ervaren, voelde zich een vlinder die scheurtjes in haar vleugels had. Die lieve schat heeft gisteren alle muren rond mijn ziel vernietigd, en daardoor ben ik nu veel vrijer, kan ik weer voelen.
Die aanval van woede en pijn vanmorgen was daar het gevolg van. Ik had alles wat Lisa met de aangifte had meegegeven bekeken, en voelde zoveel pijn en verdriet, maar vooral woede om die hufters. Ik bedoel die verdachten, zoals we hen hier netjes noemen. Nou sorry, het zijn gewoon ongelofelijke hufters, die die arme vrouw op een verschrikkelijke manier misbruikt hebben. Ik kan je er inhoudelijk verder niet over vertellen, beroepsgeheim en privacy, je weet wel, maar hoe ik reageerde, laat aan de ene kant zien hoe ernstig die zaak is, en aan de andere kant ook hoe reëel het is dat die muren rond mijn ziel zijn verbrokkeld. Nou, dat was het wel zo ongeveer!”
“Wauw wauw wauw! Wat een verhaal!” reageerde Marianne in opperste verbazing. “Ik weet niet zo goed wat ik er op zeggen moet, maar ik weet wel dat ik me ontzettend blij voor je voel! Wat een veranderingen allemaal. En ik denk dat het voor mensen als Lisa geweldig is, dat dit met je gebeurd is. En voor mezelf ook trouwens, het voelt onwennig, maar wel heel goed.”
“Daar ben ik blij om,” zei Johan met een brede glimlach. “Ik heb altijd een hekel gehad aan rangen en standen. En toch ben ik er hier automatisch in mee gezogen. Het hoorde zo, het was gewoon zo. Maar ik ben daar niet blij mee, ik kan mezelf daar geen schouderklopje over geven! Dus ik ben dankbaar dat dat nu veranderd is.
Ik heb Lisa net de uitnodiging voor de rechtszaken van die vijf verdachten gestuurd, die uitnodiging die je al voor me gemaakt had. Fijn trouwens, dat jij zulke dingen doet. Jij hebt het overzicht, en deelt vanuit dat overzicht uit naar ons. Daar neem je me iets uit handen, een stuk werk waar ik helemaal niets mee heb. Het is gewoon mijn ding niet. Ik heb jouw uitnodiging als bijlage aan een mail naar Lisa gestuurd. Voorheen stuurde ik een standaard mail, vanaf mijn hoge troon,” zei Johan, terwijl hij een gek gezicht trok, “maar ook dat is vanaf vandaag anders. Ik heb haar een persoonlijke mail gestuurd, waarin ik haar ook globaal verteld heb wat haar situatie met me doet. O ja, ik heb haar die dag uitgenodigd om om 9 uur in de rechtszaal te verschijnen. Wil jij dat straks voor me inplannen en me laten weten in welke zaal dat mogelijk is?”
“Dat is goed, dat zal ik doen. En ik kan je vast vertellen, dat de zaal die je die dag gebruikt voor de verdachten, de hele dag beschikbaar is, dus je kunt die zaal ook om 9 uur voor Lisa gebruiken.”
“Mooi handig!”
De lunchtijd was omgevlogen. Marianne bedankte Johan voor zijn openheid en ging met een blij gevoel weer aan haar werk, terwijl Johan voor de vijf verdachten een brief opstelde, een persoonlijke brief waarin hij duidelijk maakte waarvoor zij werden aangeklaagd. Daarbij voegde hij als bijlage de officiële brief toe waarin informatie stond over het tijdstip waarop ze voorgeleid zouden worden.
Hij las de brieven over, en was ook hier op een dankbare manier tevreden over. Ook al waren deze mannen verdachten van vreselijke dingen, ze waren nog steeds mensen. Hij maakte een kopie van deze brieven, die hij naar hun advocaten stuurde. Tja, die verdachten hadden direct na hun arrestatie hun advocaten op laten draven. Dat kon je doen als je zo rijk en machtig was als zij…
Hij schudde het van zich af, en richtte zijn aandacht weer op Lisa. Hij begon in een stappenplan voor haar rechtszaak de situatie uiteen te zetten, zette alles wat hij nodig dacht te hebben op een rij en sloeg het op op zijn computer.
Hij was dankbaar voor deze werkdag, voor de totale ommekeer in zijn manier van werken en omgaan met zijn secretaresse. Het woord ‘secretaresse’ betekende vanaf nu niets meer dan een bepaalde groep taken die ze deed. Voor hem was ze gewoon Marianne, een vriendelijke vrouw die de taken van een secretaresse deed en daarnaast gastvrouw bij de balie was. Hij voelde hoe groot die verandering ten diepste was. Hij hoopte dat er een tijd zou komen, dat er ook geen enkel verschil meer zou zijn tussen alle medewerkers hier. Hij verlangde ernaar, dat ze gewoon een groep zouden vormen, een eenheid. Hij keek er naar uit, dat iedereen die hier werkte zou gaan beseffen, dat ze samen de schouders eronder wilden zetten om te komen tot een eerlijke, warme rechtsspraak.
Ze hadden elkaar nodig. Alle taken moesten gedaan worden om het doel te bereiken, alle taken, op alle fronten, ook die van Marianne. En het mooiste zou zijn als iedereen kon doen wat bij hem of haar paste, zonder dat ze naar elkaar opkeken of op elkaar neerkeken.
Johan stond op, sloot zijn computer af en deed zijn kamerdeur op slot. Bij de balie groette hij Marianne: “Ik ga wat eerder naar huis, spullen inpakken en een begin maken aan mijn verhuizing. Bedankt voor wie je bent Marianne, je bent een fantastische secretaresse en hartelijke gastvrouw! Ik heb het je nooit eerder gezegd, maar ik heb van meerdere mensen gehoord en gezien, dat ze hier gespannen aankwamen omdat ze voor de rechter moesten verschijnen, en dat ze ervaren hadden dat hun ontmoeting met jou hen goed gedaan had, dat je met je warmte de kilte van de rechtbank verdreven had, zodat ze een beetje konden ontspannen. Dat zegt wat over jou, maar helaas ook over onze rechtbank. Ik hoop dat er in dat laatste verandering gaat komen!”
Marianne lachte: “Als jouw manier van doen anderen gaat beïnvloeden, kon deze rechtbank wel eens heel erg gaan veranderen! Laten we maar doen wat we kunnen, op de rest hebben we denk ik niet zoveel invloed.”
“Meer dan je denkt, Marianne, als wij zijn wie we zijn en van daaruit doen wat we doen, heeft dat zeker weten meer invloed op anderen dan we denken! Leven vanuit je hart, vanuit je ziel… gewoon dat! Tot morgen!”
“Ja, tot morgen, en succes met de verhuizing!”
Johan liep naar buiten, naar zijn auto, terwijl Marianne hem nakeek, denkend over wat hij net gezegd had. Ze verlangde naar die sfeer waar Johan het over had gehad!
Maak jouw eigen website met JouwWeb