Margreet hoefde niets te zeggen tegen Rosalie. Zodra ze zag dat Gloria klaar was met drinken, nam ze haar kussen, legde het op de bank en ging er tegenaan zitten. Zodra Margreet opstond, strekte Rosalie verlangend haar armen uit en omhelsde Gloria toen Margreet haar tegen haar aan legde. Margreet streelde de beide meisjes even en ging weer tegenover hen op de rand van de koffietafel zitten.
Ze glimlachte naar hun gasten, zag dat Joke heel indringend naar de meisjes keek. Ze vroeg zich in stilte af wat er door haar heen ging.
Joke hield haar niet lang in onzekerheid, begon er zelf al over: “Boeken, boeken zijn belangrijk voor haar. Ik heb het gevoel dat zij ook boeken gaat schrijven,” zei ze zacht voor zich uit.
Rosalie keek op en begreep dat Joke het over haar had. “Klopt ja, dat ga ik ook doen. Ik schrijf al kleine stukjes, maar ik wil hele boeken schrijven. Heel veel boeken. Jij schrijft ook boeken, mooie boeken over mensen zoals wij.”
Joke keek haar bevreemd aan: “Hoe weet je dat? Heeft Margreet dat verteld?”
“Nee, ik weet het gewoon, het is gewoon zo,” zei Rosalie met een nonchalante vanzelfsprekendheid.
Joke’s mond viel open van verbazing. Ze keek naar Margreet alsof ze om hulp wilde vragen. Margreet grijnsde een beetje, haalde haar schouders op en zei: “Welkom in de wereld van onze lieve Rosalie…”
Joke’s interesse was gewekt. “Hoeveel jaar ben je, Rosalie?”
“Vier, ik word vijf in februari.”
“En je schrijft al stukjes?”
“Ja, kleine stukjes, over dieren. Dan schrijf ik wat het dier denkt en praat en doet.”
“Bedoel je dat dat dier dan jouw hoofdpersoon is?”
“Ja, zoiets, ik zag hier een keer een eekhoorn, en toen heb ik een stukje geschreven over een eekhoorn. Ik gaf hem een naam, Zwiertje, en noemde hem ‘ik’. Alles wat hij deed, schreef ik alsof ik in zijn koppie zat.” Rosalie grinnikte: “ ‘Ik heb zin in nootjes, en daar in dat bos zijn er nog genoeg. Ik ga ze halen, tot zo!’ ”
Rosalie keek Joke triomfantelijk aan: “Zo schrijf ik dan! En dat vind ik ontzettend leuk! Zwiertje werd een vriendje van me, en ik denk dat hij ook wel vond dat ik zijn vriendje was. Hij is gewoon een schatje, ik mocht hem aaien en zijn staart voelen. Weet je wat ik voelde? Dat er een stevige stang in zat. Hij vertelde me dat dat een spier is. Toen zei ik: ‘Oh, daarom kun je zo goed alle kanten op, dat doe je met je staart, daar stuur je mee.’ Zoiets, ik weet het niet precies meer. Zwiertje heeft me gewoon over zichzelf geleerd. Knap van hem, he?”
“Dat is zeker knap, een knappe Zwiertje en een knappe Rosalie. Ik denk dat ik nog niet zo knap ben, want ik begrijp niet helemaal hoe dat werkt, hoe de eekhoorn je die dingen leerde…” Joke staarde naar buiten, alsof ze daar het antwoord vandaan verwachtte.
“Kan het zijn, dat dieren ook een ziel hebben?” vroeg ze zich hardop af.
“Ja, dat hebben ze,” antwoordde Rosalie. “Daardoor weten ze hoe ze moeten leven. Ze weten het gewoon van zichzelf, van hier van binnen. Wij weten dat ook, hoe we moeten leven, we weten het van binnen.”
“Als ik jou zo zie en hoor, geloof ik helemaal dat je gelijk hebt. Maar als ik naar mezelf kijk en terug denk aan toen ik een jong meisje was, dan weet ik dat ik heel veel nagedaan heb wat andere mensen deden. Dat moest ook heel vaak, andere mensen, meestal volwassenen, wilden dat ik de dingen deed zoals zij. Ik weet nog wel dat ik dat niet altijd fijn vond, maar het moest gewoon.”
“Dat vind ik rot voor je,” reageerde Rosalie, “want daardoor heb je niet van jezelf gedaan, niet uit jezelf. Hoe zeg je dat?”
“Vanuit jezelf, bedoel je dat?”
“Ja, dat is het, dat heb jij dus heel vaak niet gedaan. Doe je dat nu wel?”
“Soms wel, soms niet. Een heleboel dingen van vroeger zitten vast in mijn systeem.” Joke begon al pratend te ontdekken dat het hier ging om overtuigingen, om emotionele verwondingen, leven in een systeem, vast zitten.
“Maar ik ben van binnen wel aan het genezen. Dat is lastig, soms pijnlijk, maar ik merk bijvoorbeeld met schrijven wel, dat het daardoor wat makkelijker gaat. Ik krijg makkelijker ideeën voor een hoofdstuk. En ik kan steeds beter mooie zinnen maken.”
Rosalie keek haar stralend aan: “Dat vind ik fijn voor je, dat maakt me blij! Ik voel wat je voelt. Bij mij komen de dingen die ik wil schrijven gewoon opborrelen, alsof er een borrelmachientje in mijn buik zit. Schrijven gaat bijna vanzelf. Mijn verhaaltjes worden ook steeds langer, maar nog niet lang genoeg om er een boek mee te vullen. Dat komt nog wel, vast wel! Ik wil het heel graag!”
“En denk je dat je altijd over dieren blijft schrijven? Of ga je ook andere boeken schrijven, over mensen of zo?” vroeg Joke.
Rosalie dacht na, met een rimpel boven haar ogen. “Ik weet het nog niet zeker. Voorlopig over dieren, maar misschien later nog over mensen, of over… geen idee, dat zie ik dan wel weer.”
Iedereen om haar heen schoot in de lach. “Groot gelijk, Rosalie, alles komt op tijd als je naar je ziel luistert,” vond Anton. “En dat is iets wat jij in elk geval niet meer hoeft te leren!”
Rosalie glimlachte naar hem: “Nee, ik doe het al. Ik hou er van!”
Margreet stond op. “Ik ga er vandoor, ik ga Annerieke met koken helpen. Neem jij Gloria straks mee, Huib?”
Joke sprong ineens op. “Wacht even, we hebben nog een cadeautje voor jullie meegebracht. Kan dat nog even?”
“Vast wel,” glimlachte Margreet, en nam het pakket van Joke aan. Wat ze eruit haalde, was een soort draagband die ze schuin om haar schouder kon hangen en waar ze Gloria in kon leggen.
Rosalie schaterde: “Een babyhangmat!”
Anton schoot ook in de lach: “Dat is nog eens een leuke naam, een babyhangmat!”
Joke hielp Margreet om hem om te hangen en Gloria er in te leggen. Ze liet zien hoe ze hem iets wijder of juist smaller kon maken met behulp van wat koordjes. “En de band die je om je schouder hebt, kun je ook langer of korter maken, net wat je zelf prettig vindt. En als je haar nu mee zou willen nemen, kun je haar in de keuken zo in de hangmat in de box leggen. Dan blijft ze warm genoeg.”
“Wat een uitvinding, ik denk dat ik ’t meteen ga uitproberen! Sorry Huib, dan neem ik haar nu vast mee.”
“Is goed hoor, probeer ‘m maar uit.”
Met een omhelzing bedankte ze Joke en Anton en vroeg aan Rosalie of ze mee ging, in huis wilde blijven, of weer naar haar eigen huis wilde. Rosalie sprong op: “Met Gloria mee!”
Samen liepen ze naar het pension, waar Margreet Gloria met de babyhangmat en al in de box legde.
“Die naam houden we erin, Rosalie, een babyhangmat!”
Maak jouw eigen website met JouwWeb